maandag 3 november 2025

Luchtpostpapier

Als mijn opa naar zijn broer in Canada schreef, deed hij dat op dun, lichtblauw papier. Dat was papier waar ik niet op mocht tekenen als klein meisje, dat was speciaal luchtpostpapier. Opa schreef daar lange brieven op, in hele kleine lettertjes. Als een vel niet vol was, schreef hij op hetzelfde vel de volgende brief door. Als er weer een vel vol was, ging het in de lichtblauwe luchtpost-envelop, en pas als die het maximale gewicht had bereikt, ging die op de post.

Dat was een oude gewoonte, want ooit was post internationaal versturen heel erg duur. Intussen was die prijs gedaald naar iets wat Opa makkelijk zou kunnen betalen, maar Opa deed het op zijn manier, en iedereen deed daar heel eerbiedig over. Internationaal schrijven was duur, internationaal bellen was helemáál duur, en niemand die Opa ging tegenspreken. Niet dat hij daar makkelijk naar geluisterd zou hebben trouwens, Opa liet zich niet zomaar dingen vertellen.

Toen mijn pa liet zien dat opa gratis e-mail naar zijn broer kon sturen, en dat die het bericht dan onmiddellijk in zijn mailbox had, werd opa een beetje emotioneel. Hij vond het heel bijzonder. Het was voor hem moeilijk te geloven dat het bericht binnen een paar tellen op de computer van de zoon van zijn broer stond. En voor niets nogwel!

Sinds dat moment kwam hij elke paar dagen met een velletje luchtpostpapier, en vroeg of Ma dat voor hem in een e-mail kon typen. Als Pa antwoord kreeg, printte hij dat meteen uit, en ik mocht het dan naar Opa gaan brengen op de fiets. Hij noemde me dan "het meisje van de telegraaf," en daar was ik best trots op. Dan las hij me de mail voor. Het was vooral boerderijpraat. En telkens als zijn broer het over een datum had, was Opa weer even verbaasd dat die datum zo kort geleden was.

Technologie is heel snel ontwikkeld sinds ik een kleine meid was. En het is ook steeds toegankelijker geworden. De eerste keer dat ik een computer zag, kon ik er níéts mee, en vond ik het maar een saai ding. Een beige doos met een beige TV erbovenop, die alleenmaar groene letters op een zwart scherm kon laten zien. Dat ding was dan reuze science fiction, en alleen de grootste tech-nerds konden hem aan.

De toegankelijkheid van de technologie is wel echt heel erg verbeterd. En we zitten dus nu ook de hele dag aan onze telefoons, want zo'n beetje àlles is makkelijker om met de telefoon te doen, dan op de ouderwetse manier. Daar heeft de tech-industrie erg zijn best voor gedaan, zowel door het met je telefoon makkelijker te maken, als door de alternatieven buitenspel te zetten. We vinden het wel fijn, alles op je eigen telefoon.

Als je echt werk moet doen, kom je er wel achter dat je telefoon daar gewoon niet geschikt voor is. Dus dan komt de laptop wel weer tevoorschijn. De echte power users hebben een buro-computer, vaak met twee of drie schermen eraan, de kantoorwerkers hebben een klein buro-computertje waarmee ze in de cloud kunnen werken, maar als je niet honkvast werkt heb je een laptop om je werk op te doen.

Die laptops zijn ook mooier en makkelijker geworden. Ze zijn niet meer die lompe dikke dingen, je kan er tegenwoordig mee gezien worden. Ze zijn strakker en stijlvoller, vooral ook met wat er op je scherm te zien is. Alles werkt bijna vanzelf, en de software vraagt vaker aan jou of hij iets voor je moet doen, dan dat jij iets aan de software vraagt. En het gaat steeds meer lijken op wat je gewend bent van je telefoon.

Juist omdàt het zo gebruiksvriendelijk wordt gemaakt, merk je het bijna niet. Elke nieuwe verandering voelt als een klein kadootje, en als een kleine opluchting. Er wordt je telkens iets uit handen genomen, er wordt telkens iets weg-gestyled. Vooral hoef je telkens er iets minder van te snappen, ookal wordt wat er eigenlijk op je computer allemaal gebeurt juist telkens een stukje ingewikkelder. Maar dat extra ingewikkelde is juist om jouw ervaring simpeler te maken.

Voor mijn studie moest ik iets leren over computers en programmeren, want dat moest ik kunnen gebruiken voor onderzoeksopdrachten. Daar was ik eerst heel enthousiast over, maar ik bleek tijdens de cursus alleen het topje van de ijsberg te hebben gezien, en je hebt om er ècht wat mee te kunnen, veel meer handigheid met wiskunde en techniek voor nodig dan ik heb. Maar ik heb er wel wàt van geleerd over hoe computers nou eigenlijk werken.

Dat hielp me weinig toen ik een paar jaar geleden even op mijn balkonnetje was gaan zitten om weg te komen van mijn huisgenote, die Netflix zat te kijken op de TV. Ik had een hoop te doen, ik moest een paper schrijven voor mijn studie, en ik moest een blogstukje uittikken. Dat uittikken is altijd meer werk dan ik denk, want het begint wel met overtypen van wat er op mijn notitieblok staat, maar het gaat altijd met mijn stroom van gedachten mee als ik goed onderweg ben.

Ik had dus twee Word documenten open, en tegelijk natuurlijk een nieuwssite, waar ik èìgenlijk naar zat te kijken terwijl mijn documenten me beschuldigend vanaf de taakbalk aanstaarden. En op de achtergrond een Youtube filmpje. Ik had er een kop koffie bij, en ik wou net een favoriet aanklikken van een site over kunst, om nòg meer afleiding aan te zetten, toen mijn laptop niet meer reageerde. Niets bewoog meer op het scherm, wat ik ook deed. En toen schakelde hij zichzelf opeens uit.

Dat leek erop dat hij opeens zonder batterij zat, dus ik zette hem aan het snoer. Een druk op de knop, en starten maar weer. Even flitste het HP-logo op het scherm, en daarna ging hij terug op zwart. Nog een keer drukken, en weer alleen een flits van het HP-logo. En daarna helemaal niets meer, ookal drukte ik op de aan-knop. Resetten hielp niets, er wou geen lichtje meer aan, en ik moest van de helpdesk mijn computer maar opsturen.

Nou, daar zit je dan. Je weet pas hoeveel je doet met je computer, en hoe weinig je kan zònder, als hij weg is. Dat is me wel vaker overkomen, want ik heb geen huis vol computers. Als ik de nieuwe krijg, gaat de oude weg. Vaak voordat ik alles op de nieuwe kan doen wat ik op de oude kon, trouwens. Al is dat tegenwoordig met al die dingen die online gebeuren en in de cloud wel makkelijker.

Na een beetje kloten op mijn telefoon, waarmee ik niets voorelkaar kreeg, herinnerde ik me opeens dat ik een poos geleden een oeroude laptop in één van mijn verhuisdozen had zien liggen. Had ik die weggegooid? En als ik die niet had weggegooid, zou hij het nog doen? Ik ging zoeken, en ik vond hem bijna meteen. Een oude, stoffige, lelijke Fujitsu die mijn vader ooit aan me geleend had toen ik weer eens een kapotte laptop had, en nog geen nieuwe. De lader zoeken was veel lastiger, want die lag in een andere doos. USB-C laders zijn wel een vooruitgang.

Toen ik die oude Fujitsu naast mijn nieuwe kapotte HP legde, leek hij wel een schoenendoos zo dik. Ik zette hem aan het snoer, en ik drukte op de aan-knop. En hij ging. Hij klonk alsof hij ging ontploffen, met al dat geratel en gezoem wat bij laptops uit die tijd hoort, maar hij ging. Eerst door een paar schermen heen, maar toen een hele tijd op het startscherm van de Windows die eropzat. Windows XP om precies te zijn.

Die laptop bleek ouder te zijn dan mijn blogje. Die laptop mag stemmen. Die laptop ging voor het laatst uit toen het eerste onbemande tankstation net open was. Toen de Nederlandse overheid net beslist had om de Goudstikker-kollektie aan de erfgenamen van Goudstikker te geven. In het Rembrandt-jaar. Dit was een laptop met een CD-ROM laatje. Deze laptop was zo oud dat het gewoon raar was om te zien dat hij startte.

Maar hij startte. Hij deed er lang over, maar hij had dan wèl weer dat hij niet de eerste minuten na het starten langzamer was, hij was meteen op volle snelheid. Het scherm was echt heel slecht, maar dat was denk ik niet omdat hij zo oud was, maar die was altijd al zo vaal en flets en grijs geweest. Je moet er echt precies midden achter kruipen om niet een witte waas over het scherm te hebben waardoor je niets meer ziet.

Voor de computer was het net zo'n schok als voor mij, dat hij opeens in de moderne tijd opstartte. Hij vroeg me bijvoorbeeld toen ik eindelijk internet had, of de datum klopte. Hij klaagde dat Windows niet meer kon bijwerken omdat hij de informatie niet meer bij Microsoft kon halen. Dat bijwerken heeft hij trouwens uiteindelijk wel gedaan, maar dat moest via een omweggetje. Dat duurde best lang, hij had veel in te halen.

Daar maakte ik me nogwel zorgen over, want oude software gebruiken is gevaarlijk. Als je niet de hele tijd bijgewerkt bent, loop je enorme gevaren. Dus ik vroeg wel aan mijn goeroe of ik nu niet verschrikkelijk stom bezigwas. Maar dat blijkt dus veel ingewikkelder te liggen, en eigenlijk is er een hoop bangmakerij bij. Hij hielp me om wat dingen uit te zetten in Windows, en daarmee was het allemaal wel okee.

Toen bemoeide mijn statistiekmannetje zich ermee, en die was het met mijn goeroe eens, maar merkte ooknog op dat voor mijn geval het misschien zelfs wel veiliger is met Windows XP, want in de tijd van XP werd er door je besturingssysteem nog niet zoveel gespioneerd. Met waar mijn vijanden zitten, is dat een groter probleem dan hackers en virussen. Uiteindelijk zaten die twee samen truukjes te bedenken om mijn Fujitsu veilig te maken.

Ik heb nog even mee zitten lezen toen mijn statistiekmannetje en mijn goeroe tegen elkaar gingen zitten opscheppen wat voor internet facing computers ze allemaal hadden draaien, en hoe oud die waren, en hoe lang die al geen updates meer kregen, en hoeveel attacks per dag die dingen af te slaan hadden, en hoe ze dat toch voorelkaar kregen zonder problemen te krijgen. Het blijven mannetjes.

De Fujitsu werkte gewoon. Behalve dat er heel veel niet opzat dat op mijn HP wèl zat. Geen Teams bijvoorbeeld. En alle andere programma's waren ook gewoon ànders of niet aanwezig. De meeste dingen kon ik er wel mee, maar moest je gewoon anders aanpakken. Maar het grootste verschil, en dat is een héél groot verschil, was dat hij internet niet opkon. Internet Explorer werkte wel, maar hij gaf een foutmelding of gewoon een wit scherm als ik een website wou openen.

Dat was best frustrerend. Niet alleen omdat ik er bestwel lang over had gedaan om Wifi aan te sluiten, want in Windows XP is dat veel lastiger, maar vooral omdat ik er toen pas achterkwam hoeveel ik zo'n laptop eigenlijk voor internet gebruik, ook als ik andere dingen aan het doen ben. Dat was kapot irritant, en dat voelde ik zo sterk dat ik op het punt stond het ding in de kliko te dunken.

Maar dat was eigenlijk de grote ontdekking die ik met dat ding deed. Want hij krijgt niet zomaar een eigen stukje. Ik hoorde opgelucht te zijn dat ik nu mijn stukje kon optypen, en mijn paper kon schrijven. Dat kon ik dan wel met een USB-key naar een computer op de universiteit meenemen om van daar te versturen. Dus ik had alles wat ik nodighad. En toch had ik het gevoel dat het ding heel erg tekortkwam, alleenmaar omdat hij me geen afleiding gaf!

Ik ben dieper in de techniek gedoken met die computer dan ooit, alleenmaar om te kijken waarom ik geen internetpagina's kon openen. Ik heb gescholden op dat ding, ik heb elke truuk geprobeerd die internet voor me had, ik heb geprobeerd om websites te vinden die nog wèl op die ouwe computer werkten, en ik had genoegen genomen met de kleinste, zieligste succesjes. Maar niets hoor. Zelfs e-mail bleek niet te werken, dat maakte me echt wanhopig.

Het was een echte òpluchting toen ik wat spelletjes op die computer vond. Simpele spelletjes, patience enzo, maar het was wat afleiding. En toen al had ik in mijn achterhoofd het gevoel dat er iets niet klopte. Ik hoorde niet zo opgelucht te zijn dat ik iets afleidends vond op die computer, dat ik iets vond wat me liet werken op de computer met iets wat geen werk was. Ik had nogwel mijn telefoon naast dat ding op tafel liggen, afleiding genoeg.

Die opluchting was alleen van korte duur, want dat ik patience had wou nog niet zeggen dat ik ook geduld had voor patience, na een half potje was ik er wel klaar mee, en zat ik op mijn smartphone nieuws te checken. Die laptop stond toen voor niets op mijn balkontafeltje te ronken. Dat was veel konfronterender dan als ik op die laptop die nieuwssite had kunnen bekijken.

Mokkend als een schoolmeisje dat naar haar kamer wordt gestuurd met haar huiswerk heb ik toen tochmaar Word opgestart, en ben ik aan het werk gegaan. Ik had shit te doen, en dit was de enige manier om het gedaan te krijgen, dus dan moet je wel. Ik maakte me een beetje druk of Word nog wel zou werken, na al die tijd. En hoe oud en verlopen die oude XP-computer ook was, dat werkte wel gewoon. Nou ja, niet gewoon: opvallend goed zelfs.

Ik werk tegenwoordig met Word 365. Op die oude laptop stond nog Word XP. En er was geen enkele manier om dat bij te werken naar Word 365. Dus ik moest er maar aan om met die oude Word te werken. Het was wéér iets, het zoveelste waar ik niet op zat te wachten, want dit was geen avontuur terug in de oude doos, dit was gewoon proberen om met de riemen te roeien die ik heb. Ik had werk te doen, en al deze dingen waren gewoon vervelende hobbels. Ik moest danmaar.

Het was verrassend prettig. Het scherm van mijn oude laptop was blokkig, vaal en grof, en er is als het ware minder ruimte voor alles, alle ikonen nemen meer ruimte in bijvoorbeeld, maar toch had ik in Word XP meer ruimte op mijn scherm. Zo voelde het. Ik hoefde ook niet de hele tijd de ribbon van modus naar modus te klikken, alles was snel en handig bereikbaar met menuutjes.

Ik wist helemaal niet meer wat nou waar zat, en hoe je dingen aan moest pakken in Word XP. Maar ik merkte al heel snel, heel verrassend weer, dat mijn vìngers alles nog wèl wisten. Voor ik me zorgen kon maken over waar ik iets kon vinden, had ik het al helemaal vanzelf ingetikt of opengeklikt. Alsof ik gestuurd werd door een klopgeest. Een typgeest dan. Het was bijna griezelig om te zien.

Toen het tijd was om te gaan koken, was mijn stukje uitgetikt. En mijn paper was bijna af. Normaal zou ik pas hier zijn na een nacht doortrekken. Het was echt heel verbazend om te zien dat ik nu al zo ver was. En dat ik zo moe was, op een goeie manier. Het was een soort moe die ik al een hele tijd niet meer geweest was, een soort moe waarbij je voelt dat je opgebruikt hebt wat je voor je werk gebruikt, maar dan wel vrolijk opspringt van je tafeltje om wat anders te gaan doen.

Ik heb zo een paar weken gewerkt. Ook toen mijn nieuwe laptop alweer gerepareerd terugwas van HP. En natuurlijk ook toen na een paar dagen mijn HP wéér op dezelfde manier stukging. En ook toen de HP na weer een tijd terugkwam, maar nu helemaal in het nieuw en met een nieuwe Windows en zonder al mijn bestanden. Toen heen en weer werken tussen de Fujitsu en de HP niet goed bleek te werken, heb ik zelfs een poosje de Fujitsu gekozen. Die werkte lekkerder als het om werken ging. De HP was meer voor gekut.

De Fujitsu was minder gelikt. Niet alleenmaar omdat hij lawaaiig, zwaar en lelijk is, maar ook de software is minder gelikt. Ik ben een kunstenaresje, en estetisch is moderne Windows mooier dan oude Windows. Maar als het gaat om werkbaarheid, zijn die kinderachtige ikoontjes wel handiger. En de oude letters scherper. En wordt je schermruimte gewoon effektiever benut.

Maar wat ècht het verschil maakte, was wat hij níét kon. En dat was me eindeloze afleiding geven, met dingen die belangrijker en interessanter voelen dan de klus waar ik aan bezigben. Mijn moderne laptop lijkt wel gemáákt om die afleiding aan me op te dringen. Het gaat allemaal veel te makkelijk, en voor je het weet ben je weer Zalando, Youtube, Kunstvenster of nu.nl ingeglibberd.

Want nieuws is netzogoed een domme afleiding als dansfilmpjes. Het enige verschil is dat nieuws belangrijk lijkt. Dat krijg je ook op school geleerd, je moet het nieuws volgen, om een geïnformeerde burger te zijn. Het nieuws zorgt dat je een ontwikkeld typje bent. Vooral als je over de achtergronden bij het nieuws kan meelullen. Het nieuws is belangrijk, superbelangrijk dat je dat meekrijgt. En nog wel metéén.

Door mijn blogje bij te houden, en al het onderzoek wat daarbijhoort, ben ik er wel achtergekomen hoe slecht het nieuws de werkelijkheid weergeeft. En hoeveel het eigenlijk gaat om kliks scoren en boosmakerij om niets. En als ik eens ga lopen turven hoeveel van het nieuws dat ik lees nou ècht me wat bijbrengt waar ik wat mee kàn of waar ik wat aan hèb, dan heb ik na een dag nieuwslezen niet veel turfjes.

Eigenlijk heb ik alleenmaar wat aan het nieuws dat voor me wordt geselekteerd door mijn nieuwsfilterdiensten. En dat is dus een handvol artikeltjes per week. De rest, waar dus héél veel van mijn tijd en aandacht aan opgaat, doet niets voor me. Ik kan wel geschokt zijn over een ongeluk, een aanslag, domme dingen die Trump zegt, of verontrustende prijsveranderingen en inflatie, maar als ik het had gemist had ik eigenlijk niets eráán gemist.

Je kan prima geïnformeerd zijn als je niet de hele tijd het nieuws volgt. Waarschijnlijk zelfs béter. Het is veel informatiever om niet de hele tijd artikeltjes en koppen naar je kop gesmeten te krijgen, maar wanneer je de informatie nodighebt, er gestruktureerd naar te gaan zoeken. Dan krijg je een veel beter beeld, en veel minder gekleurd ook. Ik heb nog niet gehad dat ik door nieuwslezen echt goed geïnformeerd werd.

Zo voelt het alleen niet. Het voelt alsof je meedoet aan de gebeurtenissen in de wereld door jezelf op de hoogte te houden. En je houdt dus telkens je vinger aan de pols, je zit telkens te scrollen en te monitoren, je bent de toezichthouder op de wereld, want ergens is dat jouw verantwoordelijkheid. Anders ben je een ongeïnformeerde dwaas. Of je hebt een computer die niet bij de websites van de nieuwsdiensten kan.

Door op mijn Fujitsu te werken was ik telkens even van dat nieuws-infuus àf. En dat was wel even afkicken hoor, want het is eigenlijk gewoon afleiding zoeken van je klus met iets wat belangrijk en gewichtig voelt, zodat je je minder dom en lui voelt dan wanneer je een dansfilmpje opzet. Het is even een shot bevrediging halen over dat je goed bezigbent, en verstandig en ingelicht bent, en dingen in de hand houdt, terwijl je eigenlijk geen flikker doet.

Probeer maar eens een dagje zonder nieuws. Als je de volgende dag gaat inhalen, blijk je niets gemist te hebben. Ja, er is genoeg bij te spijkeren om je nieuwsinfuus up to date te krijgen, maar je hebt niets gemist waar je wat mee moest, of waar je wat mee kòn. Je hebt een hele dag je aandacht aan andere dingen besteed, en die aandacht bleek ook helemaal niet nodig te zijn voor het nieuws. Het ging gewoon door. Ook zonder jouw oppassende blik.

Nieuwsdiensten richten zich vooral op boosmaken, want dat verkoopt goed. Ik ben niet zo'n boosmaker, ik ben zelf meer een zorgenmaker. Dat kan ik ook meteen zien in mijn nieuwsfilterdiensten, die zoeken naar de dingen waar ik me zorgen over maak, niet naar de dingen waar ik me moreel superieur over voel. En dat merk ik dus ook wanneer ik even het nieuws afkap, ik maak me minder zorgen. En de zorgen die ik wèl maak, gaan over dingen in mijn eigen leven. Waar ik wat mee kàn dus.

Het is niet alleen het nieuws wat me afleidt als ik internet heb hoor. Internet is afgezakt naar een prikkelmachine. Het is veel minder de spannende bibliotheek van toen ik er net mee begon, waar je àlles kon vinden als je maar zocht, naar een soort dwingende vertoning, net als de scène in A Clockwork Orange waar de hoofdpersoon aan een stoel vastgebonden zit en zijn ogen met klemmen worden opengehouden. Jij kan iets willen zoeken, maar de machines van het internet zetten jou voor je neus wat zij willen dat je ziet.

Maar het is ook zeker iets in mij, ik moet niet alleen de media-bedrijven de schuld geven. Want ik check óók iedere paar minuten mijn e-mail, ookal is er helemaal geen probleem als ik dat een keertje in de ochtend en een keertje in de middag doe. Ik werk niet in een omgeving waar elke mail meteen beantwoord moet worden. Ja, ik moet mijn escort-adres snel kunnen beantwoorden, maar dat is niet de mail die ik het vaakste check. Want dat is kennelijk niet afleidend genoeg.

Ik spring meteen van mijn laptop over naar mijn telefoon als ik een WhatsApp-geluidje hoor, en als ik te lang geen WhatsApp-geluidje hoor ga ik tòch op mijn telefoon kijken om te zien wat er aan de hand is dat ik al zo lang geen appje meer heb gehad. Het zit gewoon in mij, mezelf afleiden met iets waarvan ik mezelf de smoes kan vertellen dat het nu moet en haast heeft. En dat afkappen hèlpt.

En zo werd die Fujitsu mijn prikkelarme werkcomputer. Hij doet eigenlijk alles wel dat ik nodigheb. Ja, het zou fijn zijn als de batterij niet letterlijk tien sekonden meegaat als ik de stekker eruit trek. En hij kan wel wat sneller opstarten. En een werkende slaapfunktie zou fijn zijn. En een scherm wat me geen tranende ogen geeft. En dat hij minder herrie maakt. En minder blikkerige luidsprekertjes.

De software-omgeving, die komt niets tekort. In een hoop opzichten was die meer op prettig werken gericht. In een hoop opzichten hebben we wel een estetische stap vooruit gemaakt, en ziet alles er ook toegankelijker uit, maar is het veel minder praktisch geworden. Alleen al zien wat een knopje is, zien of iets aan- of uitstaat, of kunnen lezen wat ergens staat, dat is er niet op vooruitgegaan.

Het is nog veel indrukwekkender als je vergelijkt hoe soepel de software draait, met hoe nederig die Fujitu technisch is. Hij heeft maar een halve gigabyte geheugen, en voelt even vlot aan als mijn HP met zestien gigabyte. Dat zal vastwel verschil maken als je spelletjes probeert te installeren ofzo, of analyse-software gaat draaien, maar dat doe ik allemaal tòch niet. Voor de dagelijkse dingetjes doet die oude software het prima.

Als ik achter mijn Fujitsu ga zitten, ga ik in werkmodus. En dan komt er even geen afleiding bij kijken. Dat is erg fijn, want het zorgt ervoor dat mijn werk àfkomt, en dat ik daarna met andere dingen doorkan. Het voelt namelijk wel alsof even afleiding starten op je computer tijdens het werk verfrissend en konstruktief is, maar dat ìs het dus nooit. Het is aandacht slurpen, en je inspanning verdelen naar iets wat er niet toe doet.

Natuurlijk ligt het uiteindelijk niet aan de computer. En dat is maar goed ook, want ook mijn Fujitsu is hard achteruit aan het gaan. Maar ik heb er wel veel van geleerd over prikkelarm werken op een computer, iets wat ik langzaamaan had afgeleerd met al die sluipende veranderingen in hoe we met onze devices omgaan. Ik ben wat kritischer geworden, en ik heb de waarde van prikkelarm gaan geleerd.

Dus als ik nu de werkuren van mijn dag inga, leg ik mijn telefoon op mijn nachtkastje, en neem ik de Fujitsu mee naar de plek waar ik werk in huis. Ooit was dat de eettafel en de bank, nu is het mijn studeerkamer en mijn balkon. Mijn studeerkamer krijgt trouwens nog een eigen stukje, want dat is ookwel een verhaal op zich. Mijn oortjes blijven uit, ik zet ook geen muziek op, ik ga stil werken met mijn oude Fujitsu. En dat werkt.

Die Fujitsu gaat niet lang meer mee. Hij heeft me al een foutmelding gegeven waardoor mijn goeroe en mijn statistiekmannetje me konden vertellen dat hij binnenkort nooit meer opstart, en ze raden me aan om een andere te kopen. En daar dan een hardcore werk-computer van te maken. Daar hebben ze dan ideeën over. Kennelijk kan je met Linux je computer tot een soort gefocuste productiviteitsmachine ombouwen, zonder al het gedoe. Ik wil het best proberen.

Nou ja, ik ben nogsteeds smartphone verslaafd, en de algoritmes kennen me beter dan ik zou willen. Maar ik kan mezelf afentoe even een paar uur per dag bedwingen. Die uren worden goed besteed, en laten me iedere keer weer zien dat al dat kutten met mijn smartphone eigenlijk maar tijdverspilling is. Het is aantrekkelijke tijdverspilling, maar eigenlijk niet zo leuk dat het al die tijd waard is. Hij is alleen heel goed in op mijn knopjes drukken.