maandag 28 februari 2022

De anonieme wereld van internet

Ik ben oud genoeg om nog te zijn opgegroeid in een wereld zonder internet. Nou ja, het was er wel toen ik klein was, maar alleen in de bibliotheek, voor een gulden per vijf minuten. En dan was er nog bijna niets op te vinden ook. En toen de eerste krantenhype kwam over dat er porno op internet te vinden was, ging die computer ooknog de bibliotheek uit, want zo'n dorp was het waar ik woonde. Ik leerde eerder de hype over internet kennen, dan internet zelf.

En hype over internet zien we bijna dagelijks. We zijn allemaal gewend aan het internet nu, het is een onmisbaar stuk van ons leven geworden, maar nog steeds geloven we massaal de digibete verhalen in de pers en op TV. Internet blijft toch een beetje eng, al spelen we er allemaal onhandig mee. Juist zo eng omdat er mensen zijn die er minder onhandig mee blijken te zijn. Het is dus net seks.

De grootste hype over internet is dat het zo anoniem is, en daarmee de sociale controle laat wegvallen die ervoor zorgt dat mensen geen onmenselijke beesten worden. Er leeft heel erg bij de mensen een idee dat het enige wat ervoor zorgt dat we elkaar niet op straat voor een tientje de hals afsnijden terwijl we elkaar verkrachten, is dat we bang zijn voor straf, en het daarom maar laten. Wat denkt iemand die dat gelooft over zichzelf dan, vraag je je af.

Nee, natuurlijk vraag je je dat niet echt af. Die denkt dat hij ànders is dan al die mensen die met straf in de plooi moeten worden gehouden, omdat hij zoveel rechtschapener en menselijker en godsvruchtiger en eerlijker is dan al die anderen. En dat hij ookweleens te hard rijdt, iets uit de kantine op zijn werk meeneemt zonder het af te rekenen, of een deuk in een auto heeft achtergelaten zonder een briefje te schrijven, dat is iets héél anders en daar hebben we het nu niet over.

Hij heeft het namelijk te druk met zich zorgenmaken over de anonimiteit op internet. Allemaal mensen die dingen zeggen die hem niet bevallen, en die zich alleen zo vrij voelen om dingen te zeggen die niet zouden moeten mogen, omdat ze niet bang hoeven te zijn voor een boze meute op hun drempel. Als ze daarop moesten rekenen, zouden ze wel oppassen om dingen te zeggen die niet bevielen.

Dat soort zelfcensuur bestaat inderdaad. En het bestaat inderdaad dat mensen beducht moeten zijn voor boze meutes. Kijk maar naar cancel culture, waarbij een opmerking tegen het zere been van een meute op jacht naar iets om zich boos over te maken ervoor zorgt dat ze je werkgever netzolang lastig gaan vallen tot hij jou laat vallen als werknemer. Dat overkomt natuurlijk vooral mensen die hun anonimiteit niet in orde hebben.

Het is al heel lang een verstandige maatregel om je identiteiten die je op internet gebruikt, los te koppelen van de identiteit die je in het gewone leven hebt. Niet alleen tegen bedreigingen als identiteitsfraude, tegen chantage of om niet door haatgroepen te worden aangevallen, maar ook om te zorgen dat je niet bij elke punt of komma hoeft te aarzelen om na te denken of dat buiten context niet een enorm probleem gaat worden.

Vaak doen tegenstanders van anonimiteit alsof die anonimiteit de verhoudingen tussen mensen zoek laat raken, omdat "in de echte wereld" ze lik op stuk zouden krijgen, en daarom netter zouden zijn. Maar daar klopt niets van. In het "echte leven" hoef je je daar namelijk geen zorgen over te maken. Wat je in het café zegt, is niet meteen op te zoeken en, vaak buiten context, te gebruiken in een tirade over jou tegen je baas. Door tientallen mensen van over de hele wereld. Op internet is dat een serieus risiko.

Op internet is het bovendien heel makkelijk en laagdrempelig om iemand totaal kapot te maken door onderdeel te worden van een boze meute. Die boze meute heeft een doel gekozen, en dat doel is fout want dat zegt de meute. Daar hoef je niet over door te vragen. En jij bent één klein radertje dat haar deugdzaamheid belijdt door een klein schopje mee te geven met de rest van de meute. Dat dat samen soms letterlijk doodschoppen is, daar denk je liever niet bij na. We weten August Ames nog wel, en dat was nogwel door andere sekswerkers. "Wij" zijn geen haar beter dan andere mensen.

Buiten internet komt dat soort consequences, zoals het graag wordt gepresenteerd, veel minder voor. Mensen verketteren iemand veel minder makkelijk recht in zijn gezicht, want dan zien ze de menselijkheid van die persoon die ze aanvallen. Als deel van een meute voel je je onkwetsbaar, veel onkwetsbaarder dan anonimiteit je kan geven, en in het echt ben je je altijd bewust dat het onderscheid tussen jou en je slachtoffer niet zó hoeft te zijn. Die meute kan zó naar jou draaien.

Niet dat echte gewelddadige meutes niet bestaan. Ze zijn alleen op internet laagdrempeliger. In het echte leven moet je alleen veel duidelijker een 'wij' en een 'zij', of vaker een 'wij' en een 'dat wijf' hebben. Neem nou het voorbeeld uit Uithoorn. Daar was het geweld niet omdat die mensen die kwamen slaan, stenigen en steken anoniem waren. Daar kwam het geweld voort uit dat de politie de anonimiteit van hun doel weggerukt had. Iemand ontmaskeren is iemand beschikbaar maken voor "straf." Dat is de hele reden dat ze langs de deuren gaan om je aan je buren te verklikken.

Anonimiteit wordt dus gezien als een gevaar. De oplossing is internet-paspoorten, je identiteit aan allerlei bedrijven op moeten geven, en meer van die dingen die met een beetje kennis van zaken heel duidelijk dingen alleenmaar erger gaan maken. Zelfcensuur door bangmakerij gaat niemand helpen, behalve de bullebakken die weten dat mensen bleekjes voor ze gaan knikken en buigen, wanneer mensen weten dat ze een kleinzielige kapotmaak-campagne door de meute van die bullebak kunnen verwachten.

Je hoort ook anonimititeit erbijgehaald worden bij allemaal hypes op social media, ookal slaat dat ècht nergens op, bij onzin over de noodzaak om fake news te bestrijden, dat ironisch genoeg juist een stokpaardje is van de groepen die zelf het meeste fake news verspreiden, of bij gelul over het gevaar van hackers, bots, misdaad en trollen. Waarbij er nooit verder wordt gekeken dan de stereotypes die mensen daarbij hebben, want anders zou dat snel genoeg verdampen.

Het heeft al resultaat gehad. Je wordt gevraagd bij steeds meer plekken op internet je digitale identiteit laten vastplakken aan je "centrale" identiteit bij Google of Facebook. Op nog veel meer plekken wordt je niets gevraagd, en gebeurt het gewoon. Er is steeds meer echte direkte censuur op internet, vooral op de sociale media. Er zijn steeds meer mensen die er een hobby van maken, of zelfs professioneel werken, om mensen te "ontmaskeren" die dingen zeggen waar hun club aanstoot aan neemt.

Dat je een identiteit opbouwt bij een bedrijf als Google of Facebook vinden veel mensen vanwege die anonimiteits-angst geruststellend. Dat ze ooknog aan censuur doen als anderen dingen zeggen die bij die vele mensen voor ophef zorgen, maakt dat natuurlijk nog geruststellender. En dat je veel wat er wèl wordt gezegd, maar waarvan de algoritmes inschatten dat jij het niet leuk zou vinden, gewoon niet ziet, zorgt helemaal voor een veilige bubbel.

Zo'n bubbel, waarin je je veilig en vertrouwd voelt en dus manipuleerbaar bent, die kàn zo'n social media bedrijf alleen voor je maken als ze weten wat jou manipuleerbaar maakt. Dus moeten ze je kennen. Dus moeten ze een profiel van je bijhouden, ze moeten je anonimiteit afbreken. Dat lukt ze meestal prima, weinig mensen kunnen Google foppen. Weinig mensen proberen het zelfs maar. Conformiteit is veilig en comfortabel.

Mensen die niet conformeren worden door de mensen die dat afkeuren graag in de spotlights gezet. De spotlights zijn een goed dwangmiddel. Mensen die het gevoel hebben bekeken te worden, of erger, te kijk te staan, belijden meestal vlug het geaccepteerde verhaaltje, en verdwijnen zo vlug ze kunnen weer uit beeld. Ze zoeken eigenlijk de "anonimiteit" dat niemand je ziet en niemand je herkent omdat niemand je interessant vindt. Als ze echt anonimiteit hadden, zouden ze meer tegen dat soort intimidatie op kunnen staan.

Veel mensen houden het bij Facebook, Instagram, YouTube, Twitter, Reddit, TikTok of watvoor social media danook. Op internet kan je heel veel vinden, het is een jungle van allerlei verschillende ideeën en media waar je nooit helemaal kijk op kan hebben. Allemaal enge sites die geen stempel van goedkeuring hebben. Achter een site kan iedereen wel zitten, en dat is griezelig. Beter een site die afgestempeld is door goeie oude vertrouwde Facebook.

Dus mensen blijven liever weg uit die vrije jungle buiten de grote mediabedrijven. Maar als je in het veilige tuintje blijft van je gekozen social media, kan je doen alsof je alles wel hebt gezien. Alsof je naar de Amazone reist, en alleen met selfies op het terras van het resort thuiskomt. Mensen houden zich wel klein en gehoorzaam, mensen censureren zichzelf tot in hun gedachtes aan toe, om in de kringen van de social media te mogen blijven meespelen.

Sneu allemaal, maar eigenlijk niet waar ik het over wil hebben vandaag. Kijk, dat mensen hun kop in de zandbak van de social media willen begraven moeten ze zelf weten. Ik heb er niets van te vinden dat mensen niet buiten hun comfortzone willen kijken. Het ligt allemaal voor ze klaar zodra ze willen. Anonimiteit is gezond, anonimiteit is niet eng, en gelukkig zijn de meeste mensen nog wijs genoeg om een cryptische handle te gebruiken in het openbaar.

Iets veel ernstigers is dat al die gevreesde anonimiteit op internet maar heel relatief is. Voor die boze casual gebruiker ben je misschien nog anoniem, maar als je geen maatregelen hebt genomen om je anonimiteit goed te houden, kan je zelfs door een boze Twitteraar erg vaak al worden geïdentificeerd. Zelfs als je goed oppast op je anonimiteit, en er haast professioneel mee omgaat, is dat al moeilijk te voorkomen.

Het wordt helemaal een probleem als het gaat om mensen die echt wat afweten van onderzoek. Die handig zijn met computers, en data optimaal kunnen gebruiken. Er is een voorbeeld van een groep losse internetters, die hun eigen slimheid bij elkaar stopten om uit een zorgvuldig anoniem filmpje toch een locatie van iemand die zich verstopt hield af te leiden, aan het tijdstip dat een vliegtuig voorbijkwam en hoe hoog een ster stond. En dat zijn dus amateurs.

Want als je het hebt over bedrijven die er hun baan van maken om je identiteit te bepalen, met al hun technologie, of onderzoeksdiensten zoals de politie, met al hun bevoegdheden, of meestal: allebei tegelijk, dan is anonimiteit op internet heel moeilijk waar te maken. De overheid zeikt wel dat het zo moeilijk is, en dat de cyberwereld zo anoniem en ondoorgrondelijk is, maar de werkelijkheid is andersom.

Internet is een groot computernetwerk, en die computers zijn heel goed in het verwerken van grote hoeveelheden data. Dingen die ondenkbaar zouden zijn om bij te houden in het echte leven, houden computers routineus bij. Dan heb ik het niet over je browser-geschiedenis, maar over gegevens over waar je geweest bent, wat je gezocht hebt, waar je terugkomt na één keertje kijken, wat je bekeken hebt en hoelang, waar je dingen geschreven hebt. En dat is als ze niet zo èrg geïnteresseerd in je zijn.

De grote mediabedrijven, van Google tot Meta, van Twitter tot TikTok, zoeken veel meer dingen over je uit. Die vinden een lijst van dingen waar je op geklikt hebt wel interessant, maar ze vinden het nog veel interessanter een diep idee van je identiteit en je kenmerken te krijgen door al die data die ze van je slurpen met elkaar te verwerken tot meer dan je vantevoren zou denken dat mogelijk is. Daar stoppen ze veel werk in.

Het inzicht in jou dat ze zo krijgen, is interessant voor ze. Niet dat er een persoon nieuwsgierig gaat kijken naar wat jouw pornogedrag is, of watvoor recepten jij kookt, maar door te zien waar jij nieuwsgierig naar bent, wat je koud laat, waar jij boos van wordt, wat jij betrouwbaar vindt, wat jou opwindt, wat jij ontwijkt, wat jij aan anderen doorstuurt, wat het voor jou dóét, dat kunnen ze gebruiken.

Dat gebruik is jou manipuleren. Niet alleen om dieper in hun tuintje te gaan wonen, en ze nòg meer data en invloed te geven, maar ook namens anderen, voor geld. Jij betaalt geen cent aan Facebook, maar Facebook krijgt emmers vol geld van bedrijven en instanties die jou gemanipuleerd willen hebben. Meestal voor iets flauws als de juiste soort reclame die jou aanspreekt aan je te kunnen serveren, of om te regelen op wie jij gaat stemmen, of waar jij gaat werken, maar het kan ook veel sinisterder. Het gebeurt ook veel sinisterder.

Het is namelijk voor overheden wel makkelijk om op die manier te kunnen peilen hoeveel acceptatie er is voor hun plannen. Als er genoeg mensen zijn die volgens hun online profielen geen benul hebben van de afbraak van hun rechten, kunnen overheden daar veilig op invreten. En voor een paar centen extra krijgen de mensen die alert zouden kunnen worden verhalen te zien die ze receptive maken voor die plannen. Omgekeerd kan het juist gebruikt worden om mensen op de korrel te nemen, en maakt het veel makkelijker om dissidenten en thought criminals eruit te pikken. En dan kunnen ze nog een tandje verder gaan.

Als de overheid namelijk ècht nieuwsgierig wordt naar je handel en wandel, gaan ze je aktief bespioneren, en kunnen ze van àl je internetverkeer precies zien wat je doet, beter dan als ze over je schouder meekijken. Zelfs beter dan jij zelf. En dat kunnen ze kombineren en korreleren met de gegevens die jouw devices over jou bijhouden, waarvan je nieteens weet dat het gebeurt, en dat het bestaat. Je loopt met een spion in je zak rond, die naar alles kijkt, naar alles luistert, en preciezer dan jij weet waar je bent.

Je kan jezelf wijsmaken dat je met Bitcoin, Monero, encryptie, onion sites op het dark web, meerdere identiteiten, Tor of Protonmail anoniem bent, maar al die dingen zijn uiteindelijk gewoon tot personen te herleiden. Soms kost het oom Agent een paar dagen meer, soms heel veel werk, maar het is allemaal niet anoniem. Veel verder dan het moeilijk of dubbelzinnig maken kom je niet, en gelukkig is dat meestal genoeg om de overheid van je spoor te schudden. Als je niet te interessant bent, dan.

We hebben regelmatig in de krant gezien hoe de politie viktorie kraait als ze weer wat boeven hebben opgepakt die àl die dingen hebben gedaan waar de politie normaliter over jankt dat ze erdoor worden gestopt, en dat het weg moet omdat ze anders die boeven niet kunnen vangen. Het is namelijk allemaal flauwekul, en niet anoniem. Je kan op internet heel weinig doen wat je anonimiteit echt bewaart, en dat is best veel werk.

Het is bijvoorbeeld veel werk om naast je anonieme bezigheden, ooknog losgekoppeld daarvan een "normaal" profiel te hebben. Want als jij één van die heel weinig mensen bent die geen online presence hebben, ben je meteen verdacht natuurlijk. Dus je moet ook op internet kutten op de "normale" manier, als je anoniem wil blijven. Anoniem blijven is verdacht, en dan gaan ze aan je anonimiteit knagen.

Je anonimitieit, zelfs als je hem perfekt behandelt, is kwetsbaar. Sowieso betekent dat al die andere mensen hun identiteit en hun metadata te grabbel gooien, dat de loerders alleenmaar hoeven te kijken naar de vorm van het gat dat tussen al hun data zit, om jouw data te kunnen vinden. Uit wat de mensen om je heen doen is al heel veel over jou te leren. En dan heb ik het nieteens over de buurvrouw van een boef afluisteren om wat over die boef bij te houden. Mag niet, gebeurt wel.

Om mijn anonimiteit een beetje te bewaren, moet ik dus rare toeren gebruiken. En die rare toeren maken me makkelijk te vinden als grote internetbedrijven met mijn blog willen kutten. En heb ik heel januari geen stukje geplaatst gekregen. Als ik minder anoniem hoefde te zijn, was het allemaal makkelijker. Maar ik moet juist tegenover die grote dataslurpers extra voorzichtig zijn.

Ik heb college gehad van mijn goeroe over hoe het technisch allemaal kut is, en hoe je het minder erg kan maken. Ik heb van mijn statistiekmannetje college gehad over hoe het wiskundig al allemaal kut is, en hoe je kan zien waar de kwetsbaarheden liggen. Ik werd er niet vrolijker van, maar ik kon wel beter snappen waar ik mee bezig was. Je volgt advies beter op als je het advies een beetje begrijpt. En dan snap je ook waarom de mensen met kennis die journalisten en politici bespottelijk vinden.

Dan heb ik het alleen nog maar over anoniem websurfen gehad. Dat is al lastig genoeg. Onderling communiceren is ook nog wel te doen, als je de grote internetdiensten vermijdt, maar het wordt nooit "theoretisch veilig" of "ideaal." Als je gaat proberen te communiceren met het publiek, zoals ik met mijn blog doe, wordt het veel moeilijker. Laat staan proberen te communiceren met klanten.

Veilig communiceren met klanten is belangrijk. De klanten lopen nu wettelijk nog vrij, maar dat wordt met de WRS heel anders. Daar moet ik later rekening mee gaan houden. Tegenwoordig zijn ze nog niet strafbaar, maar dat wil niet zeggen dat ze niet op de één of andere manier "verantwoordelijk gehouden" kunnen worden als de overheid dat wil. Ik moet dus met ze communiceren zonderdat ik ze teveel blootstel.

Maar vooral moet ik op mezelf passen. Ik ben zoals dat zo krom heet "illegaal" bezig, en dat betekent dat de overheid me graag wil straffen. Ookal is daar geen wettelijke basis voor. Dat zou geen probleem zijn als er alleen werd gehandhaafd als er iemand iets te klagen had, of aangifte deed, maar helaas zijn er hele afdelingen van de politie die daar niet op gaan zitten wachten. Want dan hadden ze niets te doen. Dus die gaan mensen "ambtshalve" opsporen die niemand kwaad doen.

Je hebt dus het probleem dat je een kanaal moet hebben waarmee je klanten je kunnen vinden, en waarlangs de politie je niet kan komen verzieken. Dat is moeilijk, want de politie mag heel veel in Nederland. Ze komen je zonder aanleiding overvallen, en daarvoor liegen ze en doen alsof ze een klant zijn die je komt bezoeken. Anoniem blijven terwijl je toch benaderbaar moet zijn voor klanten is heel moeilijk.

De politie grient al heel lang dat het tegenwoordig zo moeilijk is om hoeren te overvallen omdat we ons nu achter dat anonieme internet verstoppen. Dat is al onzin omdat ze dezelfde advertenties volgen als de klanten, en je dus altijd vindbaar bent, maar het is zelfs het omgekeerde van de waarheid. Internet heeft ons namelijk heel veel vindbaarder gemaakt, niet anoniemer.

Voor een gedeelte is dat omdat dat internet dus wordt gesleepnet door de grote mediabedrijven, die je identiteit vastprikken aan je internetgebruik. Die doen er niet moeilijk over om die gegevens te delen met de overheid, als je hoer bent. Sterker nog, ze weten heel goed dat ze van de overheid een stuk dieper in iedereens data mogen graven als ze kunnen zeggen dat ze het doen om hoeren te jagen. Al zeggen ze liever "onze verantwoordelijkheid nemen om mensenhandel te helpen opsporen."

Inplaatsvan een dubbelzinnig zoekertje in het lokale sufferdje, of een beetje rondhangen op een plek waar mannen die op zoek zijn ook rondhangen, is alles stilletjes aan naar het internet verhuisd. Dat begon ermee dat je op internet vrijer kon adverteren dan in kranten, dus bijvoorbeeld ook met naaktfoto's en met expliciete verhaaltjes, en dat het handjevol mannen die op internet zaten een goed soort klanten waren, die op andere manieren juist moeilijk te benaderen waren.

Op internet kon je bovendien adverteren zonderdat er penoze tussen zat, en dat was eind jaren negentig heel verfrissend. Toen had je namelijk het probleem dat er danwel een gedoogbeleid voor prostitutie was, maar in de praktijk kwam dat neer op een gedoogbeleid voor penoze-bazen met clubs of ramen, en was je als hoer alsnog vogelvrij. Dan wel zonder de vervolgingswaanzin die nu heerst, dus het was véél minder erg dan nu, maar ook toen hadden we dus iets om los van te willen komen.

Lekker onafhankelijk adverteren bij een groep mannen die goede klanten waren, dat zou al genoeg zijn om internet een favoriet te maken, maar er kwam nog meer bij. Het vroege internet was het Wilde Westen, waar geen regels waren en waar alles kon omdat niemand toezicht hield. En ondanks alle angst die mensen voor zoiets hebben, werkte het gewoon perfekt. Vraag maareens aan wat van die pioniers die toen wisten waar ze mee bezigwaren, die vertellen je honderduit met glanzende ogen vol nostalgie.

De politie had namelijk geen benul van internet. Ja, ze kenden het woord, maar ze snapten er helemaal niets van. Nog minder dan nu. Je kon op internet adverteren, en de kans dat een smeris je leven kwam verzieken was superklein. Je kreeg alleen klanten, en in het begin dus ook eigenlijk alleen nette klanten. Binnen de korste keren adverteerde iedereen die niet totaal digibeet was dus via internet.

Voor de klant had het ook voordelen. Dubbelzinnige zoekertjes zijn niet duidelijk over wat er nou verkocht wordt, en "sensuele massage" kan heel teleurstellend zijn als de man denkt dat hij een robbertje gaat neuken, en de "sensuele masseuse" alleenmaar van plan was geparfumeerde olie over zijn schouders te wrijven met de spotjes gedimd en Enya op de stereo. Het verloste de mannen ook van ongemakkelijk rondhangen op plekken waar ze een escort hoopten tegen te komen, van voor duur geld op de 06-lijnen proberen elkaar te vinden, en van telkens dezelfde penoze die overal zonodig tussen moesten zitten.

Het duurde wat jaren, maar internet werd populairder, en we gingen steeds meer op internet adverteren. De klanten gingen bijna allemaal ook op internet op zoek. Het werd de normale manier, en het was dè markt geworden. Toen kreeg je de grote seksmarktplaatsen, en die waren laagdrempelig. Nog laagdrempeliger dan zelf een website ergens neerzetten. We legden dus gewillig massaal onze markt in die marktplaatsen. We lieten alle alternatieven doodbloeden. Zo dom zijn we.

Tegenwoordig moet je met een scan van je paspoort en een duidelijke foto van je gezicht aankomen voordat je mag adverteren, maar toen het begon haalden ze dat natuurlijk niet in hun hoofd. Je had de illusie van anonimiteit. De praktijk van die anonimiteit was vooral omdat de politie geen internetvaardigheden had, want de bedrijven achter de websites bleken wel gewoon al je data onversleuteld te bewaren.

Klanten werven zonder internet te gebruiken is bijna onmogelijk te doen als je het commerciëel lonend wil houden. Klanten werven buiten de grote marktplaatsen om is al heel lastig. Niet alleen omdat de klanten massaal naar die marktplaatsen gaan omdat ze de shop-ervaring daar fijn vinden, niet alleen omdat die marktplaatsen "officiëel" lijken en dus de schijn van veilige handel hebben, maar ook omdat klanten óók geloven in het gevaarlijke internet buiten de grote mediabedrijven.

Zo'n beetje iedereen zit dus aan die advertentiewebsites vast, waardoor je een centraal punt hebt waarlangs een kwaadwillende zó iedereen kan opzoeken. Je anonimiteit is flinterdun, de sites werken hard mee om je die anonimiteit niet te gunnen, en de politie kan als ze het zèlf al niet kunnen, gebruikmaken van de geoliede machines van de grote data-slurpers die maar wàt graag meehelpen om ons op te sporen.

Het dark web is geen optie. Daar komen de klanten niet. Bovendien is het dark web veiligèr, niet veilig. Zodra de politie iets op dat darkweb wil overvallen, kunnen ze dat gewoon doen. Dat hebben ze al verschillende keren met veel tamtam in de kranten laten zien. Als de grote mediabedrijven het dark web interessant gaan vinden, is het bovendien héél snel niet dark meer. Het is een plek om je terug te trekken terwijl ze hun handen nog volhebben met de kwetsbaardere plekken, maar meer niet. Het is uitstel van executie.

Nu al wordt door officieren van Justitie stemming gemaakt in rechtzaken tegen klanten, dat ze wel naar iets illegaals op zoek zullen zijn geweest als ze niet via de grote marktplaatsen aan hun hoer zijn gekomen. Die proefballonnetjes hebben tot nu toe altijd gevlogen. Als het volgende stapje wordt gezet, en prostitutie die niet is geregeld via een "goedgekeurd bedrijf" strafbaar wordt, is anoniem klanten werven nòg moeilijker.

Ik werd zwetend wakker uit een nachtmerrie, de nacht nadat ik voor de zoveelste noodzakelijke dienst van een bedrijf de zoveelste app op mijn telefoon erbij moest zetten. Ik droomde over een hoeren-app, die de enige plek werd om te adverteren. Mensen vinden apps zó makkelijk, ookal beperken ze je vooral, en bespioneren ze je ook vaak. Klanten zijn meestal nette, goedgelovige huisvaders. Die gaan daar helemaal voor, zolang hun vrouw maar geen ikoontje op hun smartphone ziet wat ze niet uit kunnen leggen.

Het internet is nuttig, maar zoals het nu gaat is het vooral een risiko voor je anonimiteit. Je wordt niet alleen vindbaar op de manieren die je wìl, maar vooral op de manieren die je níét wil. Elk uur van elke dag staan er massa's computers te draaien om bij te houden wat je doet, wie je bent, en wie voor die informatie wil betalen. Het internet heeft ons veel te zichtbaar en veel te kwetsbaar gemaakt.

Een paar van mijn collega's zijn teruggegaan naar de ouderwetse pick up girl technieken. Ik heb daar de kunst nooit van geleerd, en dat is geen makkelijke manier van werken. Maar ook die maken zich al zorgen, want je telefoon bespioneert je de hele tijd, en een computer kan kennelijk best goed je gedrag ontcijferen, en je herkennen als een hoer. Die zijn tegenmaatregelen aan het nemen. Zo ver zijn we al.

Nou zullen de meeste lezers denken dat ik overdrijf, en zelfs de mensen die wel zien dat het echt zo werkt zullen zich niet snel zorgen maken. Die weten ookwel dat ze geen doelwit zijn. Nog niet tenminste. En niet voor dezelfde soort vervolging als wat wij te verduren hebben. Dat is ook waar. Maar zelfs als je je schouders erover ophaalt zolang jij niet het doelwit bent, dat is niet voor eeuwig.

We zijn niet bij het eindstation. Ja, de oprukkende macht van de grote databedrijven struikelt afentoe een beetje, zoals wanneer Facebook laatst in een rechtzaak opeens zijn fact-checking als pure opinie bestempelde, zodat het niet kon worden afgerekend op de normen die bij nieuwsgaring horen. Maar dat struikelen is als een Olympische hordenloper die een hekje omschopt. Jammer voor hem, maar hij gaat de race wel verder lopen, en snel ook.

Je moet trouwens niet denken dat Facebook nadat ze zoiets voor een rechtszaak inbrengen ook aan de publieke kant doen alsof hun fact checking alleenmaar opinie zou zijn. Ze doen nogsteeds, netzoals veel nieuwsdiensten ook, alsof ze een soort neutrale en objektieve scheidsrechter zijn die alleen ingrijpen om te vertellen wat er wel en niet waar is. Die positie als waarheids-bepalers is ze heel dierbaar. Want niemand twijfelt aan feiten, dus ook niet aan de fact checker. En dat is behoorlijk onterecht.

De ethiek wordt bij steeds meer van de grote bedrijven langzaam vervangen door politieke dogma's. Google had ooit als motto "don't be evil", en dat hebben ze stilletjes gedumpt. Inplaatsdaarvan sluiten al die bedrijven, van zoekmachines en Social Media tot zelfs banken toe, zich aan bij wat maar een populaire hashtag heeft lopen, terwijl ze niets anders doen dan meer doordringen in je privacy. Ze doen nog een beetje alsof censureren voor je eigen bestwil is, maar zelfs dat is met steeds minder moeite om overtuigend te klinken.

Er zijn wat initiatieven bij vooral de EU geweest om de macht van de databedrijven in te perken, maar dat houdt niet bij hoe snel de databedrijven hun macht uitbreiden. Bij de Nederlandse overheid is de tegenwerking van die macht vooral een onverwacht bijprodukt van de privacy-wetgeving, en is er in de overheid eerder een dwepen met Big Data dan dat er scepsis is. Het zijn grote bedrijven, en de belangen van grote bedrijven gaan voor de belangen van het plebs.

We kunnen verwachten dat de bubbels beter worden. Nu krijg je nog verkeerde advertenties afentoe, en valt het opeens op dat je internetervaring probeert om je te bubbelen. Dat zijn scherpe randjes die weggeslepen gaan worden. Je gaat dieper begrepen worden door steeds betere algoritmes, en je gaat steeds meer in de grip komen van de grote databedrijven. Die dus steeds meer grip op jou kunnen verkopen.

Daar kan je best aan ontsnappen. Nu nog wel tenminste. Er is nog een heel internet, vol sites die door Facebook afgeschermd worden, of door Google downrated worden zodat ze minder prominent in de zoekresultaten komen dan zou moeten, zoals mijn blogje. Er is vanalles. Maar daar ga je dan op een gegeven moment alleennog de andere mensen tegenkomen die ook die bewuste keus maken om buiten hun bubbel te stappen. Voor de rest van de maatschappij moet je toch hun bubbel in kunnen.

Er gaat vast, vooral vanuit de EU, wat meer weerstand komen tegen de macht van de databedrijven. Dat gaat alleen niet genoeg zijn om veel invloed te hebben. Dat is tot nu toe vooral tot regels over cookies gekomen, waarop alle bedrijven die daaromheen wouden met cookie-walls zijn gekomen. Helaas wordt dat niet gesnapt, en denken de meeste mensen dat die régels dom zijn omdat die cookie-walls alleenmaar een irritatie zijn. En zo gaat dat vaker zijn.

Een grote faktor is natuurlijk dat de overheden wel fronsend kijken naar de bedrijven die de burger en zijn privacy uitbuiten, maar dat ze tegelijk gretig gebruikmaken van diezelfde uitbuiting, en niet de gans met de gouden eieren willen slachten. Als ze de burger weerbaar maken tegen de commercie, wordt die ook weerbaarder tegen de overheid.

Sommige mensen werken aan software die je privacy beschermt, maar die hebben het moeilijk. Je surft nu waarschijnlijk met Edge, Chrome of met een browser van de maker van je telefoon of computer. Dat is allemaal eigenlijk Chrome in een verschillend jasje. Er is als enige echte alternatief Firefox, die is echt privacy-veiliger maar dat is op sterven na dood omdat iedereen gepusht wordt om Chrome-klonen te gebruiken. Dat wordt een probleem. En dat is maar één voorbeeld.

Voor hobbyisten is er wel wat om hun privacy te beschermen. Maar dat is het probleem wel, je moet er zo'n beetje een hobby van maken. Het is wèrk om de dataslurpers te hinderen. Daar wil lang niet iedereen zich mee bezighouden. Voor de mensen die zich er niet mee bezighouden, zijn er vooral veel valstrikken om alsnog meer data uit ze te trekken dan ze al afgetroggeld was.

De mensen voor wie het echt belangrijk is om een beetje anonimiteit te kunnen gebruiken, zoals mijn collega's en ik, hebben het zwaarder. We moeten wel hobbyisten worden, of het risico lopen. Nu valt het nog mee als je je privacy een beetje beschermt, maar als de hype nog verder oplaait, en de politie nòg meer mankracht en bevoegdheden krijgt om hoeren te jagen, prikken ze ook bij de voorzichtige meiden er wel doorheen.

Je krijgt een wapenwedloop. De dataslurpers en de overheden vechten tegen de privacy, de privacy-aktivisten maken middelen om zich af te schermen voor het geslurp. De ene kant is groot en sterk, de andere kant is klein en draait voor het grootste deel op vrijwilligers. Een ongelijke strijd, maar de underdog heeft in dit geval meer benul van wat hij doet dan de moloch die hem wil verpletteren.

Die wapenwedloop zal er wel voor zorgen dat anonimiteit en privacy verder buiten bereik komen van mensen die niet gaan hobbyen voor hun privacy. Vooral als dat hobbyen op een gegeven moment illegaal wordt. Er wordt in veel landen al geflirt met het verbieden van encryptie, het anonimiseren van verkeer of het niet-bewaren van data door providers. Dat is tot nu toe grotendeels afgeketst, maar blijft dat zo? Ik hoop dat ik te cynisch ben geworden.

Want er is ook ruimte voor verbetering. Tot nu toe zijn de overweldigende meerderheid van mensen in politiek en journalistiek totale digibeten, en wat er een beetje kennis van technologie heeft, is meestal een tech-optimist met gadget-honger. Wat voor verbetering kan zorgen is tech-sceptici en mensen met besef en kennis van privacy in pers en parlement. Dat is één van de redenen dat ik zo enthousiast was over, en teleurgesteld door, de Piratenpartij.

Vanuit het oogpunt van mijn werk is het wel onzeker wat de toekomst gaat brengen. Klanten kunnen nu nog makkelijk even buiten hun bubbel stappen om een website op te zoeken waar ze mijn advertentie vinden, maar dat is nu al veel moeilijker dan twee jaar geleden. Elkaar tips geven is ook lastig wanneer sites als Hookers.nl verdwijnen. We moeten oppassen om niet opgespoord te worden, en tegelijk moeten we de bubbels van onze klanten openbreken. Ik weet nog niet hoe dat moet gaan.

Ja, wat moet je dan? Voor mezelf heb ik nog niet op het netvlies hoe de ontwikkelingen gaan zijn. Behalve dat met de WRS dit een veel groter probleem gaat worden. Ik heb dus ook nog niet mijn plannen klaar, maar ik ben er wel aan aan het werk. Dat betekent vooral dat ik aan het leren ben over hoe anonimiteit werkt, en hoe het níét werkt. Dat is niet simpel, en dat leer je niet van een blogstukje. Zeker niet als het mijn blogstukje zou moeten zijn!

Dus verdiep je in privacy. Ga op zoek naar hoe de moderne gecomputeriseerde wereld met de data die ze over je hamsteren op je in kan werken. Leer wat voor dingen je doet die die data over jou laat ontstaan. Kijk naar waar de bedrijven die je elke dag die data geeft hun geld vandaanhalen. Denk erover door, en laat je door mensen die er echt wat vanafweten voorlichten. Verdiep je er eens goed in. En hou de ontwikkelingen bij.

Ik begrijp de ironie dat ik dit op een website van Google, één van de grootste dataslurpers, schrijf. En dat er een Google Analytics regeltje in staat. En dat er nog veel meer troep meekomt. Daar heb ik goede redenen voor, die ik helaas niet meer kan veranderen. Maar het is ironisch, en het is jammer. Want ik gun het Google niet meer, sinds ze proberen om verhalen zoals de mijne weg te moffelen. Het is nu gewoon zo.

Er zijn heel veel mensen die denken dat ze niet de moeite waard zijn dan zij om te bespioneren en te manipuleren. Dat is een rare manier van zelfonderschatting. Er zijn veel mensen die achter je portemonnee, je stem of je invloed aanzitten Heel veel mensen, en dat zijn vaak dezelfde mensen als de vorige groep, denken dat ze het wel zullen doorzien als ze gemanipuleerd worden. Dat is een rare manier van zelfóverschatting. Reclame is een miljardenbusiness, en dat is niet omdat het niet werkt. En de beste propaganda werkt doordat je het zonder nadenken als een gegeven behandelt.

Net zo zullen er veel lezers zijn die beseffen dat het er allemaal wel ìs, maar dat zij er niet gevoelig voor zijn. Dat zij zich niet laten manipuleren, niet door reclame, niet door ideologische propaganda, niet door angstzaaierij, niet door moralisme, daar staan ze boven. Dat is een heel populaire manier van zelfoverschatting. Want kijk maareens hoeveel van de dingen die die mensen wèl accepteren, óók afkomstig zijn uit diezelfde kanalen. Maar dan in het smaakje van hun keus. Of meestal, het smaakje dat ze aangewend is.

Maar zelfs als je dat allemaal denkt, neem dan toch dit feit mee: anonimiteit op internet is een fabeltje. En iedereen die doet alsof het anonieme internet bestaat, is je aan het belazeren of snapt er helemaal niets van.

maandag 7 februari 2022

Preutshaar

Nederland verpreutst. De hele Westerse wereld verpreutst, maar Nederland is wel één van de ergere landen. Daar komt veel bij kijken, en dat verandert veel in de maatschappij. Nieteens alleen wat mensen seksueel doen, maar hoe ze zich in de rest van hun leven voelen omdat meer frustratie de norm wordt. Mensen worden gevoeliger, en er wordt meer chagrijnig tussen de vitrage door geloerd naar of de buurvrouw zich wel gedraagt.

Toen ik een meisje was, werden mensen die preuts deden uitgelachen. Zelfs in mijn dorp was dat doorgedrongen, en ik woonde in best een Bijbelvast en toch wel achterlijk dorp. Als er een te blote reclame in het bushokje hing, werd het glas ingeslagen en de poster eruit gescheurd. En toch werd je als je preuts was stiekem uitgelachen. Nu is dat heel anders, en wordt preutsheid bloedserieus genomen, en gerespekteerd.

Ik kan meer schrijven over de verpreutsing, en dat heb ik ookal eerder gedaan. Er is heel veel over te vertellen. Maar vandaag wil ik het hebben over een onderwerp wat daarbijhoort, en waar ik óók al eerder over heb geschreven. Schaamhaar. Want als de boel verpreutst, wordt schaamhaar weer een dingetje. En helaas niet op een manier die me erg bevalt, dus dat gaat wrijven.

Preutsheid en schaamhaar gaat samen op. In preutse tijden wordt er minder geschoren. Niet helemaal niet natuurlijk, want die zooi is voor veel mensen te irritant om te laten staan zelfs als de maatschappij druk op je zet, maar wel minder. En dan nieteens om te laten zien hoe onsexy je bent, maar juist als sexy en aantrekkelijk ding. Victoriaanse porno, uit de tijd dat vrouwen in hun onderjurken in bad gingen, en stoelen rokjes aankregen, zitten de pornomodellen wijdbeens een overwoekerd oerwoud te vertonen.

Mijn natuurlijke groeipatroon, de vlindervorm die een heel eind je liezen ingaat en een soort Ankh-symbool om je anus heen maakt, was toen ontzettend populair, omdat het voor de grofste bossen haar zorgt. Ik ben stikjaloers op meiden die licht schaamhaar in een driehoekje hebben groeien, en met vijf halen van het mesje een kale kut hebben. Ik ben serieus mijn bìllen aan het scheren.

Hoeren in die tijden schoren natuurlijk ook. Als je moet werken met je kut, is zo'n bos lastig. Dus ondanks de populaire smaken ging die er wel af. Om dan toch te voldoen aan de eisen van die tijd droegen ze schaampruikjes, "Merkins." Die hebben een hele lange geschiedenis. Op een duizenden jaren oude papyrus van het oude Egypte is een man te zien die bij een hoer een wip komt halen. Ze draagt een merkin. Pruiken waren onder de Egyptenaren de norm, en kennelijk ook voor je kut.

Je ziet in oplevende tijden van vrijheid dat in de kunst schaamhaar verdwijnt, en in de tijden van moeilijkheden en moralisme het schaamhaar weer op komt woekeren. Daar heb ik zelf me niet erg in verdiept, maar er zijn collegaatjes die in de geschiedenis zijn gedoken, èn ik heb een studente geschiedenis gehad die ik ooit geholpen heb, en die mij sindsdien ook graag wil helpen. Ik heb een supergoede hulpploeg.

Het patroon is duidelijk als je kijkt naar de kunst en de archeologische bronnen. Het is veel minder duidelijk als je gaat lezen in de boeken over seksualiteit door de eeuwen heen, want die zijn meestal geschreven door mensen met een hele sterke sociaalpolitieke insteek, die alles daarnaartoelezen. Dat is in alle menswetenschappen een enorm probleem, de mening van de onderzoeker, of wat die denkt dat de mening van zijn prof gaat zijn, klinkt veel harder dan de feiten. Als die er al zijn.

Want er zijn een boel overtuigingen die niets met feiten temaken hebben, en die ook ontzettend immuun tegen feiten zijn. Je kan bergen plaatjes vinden van geschoren mensen, man en vrouw, uit de geschiedenis, maar nòg wordt er door sommige moralisten beweerd dat voor de nineties niemand schoor. En dan wordt er wat gemompeld over dat die blote schaamstreken komen door "artistieke conventies" en dat soort onzin.

Maar ook over het heden horen we vooral onzin. Het verhaal dat iedereen kent is dat vrouwen scheren omdat mannen jong lekker vinden, en je er kinderlijk uitziet met een kale kut. Dus dat wij vrouwen weereens aan de bak moeten voor die veeleisende mannen. Wat hebben we toch een mannenmaatschappij, waar we zelfs niet onze natuurlijke zelf mogen zijn in onze onderbroek.

Dat is niet alleen onzin omdat het nergens op gebaseerd is. Het is ook in tegenspraak met wat we wèl wetenschappelijk hebben onderzocht. De vrouwen die namelijk het meest en het radikaalst ontharen zijn lesbiënnes, op de voet gevolgd door bi-vrouwen. Bi-mannen ontharen nog een stukje meer zelfs, homo-mannen iets minder, hetero-vrouwen nòg minder, en hetero-mannen het minst. Maar daar is het nog steeds iets van een kwart.

Hetero-vrouwen ontharen vooral als ze een nieuwe vrijer hebben die ze onder de indruk willen hebben, en dan gaan ze ook helemaal kaal. Als de vrijer minder spannend wordt, komt er haar terug. Mannen manscapen netzovaak als vrouwen, maar korten meer in dan ze weghalen. Ze zijn er zelfs meer tijd aan kwijt. Partners van mannen die graag haar op de kut hebben, onthaarden binnen significantie netzoveel als partners van mannen die liever kaal hebben. De mensen geloven maar wat dus.

En laten we het vooral niet over de seksuologen en hun prietpraat hebben, wat tegenwoordig voor "de wetenschap" over seks doorgaat. Er ìs wel wetenschap over seks, maar daar is nauwelijks interesse voor, en dat vind je vooral in medische wetenschappelijke publicaties, waar je zonder een gillend duur abonnement niet bijkan. Behalve als je sci-hub hebt gevonden. Seksuologen praten maar wat, en ze hebben heel zelden gelijk. En ze hebben bijna allemaal de neuzen in dezelfde richting.

Seksuologen aanbidden de clitoris, en staren zich blind op het orgasme als de ultieme essentie van seks. Verder kijken ze niet, en verder wìllen ze niet kijken. Voor de rest is het altijd raadselachtig waarom mensen die hun carrière maken van andere mensen lesgeven over seks, zo moeilijk, beperkt en preuts over seks zijn. Wat ze dus zelf niet als preuts of bekrompen zien.

Desondanks worden ze door de media, en dus door iedereen, behandeld alsof ze een diepgravende en feitelijke kennis hebben van seks in alle toonaarden. Even voor de duidelijkheid, dat hebben ze niet. Als ik luister naar seksuologen, dan hebben ze alleen een idee van seks in een heel klein gebiedje, als een schipper die rondjes maakt in de haven en zich een oceaankenner noemt. Maar daar komt een eigen stukje over, beloofd.

Over schaamhaar hoor ik vanuit de hoek van de seksuologen steeds meer en verschillende beweringen. Zoals dat schaamhaar een stootkussen is om je schaamstreek te beschermen tijdens het bonken. Of dat schaamhaar een natuurlijk glijmiddel is, zodat je makkelijker over elkaar heen glijdt. Of dat schaamhaar een soort vangnet is om bacteriën uit je kut te houden. En natuurlijk dat schaamhaar feromonen vasthoudt, en je zo aantrekkelijker maakt.

Maar ze gaan verder, en beweren dat kaal ongezond is. Natuurlijk dat ontharen de natuurlijke funktie van je schaamhaar tenietdoet, maar dus ook verdergaand. Bijvoorbeeld dat je door te ontharen je huid beschadigt, dat je door ontharen makkelijker SOA oploopt, en dat je door te ontharen je kut ongevoeliger maakt omdat die nu aan de elementen blootligt. Maar ook dat je door te ontharen jezelf objektificeert, pornificeert, en meewerkt aan het seksualiseren van kindertjes.

Dat klinkt als nogal wat, en het wordt met boter en suiker geslikt door de media, en dus door iedereen. Als je gaat kijken waar het vandaankomt, is het vooral te vinden in seksuologie-publikaties. Die hebben het onderzoek nooit zelf gedaan, want in die kringen wordt er heel erg weinig echt onderzoek gedaan, maar die halen andere onderzoekers aan. En dat slakkenspoor kan je volgen naar de bron om te zien wat ervan klopt.

En dat is meestal helemaal niets.

Dat schaamhaar een stootkussentje is, wordt ooit als ideetje naar voren geschoven in een Amerikaans opinie-artikel. Het is nergens op gebaseerd. Niemand heeft ooit onderzoek gedaan of het zo is. En dat is waarschijnlijk omdat ze ookwel kunnen zien dat het nergens op slaat. Voel maar eens hoe veerkrachtig die schaambos is, en dan snap je zelf hoeveel dat een enthousiast stotende man gaat dempen.

Met schaamhaar zou je beter glijen. Dat wordt dan ondersteund door een seksuoloog die reageert op een medisch artikel over dat schaamhaar je huid vochtiger houdt, en dat daarmee bacteriën een makkelijkere plek hebben. Zij gaat daar tegenin door te zeggen dat die vochtigheid zorgt voor gladder glijen. Ik denk dat iedereen die weleens afgeraspt is door een vent met een stugge bos haar kan vertellen hoe weinig daarvan klopt.

Als je glad wil glijden, is het juist fijner om helemaal geen haar tussen je lijven in te hebben. Glad op glad is toch het gladst. En dat wordt alleenmaar meer zo als er lichaamsvocht en glij bij komt kijken, want die vastgeplakte matten kunnen heel stroef worden. Iedereen met een beetje ervaring heeft dat weleens meegemaakt, en kan het zelf uitproberen. Maar weer, dat wordt niet gedaan in de seksuologie.

Het verhaal dat het een vangnet zou zijn om viezigheid uit je kut te houden, als een soort reling, is al helemaal idioot. Je kut is geen open put waar vanalles naartoeschuift over je huid, en je bos schaamhaar is al helemáál niet geschikt om wat dan ook af te vangen. Heb je weleens in je onderbroek gekeken en een rand van vuil, zand en ander drijfhout in je schaamhaar gevonden, zodat je dacht "poeh hee, blij dat dat niet mijn kut in is gevallen" ofzo? Nee, ik ook niet. Maar wel losse haren die je afgeruid hebt, wanneer je niet scheert. Die vindt je partner wel bij het beffen.

Wat betreft feromonen kan je heel veel theorie en heel veel onderzoek vinden. En als je dat leest, kom je erachter dat feromonen best belangrijk zijn bij seks. Tenminste, voor heel veel dieren dan. Bij mensen is het allemaal helemaal niet zo duidelijk. Of feromonen bij mensen zoden aan de dijk zetten is nog steeds niet duidelijk bewezen, en er wordt maar vanuitgegaan omdat het bij beesten zo belangrijk kan zijn.

Of schaamhaar feromonen vasthoudt weten we niet. Er is geen geslaagd onderzoek naar geweest. Of die feromonen door vastgehouden te worden door je schaamhaar nou meer of minder effektief zijn is ook onduidelijk. Feromonen die blijven hangen in je schaamhaar komen niet in een mannenneus. Wat je wel merkt met wat ervaring is dat schaamhaar inderdaad luchtjes vasthoudt, maar dan van zuur ballenzweet en pis. Ik heb nog nooit gehad dat ik gelukzalig aan een bos schaamhaar zat te snuffelen, en dat heb ik met nekken, ruggen en armen wel.

De verhalen over dat je zonder schaamhaar makkelijker SOA oploopt zijn ook al door de medische wetenschap ruimschoots afgemaakt. Ja, mensen zonder schaamhaar hebben vaker een SOA. Maar dat is omdat mensen zonder schaamhaar stukken meer seks hebben. Als je mensen met hetzelfde seksuele gedrag vergelijkt, verdwijnt het verschil als sneeuw voor de zon, en blijkt scheren je niet kwetsbaarder voor SOA te maken.

Het grote voorbeeld wat nogsteeds populair is bij vooral seksuologen is dat geschoren mensen kwetsbaarder zouden zijn voor de onschuldige SOA molluscum contagiosum. Dat kwam namelijk uit een onderzoek een aantal jaar geleden. Intussen is daar groter en grondiger onderzoek naar gedaan, en al die nieuwe onderzoeken vinden er niets van terug dat je er zonder schaamhaar kwetsbaarder voor zou zijn dan mèt. Er wordt wel voorzichtig opgemerkt dat je het bij harige mensen minder makkelijk zíét, en dat daar het verschil in het eerste onderzoek vandaan kan komen.

Van schaamhaar weghalen word je niet makkelijker ziek. Sterker nog, er zijn dingen die je alleenmaar mèt schaamhaar kan krijgen, zoals schaamluis. Die was in de nineties zo'n beetje uitgestorven, maar komt weer opgerukt nu schaamhaar weer in is. En zoals wel vaker, tegenwoordig zijn er soorten schaamluis die resistent zijn tegen de shampoos en medicijnen om er vanaf te komen. Meiden die in het buitenland, vooral Azië, werken, hebben daar nare verhalen over.

Het verhaal dat je door te scheren het seksualiseren van kinderen normaliseert is ook hele rare onzin. Het wordt vooral gebruikt om een soort guilt by association op te wekken tussen mensen die niets hebben met schaamhaar, en pedofielen. Het idee is, en dat wordt ook heel vaak herhaald, dat een geschoren kut een kinderkutje is. Want kennelijk kunnen mensen alleen aan de bos haar het verschil zien.

Dat slaat natuurlijk nergens op. Je bent niet kinderlijk met een geschoren kut, netzoals een man geen kindje lijkt als hij zijn baard afscheert. Een vrouwenkut herken je makkelijk, niet alleenmaar aan het haar. De verbinding tussen kaal en kinderlijk moet erin worden gewreven, want er zullen weinig mensen zijn die hem zelf zouden hebben gelegd zonder al dat gedram in de media.

Er wordt heel veel gezocht naar het nut van schaamhaar. En veel van die gezochte gedachtengangen komen erop neer dat we door de evolutie zijn gevormd, dat de evolutie ons schaamhaar heeft gegeven, en dat de evolutie daar dus een goede reden voor moet hebben gehad, en dat het dus nuttig is. Het is nuttig omdat het er is, dus. Terwijl je niet aan de evolutieleer hoeft te twijfelen om te erkennen dat de evolutie ook veel steken laat vallen, en veel losse flodders schiet.

Alles wat er aan evolutionistische achtergrond voor schaamhaar is bedacht, is puur gokwerk. Dat geldt trouwens voor héél veel in die soort gedachtes, waar mensen proberen een evolutionaire reden te bedenken voor een eigenschap van een organisme. Het is niet na te gaan, er is geen wetenschap aan te bedrijven, maar de vraag "waarom" is gewoon te aantrekkelijk om het niet toch te proberen. En meestal wordt dat terugredeneren vanuit een conclusie die je toch al wou trekken.

Maar als we toch met de "waarom"-vraag bezigzijn, is het wel interessant om te kijken waarom de preutse groepen zo tegen ontharen zijn. Dat kunnen we wèl nazoeken, zelfs als die groepen met onzinverhalen komen om te verstoppen wat hun echte motivaties zijn. Erachterkomen wat mensen stiekem seksueel voelen en willen, dat is een groot stuk van het prostitutiewerk, dus dat lukt bestwel goed.

Het ligt dicht onder de oppervlakte. Het probleem dat die mensen hebben met ontharen, is dat je ontharen een ding is wat je expliciet doet om jezelf er tijdens seks frisser op te maken. Het gaat om je naakte lijf, het is iets wat onder je kleren gebeurt. Je erkent dan ergens voor jezelf dat je jezelf klaarmaakt voor naakte interakties met andere mensen, en voor preutse mensen is dat automatisch seks. Je bent dus met seks bezig, en dat is eng.

Daar komt meer bij kijken, zoals een bijna paniekerige reaktie op dat jezelf opknappen altijd iets met competitie temaken heeft. Je wil goed afsteken, en de gedachte dat je seksueel niet goed afsteekt als je niet meedoet met jezelf aantrekkelijk maken voelt dwingend voor die mensen. "Ik wil niet moeten!" is de paniekerige gedachte die je telkens terug hoort komen. Want seksuele druk is verkeerd, vinden ze. Heel onvolwassen.

In hun ideale wereld doen ze helemaal niets om zich lekkerder te maken voor seks, en komt er dan uit het niets een partner op ze af die ze enorm respekteert voor die weigering om zich lekkerder te maken, en helemaal wild geil wordt van hun ongeïnteresseerde seksuele houding. Passiviteit is troef, behalve als het aankomt op de uitvoering van de seks zelf, want dat moet in overleg. Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Ergens wordt zo'n bos schaamhaar ook gezien als je allerlaatste schaamlap, alsof je in ieder geval nog met je schaamhaar je kut verbergt. Veel van die mensen zeggen het ook zelf, zonder schaamhaar ben je "zo bloot" en daar zijn ze niet mee op hun gemak. En op de één of andere manier is het dan beter om je achter die harige schaamlap te verbergen, dan om te leren omgaan met je lijf en met je naaktheid.

Ooit had een vriendin van me eens voor het eerst haar kut geschoren. Ze had er een ingewikkelde reden bij verzonnen, die met haar badpak temaken had, want stel je voor dat je gewoon nieuwsgierig zou zijn naar hoe het is om je schaamhaar weg te doen. Toen ze zichzelf geschoren zag, schoot ze in de stress omdat haar kut niet langer een plekje was waarvan ze wel wist dat het er zat, maar wat ze niet kon zien, en waarvan ze kon doen alsof het er meestal gewoon niet was.

Denk alleen niet dat het erom gaat dat mensen in preutse tijden meer schaamhaar telen om een potje preuts mee te zijn. Mensen géílen ook veelmeer op schaamhaar in preutse tijden. Hoe meer schaamhaar de norm is, hoe meer erop gegeild wordt. En dat merk je, vooral in de porno. Daar komt het het eerst weer op. Je zag twintig jaar geleden vooral kale kutten, tegenwoordig zie je naast de landingsbaantjes en slettenstreepjes ook steeds meer hele driehoeken en gewoon wildgroei.

Vaak denken mensen dat die meiden zich aanpassen aan wat de klanten willen. Dat is flauwekul natuurlijk, als je even nadenkt. Er is altijd veel variatie geweest in de porno. Er zijn heel weinig porno-actrices die aan markt-analyse doen. Porno is veel meer kunst, en veel meer persoonlijke uiting, dan mensen denken. Porno-actrices laten zich zien zoals ze graag gezien worden.

Ik heb zelf nooit aan porno gedaan, ik kijk het alleen. Ik heb in mijn hulpploeg wel meiden die aan porno hebben gedaan, maar dat is een kleine minderheid. Echt goed kijk erop, dat heb ik niet. De paar meiden die een antwoord voor me hadden over waarom er meer haar in de porno is, gaan er vooral over dat porno-actrices véél minder ketsen dan hoeren, en het dus minder dwarszit. Daarnaast gaat porno om wat je te zien geeft, niet om hoe het ruikt, voelt of wèrkt.

Maar vooral gaat het erom dat meiden die in de porno werken, het leuk vinden om in de pornofilms te worden gezien. Ze willen zich als hun star-persona profileren. Ze willen eruitzien zoals ze bekeken willen worden. Er zit veel exhibitionisme in de porno, want voor het geld moet je het echt niet willen. Porno betaalt slecht, de beste manier om er rijk van te worden is door je porno-roem om te zetten in een bloeiende escort-praktijk.

Porno is kunst. Dat krijgt nogweleens een eigen stukje, maar wat voor dit stukje belangrijk is, is dat zo'n porno-actrice meestal niet kiest vanwege praktische redenen in de beurt zelf. Ze is een kunstwerk aan het maken, ze is een image aan het neerzetten, en als ze vindt dat dat het beste werkt met schaamhaar, dan laat ze dat lekker groeien. En wat de kijker vindt, daar hebben de meeste porno-actrices eigenlijk schijt aan. Het is hun kunst, hun uitingsvorm.

Neem alles wat ik over de porno schrijf vooral met een korrel zout, want ik heb er dus geen ervaring mee. Ik praat alleenmaar meiden na die er wèl ervaring mee hebben.

Er zijn nu vastwel wat lezers die denken: "Hee Zondares, als dat zou kloppen, hoe zit het dan met de Seksuele Revolutie, de vrije jaren zestig en zeventig, toen we seksueel vrijer waren dan ooit, en toch iedereen enorme gorillabossen had staan?" En dat is een vraag die ik ook heb gesteld. Ik was er in die tijd nog niet, dus ik heb daar eens wat over rondgevraagd bij de oudjes uit het vak, die toen aktief waren.

Zoals wel vaker bleek die seksuele revolutie helemaal niet zo klip en klaar. Er werd anders over seks gepraat, en mensen hadden nieuwe en moderne manieren om zichzelf aan te praten dat ze mochten seksen, maar het was allemaal nietzo anders dan in veel tijden vóór de seksuele revolutie. Het was vooral de babyboom-mensen die zich afzetten tegen de normen en waarden van hun ouders. En de babyboomers hebben een enorm stempel gezet op onze samenleving. Doen ze nog steeds. Dus toen de babyboomers seksueel ontwaakten, werd dat "de" seksuele revolutie. Ookal heeft elke generatie wel zo'n moment.

Waar ze bijvoorbeeld heel hard mee rebelleerden, was met de esthetiek van de jaren zestig. Hun ouders waren bezig met alles netjes en gekleed te houden, en netjes gekapt. De rebellerende jongeren lieten hun haar groeien, en droegen wilde kleren met schreeuwerige opdruk. Harig was rebels, en harig was dus ook een teken dat je seksueel uit de band sprong. Maar hoeren schoren toen ook nog vaak, want sommige dingen veranderen niet met de mode.

Voor ik me nou wéér laat afleiden door bij-dingetjes, weer terug naar wat er nou in dit stukje eigenlijk gezegd moet worden. En dat is dat het me niets bevalt dat schaamhaar weer oprukt, samen met de preutsheid. Ik zie het gebeuren, en ookal ga ik er niets aan kunnen veranderen, ik moet er toch wat over kwijt. Want ik laat iedereen in zijn waarde, iedereen moet zijn eigen smaken en stijl hebben, maar ik heb die dus ook.

Dan word ik een beetje zuur als ik hoor dat kaal zijn geen "echte vrouw" zijn is, een kale kut betekent dat je een schuchter meisje bent dat zich laat koeioneren, dan ben je een pick-me, een onderdanig kind, ouderwets man-ondergeschikt, letting the side down, fashion victim, porno-geleid, misleid dom mannenspeeltje zonder trots. En dan zeiken de schaamhaarevangelisten ooknog over dat het zo'n eenzame onderneming is om je schaamhaar te verwaarlozen. Ga toch weg.

Schaamhaar is voor mensen die zich schamen. Hoe opgelatener mensen zijn over seks, hun lijf, of hun seksualiteit, hoe negatiever ze doen over andere mensen die het wèl weghalen. Daar hoeven ze nieteens een seksuele hervormer voor te zijn, met de moralistische ideeën over het "verheffen" van de seksualiteit van de mensen, en het proberen te veranderen van "de lustbalans" en de normen en waarden die iedereen anders heeft als het om seks gaat. Daar zit weinig bevrijding in, en veel verpreutsing.

Ik heb de laatste tijd meer mannen die zeuren dat ik mijn schaamhaar moet laten staan dan tien of meer jaar geleden. Er is meer vraag naar, en ik vind het irritant. Nieteens omdat ze het wìllen, want smaken verschillen nou eenmaal, maar vooral vanwege de manier waarop ze erover praten. Het is veel te vaak ingepakt in een neerbuigend verhaaltje over dat ik me niet zo moet laten piepelen door de eisen van de porno-kut. Dat gaat schuren.

Toen ik daarover zuchtte bij mijn hulpploeg, kreeg ik van een roodharige collega te horen dat ik niet moest zeiken. Zij zou ook liever scheren, maar er zijn veelteveel mannen die een roodharige willen "controleren" of ze wel "echt" is door te kijken naar haar schaamhaar. Een echte roodharige heeft een fire crack vinden die mannen, en ze krijgt er zoveel gezeur over dat ze het maar opgegeven heeft, en een slettenstreepje laat staan.

Ik bleek dus niet de enige te zijn die gallisch werd van die schaamhaarzeikerds die de hele tijd proberen om je aan te praten dat je hun gekke ideeën over wat schaamhaar scheren "eigenlijk" is, moet overnemen. Ik bleek nieteens zo hard de volle laag te krijgen als andere collega's, en ik was het al goed beu. Elke keer als ik weer zo'n lulverhaal moet aanhoren, moet ik op mijn lip bijten om niet in diskussie te gaan. Dat zou alleenmaar meer frustratie geven.

Het was fijn om samen over dezelfde dingen te klagen, en me echt begrépen te voelen. Want uiteindelijk bleken we het zo'n beetje allemaal wel eens te zijn. Het is toch lastig om over zoiets lulligs als hoe kort je je schaamhaar houdt de hele tijd beoordeeld te worden, en dat allemaal motivaties bij je bedacht worden. Het is veel leuker om zelf eens een oordeel te hebben, ookal hoeft niemand zich daar wat van aan te trekken.

Want weet je, ik heb wel geleerd dat ik wat kan zien aan hoe iemand zijn schaamhaar heeft. Als een man scheert, of het in ieder geval goed bijhoudt, heb ik temaken met een vent die minder bekrompen en meer seksueel ontwikkeld is dan een man die het wild laat groeien. Mannen die kaler zijn, staan meer open voor spannende, kinky, afwijkende of gewoon avontuurlijke seks.

Geschoren vrouwen vind ik vrouwelijker, geschoren mannen vind ik mannelijker. Zo ziet het er gewoon voor me uit. Glad is verzorgder, glad is aaibaarder, glad is schoner, glad ruikt beter, glad staat brutaler en ruiger, glad is geen preutse verstopperij. Gladgeschoren is klaar voor aktie, gladgeschoren is onbeschaamd voorbereid op seks. En wie aan mijn kop komt zeiken over dat ik mijn kokosmat moet laten staan, die scheert zich maar gauw weg!

maandag 20 december 2021

De veiligheid van een vergunning

Ik wou mijn kerststukje deze week plaatsen, maar mijn stukje van vorige week was niet doorgekomen, dus moet die nu maar. Fijne Kerst iedereen! Ik ben er in Januari weer.

Er wordt heel wat geruzied in de samenleving als het over prostitutie gaat. Vooral tussen de moralisten aan de ene kant, en de hoeren aan de andere kant. Wetenschappers kiezen meestal onze kant, al doen ze dat aarzelend, mensen in de overheid kiezen meestal de moralistische kant, al doen die dat soms ook aarzelend. Wel een verhouding die aangeeft dat we gewoon gelijkhebben, maar niet een verhouding die betekent dat we een schijn van kans maken om onze zin te krijgen.

We ruziën over heel veel. Over wat het werk nou inhoudt, over wat ons motiveert, over wat het beste voor ons zou zijn, over wat ons allemaal overkomt, over wat het werk met ons doet, over wie onze vrienden zijn, ga maar door. Ik heb hier een hele lijst van dat soort onderwerpen. Maar de moralisten, de overheid, de wetenschappers, en zelfs de hoerenclubs zijn het over één ding eens: vergunningen maken het werk veiliger.

Luister maareens naar al die discussies over onvergund werken. Luister ook naar discussies over heel andere dingen die met prostitutie te maken hebben. Telkens wordt erbij gesleept, en gek genoeg vooràl door de hoerenorganisaties en de meiden die op TV komen zelf, dat we zonder vergunningen in een gevaarlijke situatie terechtkomen, dus dat er meer vergunningen moeten komen.

In principe bestaat er nog geen vergunningplicht voor hoeren. Dat proberen ze sinds het jaar 2000 al te regelen, maar het gebeurt maar niet omdat het telkens bij een enorme draak van een wet hoort die het niet door de Eerste Kamer heen redt. Dat houdt gemeentes niet tegen om ons te behandelen alsof die vergunningen wèl verplicht zijn, en ons bestuurlijk te straffen als we die niet hebben.

Nadat de WRP in de Eerste Kamer was gesneuveld, is de WRS in de steigers gezet. Een hélemaal andere wet, die een verknipte versie is van het Duitse ProstSchG. Daar kun je hier alles over lezen. Voor dit stukje is het vooral belangrijk dat hij een strak keurslijf van vergunningen verplichtstelt. Dat wetsvoorstel ligt nu al een goed jaar stil, omdat hij controversieel is verklaard.

Dat controversieelverklaren is trouwens niet omdat die wet echt controversieel zou zijn. Hij wordt nog net niet door alle partijen met palmbladeren voor de hoeven van zijn ezel gevlijd. De reden om hem controversieel te verklaren was dat de CU hem héél graag erdoor wil hebben, en je bij nieuwe formatiegesprekken de CU kunt kopen door ze die vette kluif voor hun neus te bungelen. Het nieuwe kabinet belooft dus niets goeds.

Er bestaan vergunde bedrijven. Bij bijna allemaal gaat het dan om bedrijven die bestonden toen het bordeelverbod nog niet war opgeheven, en ze onder een gedoogbeleid vielen. Door een "behoudsconstructie historische rechten," ookwel een "grandfather clause," hebben de penozetenten uit die tijd dus een vergunning. Het is bijna onmogelijk om een vergunning te krijgen als je die niet erft uit de tijd van het bordeelverbod.

Het kòn wel. Vooral in het begin, toen de gemeentes nog niet alle achterdeurtjes hadden dichtgetimmerd, en je stilletjes de juiste formulieren kon inleveren zonder slapende honden wakker te maken. Zo ben ik ook aan mijn vergunning gekomen. Daar kon ik hulp bij krijgen. Diezelfde helper heeft het al jaren opgegeven om het nogeens te doen, want al die routes zijn nu potdicht. Gemeentes zijn bereid om heelwat werk te doen om hoeren dwars te kunnen zitten.

Ik heb jaren gewerkt met vergunning. Nog net niet tientallèn, maar wèl meer dan tien jaar. Daarvoor werkte ik bij vergunde èn onvergunde bedrijven, of in mijn eentje onvergund. Sinds mijn vergunning is afgepakt voor een nog flauwere technikaliteit dan die ik gebruikte om er eentje te krijgen, werk ik weer onvergund. Of zoals je dat tegenwoordig noemt, "illegaal." Ik heb het allemaal van binnen en van buiten gezien dus. En ik ben ermee bézig geweest.

Dus ik ben niet zomaar iemand die wat roept. En ik heb wel wat te roepen over dit onderwerp, en dan vooràl naar de hoerenclubs en mijn collega's. Want die praten mee met het onzinverhaaltje dat vergunnen zo nodig en zo goed is voor ons. Want dat is het dus eigenlijk helemaal niet. Zeggen dat je vergund moet worden omdat onvergund werken zo fout en gevaarlijk is, slaat nergens op.

Want dat frame dat "illegaal" en "onvergund" op één hoop gooit met angst, ellende, geweld, dwang, wanhoop, onveiligheid, wantoestanden en mensenhandel is gewoon onzin gebouwd op meer onzin. We moeten ècht ophouden met meedoen aan dat frame. We moeten ophouden met dat eindeloze pleiten om iedereen een vergunning te gunnen, en eens aan gaan wijzen dat vergunnen helemaal niet gepast of nuttig is!

Dat we de hoerenclubs vooral horen pleiten voor vergunningen is voor een belangrijk stuk doordat die clubs vooral meiden uit de vergunde sektor aantrekken. Onvergunde meiden moeten zich niet in de kijker van de overheid spelen natuurlijk. Je hoort dus bij hoerenclubs vooral de stemmen van meiden die nog nooit hun neus in de onvergunde delen van de branche hebben gestoken, en daarover vooral horen via de pers en de hijgverhalen die ze van "partners" horen.

Als je die meiden hoort praten over de onvergunde wereld, waar ze toe veroordeeld gaan zijn als de duimschroeven weer een tandje verder dichtgedraaid worden, is het alsof ze denken dat ze dan van hun realistische hoerenwereld die ze kennen, zullen worden overgezet naar de onzinnige fantasiewereld die de moralisten over prostitutie hebben. Pak mijn vergunning af, en ik val in handen van pooiers, kwaadaardige klanten en mensenhandelaren!

Ik heb aleens uitgelegd dat werken zonder vergunning je eerder mìnder aantrekkelijk maakt voor pooiers dan mèt, en dat je meer aan een pooier hebt als je onvergund werkt omdat je hem dan als schild kan gebruiken, zodat een vergunningplicht opleggen eerder misstanden in de hand werkt dan oplost of voorkomt. Maar èìgenlijk is dat verschil bestwel klein. Zo klein dat je kan zeggen dat het er nauwelijks toe doet, dat het niet significant is.

Eigenlijk vind ik het fijn om nu illegaal te werken. Ja, het is jammer dat ik niet meer in mijn bedrijfje kan investeren zonderdat het een enorm risiko is, en ik dus mijn werkflatje niet meer kan gebruiken, en ik op moet passen voor razzia's. Maar tegelijk merk ik sinds mijn vergunning is afgepakt, hoeveel ik op eieren liep om die vergunning maar te houden. En dat is ook geen leven.

Zo'n vergunning beschermt je niet tegen misstanden. Hij beschermt je niet tegen pooiers, want die kan het níéts schelen of je vergund bent of niet. Die hebben liever vergunde meiden zelfs, omdat die minder hard gerazzia'd worden. Hij beschermt je ook niet tegen foute klanten, die immers geen idee hebben wie illegaal is en wie niet. Dat kan met de WRS wel anders worden trouwens, en dat foute mannen kunnen nagaan wie er kwetsbaar is voor chantage is één van de vele nadelen van die wet.

Het énige, echt het énige waar een vergunning je tegen beschermt, is de overheid zèlf. Als je vergund bent, kan je immers niet meer gepakt worden op dat je onvergund werkt. Maar voor de rest kunnen ze alle voorwaardes die ze willen aan je vergunning hangen, en je op alle andere manieren waar de vergunning niet tegen dekt je wèl verneuken. En dat hebben we de afgelopen twintig jaar wel gevoeld ook.

Als er geen vergunningen waren, zouden we ze niet missen. Als er geen vergunningplicht bestond, was het enige verschil dat het probleem van de vergunningplicht, die niemand beter maakt maar hoeren wel slechter, niet bestond. De vergunning is de oplossing voor het probleem van de vergunning, niets meer en niets minder. En een vergunningplicht is niet zomaar een probleem op zich, het maakt ook andere problemen.

Want als er een vergunningplicht is, en je bent onvergund, dan kijken mensen niet naar je als iemand die om een burokratisch dingetje wordt gestraft. Dan ben je iemand die te fout of te belazerd is om zelfs maar een vergunning aan te vragen. Dan zal je wel niet veel goeds in de zin hebben gehad. Het bestaan van een vergunningplicht geeft de mensen ooknog het idee dat er wel een goede reden voor die vergunningplicht zal zijn. En maakt ze dus onvriendelijker naar onvergunde meiden toe.

Een vergunning is schijnveiligheid, en vergunningplicht is een groot probleem. Zowel vanwege de sancties die de overheid eraan gaat hangen, die nooit lichter worden en àltijd zwaarder, als vanwege weer verder afbrokkelend draagvlak in de samenleving. Want vergis je niet, als de verguningplicht eindelijk officiëel wordt, verandert er niets voor de meiden die vergund werken. Voor de rest van ons komt er alleenmaar meer repressie en mishandeling.

De meiden die al een vergunning hebben, halen daar vaak hun schouders over op. Wat kan die illegale groep hen schelen? Maar elke vergunningregulering die tot nu toe is bedacht, heeft regels erin zitten die het héél makkelijk maken om die duimschroeven verder dicht te draaien. Of dat nou inhoudt dat jij steeds meer verplichtingen hebt, dat jij je steeds kwetsbaarder moet maken, of dat ze je je vergunning af kunnen nemen. Waar je staat brokkelt af.

Als je denkt dat dit samenzweringstheorietjes zijn, dan moet je maareens kijken naar wat de ministers van Veiligheid en Justitie de afgelopen jaren over deze wetsvoorstellen hebben gezegd. Dan zie je dit helemaal terug. Ik heb hier niets gezegd wat ze niet gewoon zelf hebben toegegeven, of zelfs gewoon trots hebben gezegd. Kijk maar naar wat de memories van toelichting allemaal kraaien. Dit is geen bijverschijnsel, het is de bedoeling.

Dus stop met pleiten voor vergunningen, stommelingen! Je graaft je eigen graf! En het mijne ook, en daar zit ik niet op te wachten. Ik zie bij de hoerenbelangenclubs altijd veel te weinig inzicht in wat de wetten en regels inhouden die er zijn, laat staan wat nieuwe wetten zouden gaan doen. Ga praten met juristen, en laat je voorlichten. Vergunningen zijn geen reddingsboei, ze zijn een steen om je nek.

maandag 6 december 2021

Het nut van slechte neukertjes

Je hebt liefdes, je hebt vriendjes, je hebt klanten, je hebt stoeimaatjes of fuck buddies, je hebt one night stands, je hebt mannen waar je wat van wil en waar je de maitresse voor bent, en je hebt neukertjes. En misschien nog wel meer soorten ook. Allemaal mannen waar je mee ketst, en allemaal heel verschillende rollen in je leven. Zoals ik al eerder ergens schreef, je kan een hele harem van mannen aanleggen over de jaren, om al die verschillende rollen in te vullen.

Ik heb niet zo'n grote harem. Ik ben daar niet handig genoeg voor, en ik laat mannen veeltemakkelijk te dichtbij komen. Met klanten gaat het goed, met de mannen waar ik wat van moet ooknogwel, maar als het om mannen in mijn persoonlijke leven gaat, waar die discipline van de hoererij niet meetelt, dan gaat het bij mij de hele tijd mis. Ik word plakkerig en onzeker, en ik heb het niet meer naar mijn zin.

Afentoe date ik wel. Ik heb ook een relatieleven. Daar schrijf ik alleen heel weinig over, en soms denk ik weleens dat ik daarmee een verkeerd beeld neerzet. Het beeld wat we allemaal wel kennen van de hoer die zoveel klanten te neuken heeft, dat ze geen behoefte meer heeft aan seks, of aan een man. Of aan liefde of genegenheid. Ik ken wel meiden die geen tijd over hebben voor een eigen relatieleven, maar behoefte hebben we allemaal. We zijn toch mensen hè?

Ik bespreek de mannen in mijn leven wel met de meiden uit mijn hulpploeg. Alleen met de meiden, want met kerels kan je er toch niet op dezelfde manier over praten, en ook alleen met de meiden die hoeren of hebben gehoerd. Want die snappen meer van wat me dwarszit. En hebben vaak best goed advies, dat ik om de één of andere reden altijd in de wind sla, terwijl ik daar achteraf spijt van heb.

Ookal heb ik niet zo'n harem als veel meiden uit mijn hulpploeg, ik heb wel een hele lange telefoonlijst. Omdat ik telkens er niet in slaag om die mannen tot een vaste neuker of vaste vriend ofzoiets te maken, en het telkens weer probeer omdat ik een plekje open heb, wordt die lijst maar langer. Meiden die goed zijn in dat relatiegedoe, hebben al snel hun harem vol, en halen er alleen iemand bij als ze zin hebben in wat nieuws.

Je ziet wel dat meiden die goed zijn in mannen africhten, kortere lijstjes hebben. Die kunnen ook een man waar ze geen aansluiting mee hebben wel tot iets moois maken. Meiden die dat minder kunnen, moeten telkens opzoek naar een nieuwe. Dat is trouwens ook zo voor meiden die wel mannen kunnen boetseren en betoveren, maar er vervolgens telkens een boeltje van maken omdat ze zich niet kunnen beheersen en alles veelte ingewikkeld maken.

Hoeren hebben bij hun burgervriendinnen meestal nietzoveel te zoeken als ze het over hun relatieleven willen hebben. Burgervriendinnen weten meestal niet wat je voor werk doet, en gaan ervanuit dat jouw referentiekader hetzelfde is als dat van hen. Je zit op twee heel verschillende nivo's te praten. Soms voel je je als een viroloog op een verjaardag waar iedereen het over Corona heeft.

Dus we praten maar met collega's, niet alleen over onze klanten maar ook over ons relatieleven, omdat we dat allebei nergens anders kwijtkunnen. Echt nergens anders, zelfs een collega die stript naast het hoeren vertelt dat ze zich niet kwijtkan bij haar mede-strippers die niet hoeren. En daarvan zou je toch verwachten dat ze wel wat opener zijn en wat breder kunnen kijken. Maar kennelijk is onze beleving gewoon te anders, en te specialistisch.

Nouja, ik heb daar dus aleens over geschreven. Er wordt dus ook op de chat van mijn hulpploeg veel over vriendjes en avontuurtjes geklept, en we maken het er heel gezellig als we niet bezigzijn met mijn blog. Als je mee wil leven met de seks-avontuurtjes van een ander kan je volgens mij niet beter terecht dan bij mijn collegaatjes, want we zijn er goed in en we zijn er niet verlegen over. Behalve ik dan, merk ik dan wel.

Ik ben wel jaloers op hoe brutaal sommige meiden uit mijn hulpploeg kunnen zijn. Hoe exhibitionistisch en hoe ongevoelig voor sociaal risico ze zijn, hoeveel zelfvertrouwen ze hebben en hoeveel plezier ze erin hebben en houden. Ik heb toch altijd de neiging om dingen klein en intiem te maken, en dat voelt kwetsbaar om dan zo enthousiast over te praten. Dat is eigenlijk dom, dat kan ik ook wel zien, maar ik laat me toch teveel door mijn romantische gevoelens besturen.

Sommige meiden hebben me wel kritiek gegeven dat ik op mijn blog te weinig over dates en vriendjes schrijf. Daarmee zou ik immers wel meer over mijn eigen seksleven laten zien, en dat zou mensen een eerlijker beeld geven van hoe ik leef. Dat is ookwel zo. Ik heb er wel vragen over gekregen waarom, want de meeste collegaatjes zouden het niet zo'n probleem vinden, maar ik denk dat dat gewoon komt door hoe ik ben, èn hoe ik wèrk.

Maar goed. Ik zat dus met een pilsje op de bank, terwijl mijn huisgenootje TV zat te kijken, met mijn laptop op de armleuning te lezen in de chat van mijn hulpploeg. Ik had een lange dag gehad, en ik zou pas de volgende dag weereens een klant onder handen nemen. Ik had wel behoefte aan een goed verhaal over de avonturen van mijn collega's, anders zou ik toch alleenmaar uit frustratie gaan vreten.

Een collegaatje vertelde dat ze een vriendje had met voorkeuren waar ze weinig ervaring mee had, en die ze graag over zijn onervarenheid heen wou helpen. Maarja, als je zelf niet erg ervaren bent, kan je makkelijk net de verkeerde noot aanslaan, en dan kruipt zo'n man als een slak in zijn schelp. Dus ze kreeg van alle kanten het advies om het eerst eens te proberen met een wegwerp-neukertje.

Neukertjes zijn mannen die je niet hebt voor de romantiek, of omdat ze leuke stoeimaatjes zijn, of omdat ze vrienden zijn waar je ookwel mee neukt, maar mannen waar je alléén mee neukt, en verder niet. Het belangrijkste om te zien of een man een neukertje is, is kijken of je relatie met hem om de seks gaat, en of die nou echt zou veranderen als je àlles behalve de seks weg zou doen.

Als je relatie met zo'n vent netzogoed zou blijven gaan als je hem alleen opbelt voor een beurt, en hem daarna het huis uit pleurt omdat je andere dingen moet doen, dan heb je een neukertje te pakken. Het klinkt heel plat, maar het kan een heel waardevolle en gekoesterde aanvulling aan je harem zijn. Seks zonder gedoe eromheen heb je soms gewoon nodig. Dat is immers ook waarvoor veel mannen naar de hoeren gaan.

Goede neukertjes zijn zeldzaam. Vooral omdat de meeste mannen nietzoveel presteren in bed. Al heel snel schuif je je definitie op naar een man die goed kan gaan wòrden in bed. Als je niet in een neukertje bereid bent te investeren, is het heel moeilijk om per ongeluk een vent te vinden die goed genoeg is in bed om als neukertje interessant te zijn en te blijven. Vooral als je ervaren bent.

Er zijn nietzoveel mannen die echt willen leren. Ja, de meeste kan je wel hard genoeg duwen om te zorgen dat ze nèt wat anders doen dan ze gewend zijn, of meestal nèt iets meer ernáást, maar echt hun seksualiteit op de schop nemen doen er maar heel weinig. Dus mannen waarvan je eerst dacht dat het prima neukertjes konden worden, stellen je vaak toch teleur, en dan houdt het op.

Je ziet dan meteen heel duidelijk het verschil tussen de meiden die gewoon leuk met zo'n vent willen spelen, en het liefst zouden hebben dat alles vanzelf gaat, die een lange lijst mislukkingen hebben staan en nog steeds geen vaste neukertjes, en de meiden die het geweldig vinden om een man te manipuleren en te verleiden, en het liefst tot voorbij waar hij zelf heen zou gaan. Die laatsten hebben altijd véél meer succes.

Wat ik ook heel duidelijk heb gezien, is dat als je een neukertje wil omdat je geen tijd hebt voor een vriendje of een friend with benefits, het heel lastig is. Neukertjes moet je meestal máken, en als je te hongerig bent naar seks of mannen, wordt het moeilijk om je afstand goed te houden. Als je de vent al niet afschrikt, kom je vaak toch in een te intieme relatie terecht. Waar je dus geen tijd voor had.

Maar even terug. De collega kreeg dus te horen dat ze een wegwerp-neukertje moest proberen om haar nieuwe kunsten op te leren. Ik dacht eerst dat ze het hadden over een vent ergens oppikken, maar dat was het dus niet. Het ging er nou juist om, dat ze in haar oude telefoonlijst ging zoeken naar een oud neukertje die al afgekeurd was. Daar kon ze dan de kunst op leren, zodat ze met vertrouwen met haar vriendje kon beginnen.

Wat langzaam doordrong bij mij, was dat het er niet om ging dat ze zo'n man al kende, of dat zo'n man al voorbereid was, of dat ze vantevoren al een ex-neukertje uit kon zoeken die goed bij de kink paste, maar dat het er juist om ging dat ze hem al afgeschreven had. Met een man waar je een waardevolle relatie mee hebt, of denkt te gaan opbouwen, doe je sommige dingen gewoon niet.

Dat gaat er natuurlijk niet per sé om dat je hem onrecht aandoet. Al ben je wel een stuk genuanceerder over wat iemand onrecht aandoen ìs, als je hem niet meer ziet als iemand die deel uitmaakt van je leven. Je denkt alleen niet er telkens over na of wat je doet zijn beeld van jou gaat verprutsen. Dat is immers niet belangrijk meer. Hij heeft afgedaan, hij is een afgekeurd neukertje.

En soms is het nog verrassend leuk ook. Dan heeft hij onverwachte talenten, of is hij in de tussentijd opgegroeid. Goed, daar zijn heel weinig verhalen over, maar het komt wel voor en je kan geluk hebben. Of is het voor het experimenteren wat je doet nietzo belangrijk dat de man er wat van kan of lekker is, en je zelf gewoon lekker iets nieuws kan ontdekken wat onverwacht waardevol voor je is. Dat komt veel vaker voor.

Ik las dat verhaal van die meid, die er duidelijk resultaat van had, en ik bedacht me dat er heelwat dingen zijn die W aan me aangeraden had, die ik niet durf of kan met mannen waar ik waarde in zie. Ze heeft me technieken van verleiding aangeraden die ik helemaal niet kàn, en waar ik de eerste paar keer echt heel slecht in ga zijn. Dat kan ik bij klanten niet maken, en dat zou ik afgrijselijk vinden om met vriendjes of dates te doen.

Maar ik heb wel afgeschreven slechte neukertjes. Ik heb er zelfs bestwel véél. En ik ging me voorstellen hoe het zou zijn als ik dat ook eens ging durven. Want ik ben bestwel een schijtlijster, dus er zit altijd een extra stap in elke fantasie, namelijk dat ik het ga dùrven. Als ik dat niet er speciaal bijfantaseer, is zo'n fantasie altijd te buitenissig voor me.

En zo zat ik door mijn opschrijfboekje te bladeren, te kijken naar de oude mislukte neukertjes. Al die namen, en al die herinneringen. Meestal vind ik het maar afgeilend om die namen terug te zien, en vind ik het vooral genant, maar nu ik juist opzoek was naar een figurant in mijn fantasie, geilde ik niet af. En ergens begon te broeien dat het eigenlijk best haalbaar was. En wat was het ergste wat er kon gebeuren als ik een flater sloeg?

Zoals ik al zei, ik ben een schijtlijster, en het was dus een paar weken van afentoe eens overwegen en plannen voordat ik aan mezelf durfde toe te geven dat ik mezelf ernaartoe aan het werken was om het eens te proberen. Ik had een shortlist van mannen gekozen, en ik had een serie adviezen van W uit de enorme lijst die ze me stuurt gekozen die ik tocheens uit moest proberen, "je boven de man stellen," die nogal afwijken van wat ik normaal doe, maar waar ik de waarde wel van kon zien.

Natuurlijk, zodra ik aan mezelf toe had gegeven dat ik ernaartoewerkte kwamen onmiddellijk alle beren op de weg, en schrok ik terug, maar een weekje bangzijn later was ik toch weer aan het bladeren en fantaseren. Ik weet eigenlijk wel dat zoveel fantaseren over hoe het gaat zijn vaak zorgt voor een flop, omdat je nooit fantaseert wat er echt gaat gebeuren, maar zo bereid ik mezelf nou eenmaal voor.

Ik maakte de drempel zo laag mogelijk voor mezelf. Ik koos een man die me echt het minste kon schelen, ik koos het experiment wat ik al het meeste beheerste, en nog steeds was ik te zenuwachtig om ermee door te gaan. Ik bedacht me telkens weer iets wat ik eerst nog moest beheersen, of wat ik moest plannen, of waar ik vantevoren een oplossing voor moest hebben.

Dat ging pas over toen ik herkende wat ik aan het doen was: ik was aan het teuten. En uit mijn dagboek heb ik wel geleerd dat teuten àltijd slecht is, en dat het me àltijd alleenmaar tijd en kansen kost. Dus ik nam het appje wat ik al dertig keer opnieuw geschreven had, en ik stuurde het op. En toen bevroor ik helemaal omdat ik iets had afgetrapt waar ik toch wel schijterig voor was.

Het appje was te casual, en nodigde niet duidelijk genoeg uit om te antwoorden. En het was te wanhopig, ik kwam over als een zielig wicht. En het was te droog, hij zou er niet op flirten. Of nee, het was te sletterig, hij zou me vast vies vinden. Of nee, het was wel op de goede manier een flirt, maar eigenlijk wou ik er geen flirt van maken, maar een booty call. En ik had het op het verkeerde moment van de dag verstuurd. En zo fokte ik mezelf op.

Dat opfokken hield pas op toen hij heel enthousiast reageerde, en meteen wou afspreken. Dat was dus tegelijk een opluchting, èn het moment dat ik mezelf een dom schaap vond dat ik me zo opgefokt had, èn de aftrap van een nieuwe bundel afgrijselijke dingen die ik me in mijn hoofd haalde over hoe slecht dit idee al niet was. Ik ging er de hele tijd tegenaanhangen om het helemaal maar af te blazen.

Nou ben ik wel een schijtlijster, maar ik heb wel een béétje zelfdiscipline. En ik ben te trots om zoiets danmaar af te blazen omdat ik een smoes heb gevonden, en réken maar dat ik een hele rits smoezen meteen in mijn hoofd had, klaar om de boel mee af te kunnen kappen. Dus ondanks alle opfokkerij en gekke ideeën, liet ik de afspraak gebeuren. En dat was gelukkig de moeite waard.

Ik had deze man gekozen omdat hij ver buiten mijn sociale kring stond, en hij dus geen kwaad kon als ik hem boos zou maken of dingen zou vertellen die hij door kon roddelen. Ik had hem ook gekozen omdat ik wist dat ik nooit meer wat met hem wou, omdat wat me aan hem tegengevallen was niet iets is wat verandert. Deze man was een vent die oppervlakkig heel intelligent klonk, maar uiteindelijk vooral moeilijk deed om intellectueel te lijken. En daar kan ik slecht tegen.

Met deze vent was ik door zijn intellectuele praatjes misleid om te denken dat hij ruimdenkend zou zijn en met me mee kon denken. Dat bleek dus heel erg tegen te vallen, hij praatte vooral ruimdenkende mensen na, en was eigenlijk best beperkt, al was hij beperkt in zijn eigen "alternatieve" wereldbeeld. Het werd geen experimenteel en vrijdenkend neukertje, het werd gewoon saai.

Ook als het om het lichamelijke ging was hij niet interessant. Hij deed onder voor de meeste klanten, want er zat gewoon niet genoeg seks in. Hij wou wel seks, maar hij bleef zelf lauw, en was niet erg potent. Ik moest de hele tijd zijn seksuele filosofie tegemoetkomen, en doen alsof ik onder de indruk was van zijn zo verschrikkelijk vrijdenkende houding. Anders kwam er helemaal niets omhoog.

Veelteveel moeite, veel te weinig opbrengst, dus ik liet hem links liggen en ging wat beters zoeken. Nou ja, tot nu dan, want hij leek me de ideale man om wat nieuwe kunstjes op te proberen. Genoeg ego over ruimdenkendheid om niet meteen terug te schrikken van wat anders dan anders, maar eigenlijk een flinke uitdaging om er nieuw gedrag uit te krijgen. En geen punt als hij ook op mij afknapt.

De date kwam, en ik was op van de spanning. Met klanten drink ik nooit, met mannen in mijn privéleven meestal wel. Deze keer niet, want ik moest mijn koppie erbijhouden. Ik had zorgvuldig W's voorschriften uit mijn hoofd geleerd, want als je wat dingen laat liggen gaat daar meteen alles op stuk, maar dat was best moeilijk, omdat het niet iets was dat ik eerder geprobeerd had. Het kost best wat geestelijk werk om de hele tijd te bedenken wat je nu weer moet doen, als je de adviezen op dat moment toepast.

Het was vermoeiend, leerzaam, en niet erg seksueel bevredigend. Dat kwam omdat hij wel goed reageerde, zoals je van W's advies mag verwachten, maar nog steeds slecht in bed was. Maar ook omdat ik meer bezig was met de technieken leren dan met seksen. En toch was het erg leuk. Onverwacht leuk, omdat het eigenlijk heel bevrijdend voelde om het te doen met een man die afgeschreven was.

Sindsdien doe ik dat vaker. Niet alleen om dingen te oefenen die ik niet wil doen met een man die waarde voor me heeft, maar ook gewoon omdat het bevrijdend is om te seksen met een man waar je je niets van aan hoeft te trekken, en waarvan je het echt niet meer kan schelen wat hij van je gaat vinden. Ik ben iemand die me te snel drukmaakt, en het is een hele fijne verlossing als je een manier vindt om dat minder te doen.

Ik snap nu ook veel beter hoe meiden die hoge eisen stellen toch voor de lol slechte, afgekeurde partners terug blijven halen voor een nummertje afentoe. Er zit geen druk achter, en je opportunity cost als je wat wilds of doms doet is er niet meer. Je bent heel vrij om wat te doen. Of het nou is om een bizar soort kink te bevredigen, of super-egoïstische seks te hebben, of gewoon weer in vorm te komen, het kan met afgeschreven neukertjes.

Dat is nogeens gratis seks.

maandag 22 november 2021

Snap de overheid

De overheid is de grootste macht in de samenleving. Zelfs de grote bedrijven, hoeveel teveel macht die ook hebben, kunnen niet op tegen de overheid. De overheid maakt de regels, de overheid heeft de politie en het leger. De overheid bepaalt uiteindelijk. En als de overheid zich tegen je keert, of zich tegen je laat gebruiken, heb je een groot probleem. Dat hebben we al heel lang mee moeten maken.

Het ligt voor de hand om dan bij de overheid te gaan klagen, lobbyen of je positie uitleggen. Vooral als de overheid zijn schadelijke akties doet omdat ze geloven in fabeltjes. Er zijn dus al generaties hoeren geweest die hebben geprobeerd om de overheid op alle manieren te laten zien dat ze verkeerd bezigzijn. En al jaren is het resultaat hetzelfde, namelijk mooie woorden en meer repressie.

Ik draai in dat circus nou al een poos mee, en ik heb veel met schade en schande geleerd. Ik heb nog meer geleerd door mensen in mijn hulpploeg, die bij overheden en in de politiek werken, en dus van binnenuit kunnen vertellen over hoe het toegaat in dat enorme apparaat. Het is heel ontransparant namelijk, en ookal staat het nieuws elke dag vol over de overheid en de politiek, je ziet heel veel belangrijks níét.

Mijn blogje staat vol met uitleg over hoe het is onder de zool van de overheid die je probeert te vertrappen, maar over hoe die overheid vanbinnen werkt heb ik nog niet zoveel geschreven. En dat is wel belangrijk. Niet alleen om beter te begrijpen wat de overheid doet en wat je dus kan verwachten, maar ook omdat er een heleboel naïeve ideeën door het putje kunnen over wat je voorelkaar kan krijgen.

Dit stukje is dus vooral voor collegaatjes die voor onze rechten op willen komen. Die wil ik niet ontmoedigen, zeker niet, maar ik wil ze wel wat realiteit laten zien zonderdat ze die moeten ontdekken nadat ze heel veel werk voor niets hebben gedaan. We zijn eigenwijze krengen, dus ze zullen het alsnog wel op hun manier blijven proberen, maar ik hoop dat ze dan hun koers kunnen verleggen voordat ze verbitterd zijn.

We leren op school dat we in een demokratie wonen, waar we de politiek elke vier jaar kiezen, die dan de overheden gaan besturen. Wie we kiezen voor de Tweede Kamer besturen het land, wie we kiezen voor de Gemeenteraad besturen de gemeente, en bij mij op school hàdden we het nieteens over de Provinciale Staten, behalve dat die de Eerste Kamer kiezen. En over die Eerste Kamer was weinig nuttigs te zeggen.

De Tweede Kamer levert een Kabinet, de ministers die de ministeries besturen. Die worden door de Tweede Kamer gecontroleerd. In het parlement wordt gedebatteerd over allemaal moties en wetsvoorstellen die de Kamer kan doorvoeren. De meeste stemmen gelden, en als je dus de meeste parlementariërs aan je kant krijgt, krijg je je zin. Als je een minister inlicht, stuurt die zijn ministerie de goede kant op.

Als je dat idee voor ogen hebt, ga je helemaal de mist in.

Ten eerste is dat hele systeem van een parlement dat de macht controleert een wassen neus. De politieke traditie is al sinds mensenheugenis dat een kabinet in achterkamertjes een akkoord sluit waar ze zich aan gaan houden. De kabinetspartijen hebben een meerderheid in de Kamer, die automatisch met hun kabinet meestemt. De oppositie kan tegenstemmen wat ze willen, maar ze hebben altijd een minderheid. Een dissidente kabinets-parlementariër is een schandaal wat afgestraft wordt. Het parlement zit er na het kabinetsakkoord dus eigenlijk voor niets.

Als je daar kritiek op hebt, krijg je vaak te horen dat er in een demokratie nou eenmaal compromissen moeten worden gesloten. Maar een compromis zou zijn, als de ene partij de hoeren wil vernietigen en de ander niet, dat er dan maar een beetje halverwege geschopt wordt tegen hoeren. Wat we nu hebben is gesjacher, dus eerder: jij mag de hoeren vernietigen als ik mijn monstersubsidie op elektrische auto's erdoor krijg. De stokpaardjes worden geruild, terwijl die nou juist weggestemd zouden worden in een werkend parlement.

Dat is ook waarom er zo paniekerig werd gereageerd toen deze zomer er een realistische kans kwam dat er een minderheidskabinet zou komen. Dat zou betekenen dat dingen ècht in het parlement beslist zouden worden, en het niet allang in de achterkamertjes was geritseld tussen de kabinetspartijen. Dat is de dood voor de stokpaardjes, en alleen wat bij alle gezindten in de samenleving welkom zou zijn, zou erdoor komen. Daar gaan die politici niet voor.

Ookal wil D'66 niet opnieuw met de CU in een kabinet, ze zijn tochmaar geknikt omdat het alternatief misschien de demokratie van een minderheidskabinet zou zijn. En de andere partijen ook, maar minder pijnlijk in het spotlight, en minder duidelijk hypocriet vanwege hun partijnaam. Als er eenmaal een kabinetsakkoord ligt, is de rust weer teruggekeerd, en kunnen ze weer regeren vanaf hun stokpaardjes. Het enige moment dat jij dus via Kamerleden wat kan veranderen, is terwijl het kabinetsakkoord wordt gevormd. Daarna zit alles muurvast.

En ondanks al dat goedkope opportunisme en al dat gekonkel zijn politici wèl uit idealisme begonnen met hun job. Dat kan je het best zien aan politici die net zijn aangetreden, die hebben dat idealisme nog niet weggetrapt in een hoekje omdat het in de machtsstrijd in de weg zat. Later worden ze gewoon politieke sjacheraar. Kijk maar naar professor Plasterk, die hard heeft meegewerkt om het onderwijs af te takelen, en de Nederlandse bevolking massaal liet afluisteren. Of privacy-voorvechter Kees Verhoeven, die in de Kamer de Sleepwet stond te verdedigen. De macht wint het altijd van de idealen.

Ze zeggen weleens: follow the money. En dat is wel waar, geld en gewin zijn belangrijk voor politici. Als die lief zijn voor grote bedrijven, kunnen ze na hun politieke carrière rekenen op dikbetaalde lobbybaantjes, of zelfs dikbetaalde nepbaantjes als "commissaris" in een Raad van Commissarissen. We behandelen dat niet als corruptie, omdat de betaling pas na de bestuurstermijn komt. Maar dat is het gewoon wel.

Toch is dat niet het belangrijkste. Je ziet dat de politici in hun overwegingen eerst kijken naar het landsbelang, want daar zitten ze voor. Maar als hun ideologie of geloofsartikelen daarmee botsen, krijgen die voorrang. Als er genoeg poen inzit, willen politici makkelijk landsbelang èn hun ideologie opzijzetten. Maar alles, àl die dingen, wijken voor macht. Als een politicus meer macht kan krijgen, wijkt daar alles voor, inclusief hun eigen geldgewin.

Er is iets verslavends aan macht. Mensen met macht gaan onredelijk ver om die macht veilig te stellen. En macht stel je alleen veilig met meer macht. Je moet immers die macht beschermen tegen andere mensen die hem af willen brokkelen, en daarvoor moet je macht hebben over die andere mensen. Mensen kunnen er niet tegen macht te verliezen. En politici, die een carrière hebben gemaakt van meedingen naar macht, zijn daar nog gevoeliger voor dan wie ook.

Al heel snel wordt het gewoon macht om de macht. Als je niet machtswellustig bent als politicus, word je wel opzijgeschoven door een partijgenoot die dat wèl is. En die kan dat, met de macht die jij net hebt laten liggen. Politici willen hun klauwen diep in het pluche slaan, en wat ze met dat pluche gaan doen is ondergeschikt. Onder politici wordt machtswellust gerespecteerd. Ze noemen dat alleen "ambitieus" en "bereid om verantwoordelijkheid te nemen."

Politicus zijn is een job waarbij integriteit in de weg zit, en macht àlles is. Ze graven zich in als een teek in de pels van de overheid, en net als een teek steken ze alleen hun kont naar buiten om poepjes te doen, om zich te laten gelden. Dat is gedeeltelijk om hun idealen op te leggen, maar uiteindelijk vooral om in een goed blaadje te komen bij hun kiezers, en belangrijker, hun partijgenoten. Die poepjes stinken nog wel naar hun gedachtengoed, al zit er nog maar weinig echt gedachtengoed over het bouwen van een betere wereld in.

Maar het zit er nog wel. Bij elke politicus kan je het nog vinden, hoe bedorven ze ook zijn door de politieke kultuur. Er zit idealisme, en als je dat kan aanwakkeren met een ideaal dat hun macht niet in de weg zit, krijg je wel wat voorelkaar. Natuurlijk niet genoeg om ze stand te laten houden als ze worden bedreigd vanuit de partijdiscipline, of worden gekocht met een dikbetaald baantje of een vleugje meer macht, maar genoeg om wat van het geluid te laten horen. Reken alleen niet op een ruggengraat.

Een ruggengraat is namelijk vooral een hindernis om op te klimmen in de politiek. Meewaaien met wat de mensen die de nieuwe klimmer uit de emmer moeten kiezen op dat moment zoeken, dat is de weg vooruit. Geen principes hebben, maar wel overtuigend kunnen doen of je het met iemand eens bent. Bij veel tegenstrijdige groepen tegelijk populair zijn, omdat je kan doen alsof je al die tegenstrijdige ideeën tegelijk in je hartje hebt, dàt is de grote kwaliteit die voor opklimmen zorgt.

Politici hoeven in ieder geval zich geen zorgen te maken dat kennis over hun portefeuille belangrijk is. De ene na de andere minister krijgt de teugels in handen over ministeries waarvan ze nieteens goed begrijpen wat het doet, en als je de debatten in de Tweede Kamer volgt schrik je echt van hoe ongeïnformeerd en onwetend de politici zijn. En dan nieteens eentje, die dan wordt gekorrigeerd of uitgelachen door de rest, maar allemáál. Het is de norm. Ze maken wetten over dingen die ze in de verste verte niet begrijpen. Echt, lees maar eens wat debatten of commissievergaderingen na.

Het probleem is niet alleen dat politici onwetende en onbetrouwbare sjoemelende sjacheraars zijn, al is dat opzich al een groot probleem, maar ook dat de opbouw van de hele overheid veel ingewikkelder is dan je op school leert, en hoe ze graag doen alsof in de pers. Het grootste stuk van de overheid zit net als bij een ijsberg onder de oppervlakte, in het ambtenarenapparaat.

Nederland heeft meer dan negenhonderdduizend ambtenaren. Het is een enorm stuk van de samenleving, een enorm stuk van de economie, en een monsterlijk groot apparaat dat vanaf de kop zogenaamd bestuurd wordt door een handvol ongeïnformeerde kiftende schijnheilen die minder interesse hebben voor hun ambtenarenapparaat dan voor hoeveel macht voor de volgende sprong ze uit hun positie kunnen persen.

Die politici zitten er kort, en als er iets rot blijkt te zijn in hun organisatie, zijn ze zelf het haasje, of het nou door een serie voorgangers komt of niet. Ze hebben dus helemaal geen motivatie om in hun organisatie op zoek te gaan naar verbeterpunten. Als ze dat al konden, want ze hebben de kwalifikaties niet. En als ze dat al zouden wìllen, want als zij een boekje opendoen over een ander, doet die ander dat ook over hèn. Bovendien is het not done, en de mores zijn in de politiek netzo belangrijk als in een studentenvereniging.

Politieke bazen van ministeries of andere overheidsinstanties hebben maar beperkte invloed op hoe zo'n ambtenarenapparaat werkt en zich ontwikkelt. Ookal hebben ze op papier de macht om heel veel aan te sturen, in de praktijk valt dat heel hard tegen. Die minister hoort wat er in het ministerie gaande is van zijn topambtenaren, hoort wat de mogelijkheden zijn van zijn topambtenaren, en moet erop vertrouwen dat zijn topambtenaren zijn opdrachten uitvoeren. En als het "niet lukt" is dat zijn schuld.

Als je de serie gezien hebt, denk je nu meteen aan de BBC-serie "Yes Minister." Die is grappig, en je ziet veel echte problemen terug, maar in die serie wordt de minister de hele tijd gefopt en subtiel door zijn ambtenaren gemanipuleerd. In de Nederlandse politiek is het minder subtiel. De enige bron van informatie die de Nederlandse politicus heeft is zijn ambtenarenapparaat, wat hij moet zeggen in de Kamer of de Raad is voorgekauwd door zijn ambtenaren, hij is gewoon hun sokpop.

Je ziet dat heel duidelijk door bijvoorbeeld naar burgemeesters te kijken. Aleid Wolfsen, die het Zandpad vernietigde, kon in de Raad en in openbare debatten nooit een samenhangend verhaal ophangen over waarom hij deed wat hij deed, en waarmee hij was overtuigd door zijn ambtenaren was meteen doorgeprikt. Dan stond hij er hulpeloos bij, terwijl hij vasthield aan wat hij voor "signalen" van zijn ambtenaren had gehoord.

Wolfsen werd opgevolgd door van Zanen, een man van een radikaal andere partij, met een radikaal andere achtergrond, met een radikaal ander karakter. Toen hij net aantrad, was hij het eens met iedereen dat het Zandpad-beleid niet te volgen was, en deed hij toezeggingen er kritisch naar te kijken. En binnen de kortste keren was wat hij zei, en waar hij zijn handtekening onder zette, precíés hetzelfde als Wolfsen. Want het kwam van dezelfde ambtenaren, die aan zijn touwtjes trokken. Sharon Dijksma is nu burgemeester, en die is een vormeloze massa die nieteens een moment van eigenheid had voordat ze het mondstuk werd van haar ambtenaren.

En toch hebben politici wel degelijk macht over het ambtenarenapparaat waar ze de baas over spelen. Ze kunnen veranderingen aanbrengen in vanalles, al kan dat worden omgekat en gefrustreerd door de ambtenaren die het uit moeten voeren, maar er kan worden veranderd. Dan gaat het vooral om administratieve dingen. Neem nou het omzetten van de regionale politiekorpsen naar één landelijk korps. Het kost fortuinen, het gooit alle organisatie ondersteboven, het werkt niet en het doet níéts aan de misstanden die er al waren. En zolang er aan die laatste voorwaarde is voldaan, kan er best wat veranderen. Vooral kosmetisch.

Waar politici bestuurlijk èchte veranderingen mee kunnen maken, is doordat ze bepalen wie er welke funktie krijgt: benoemingen. De instanties zijn een soort apenrotsen, met de meeste aapjes tam en kalm onderaan, en een handjevol die willen klimmen. Een politicus kan ervoor zorgen dat mensen met de politieke kleur die hem bevalt opklimmen, en van binnenuit de instantie besturen. De junta die ze zo organiseren drukt wèl een diep stempel.

Die aapjes kunnen ze kiezen uit een beperkt aantal kandidaten. Het zijn altijd dezelfde koppies die rondgaan in de topambtenarij, het is bij een omwenteling ook niet dat je veel nieuwe gezichten ziet, maar meer alsof je in een wasmachine kijkt. Het is hetzelfde spul dat rondgaat, en dan van zonden schoongewassen is. Mensen van buiten kunnen niet ingetrokken worden, want die hebben niet de "bestuurservaring." Dat woord betekent "ze zijn niet één van ons."

Een doortastende politicus wil dan graag schoon schip maken, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een ambtenaar eruitschoppen is al heel lastig op de werkvloer, maar ongeveer onmogelijk op topambtenarennivo. Bovendien maken zelfs de types die elkaar doodvechten één front als er met hun kaste wordt gefuckt, en wordt er uiteindelijk aan hun oordeel over hun instantie meer gewicht gegeven dan die van de politicus die hun baas zou moeten zijn. Die vlieger gaat dus niet op. Ze moeten maar hopen op een gaatje wat ze in mogen vullen.

Op die manier ben je na een tijd van macht van één partij vastgezet in één soort beleid. Bijvoorbeeld Amsterdam, daar is de PvdA zoveel jaren aan de macht geweest dat het hele ambtenarenapparaat doortrokken is van Asscher-achtige denkbeelden. Nieuwe poltici hebben geen nieuw bloed om op te trekken door de rangen, want het hele apparaat is één pot nat, en nieuw bloed moet vanaf de onderste verdieping naar boven vechten voordat er wat kan veranderen. Dat duurt nog vele jaren. En of die nieuwe lichting echt béter gaat zijn?

Met al die beperkingen wat je met politici kan, en met hoeveel macht de ambtenaren hebben, lijkt het logisch om met ambtenaren te gaan praten over je problemen, en te proberen die aan je kant te krijgen. Maar dat is zo makkelijk niet, en dat komt weer vooral door de ambtenarenkultuur, en daar ga ik nu heel in het kort wat over uitleggen.

Politici vechten om de spotlight, en willen allemaal groot en belangrijk worden. Bij ambtenaren is dat meestal niet zo. De meeste ambtenaren willen juist een rustig baantje met afentoe een promotie die vooral betekent dat ze van baas wisselen en ze het gevoel geeft dat ze niet helemaal stilstaan, en dan op hun gemakje door naar hun pensioen. De ambtenarij is een superveilige baan, en dat trekt een bepaald soort mensen aan.

Ze zijn er wel, ambitieuze ambtenaren. Die klimmen danook makkelijk, en die worden de baas en zetten de toon. Het verschil met de werkvloer is heel voelbaar, maar er is wel duidelijk overloop. Of meer "neerdruip," waarbij je de mentaliteit van de ambitieuze ambtenaren ziet doorwerken naar de werkvloer toe. De overheid wordt het meeste van zijn vorm gegeven door die sturende topambtenaren. Dus hun cultuurtje is belangrijk om te leren kennen.

Topambtenaren zijn allemaal geïnteresseerd in carrière maken, maar je moet niet de vergissing maken dat je ze ziet als de carrièretijgers uit de private sektor. Topambtenaren zijn allemaal ambtenaar omdat ze de roeping hebben om iets met de overheid te dóén, om de overheid te máken. Ze zien de overheid als iets heiligs, als iets wat de ruggengraat van de samenleving is, en iets wat ze als gereedschap kunnen gebruiken om de samenleving te máken.

Ze hebben de neiging om dezelfde kant op te denken. Er zitten opvallend veel gelovige mensen tussen, en er zitten heel veel mensen tussen die autoriteit fijn vinden, en zich niet voor kunnen stellen dat je een goed mens kan zijn zonder autoriteit fijn te vinden. Het zijn van die mensen die zich in hun bubbel van netheid opsluiten, en die naar andersdenkenden vooral kijken met de vraag hoe die te bekeren zijn. Of te verwijderen.

Daarvoor is macht nodig natuurlijk. Niet alleen macht binnen je instituut, maar ook macht van dat instituut over de samenleving. Vanuit de instanties komt danook al sinds mensenheugenis een roep om meer grip op de samenleving, om meer bevoegdheden, en daarbij ooknog om minder verantwoordelijkheid. Ze willen meer mogen, en met meer wat ze niet mogen kunnen wegkomen. Stapje voor stapje krijgen ze al decennia hun zin, en het is nooit genoeg.

In de ambtenarij is er niet een gevoel dat ze door iemand verantwoordelijk mogen worden gehouden. Officiëel is er een minister de baas, maar die moet niet echt gaan ingrijpen, want anders wordt er gemauwd en gewoon dwarsgelegen. En als de ambtenaren boos hun armen over elkaar doen, kan die minister niets meer. Ze zien uiteindelijk het ambtenarenapparaat als de ultieme norm voor alles. Een ambtenaar zei het zo:
De enige wegen zijn de ambtelijke wegen. Enig ander pad is ondenkbaar. De enige werkelijkheid is de ambtelijke werkelijkheid. Procedures gaan boven de resultaten van die procedures. Notulen gaan boven de realiteit van waar de vergaderingen over gaan.
De sociale cultuur binnen de ambtenarenwereld is er één van jasje-dasje, van formaliteit en van kouwe kak. De werkcultuur is alleen waar het om gaat, en die is een totaal respekt voor burokratie. Ik heb het door ambtenaren horen omschrijven als "notulencultuur," dat àlles wat ertoe doet via procedures, notulen en memo's moet worden gedaan, omdat iets proberen te regelen op een praktische manier wordt geweigerd. De procedure gaat voor alles, buiten de dwangbuis van de procedure breken is ondenkbaar.

Tussen de ambtenaren is het weer anders, daar heb je een angst- en loyaliteitscultuur. Als je je een keer verstapt met de protocollen en procedures kom je erachter hoe wraakzuchtig het ambtenarenwereldje kan zijn. Als je een bedreiging lijkt voor hun vaste, voorspelbare wereldje van mores, ben je een bedreiging, en die wordt uitgekotst. Voor een aantal mensen die ik ken is dat de reden geweest om over te stappen naar het bedrijfsleven. Het is een raar kontrast van een bezadigde old boys club en een bedrijf-achtige struktuur.

Het belangrijkste waar iedereen mee bezig is, is je kont dekken. Het belangrijkste is telkens je dingen voorelkaarkrijgen terwijl je kan volhouden dat je handen gebonden zijn, en alle procedures en protocollen zijn gevolgd, en jij niets hebt gedaan wat niet in een procedure zit, en dat het vooral niet jouw schuld is. Want dat dingen niet jouw schuld zijn, dat is het allerbelangrijkste. En als jij je aan een procedure of een protocol hebt gehouden, is jou niets te verwijten.

Dat hebben de ambtenaren sowieso goed voorelkaar. Er is heel duidelijk omschreven wanneer je een ambtenaar mag ontslaan of een sanctie op mag leggen, en dat is héél beperkt. Vooral bij hogere ambtenaren. Eigenlijk is het alleen als de ambtenaar zondigt tegen de regels van zijn instituut, de normen van de samenleving hebben er verder weinig over te zeggen.

Als een instituut buiten zijn boekje gaat, is dat geen schandaal dat leidt tot een opschonen van het instituut. Kijk maar naar die walgelijke toestand met de toeslagen. De politicus bovenaan vangt alle klappen, er zijn geen echte consequenties voor de ambtenaren. Die vinden het al erg genoeg dat ze er zo lelijk opstaan bij het publiek, en niet door mogen gaan met hun wanpraktijken. Als ze daar al echt mee stoppen. Ze beloven er wel extra vergaderingen over te beleggen, en zichzelf beter in de gaten te houden.

Het is ook mooi geïllustreerd door de vellen met weggelakte tekst die je krijgt als antwoord op een WOB-verzoek. Volgens de Wet Openbaarheid Bestuur mag je opvragen wat de overheid heeft bedisseld over dingen die je aangaan, maar er mag worden weggelakt wat kan worden terugherleid naar de standpunten van een individuele ambtenaar. Anders zou dat een soortvan verantwoordelijkhouden zijn van die ambtenaren voor wat ze doen, en dat mag niet.

Je krijgt dus vel na vel met alleenmaar lak terug. Want die ambtenarenstandpunten zijn uiteindelijk waar ambtelijke besluiten om gáán, hoeveel gelul er ook is over procedure en protocol. En daar heeft de nieuwsgierige burger of journalist niets mee te maken. Dus komt er helemaal geen openheid, alleenmaar pagina na pagina afgelakt met lak aan die burger. En daar komen al vele jaren geen gevolgen van.

Soms komt er iets per ongeluk in de openbaarheid terecht, zoals met Afghanistan. Opeens piepte er tevoorschijn dat de ambtenaren het tijdens een crisis waar levens op het spel stonden, de boel hadden lopen vertragen en ingewikkelder hadden lopen maken. En dat allemaal maar om niet degene te zijn die tegen procedure inging, en om maar niet degene te zijn die de schuld zou krijgen van de blunder. Aan mij lag het niet, ik volgde de regeltjes. Als dat erkend wordt, en iemand anders de schuld toegewezen krijgt, dan gaan we nogeens kijken of we iemand uit de handen van de Taliban kunnen redden.

Het is een verleidelijk idee om ambtenaren tegen elkaar uit te spelen. Dat is iets wat bij nieuwe politici nogweleens een plan is, als ze ontdekken hoe weinig invloed ze hebben op zo'n instituut. Dat werkt alleen niet, want het belangrijkste stuk van de machtsspelletjes in zo'n overheidsinstituut is je omringen met mensen die loyaal aan je zijn, en een gesloten kliek te maken. Kompleet met een erfopvolging voor als je met pensioen gaat, of omhoogklimt op jouw beurt.

Wat dat betekent uiteindelijk, is dat de ambtenarenwereld bepaalt wat de overheid bestuurlijk is en doet. De politiek heeft daar qua bestuur heel weinig grip op, ookal doen die alsof er vanalles van henzelf afkomt. De overheidsinstituten hebben hun eigen blik op de wereld, waarbij ze helemaal in hun werk wonen, en nauwelijks wat meekrijgen van hoe de rest van de samenleving daarnaar kijkt of mee omgaat. Ze hebben de wijsheid en de macht in pacht.

Zolang Warner ten Kate in het instituut zit, krijgen de politici die hem officiëel regeren hun informatie, en dus hun wereldbeeld, van hem. Vanuit het instituut komt niets dat dat tegenspreekt, want hij staat geen ambtenaren in zijn instituut toe die hem tegenspreken. Warner is voor elke politicus "zijn man," en geeft aan elke politicus die hem zijn gang laat gaan prachtige rapporten en goede publiciteit. Er is geen wrikken aan. Wat Warner wil, dat gebeurt. Als je dat wil veranderen, moet het hele ministerie op de schop. En dat wìl niemand die het kàn, en kàn niemand die het wìl.

En was hij maar de enige. Het is niet alsof wanneer Warner onder een tram komt, het ministerie opeens overstag gaat. In de coulissen staan hele rijen Warners warm te lopen om precies hetzelfde te doen, op precies dezelfde manier. Daar is ruimte voor, en dat wordt gestimuleerd. Niet alleen vanuit de eigen kliek, niet alleen vanuit de politiek, maar vooral vanuit de samenleving. Want geile verhalen verkopen goed.

Voor ambtenaren is de ambtelijke wereld de èchte wereld. De enige wegen zijn ambtelijke wegen. Dat de wereld iets op een andere manier zou regelen of voor elkaar zou krijgen dan via het ambtelijke pad is ondenkbaar. Procedures zijn belangrijk, en belangrijker dan wat ze echt inhouden of echt doen in de wereld buiten de muren van het kantoor. Als het botst, is de wereld de procedure tekortgeschoten, niet andersom.

Als er een procedure is gevolgd, is wat er wordt gedaan automatisch goed, boven twijfel verheven, neutraal, objektief en demokratisch. Hoeveel interpretatie en gedraai er aan die procedure is gedaan door de ambtenaren die het ding vormgeven. Of aanhalen als een schild. Er wordt glashard ontkend dat heel veel van wat er uiteindelijk gebeurt gekozen wordt door de willekeur van de ambtenaren, die heel veel vrijheid hebben om procedures uit te leggen of uit te kiezen.

Er is ook een rotsvast geloof dat de bestuurlijke overheid een enorme invloed heeft op de werkelijkheid. Zoals politici ook verantwoordelijkheid triomfantelijk opeisen als de beurs omhooggaat, en het aan het lot toeschrijven als hij instort, denken ambtenaren ook dat alles wat goedgaat in de samenleving komt door wat zij aan regelneukerij en bemoeizucht doen. En zuchten ze bij alles wat er misgaat dat ze ook maar aan handen en voeten gebonden zijn.

Waar ze nòg rotsvaster in geloven, is dat zònder ambtelijk toezicht het een boeltje wordt. Dat is sowieso een heel Nederlands idee, dat alles geregeld moet zijn omdat het anders helemaal misgaat. Maar de ambtenaren hebben dat nog veel meer. Zones zonder parkeerbeleid? Wild west. Niets geregeld over waar jongeren wel of niet mogen hangen? Clockwork Orange. Geen ambtelijke regulering over een nieuwe bedrijfstak? Lord of the Flies. Dat in de praktijk ambtelijke bemoeienis makkelijker tot meer misstanden leidt dan iets verbetert, accepteren ze niet.

Regeltjesneukers breken niet graag regeltjes, en dat is hier zeker zo. Ja, soms dóén ze het wel, maar dat is alleen als ze zichzelf kunnen overtuigen dat het èìgenlijk geen regel breken is. Liever ontwijken ze regels. Bij de hoeren is dat bijvoorbeeld via "ketenpartners," waarbij instituten die om goede redenen beperkt zijn met wat ze mogen, samenwerken omdat ze via elkaar om die beperkingen heenkunnen.

Als het met een ander ambtelijk instituut niet gaat, is er altijd nog de ZBO. Zo'n Zelfstandig Bestuurs Orgaan is een club die net buiten de overheid staat, maar er wel tegenaan schuurt. De regels voor zo'n club zijn troebel en vaag, en meestal worden ze behandeld alsof ze bevoegdheden hebben die ze eigenlijk niet hebben. De ambtelijke club die toezicht daarop houdt, weet wat de deal is en kijkt niet te streng. En zo is er weer een omweggetje bij.

Als je ruzie met de overheid krijgt over hun bestuurlijke beleid, moet je het van de politiek dus niet hebben, en van de ambtenaren ook niet. Maar dan is er altijd nog de rechter, want in Nederland hebben we een rechtsstaat, waar de overheid door de rechter kan worden teruggefloten. Als je kijkt waar wij hoeren in de afgelopen dertig jaar het meeste succes mee hebben gehad, is dat met rechtszaken.

Daarmee wil ik niet zeggen dat de rechters onze redders zijn. Want in de rechterswereld is er ook heel veel mis. Hoe dichter de rechtszaken bij de overheid komen, hoe fouter de rechtsgang gaat.

Je hebt "civiel recht," waarbij er een knoop wordt doorgehakt in een geschil tussen twee private partijen. Vaak bedrijven onderling, want die hebben het geld om de advokaten te kunnen betalen. Maar ook gekift over een heg die teveel schaduw op iemands gazon maakt, of een ruzie over een gebrek aan een pas verkocht huis is civiel recht. Daar doen Nederlandse rechters het uitstekend, daar is zo'n beetje iedereen het over eens. In veel andere landen kunnen ze daar een puntje aan zuigen.

Wat de Nederlandse rechter in zo'n zaak namelijk doet, is de wet toepassen op een manier die recht doet aan wat de feiten van de zaak er voor verhaal van maken, niet alleen welke vakjes in wetten en regelingen zijn aangevinkt, en waarbij de oplossing die de rechter oplegt redelijk en billijk moet zijn. Dat voorkomt een hoop exploitatie van het rechtssysteem door mensen die manieren hebben gevonden om het te manipuleren, en voorkomt bizarre vonnissen waar geen zinnig mens de logica van ziet.

Die rechters kunnen dat doen omdat ze best veel vrijheid hebben in zo'n zaak. Ze vormen zelf een beeld van wat de zaak inhoudt, ze kunnen zelf vragen stellen en het "onderzoek ter zitting" leiden zonderdat ze daar al te strak in een keurslijf zitten, en ze zijn ook best flexibel met hoe ze de wet interpreteren, en elk stuk van het bewijs wel of niet veel gewicht geven. De rechter is heel machtig in de Nederlanse rechtsgang.

En dat werkt. Er wordt in het buitenland altijd gevreesd dat als je een rechter zoveel macht geeft, dat hij dan willekeur kan toepassen, en zijn eigen voorkeuren en overtuigingen voorrang geeft boven de feiten van de zaak, en dat je hem dus wel móét inperken met procedurele regels waar hij in gevangenzit, ookal kunnen die regels ook weer zorgen voor onrecht omdat ze nooit op alles voorbereid kunnen zijn. Een logische vrees, maar het wèrkt in Nederland gewoon.

Bij civielrechtelijke zaken dan.

Diezelfde vrijheid hebben rechters namelijk ook in de twee andere soorten recht, strafrecht en bestuursrecht. En daar gaat het hartstikke fout. Als je mijn blog al langer leest, heb je genoeg kunnen zien waarom het strafrecht in Nederland zo bizar uit te buiten is voor moralistische stromingen, en hoe de rechters zich mee laten slepen in de hypes, omdat ze wereldvreemd worden van hun baan. Dat ga ik niet nogeens herhalen, begin hier anders maar met lezen.

Het gaat nòg harder fout in het bestuursrecht. Bestuursrecht is als de rechter kijkt naar een geschil over bestuurlijk handelen van een overheid. Dat wordt niet afgehandeld zoals een civiele zaak, waarbij de rechter tot een nuchter en redelijke uitkomst wil komen, en daar de wet meer als stoepranden heeft om tussen te blijven. Bij bestuursrecht gaat het erom of de overheid ècht helemaal buiten de perken is gegaan.

Als de overheid zich aan zijn eigen regeltjes heeft gehouden, krijgt de overheid gelijk. Hoe raar het ook uitpakt om zo te kijken. En hoe vèr dat ook afstaat van het idee van de wetgever. En wàt de gevolgen ook zijn. Want de overheid is een demokratisch instituut, en dus is alles wat ze doen demokratisch, en dus is alles wat ze doen boven de rechter verheven. Pas als ze duidelijk tegen een hogere regel van zichzelf ingaan, grijpt de rechter in. Als de overheid ook maar een beetje kan doen alsof ze hun eigen regels niet breken, krijgen ze gelijk.

Daar komen dus van die zaken van als mensen die tachtig Euro te weinig betalen aan de overheid, en dan vijfentwintigduizend Euro boete moeten betalen. Terwijl de rechter weet dat ze dat niet kùnnen betalen, en ze in een spiraal van boete op boete terecht gaan komen waar ze niet meer uitkunnen. Daar wordt pas als er een kabinet over is gevallen een beetje schaapachtig over op de rechterkop gekrabbeld. Maar de cultuur veranderen? Vergeet het maar.

Trouwens, zelfs als de overheid wèl over zijn eigen regels heenstampt gaat het mis. Toen de wappies van Viruswaarheid helemaal terecht aangaven dat die knettergekke avondklok niet op een goede juridische grond was gebaseerd, kregen ze gelijk van de rechter. Want de overheid gìng daar ook zijn boekje flink te buiten. De rechter zag dat de overheid een wet gebruikte waar ze de vereisten niet van vervuld hadden, en gaf de overheid ongelijk.

Sneller dan welk bedrijf of welke burger ook een hoger beroep zou kunnen krijgen, kwam er een hoger beroep. Toevallig voorgezeten door drie rechters die allemaal voor de legal department van de staat hadden gewerkt, en vriendjes waren van de mensen die namens de staat procedeerden. Het hoger beroep bepaalde dat het hier om politiek ging, en de rechter dus niet over de inhoud van de maatregel mocht oordelen, dat Viruswaarheid geen beter alternatief had aangedragen, wat bewees dat de overheid geen alternatief had, en dat er sowieso altijd genoeg noodsituatie is tijdens een pandemie om alles te mogen doen wat alleen bij nood mag. Inplaatsvan dat de wet de overheid beperkt, legde dit hof het uit alsof de wet de mensen die tegen de overheid procederen beperkt.

De rechter zette dus gewoon de rechter buitenspel, en dat had zo'n beetje iedereen ook zien aankomen. Want hoge rechters zijn ontzèttend gezagstrouw. Als ze het zo kunnen draaien dat de overheid mag doen wat hij wil, draaien ze het zo. Uiteindelijk zijn ze ambtenaren, en vooral in het topsegment is dat heel goed voelbaar. Hoge rechters zijn half rechter, half topambtenaar, en zijn bezig met de rechterij, en daarmee de samenleving, máken. En dat houdt vooral in dat we de overheid bij zijn grote daden niet in de weg mogen lopen.

Meestal komt dat alleen naar voren in de rechterblaadjes, die niemand leest. Daar neuzelen ze dan over hoe de rechtsgang de samenleving vormt, en hoe ze enorme invloed hebben als ze maareens die toe gingen passen, om de overheid meer goede dingen te kunnen laten doen, en die arme ambtenaren die zoveel werk te doen hebben hun leven wat makkelijker te maken. Door ze minder streng over hun fouten te laten struikelen, natuurlijk.

De overheid is voor de rechter het grote goed. Dat is voor een stukkie natuurlijk omdat die rechter een déél van die overheid is. Dat voelen ze echt wel. Ze zijn in zekere zin een soort bescherming voor de overheid tegen de burger die zijn recht komt halen. Want als de rechter zegt dat iets zo is, dan ìs het zo. En de overheid heeft zich vroom onder de rechter geschikt. Voor die rechters is dat echt een ding. Die hebben het idee dat als ze de overheid niet afschermen, die lekgeschoten raakt, en de wereld in verval raakt. Netzoals andere ambtenaren.

Waar ze wèl hard op happen, is op het bewaren van de tucht binnen de overheid. Ze kunnen heel streng zijn voor ambtenaren die buiten hun boekje gaan en regels overtreden, als dat niet gedaan wordt in het kader van het overheidsbeleid. Hosselende ambtenaren, database-doorverkopers of ambtenaren die tè openbaar racistisch zijn krijgen wèl een streep door de rekening. De kleintjes worden vervolgd en ontslagen, de groten krijgen een funktie elders.

Als rechters keihard falen, zoals bij de toeslagenaffaire bijvoorbeeld, zijn er geen gevolgen. Nou is het goed dat de rechters onafhankelijk zijn, en niet door een minister achter hun vodden kunnen worden gezeten, maar het wrijft wel. Want het is pijnlijk om te zien dat die mensen die hun carrière ervan maken andere mensen in naam van rechtvaardigheid en met de macht van de overheid sancties en verplichtingen op te leggen, daar bij elkaar voor terugschrikken. Tucht onder rechters bestaat praktisch niet. Mummelen over dat het niet zo bedoeld was, en vage beterschap beloven is al heel wat. Erkennen dat het een cultuurprobleem is, zit er niet in.

Tenslotte wil ik nog even wat aandacht geven aan wat losse instanties die wèl wat doen waar je wat mee kan. Dat zijn onafhankelijke instanties, die vaak meer aan verdragsrecht te danken hebben dat ze bestaan dan aan onze eigen overheid. De Ombudsman heeft nogweleens wat goeds gedaan, ookal schiet hij vaak mis. Daar kunnen we winst halen, als we die goed voorlichten. En de Autoriteit Persoonsgegevens heeft over de hoerenhaat heengekeken toen ze Den Haag op zijn vingers tikten over hun hoerenregister. Er bestaat wel wat. En misschien ookwel instanties waar ik nooit van gehoord heb. Licht me daarover in als je ze kent!

Maar wat betekent dat nou voor als je wat van de overheid gedaan wil krijgen? Zit ik "weer" te "zeiken" over dat het allemaal zo nutteloos is, en dat je tòch niets kan? Want dat blijken er dus mensen over me te denken. Daar schrijf je dus al die brieven voor naar de Eerste Kamer, daar hou je dan een blog voor bij, denk ik dan. Nee, ik schrijf hier om je te laten zien waar je moeite verdwijnt alsof het nooit bestaan heeft, zodat je daar niet zèlf met schade en schande over hoeft te leren. En ook om je te vertellen waar je wèl ergens mee komt.

Het belangrijkste wat de overheid aan banden legt, is de wet. Ze mogen alles wat de wet zegt dat ze mogen, en reken maar dat ze op gegeven moment alles dóén wat ze van de wet mogen. Die wetten worden gemaakt door de politiek, in de Tweede Kamer. De ambtenaren hebben daar veel invloed op, doordat ze teksten herschrijven en voorzeggen aan ministers, maar uiteindelijk zijn het de Kamerleden die zo'n wetsvoorstel opstellen.

Daar kan je wat mee. Als je heel handig bent, mij is dat niet gelukt nog, kan je een Kamerlid zover krijgen dat hij een wetsvoorstel indient dat je hem hebt helpen opstellen. Als je denkt dat dat te hoog gegrepen is, moet je maareens kijken met welke rotzooi de Kamer aan durft te komen, en dan denk je wel anders. Een voorstel is zo gepiept, een Kamerlid zover krijgen dat hij meewerkt is veel moeilijker.

Als je een motie de Kamer in wil hebben, maak hem dan zo dat hij een wet of regeling in het leven roept. Heel veel moties gaan erover dat de minister wordt opgeroepen bestuurlijk iets te doen, en dat is altijd gebakken lucht die nergens heengaat. Beperk de overheid met wat hij kan doen, ga hem niet vragen iets anders te doen. Zorg dat er iets dwingends in je motie zit, want anders kom je nergens.

Wetten kan je aan twee kanten beïnvloeden. Als ze al door de Tweede Kamer zijn, kan je de Eerste Kamer schrijven. De leden van de Eerste Kamer zijn veel minder bezig met het nieuws en de hypes, en zijn meestal ook intelligenter. Daar kan je de zwakheden van een wetsvoorstel wat ze moeten beoordelen aan uitleggen, en als je er een paar meekrijgt, wordt de rest ook sceptischer. Daar hebben we al resultaten van gehad. De Eerste Kamer heeft een belangrijk nut om de gezondheid van de rechtsstaat goed te houden, en dat is ook waarom het Kabinet er eigenlijk vanafwil.

Maar je kan ze ook beïnvloeden als ze nog in de kiem zijn. Als ministeries er al overheen geweest zijn willen politici er meestal niet veel meer aan veranderen, maar als het nogmaar een motie van een kantje is, kan je Kamerleden kritische noten toestoppen. Die kunnen dat gebruiken om in het publieke debat slim uit de hoek te komen. Jij krijgt je kritiek gehoord, en zij krijgen publiciteit, een sterkere onderhandelingspositie omdat ze iemands stokpaardje dreigen te kunnen ontsporen, en daarmee macht.

Ertussenin heb je weinig tot niets in de melk te brokkelen. Als het eenmaal een wetsvoorstel is met alle toeters en bellen, en door een ministerie serieus wordt genomen, komt er weinig inhoudelijke kritiek meer uit. Helaas lijkt het soms alsof je op dit punt nog wat voorelkaarkrijgt als je met de verantwoordelijke staatssecretaris of minister gaat praten, maar de toezeggingen die je krijgt zijn zoveel waard als de slechte adem waarmee ze gezegd worden. En dan zet je niet door bij de Eerste Kamer, waar meer te halen valt.

Bestuurlijke toezeggingen zijn meestal niet gemeend. En als ze al gemeend zijn, gaan ze één minister mee. Daarna ligt die wet nog steeds klaar om mee te slaan. Zet je zinnen op de wetgeving, want dat is het enige waar je de overheid mee inperkt. De rest is alleenmaar druk zetten en informatie geven, en ookal zijn die heel belangrijk, ze beperken de macht van de overheid nooit.

Ga niet in debat met hoerenhaters. Probeer ze niet te bekeren, probeer hun argumenten niet te weerleggen. Wat er gebeurt is namelijk dat zij jouw argumenten van jou hebben gehoord, en dus al een panklaar lulverhaal hebben als een goedwillende parlementariër ze jouw argumenten voorlegt. Die kan dat lulverhaal niet op waarde schatten, en dan lijkt het net of de hoerenhater een punt heeft.

Praat juist met mensen die jouw kant weleens kunnen gaan kiezen. Denk niet dat ze het snappen, ook niet als ze één of twee goede opmerkingen hebben gemaakt. Ze moeten voorgelicht worden, en je zal schrikken als je ontdekt hoeveel van het denkbeeld er muurvast inzit ook bij mensen die vinden dat we rechten moeten hebben. Licht je medestanders voor. En doe dat bij véél politici, want je weet nooit wanneer ze je in de steek laten.

Bij het praten met politici moet je niet proberen hun taal te spreken. Die is bedoeld om leuk te klinken zonder veel over te dragen, en je klinkt altijd als een kinkel voor die mensen. Spreek eerbiedig, maar hou het altijd héél simpel. Denk eerbiedwaardige slomerd. Je moet alles uitleggen, ze snappen zelf verbanden niet, maar ze hebben geen tijd voor je, dus zorg dat je verhaal ingestudeerd is en soepel loopt. Daar hebben ze respekt voor.

Je kan druk zetten via rechtszaken. Dat is in het verleden al aardig gelukt, maar dat gaat telkens over één zaak van één meid, die dan wat genoegdoening krijgt in ruil voor heel veel werk, tijd, geld en stress. De pers vindt die zaken waaruit telkens blijkt dat de overheid buiten zijn boekje gaat met bestuurlijke straffen niet interessant, dus helaas helpen ze op die manier weinig. En dat zouden ze wel moeten doen. Veel van die rechtszaken gingen via Proud, en ik weet niet of dat nog wel doorgaat nu die ingezakt zijn.

Maar misschienwel het belangrijkste: de moralisten zijn de PR-oorlog keihard aan het winnen. Met al hun geile verhaaltjes in de krant over de zaken die voor de mensenhandelrechter komen, met alle nep-docu's en fictie, met alle gedram, komen ze bij iedereen binnen. En wij niet. Onze verhalen worden niet gehoord, en omdat ze zo zeldzaam zijn worden ze niet geloofd. Kijk maar op girlsreview.nl, de Hookers-mannen hebben van het wurgen van hun eigen forum helemaal niets geleerd, en geloven nog steeds massaal waarvan ze met hun eigen ogen kunnen zien dat het niet klopt.

Ik probeer wat bij te dragen met mijn blog. Yvette Luhrs heeft met haar TV-programma een heleboel goeds gedaan, al had ik daar best kritiek op. En daarmee heeft ze veel meer bereikt dan ik. Xaviera Hollander heeft met haar gefictionaliseerde boek ook een hoop goeds gedaan, en mensen kennen haar nog steeds. Als we niet als onmensen willen worden behandeld door de overheid, moet de overheid beseffen dat de kiezers dat niet zullen pikken.

De overheid staat of valt met hoe hard mensen erin geloven. De kiezer heeft maar beperkte macht, maar de politiek en de ambtenaren weten héél goed wat er gebeurt als op een dag mensen niet meer geloven dat wat ze stemmen verschil maakt. De geschiedenis laat zien dat er makkelijk bloed vloeit dan. Ambtenarenbloed. Daar komt vandaan dat de demokratie niet helemáál gekastreerd is.

Legitimiteit is voor elke overheid belangrijk. En legitimiteit is een subjektief iets in de ogen van de mensen in de samenleving. De overheid is daarom huiverig om niet-legitiem over te komen. Zolang ze weg kunnen komen als alwetend en oordeelvaardig, zullen ze dat doen. Als ze door de mand vallen, laten ze hun stokpaardjes in de goot liggen om maar niet hun legitimiteit te beschadigen, en trekken ze zich terug.

Daar ligt onze kans. We moeten de legitimiteit van het overheidsbeleid over hoeren te kakken zetten. We moeten laten zien hoe fout en hoe oneerlijk het is. We moeten laten zien hoe krankzinnig en onwaar het is. We moeten laten zien dat wat de overheid nu doet, moralistische masturbatie is, met ons als glijmiddel. En dat kunnen we alleen doen door het kontrast te laten zien met de werkelijkheid. Dus zorg dat mensen onze verhalen leren kennen.

Als er één stukje is waardoor ik als samenzweringsgekkie ga worden bestempeld is het dit wel. En ik vind hem niet eens leuk om te schrijven. Dit stukje schrijven ging met hangen en wurgen, want ik ben het allemaal zo beu, en ik word al boos als ik eraan denk. Dus maak het de moeite waard, leer van mijn schade en schande.