maandag 6 juli 2020

Ik mis mijn klantjes

Officieel is op één juli de business weer opengegaan, maar ik hoor van meiden die weer gingen adverteren dat de politie nogsteeds keihard optreedt tegen meiden die niet voor vergunningmelkers werken. Het is nogsteeds heftiger dan voor de corona-crisis. En ik kan niet mijn vaste klantjes allemaal SMSjes gaan sturen, want de meeste zitten niet te wachten op een cold call van een sekswerker.

Sinds het begin van de corona-crisis heb ik al geen kontakt met mijn klanten. Dat is gewoon om mijn verantwoordelijkheid te nemen, want zelf ben ik niet in een gevarengroep. Ik probeer het maar uit te zingen met mijn spaargeld, al voel ik wel heel duidelijk in mijn portemonnee dat ik geen inkomsten meer heb, maarja, dat had ik zien aankomen en daar had ik me bij neergelegd.

Wat ik wel een béétje zag aankomen, was dat ik de seks zou gaan missen. Het is leuk werk, en ookal is even vakantie niet verkeerd, ik mis het werk wel. Maar dat het me zo seksueel gefrustreerd zou maken had ik eigenlijk niet verwacht. Ik ben gewoon de hele tijd chaggerijnig omdat ik pik mis.

Begrijp me niet verkeerd, dat is niet het enige wat ik aan mijn klanten mis. Ik mis het om met ze bezig te zijn, ik mis hun gezelschap, ik mis de waardering die ik van ze krijg, ik mis dat ik ze tochwel een beetje bijstuur en ontwikkel, ik mis de menselijkheid die we delen. Maar ja, ik mis dus ook hun pikken.

Meestal als ik even geen klanten heb en wel behoefte, kan ik een kennis of een ex bellen voor een booty call, maar dat kan met de social distancing dus ook niet. Ik sta dus helemaal droog, en met mijn dildo's heb ik intussen ook een haat-liefde-verhouding. Ik kan niet zonder ze, maar ze zijn echt niet wat ik nodigheb. Het is als honger, als je echt honger hebt kan je ook nergens anders meer aan denken en straalt het door in je hele leven.

Ik ben nurks, ik ben lichtgeraakt, ik ben chaggerijnig, mijn lijf is stijf en zwak, ik heb onrust van top tot teen, en zelfs de dromen die ik heb over seks zijn niet meer de simpele leuke dromen die ik normaal heb, maar gefrustreerde dromen waarin ik niet mijn zin krijg. Ik word ook dikker, ookal hou ik mijn calorieën bij en blijf ik sporten. Mijn lijf gaat gewoon in staking, en mijn geest heeft ook geen zin meer. Ik kom nu zelfs al tegen dat mijn libido begint in te zakken, en dan ben ik ècht ver heen.

Als ik een stukje zit te schrijven voor mijn blog, raak ik al gefrustreerd omdat het gaat over seks die ik niet kan hebben nu ik braaf moet zijn vanwege de corona. En dat terwijl allemaal andere beroepen die besmettingsgevaar opleveren wèl weer beetje bij beetje open mogen.

Dit moet niet te lang meer duren, want niet alleen mijn portemonnee kan er niet lang meer tegen om leeg te zijn.

maandag 29 juni 2020

Luchtje

Ik zorg dat ik slank en soepel blijf, want dat vinden mijn klanten sexy. Ik zorg dat ik netjes geschoren en bijgewerkt ben, want dat vinden mijn klanten aantrekkelijk. Ik zorg dat ik fit en atletisch blijf, want dat vinden mijn klanten geil. Ik zorg dat ik een goed gesprek kan voeren, en leuk ben om aan te horen, want dat vinden klanten betoverend. Ik zorg dat ik me kleed op een manier die me complimenteert, want dat vinden de mannen stijlvol. Ik zorg dat ik schoon en zacht blijf, want dat vinden de klanten zalig. En ik vind dat allemaal ook. Voor mezelf.

Maar op de achterbank komt ook nog je geur. Geur is belangrijk voor of je iets of iemand prettig of juist walgelijk vindt. Mensen vinden geur maar bij twee dingen belangrijk, en die zijn eten en seks. Vaak nieteens terwijl ze doorhebben dat het zo voor ze werkt trouwens. Geur grijpt diep in op je emoties, en nieteens op een manier die je logisch kan uitleggen. Soms zelfs tegen wat je zou denken in.

Als ik een man ruik die de hele dag heeft gezwoegd met zijn lijf, zoals een verhuizer of een tuinier, dan vind ik dat stinken. Als zo'n vent bij me in de buurt komt, wordt hij zonder pardon naar de douche gestuurd. Die man merkt het vaak nieteens aan zichzelf omdat hij er de hele dag met zijn neus op zit, maar ik vind het walgelijk. En tegelijk slaat het me in mijn kut alsof er iets opeens in me wakkerwordt.

Je kan in mijn werk illusies maken met je gedrag, met je houding, met je bewegingen, met wat je zegt, met wat je aantrekt, met hoe je klinkt en kijkt, maar met geur is dat heel moeilijk. Je kan wat met parfum werken, maar dat is ook niet erg effektief. Je kan wel ruiken naar een fris boeket, maar dat is maar één letter in het alfabet van geur. Je kan gewoon niet veel spelen met geuren.

Sommige meiden hebben mazzel. Ik heb verhalen gehoord van meiden die neutrale zeep gebruiken en verder niets, zelfs geen deo, omdat mannen helemaal wild worden zogauw ze haar ruiken. Dat is dan wel verschillend met hoever ze van hun menstruatie afzitten, maar het is een heel prettig iets om te hebben. Lang niet elke meid heeft dat effekt, en zeker niet zo sterk. Je weet het pas als je het probeert natuurlijk.

Een collegaatje merkt dat mannen die hun neus in haar haar begraven meteen stijf worden van haar geur. Maar alleen als ze niet aan de pil is, en niet als ze ongesteld is. Haar lijf geeft een geur af die haar vruchtbaarheid aangeeft, en mannen worden daar wild van. Ik heb dat niet, en dat vind ik erg jammer. Het lijkt me niet alleen makkelijk, maar ook erg leuk om iets te hebben dat puur van jou is en mannen gekmaakt op die manier.

We hebben allemaal wel gehoord van het oude hoerentruukje om je vinger in je doos te steken en dat achter je oren en in je boezem af te vegen. Mannen die kut ruiken worden geil, is het idee. Het is een beetje bot, maar als het werkt moet je niet te nauw kijken. Sommige meiden zweren erbij, maar voor de meeste meiden werkt het helemáál niet. En je ruikt zelf dan ook de hele avond kut.

Het is belangrijk wat je van je eigen geur vindt. Hoe jij jezelf ervaart is natuurlijk anders dan hoe een ander je ruikt. Ik kan de geur van mijn kut niet op prijs stellen, maar mannen steken er maar wàt graag hun neus in. Als je je lekker voelt in je geur, ga je veel makkelijker met jezelf en anderen om dan als je vindt dat je stinkt. Dat geldt voor ons, en helaas ook voor onze klanten.

Mannen vinden het meestal verschrikkelijk om naar man te ruiken. Vooral onzekere mannen hebben de neiging om zich helemaal van top tot teen met aftershaves, eau de cologne, deodorant en bodylotions in te sprenkelen. Daar komt dan een chemische walm vanaf waardoor je de neiging krijgt je adem in te houden. En deo op likbare plekken spuiten is ook een slecht idee, want ik krijg dat dan in mijn mond, en dat blijf je uren proeven.

Nieuwe meiden, groentjes dus, doen dat ook wel. Die parfumeren zich helemaal de tering, en daar zit niets natuurlijks meer aan in de taal van de geuren. Mannen zijn meestal botte horken, dus die merken nieteens hoe overdreven dat is, maar hun onderbewuste ervaring merkt wel dat er iets ontbreekt. Sommige van die groentjes krijgen dus pas klanten los nadat de parfum een beetje is verwaaid, bijvoorbeeld bij de tweede klant.

Daar zit alleen nogwel iets subtielers aanvast. Als je echt het beest in een man wil opwekken, en dat beest moet er natuurlijk dan wel vantevoren ìn zitten, dan moet je niet alleen naar jezelf ruiken, maar ook liefst naar de seksuele geuren van een andere man. Als de mannenzweet en sperma van je afdruipt is dat teveel, maar een beetje een subtiele hint die hij maar nèt kan ruiken levert spetterende hebberige grijperige harde seks op.

Helaas moet je daarmee oppassen. Er zijn genoeg mannen waar dat beest helemaal niet inzit, en het kan erg botsen met het imago wat je neer wil zetten. Als je probeert een fris meisje te zijn dat dit bij hoge uitzondering doet, maar eigenlijk vooral een deugdzaam leven leidt, voor wie dit netzogoed een zeldzaam uitje naar stoutheid is als voor hem, dan moet je niet ruiken naar je vorige klant natuurlijk. En denk maar niet dat de man er wel overheenkomt.

Geur grijpt diep in namelijk. Het kan je hele illusie ondersteboven schoppen. Een collegaatje begon haar carrière als domme, en ookal had ze er ervaring mee in haar eigen relaties, ze was nogal angstig om het te doen voor geld. En dat angstzweet, dat róken ze. En dan ben je geen effektieve domina meer. Maar het is nog knap lastig om te ontdekken dat het zo werkt, en dat geur de reden is. Want geen man die je dat verklapt.

Dan is het goed om W als mentrix te hebben, want die zag het onmiddellijk en had de oplossing. Leren gezichtsmaskers, rubber gezichtsmaskers, zolang het maar goed muf wordt en meurt. Dan krijgt de klant jouw geur nog nauwelijks mee. Dat heeft haar door de eerste weken en maanden gered, tot ze haar draai vond. Nu gebruikt ze alleen nog haar kont als masker voor haar slaafjes.

Je kan het niet sturen hoe je eigen geur is. Je hebt de keus tussen je wel laten ruiken, of niet. Natuurlijk moet je eigen geur wel "vers" zijn, dus je moet wel wassen enzo, maar je kan niet spelen met je geur, je kan je eigen geurtje niet faken. Ook meiden die de zweterige luchtjes van collegaatjes "lenen" door gebruikte kleren aan te trekken of zelfs het kutparfum gewoon direct uit de gleuf van de collega te halen, komen nergens. Het werkt niet.

Daar zit een heel stuk biologie achter. Het verhaal is dat mannen aan je lichamsgeur ruiken dat je immuunsysteem goed past bij het zijne, en je dus sterk nageslacht krijgt. Dat vind ik moeilijk te geloven, want dan zouden er dus meiden zijn met een immuunsysteem dat bij elke man past, en meiden wiens immuunsysteem bij niemand past. Want daar komt het meestal opneer. Je pikt er met je geur niet een bepaalde groep uit, meestal is het alles of niets.

Nog iets wat wel een interessante extra ingewikkeldheid veroorzaakt, is los haar tijdens je date. Mannen houden van los haar, en dat vangt geurtjes heel goed. En je gaat niet meerdere keren per dag je haar wassen. Febrèze in je haar spuiten is een slecht idee, en het waait niet genoeg uit. Afentoe moet je dus keuzes maken als je niet de hele dag met een luchtje in je haar wil doorlopen.

Bij mannen die sterke luchtjes hebben of gebruiken, dus vooral de parfum-overdrijvers, doe ik mijn haar in een knot of vlecht. Ja, dat zien ze misschien wel liever anders, maar je houdt die lucht veel minder vast als je je haar strak opbergt. Dat is tegenwoordig minder belangrijk nu ik met de escort maar heel zelden meer dan één klant per dag heb, maar toen ik nog in de bordelen of in mijn werkflatje werkte, was dat belangrijk.

Ik probeer fris te ruiken. Niet te geparfumeerd, maar meer muntgeuren enzo. Dat ruikt "schoon" en neutraal. Bovendien is het niet een soort lucht die een man in de problemen brengt als hij ermee thuiskomt. Ik heb ookwel citrusgeuren geprobeerd, want dat heeft dezelfde voordelen, maar die geuren passen niet echt bij mij. Ik probeer ook gewoon fris te zijn door vers gedoucht te zijn, en dat is natuurlijk het belangrijkste.

Helaas heb ik de gewoonte om veel koffie te drinken. Daar krijg je koffie-adem van. Koffie-adem stinkt niet alleen, mannen vinden het ook afgeilend. Zweterig of muf zijn vinden ze jammer, maar dat kàn nogwel. Koffie-adem is een turn-off omdat je dan ruikt naar een saai iemand. Het ergste is dat ik dat óók heb met mannen met koffie-adem, dus ik kan ze nieteens ongelijk geven.

Daarom poets ik vaak mijn tanden, en ik gebruik ademverfrissers. De koffiegeur komt uit je keel, en die kan je niet poetsen, maar het wordt al veel minder als je maar je mond fris houdt. Je kan ook beter knoflook, rauwe uitjes en tomaten links laten liggen. Die zorgen ook voor een slechte adem. Maar als je poetst, en gemberthee drinkt, en nu en dan een appeltje eet, hou je het wel fris.

Om het okee te doen, hoef je eigenlijk niet veel te doen. Voor je date douchen, je vulva even goed doorspoelen, schone kleren aan, geen lichaamshaar, geen döner met knoflooksaus onderweg, zorgen dat je niet hoeft te poepen tussen het douchen en de klant, je werkparfum niet met liters tegelijk gebruiken, en je zit gewoon goed. Ja, het kan wel beter, maar beter hóéft niet.

Helaas hebben veel klanten het toch niet goed begrepen. De meeste mannen zijn schone mensen, die normale hygiëne toepassen, maar je hebt er veel die toch niet snappen hoe het moet. Al wil ik ookwel even aanstippen dat normale hygiëne niet genoeg hygiëne is als je gaat seksen. Je bent nog schoon genoeg met je kleren aan, dat wil niet zeggen dat dat ongeschoren kruis van je dat de hele dag in die onderbroek heeft liggen broeien lekker fris is.

Veelteveel mannen, en daarbij horen ook heel veel mannen die zichzelf onderpoedelen met deo en eau de cologne, zijn toch gewoon niet zo schoon als je zou mogen verwachten. Ik ben echt niet vies van lijven, en ik vind een beetje gezond zweet niet erg, ik vind lichaamshaar ook niet persé verkeerd, en de monteur mag ook langskomen met de zwarte aanslag die in zijn huid is gekropen. Maar mannen maken drie dingen niet goed schoon. Hun bilspleet, hun mond, en hun eikel.

Je kakt uit je bilspleet. En volwassenen hebben meestal haar groeien daar. Vrouwen halen dat weg. Mannen meestal niet. Ik heb maar heel weinig mannen gezien die wat aan dat haar doen. Ze zijn vaak heel verrast als je het voorstelt. En dat haar is bij mannen dikker dan bij vrouwen. En die mannen maken hun kont schoon met een beetje WC-papier. Ik ga je niet uitleggen hoe dat uitpakt, dat kan je zelf voorstellen. En sommige van die mannen willen dan anaal gevingerd worden.

Een lekker stevig kontje is heel aantrekkelijk, maar als er een verborgen poephaarbal tussen geklemd wordt, dan hoef ik hem niet meer. En dat kan je soms zelfs ruiken voordat je hem ziet, vooral als het een zweterige dag is en de boel warm, nat en broeierig is. Het gekste is dat die mannen dat zelf nieteens snappen, gewoon niet beseffen watvoor smerigs ze daarachter hebben zitten.

De mond is ookweer zoiets. Ik heb zelf dus best aandacht voor mijn mond, zelfs ookal zoen ik niet, maar héél veel mannen hebben hun basishygiëne daar niet in orde. Ik ben best geschokt van hoeveel mannen gewoon niet elke dag hun tanden poetsen. Dat rokers hun mond niet schoon kunnen houden begrijp ik dan nogwel, ookal is het geen exkuus, maar als je gewoon niet poetst ben je echt aan het verloederen. En dat ademt dan dus wel in mijn gezicht.

Het laatste probleempunt is de eikel. Alle mannen die nog een voorhuid hebben, maken smegma aan. Dat smerige spul is een nachtmerrie, en ookal gaat er een condoom overheen, het idee alleenal van dat spul dat bij me in de buurt komt maakt me al een beetje onpasselijk. Smegma heeft al een heel eigen stukje, dat ga ik niet nog eens overdoen. En het is zo simpel, was gewoon je pik minder dan een uur vantevoren of laat je gewoon besnijden.

Geur is dus lastig. En het zit meer in de weg dan dat je er echt wat aan hebt. Maar als je dan een klant hebt die gewoon lekker naar man ruikt, zodat je opeens veel meer zin in je wip hebt, en hij dan ooknog met een genietende zucht je geur van tussen je tieten opsnuift, dan is het wel een leuk iets. Je kan er niet op rekenen, maar als het er is, is het mooi meegenomen. En dan, alléén dan, kan je er wat mee. Dan zorg je de volgende keer dat hij komt dat je niet parfumeert, en nèt wat minder grondig je wast. Laat hem maar snuiven.

maandag 22 juni 2020

Regelneefjes

Als je een bedrijfje draait, vooral als je éénpitter bent, kom je nogaleens tegen dat er mensen zijn die je hun diensten aan komen bieden. Cold Calling noem je dat. Je bent niet naar ze opzoek, maar ze komen naar jou, en ze proberen je ervan te overtuigen dat je ergens wèl naar ze opzoek bent. Of zou moeten zijn dan. Vaak door je voor te spiegelen dat je een blinde plek hebt voor die dingen, die zij voor jou kunnen gaan regelen.

In de reguliere economie is dat afentoe een oprisping die je overkomt. In de prostitutie is het eerder een plaag. En die plaag wordt gevoed door grote meutes onervaren meiden die erintrappen. Daar ben ik er ook één van geweest hoor, daar sta ik niet boven ofzo. Maar door schade en schande word je met de jaren tochwel wijs. En je leert ookwel welke dingen je beter aan iemand anders over kan laten en wat niet.

Als alles normaal en eerlijk was over hoe de maatschappij met hoeren omgaat, was het allemaal nietzo moeilijk om je bedrijf gewoon helemaal zelf te draaien. Kapitaal heb je niet nodig, je bedrijfskosten hoeven ook niet hoog te zijn, logistiek is niet aan de orde, je hebt alle diensten zelf in huis, en je inkomen is ook niet ingewikkeld. Dan zou het even een cursusje belasting voor ZZP'ers zijn en je kon het allemaal zelf.

Maar zoals mijn trouwe lezers ruimschoots hebben kunnen lezen in mijn blog, zo eerlijk en normaal is het niet. Daar zorgt de overheid wel voor. Dat ga ik niet opnieuw allemaal uitleggen, het staat al genoeg in de rest van mijn blog. Er is dus genoeg wat je aan rompslomp te beheren en te regelen hebt, en als je een drukke productie wil draaien is het economisch snel nuttig om dingen uit te besteden. En dan natuurlijk aan mensen die daar goed in zijn.

Ik heb dus al sinds heel veel jaar een geldmannetje. Ik besteed mijn computerdingen uit aan mijn computergoeroe. Ik maak gebruik van organisatoren voor accomodatie om klanten te ontvangen. Ik schnabbel bij in circuits die door andere mensen worden gerund. Ik werk niet in mijn eentje, omdat het zo beter voor me werkt. En al die mensen met wie ik werk, daar heb ik in geïnvesteerd, en die heb ik zelf gezocht en gekozen.

Tegelijk heb ik geen telefoniste, geen chauffeur, geen bodyguard, en geen boekhouder. Die zou ik opzich graag hebben, maar dat zit er met het maatschappelijke klimaat gewoon niet in. Voor een deel omdat het voor mij niet zou lonen met al het gevarengeld dat daarin gaat zitten, en voor een deel omdat ik het niet over mijn hartje kan verkrijgen om mensen aan dat soort risico's bloot te stellen.

Via advertenties krijg je alleen tòch cold calls binnen. En als je een blog hebt loopt je mailbox al helemaal over van de mannetjes die denken dat ze je wel wat werk uit je handen kunnen nemen, omdat je daar nognooit aan gedacht zal hebben, en niet beter weet hoe de vork in de steel zit. Die mannetjes hebben meestal helemaal geen idee van wat ze te wachten zou staan.

Nieteens omdat ze mij onderschatten, al doen ze dat massaal wèl. Ze hebben meestal nieteens genoeg zakelijke skills en opleiding om te doen wat ze aanbieden voor normále bedrijfjes, laat staan voor de onmogelijke toestanden in de prostitutie. Ze gaan er inderdaad vanuit dat ik een domme snol ben die geen idee heeft en dat je dan snel wel slimmer zal zijn, en daar gaan ze natuurlijk al de mist in, maar ze laten meestal in hun eerste of tweede bericht al zien dat ze geen idee hebben van de taak die ze op zich willen nemen.

Ik krijg natuurlijk de wannabe-pooiers. Dat is een kleine minderheid, maar het is er eentje die me altijd verbaast omdat ik zo duidelijk over pooiers schrijf, en dat ik ze niet moet. Kennelijk lezen ze niet, of negeren ze het liever. Ja, de meeste zijn bezig met een seksfantasie uitleven, en zouden nooit verder gaan dan chatten, maar er zijn er ook gewoon tussen die denken dat ik me wel ga laten pooieren. Sneuneuzen.

De meeste mannen die me schrijven willen mijn geldzaken voor me regelen. Die denken dat ze dat wel gelikt kunnen doen. Ze hebben geen idee hoe schreeuwend ingewikkeld de overheid het voor hoeren heeft gemaakt, en ze komen met "slimme" ideetjes die gewoon nieteens zouden werken. Sterker nog, als ik daaropin zou gaan, had ik een enorm probleem met de belastingdienst.

Vanwege wat ik schrijf op mijn blog krijg ik ook veel computermannetjes die me willen helpen met vanalles met computers en internet. Van een VPN tot een eigen website, en nog nooit heeft er eentje me iets voorgesteld wat mijn eigen computergoeroe niet allang heeft gedaan, of vaker, waarvan mijn computergoeroe me heeft uitgelegd dat het een heel slecht idee is.

Nu en dan krijg ik ook mensen die me wel juridisch willen bijstaan. Mensen die wel rechtzaken voor me willen opzetten, omdat ze er alle vertrouwen in hebben dat ze die wel gaan winnen. Mensen die op de proppen komen met rechtsprincipes en grondwetartikelen waarmee ze het onrecht wat ik in mijn blog opnoem wel aan kunnen pakken. Soms zelfs voor nop, meestal niet.

Die mensen doen alsof ze advocaten zijn, maar dat zijn ze tot nu toe nooit geweest. Ik heb met bestwelveel van die lui ook echt discussies gevoerd, omdat ik het schokkend vind dat een jurist zo naïef is over zijn overheid, maar meestal blijken ze danook nieteens juristen te zijn. Er zijn heel veel mensen die weleens wat hebben gehoord of gelezen over het recht, en denken dat ze er dan genoeg van weten om er een rechtzaak mee te kunnen winnen tegen de Staat.

Je zou denken dat die mensen me allemaal chaggerijnig maken, en dat je daartussen de ergste van het zootje moet hebben zitten. En dan bedoel ik met "erg" dat ze me boos maken. Maar dit vind ik allemaal irritant domme mensen met spatjes, maar zij zijn niet degene die me het meest op mijn zenuwen werken. Want dat zijn de mensen die idealistisch een hoerentent willen gaan oprichten.

Ik krijg ze niet heel vaak, en àls ik ze krijg, krijg ik ze via mijn blogje. En elke keer heb ik gewoon de rest van de dag een slecht humeur. Hun eerste berichtje is altijd meteen een reclamepraatje waarin ze hoog van de toren blazen over hoe ànders ze het gaan doen. En wat ze "anders" gaan doen is ofwel fantasie die komt vanuit een misèredenkbeeld over het vak omdat ze geen idee hebben over de business en alles geloven wat er in de krant staat, ofwel een open deur die niet ingetrapt hoeft.

Wat me altijd enorm tegen de borst stuit is de houding. Alsof ze ons komen helpen "door praktisch door te denken" vanuit hun onwetendheid, en denken dat wij al jaren en jaren zitten te wachten op hun business plan dat ze aan de borreltafel hebben verzonnen. Als er ook maar iets werkte van wat ze voorstellen, hadden we het al jaren gedaan. Het is een soort neerbuigendheid en arrogantie die er bij mij heel moeilijk ingaat.

Telkens is het weer het geniale idee om een bordeel te starten wat aan alle regeltjes gaat voldoen, en waar ze aktief pooiers gaan weghouden. Wauw, wat een geniaal en vernieuwend idee. Vraag patent aan. Ze schrijven dat dan ooknog op alsof ze verwachten dat je van verbazing achterover gaat slaan. Die "nieuwe aanpak" is zo kinderlijk eenvoudig geschreven dat je je afvraagt of ze ook maar één moment hebben nagedacht of er misschien niet iets aan rammelt, of dat iets ingewikkeld kan worden.

Waarom ik die het ergste vind kan ik je eigenlijk niet vertellen. Het is een gevoel. Misschien is het wel dat al die andere mensen een centje proberen te verdienen aan onze ellende, of in ieder geval voor ons een Don Quichot willen zijn, maar dat deze mensen doen alsof onze problemen zo dun en kwetsbaar zijn, dat het met hun debiele ideeën wel opgelost is. Maar ook dat smaakt niet helemaal naar waarheid.

maandag 15 juni 2020

Verslag leggen

Toen ik een klein meisje was, las ik het dagboek van Anne Frank. Ik was daar heel erg van onder de indruk, al heb ik toen wel een beetje emotioneel gemist dat ze na afloop van het boek vermoord was door de nazi's. Dat klinkt heel gek, maar ik was jong, en ik las het toch eigenlijk alsof het een gewoon leesboek was. En in de tekst staat niet haar ervaring nadat ze opgepakt was natuurlijk. Dat bleef abstrakt voor me.

Ik was wèl erg onder de indruk van hoe dat meisje, iets ouder dan ik toen, worstelde met haar isolatie en de opsluiting met rare figuren om zich heen. Ik leefde heel erg met haar mee, zoals ze schreef aan een denkbeeldige vriendin. En ergens zag ik een boek schrijven over je eigen leven ook als iets heel literairs en verhevens. Ik wilde ook een dagboek schrijven, dat dan netzogoed een prachtig document zou worden van mijn leven.

Maar ja, ik had alleen first world problems, ik had geen dingen die ik ècht kwijt moest aan een dagboek, ik had niets wat ik interessant vond om op te schrijven, dus ik kreeg een schriftje waarin ik soms opschreef wat mijn ontbijt was geweest, dat een vriendin niet met me wou praten vanwege een misverstand in een ingewikkelde ruzie tussen vijf meisjes, en dat schreef ik ooknog zo onduidelijk op dat ìk zelfs nietmeer kan begrijpen waar het toen om ging.

Tot wat jaren geleden had ik bijelkaar vijf kantjes in een A5-schriftje aan dagboek. En ik miste het ook niet. Wat belangrijk was, dat onthield ik tòch wel, dacht ik. En wat heeft het nou voor nut om een dagboek te schrijven uiteindelijk? Je leest het toch nooit, en wat je toen opschreef heeft voor nu geen nut meer. Het is iets wat bakvissen doen om zichzelf te spiegelen.

Zo dacht ik erover tot ik W leerde kennen. Die was toen nog niet zo hoog geklommen als nu, ze is nu een tophoer in het hoogste segment, maar ook toen al wist ze heel goed wat ze deed. En ze nam me onder haar vleugel toen ik haar vragen stelde. W bleek een hele goede mentor te zijn, niet alleen voor het hoeren zelf, maar ook voor de hele bedrijfsvoering eromheen. En om je leven georganiseerd te krijgen.

W heeft me heel veel tips gegeven, en ookal was het veel werk om daarmee te leren werken, ze zijn wel allemaal op hun plekje gevallen. Maar ze kan me alleen helpen met de problemen die ik aan haar uitleg, en dan moet ik ze wel eerst zelf herkend hebben. En dat is soms erg moeilijk, want veel van de dingen die misgaan in je leven komen juist omdàt je ze niet zíét misgaan.

Dat heeft ze me natuurlijk ook uitgelegd, en me op mijn hart gedrukt om een dagboek bij te gaan houden. Ze noemt dat een "journaal." Ik was daar wat aarzelend mee, want dat was me dus als klein meisje ook niet gelukt. Ik dacht meteen meer aan Anne Frank of Bridget Jones, maar dat was niet waar het om moest gaan. Beetje bij beetje legde ze me uit hoe ik mijn journaal moest bijhouden, en dat heb ik maar gedaan omdat ik haar advies wel vertrouw. En niet omdat het nuttig voelde.

Een goed journaal bijhouden kost tijd. Elke dag ben je ermee bezig, want als je het op laat lopen raak je dingen kwijt. En dan heb ik ooknog extra taken, zoals elke eerste van de maand mijn takenlijsten opschrijven, en aangeven wat er van de taken van vorige maand is gekomen. En elke drie maanden moet ik een verhaal schrijven waarmee ik mijn "gewone week" in detail beschrijf, totenmet watvoor snacks ik eet, hoeveel tijd ik aan boeken lezen of autowassen besteed, enzovoorts. Dat kost uren.

Wat belangrijk is om op te schrijven, had ze me ook voorgeschreven. Ze noemde heel veel kleine dingen die me niet belangrijk genoeg leken om op te schrijven. Als ik opschrijf dat ik iets anders heb gegeten dan in mijn gewone patroon bijvoorbeeld, moet ik erbijzetten of ik ervan genoten heb. Of het me voldoening gaf. Over opdrachten voor de uni moet ik opschrijven of ik er tevreden mee ben. En wat ik eigenlijk anders had willen hebben gedaan. Dat voelde onnatuurlijk om in een dagboek te schrijven, maar het is nu gewoon geworden.

Als het mijn eigen idee was geweest, had ik al jaren geleden er de brui aan gegeven, of was ik tenminste tochwel veel minder vlijtig geweest. Maar met W heb ik een band die je haast als een moederband kan zien, en ik doe braaf wat ze zegt omdàt ze het zegt. En zolang ze me elke paar maanden bleef vragen of ik nog netjes verslag legde, en me aan mijn driemaandelijkse overzicht herinnerde, bleef ik braaf schrijven.

Na een jaar of wat was dat ook niet meer een raar iets. Het was eigenlijk wel leuk om een momentje te hebben elke avond, terwijl je toch nog klam van de douche bent en nog niet wil gaan liggen, om even de dag in je hoofd opnieuw door te nemen, en even bij te houden wat er allemaal moet gebeuren en allemaal gebeurd ìs. Je sluit je dag af, en het helpt om "de dag weg te leggen" voor de nacht.

Je kan ook makkelijk even terugzoeken wat je ookalweer weken geleden gedaan had als je dat nodighebt. Ik had een boek uitgeleend, maanden eerder, en ik wist niet meer aan wie. Het stond in mijn dagboek, en zo kon ik het terugvragen. Op een ander ogenblik vroeg ik me af waar ik iets voor gekocht had, en ook dat stond in mijn dagboek. Als ik dat weggegooid had omdat ik niet meer wist waar het voor was, zou ik later halverwege een kunstprojektje opeens voor joker staan.

Ik heb het wel moeten leren. Vooral in het begin, in de eerste twee jaar, zijn veel van mijn schrijfsels waardeloos. Dan is er gewoon te weinig kontekst of te weinig informatie, en snap ik er niets meer van. Ik leerde maar langzaam dat je niet schrijft voor jezelf van nu, zodat je het over tien minuten nog snapt, maar voor jouzelf over járen. En dat is heel anders schrijven.

Je verandert namelijk flink over de jaren. En wat nu gewoon en logisch en voordehandliggend is, dat is het over tien, vijf of misschien wel één jaar niet meer. Je schrijft voor een ander, voor iemand die jij nog gaat worden, iemand die je niet kent en iemand van wie je gewoon niet weet hoe die gaat zijn. Eigenlijk schrijf je voor een vreemde. Dat is ergens ookwel lastig, want je weet niet wat die interessant gaat vinden.

Ik kreeg van W een struktuur waar ik me aan kon vasthouden. Sommige dingen moeten gewoon altijd worden ingevuld, sommige dingen alleen onder sommige omstandigheden, en sommige dingen alleen als je wil. Die struktuur kwam niet in één keer, die heeft ze langzaam opgebouwd zodat hij bij me paste. En volgens mij koos ze die struktuur heel precies om te zorgen dat ik de dingen ging zien waarvan ze wel wist dat ik daar tegenaan zou lopen, en die ik nooit geloofd had als ze ze gewoon verteld had.

Dat gaat niet alleen om de struktuur van de stukjes. Dat gaat ook om het hóé. Het gebeurt sowieso op mijn computer, want dan kan ik het beveiligd opslaan. Dat gebeurt via een programmaatje wat ik van mijn statistiekmannetje heb gekregen. Op die manier kan ik telkens mijn hartje luchten, en met een muisklik is het dan netjes, nazoekbaar, onveranderbaar en beveiligd opgeslagen zodat als een zedensmeris in mijn computer gaat wroeten hij niemand aan mijn woorden kan ophangen.

Natuurlijk is dat wel een belangrijk iets. Mijn dagboek zou een goudmijntje zijn als de WRS erdoorkomt, en daar zouden ze heelwat mensen ongelukkig mee kunnen maken. Ik moet er wel verantwoordelijk mee omgaan. Maar er is nog een andere reden om je dagboek netjes op te slaan. Je moet namelijk alles op kunnen schrijven zoals je het voelt en meemaakt, met alle waardeoordelen en hardheid die er echt in je ziel zit. Als je in je achterhoofd hebt dat iemand anders dat ooit zou kunnen gaan lezen, dan doe je dat niet meer.

Iets anders met struktuur is dat ik bijvoorbeeld mijn stukje voor de dag schrijf, en dan opsla. Maar als ik wat extra tijd heb, ga ik ook stukjes van twee weken geleden "finaliseren." Als je over je dag schrijft, zit je er nog zo dicht op dat je vanzelf over het hoofd ziet dat er kontekst bij moet. Als je je dag beschrijft en dan twee weken later finaliseert, heb je het voordeel van op dezelfde dag schrijven, en van het tochnog van een afstandje bekijken. En dan verhuist het stukje naar het permanente archief, waar het nooit meer veranderd wordt.

Dat hameren op struktuur voelde in het begin heel burokratisch en stijf, maar het geeft me gewoon heel veel houvast. En dat de computerprogramma's alleenmaar goed werken als je je aan de regels houdt, helpt ook enorm als stok achter de deur. Als ik wil kunnen rommelen met hoe die werken, zou ik zelf moeten leren programmeren. En dat is me tot nu toe vies tegengevallen. "Programmeren is niet moeilijk, goed programmeren wel" zei een helper daar eens over.

Mijn dagboek is een stukje spiegelen van mijn dag, en het is prettig om iets op te kunnen zoeken als je het niet meer weet. Maar het is eigenlijk het werk niet waard als het alleenmaar daarom gaat. Ik zou het dan nogwel doen omdat ik het vaak wel leuk vind, en omdat schrijven me geen moeite meer kost na elf jaar bloggen, maar ik zou het geen goede investering van tijd vinden.

Een paar weken geleden vroeg W me hoe het met mijn journaal was. Ik vertelde er wat over, en dat ik het gewoon netjes had bijgehouden. Toen vroeg ze me om een bepaalde periode van mijn journaal na te lezen, en aantekeningen te maken over hoevaak ik had geschreven over een bepaald probleem. En dan hetzelfde te doen over een periode veel korter geleden. Dat was een lichamelijk ding waar ik al heel lang wat last van heb, en wat in mijn beleving nooit veranderd was.

Het was stomverbazend voor me om in mijn journaal terug te zien dat ik er echt véélmeer last van had lang geleden, voordat ik een bepaalde verandering in mijn leven had gemaakt. In mijn herinnering was het bijna andersom. Maar ik kon er niet omheen dat mijn journaal bewees dat er echt heel veel verbetering was geweest. En dat was pas het begin van ontdekken wat de kracht van mijn journaal was.

Allereerst ontdekte ik heel duidelijk hoe slecht mijn geheugen eigenlijk is. Mijn geheugen is niet slechter dan dat van iemand anders, maar hoe levendig mijn herinneringen ook zijn, ze zijn gewoon meestal niet in verhouding met hoe het echt was. Ik had dingen kunnen zwéren die gewoon niet waar bleken te zijn, en dan vooral over hoe ik dingen beleefde. Mijn herinneringen over gebeurtenissen zijn al slecht, maar wat ik me herinner dat ik ervan vond is helemáál onbetrouwbaar.

Met wat hulp van W heb ik flink zitten analyseren in mijn journaal. Daar kwamen ook nogalwat aantekeningen bij kijken, en ik kon er opvallend veel leerpuntjes uit halen. Gedeeltelijk zijn dat heel praktische dingetjes, alleenal door te zien dat ik telkens schimmeltjes krijg als ik een bepaalde shampoo voor mijn haar gebruik, die ik nooit had verdacht dat hij me wat deed, en zo nog wel wat meer. Maar voor een belangrijk gedeelte leer ik mezelf gewoon kennen.

Dat journaal geeft me een spiegel. Niet alleen wanneer ik het opschrijf, maar ook een spiegel om te kijken naar de ikke van meer dan tien jaar geleden. Een ikke die nog niet wist waar ze mee bezigwas. Een ikke die niet wist wat er ging gebeuren. Een ikke die niet zag aankomen welke kant haar leven op zou gaan. Maar dat is nog steeds een ikke die ik ergens wel bèn. Dat is heel vreemd, en heel leerzaam.

Ik heb zitten lezen in oude stukjes, en echt gefrustreerd tegen het scherm geschreeuwd: "Doe dat nou niet alwéér, stomme snol!" Ik werd echt gek van mezelf, en de rondjes waarin ik mijn leven liet gaan omdat ik niet zag dat het een rondje was, en dat er andere manieren bestonden om dingen te doen. Tegelijk moest ik ook mezelf van nu eens streng toespreken, en dan vooral over hoe ik tijden van vroeger flink verheerlijkte. Je kijkt met een nostalgiebril naar vroeger, en dat is vaak onterecht.

Je geheugen kloot met je herinneringen om ze bij je grotere beeld van iets te laten passen. Je onthoudt dingen die je ideeën ondersteunen veel beter dan dingen die ze tegenspreken. Dat is een soort confirmation bias. En dingen die je niet belangrijk vindt onthoud je zelfs helemaal niet. Of dat nou terecht is of niet. Dingen die je niet begrijpt vind je niet belangrijk, en daarvan onthoud je hoogstens de stukken die "zinnig" lijken in je eigen denkbeeldenwereld.

Dat verandert ooknog met de tijd. Ik zie in mijn dagboek dat ik niet alleen verkeerd herinner hoe iets was van heel lang geleden, maar óók dat ik me nu verkeerd herinner hoe ik het me een aantal jaren verkeerd herinnerde! Dat doe je niet expres. Je geheugen werkt gewoon zo, ookal voelt het alsof dat een droge neutrale bibliotheek is van echte feiten. Het is alsof je kijkt naar iemand die totaal blind is voor ontzettend voordehandliggende dingen.

Bijvoorbeeld zie ik mezelf telkens weer dezelfde fouten maken. Telkens kies ik voor de onbelangrijke dingen inplaatsvan voor de dingen die er echt toe doen. Ik kies telkens voor dingen die in mijn sleur en mijn gewoontes passen, en nieuwe dingen overschat ik enorm met hoeveel moeite en tijd ze gaan kosten. Ik ben een huismuisje dat telkens als er iets nieuws komt in haar holletje schiet. En zo zie ik de ene na de andere kans voorbijzeilen, zonderdat ik hem grijp. Terwijl ik ze toen nieteens herkende vaak.

Iets wat ik ècht moet leren bijvoorbeeld is dat ik veelteveel opzie tegen de kans dat ik faal. Ik ben oerconservatief als er een risico is dat ik een flater sla. En dat terwijl het eigenlijk veelmeer slechte invloed heeft op mijn leven als ik het niet probeer, dan wanneer ik zou proberen en niet slagen. Ik staar me blind op risico's, en voel me veel te snel machteloos als ik niet meteen vantevoren weet hoe ik iets moet doen.

De dagelijkse rompslomp slokt bijna al mijn aandacht op. Interessante dingen, nieuwe dingen, belangrijke dingen, die laat ik allemaal gaan om me te concentreren op de stomste dingen. Ik had een uitnodiging om een essay voor een prijs te schrijven, en dat had ik best gekund. Dat was leuk geweest, en had me kansen gegeven. Maar ik schoof het op de achtergrond, want mijn gootsteen stond vol afwas, en mijn badkamer moest gesopt. En zo was er telkens wat. Dus kwam het er niet van.

Ik ga ook zien dat er heel veel was wat ik aan had kunnen zien komen, terwijl in mijn herinnering het kwam als een donderslag bij heldere hemel. Een onbelangrijk voorbeeldje wat dat wel heel duidelijk laat zien, is mijn auto. In mijn herinnering hield die er ineens mee op op de snelweg. Zo ervoer ik dat toen. Maar als ik ga lezen, zie ik letterlijk wékenlang opmerkingen over alarmlampjes en dat hij zo kut bromt en rammelt bij het starten en het optrekken. Dat was duidelijk, maar ik negeerde het gewoon omdat ik niet zo naar mijn leven keek.

Tijdens stressvolle periodes zie ik mezelf telkens opleven als ik weereens ga squashen, vooral als ik dat consequent een poosje achter elkaar blijf doen. Maar als de stress hoog wordt, laat ik dat squashen vallen omdat ik als ik even tijd heb liever TV ga zitten kijken op de bank. En dan glij ik lichamelijk en geestelijk superhard af, ook omdat ik te lang op de bank blijf liggen en te laat naar bed ga. En als een vriendin me dan dwingt om weer eens te squashen, veer ik weer op als een jong boompje. Maar dat zie ik dus alleen als ik door mijn dagboek heenga.

Wat ik belangrijk vind is echt heel scheef. Sommige superbelangrijke gebeurtenissen in mijn leven, zoals de laatste familiemaaltijd met mijn opa, hebben nu een belangrijk plekje in mijn hart. Maar toen het gebeurde was ik bijna niet gegáán omdat ik stomme dingen belangrijker vond. Dingen die ik toen het gebeurde als onbelangrijke extra verwikkelingen zag, zie ik nu als het enige ècht belangrijke wat ik die maand deed.

En dat hoeven geen grote dingen te zijn. Kleine dingen zijn soms heel belangrijk. Dat ene essay, dat ene gesprek met die vriendin, dat etentje, dat boek lezen, die lezing, die mail sturen, die film gaan zien, die ene vent neuken, die ene cursus, die dag op je balkon hangen en de wereld aan je laars lappen, dàt waren de dingen die mijn aandacht verdienden. Het hoeft niet allemaal groot te zijn om belangrijk te zijn. Het hoeft niet bij een grote beweging in je leven te horen. Je leven is geen verhaal, niet alles hoeft in een arc te zitten.

Dat is ook zoiets. Ik zie mezelf keuzes maken omdat ik dingen wel of niet "bij mij vind passen" en dus pas ik een soort zelfgekozen stereotype op mezelf toe. Zo sluit ik heel veel nieuwe ervaringen voor mezelf af. Ik kijk toe bij het lezen van mijn eigen dagboek hoe ik domweg zeg: "Dat is niets voor mij" en ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Gewoon zonder erbij stil te staan mezelf klein houden, niemand anders die dat voor me hoeft te doen, ik doe het gewoon mezelf aan.

Ik lees hoe ik iemand ben die heel veel dingen uiteindelijk kiest omdat ze bang is voor iets. Bang om te falen, bang om geld kwijt te zijn ergens aan, bang om de schuld te krijgen, bang om voor schut te staan, bang om uit handen te geven wat ze nu heeft. Ik had een veel ambitieuzer beeld van mezelf, en dacht eigenlijk dat ik veel impulsiever en veel moediger was dan ik lees dat ik ben. Dat is wel even slikken.

Er zijn wel dingen die ik wèl ambitieus plande. Maar dat zijn er nietzoveel. En ik zie mezelf eindeloos wachten op "het goede moment." Dan blijf ik er tijden en tijden tegenaan hikken, en wil ik er niet aan beginnen voordat ik overzicht heb op hoe àlles gaat gaan, en voordat ik er tijd en middelen voor heb gereserveerd. En vooral: me er emotioneel sterk genoeg voor voel. En dat is te intimiderend, en dan neem ik me voor om pas te beginnen als ik het nòg grondiger heb voorbereid. En dat schuift het weer weken, maanden of jaren op. Tot ik het maar opgeef omdat dat emotionele vertrouwen niet komt.

Dat is trouwens niet het "uitstelgedrag" waar studiegidsen en managementhandboeken altijd gif over spuiten. Ik zie namelijk dat dingen waar ik uitstelgedrag bij heb bestwel goed gaan. Juist dingen die ik niet durf uit te stellen, en waar ik meteen mee aan de slag ga voordat ik het in mijn geest heb laten bezinken, die gaan scheef en moeilijk. Uitstelgedrag geeft me geen problemen. Afstelgedrag wel.

Ik zal vast niet de enige zijn die de planning voor iets lastigs verprutst, en dan met nog twee maanden te gaan haar handen omhoog gooit en tegen zichzelf zegt: "dat kan ik nóóit in twee maanden!" Dat is dan heel makkelijk om je bij neer te leggen, maar als ik het een jaar later nog een keer probeer te doen, lukt het me in net minder dan een week. Dat neerleggen bij dat iets niet kan lukken, daar verneuk ik mezelf telkens mee. Wanhopig maar opgeven is namelijk best comfortabel.

Wat ècht slopend is, is nieteens uitstellen of afstellen, maar teuten en tijdverspillen. Slordig met mijn tijd omgaan heeft zoveel meer van mijn tijd door het putje gespoeld dan bewust dingen uitstellen of bewust dingen niet doen. Allemaal onbelangrijke dingen en onhandige, ongeorganiseerde dingen doen, niet stipt zijn, niet in de hand houden wat ik op een bepaald moment eigenlijk aan het doen ben, dat gooit mijn leven met emmers tegelijk weg.

En dat is echt iets waarvoor ik me telkens rotschaam als ik in mijn journaal lees. De smoezen en uitvluchten die ik mezelf de hele tijd vertel als ik gewoon wéét dat ik iets moet aanpakken. Waarover ik dan even later weer rotsmoezen verzin over dat ik ècht niet had kunnen zien aankomen dat het mis zou gaan als ik niet zou doen waarvan ik best had kunnen weten dat ik het moest doen. Ik sus mezelf heel erg makkelijk dat ik er niets aan kon doen, en dat ik me heb laten misleiden.

In mijn journaal schrijf ik dat ik niet naar de gym ben gegaan omdat ik dacht dat ik kou op mijn spieren kon hebben gevat. Dat was gewoon een luie uitvlucht. Ik schrijf dat ik mijn boeken kopen uitstel omdat ik dan alles in één bestelling kan doen, en ik nu nog niet alle syllabi heb gelezen. Dat is een smoes omdat ik anders geen exkuus heb om niet met mijn neus in mijn boeken te zitten.

Maar de smoes die ik mezelf het vaakste zie maken is dat ik ergens "nog niet aantoe ben" of dat ik ergens nog aan moet "wennen" voordat ik begin. Dan doe ik alsof ik kies voor comfort omdat dat comfort aangeeft dat de keus nu goed voor me is, alsof elke keus comfortabel wordt als de tijd maar rijp is. Als ik voor comfort wil kiezen vind ik altijd wel een slappe smoes. Vroeger had ik mijn pa om me boos uit te foeteren, maar nu moet ik echt mijn eigen pooier zijn.

De kleine routinedingetjes opblazen voor mezelf, daar kan ik al netzo boos om worden. Ik zie dat ik, vooràl als ik wéét dat ik eigenlijk iets belangrijks zou moeten doen, mezelf schouderklopjes geef voor hoe ijverig ik kleine huishoudelijke dingetjes doe. Dat doe ik om mezelf voor de gek te houden, en het is om waus van te worden. Ik schrijf het zelfs op een manier op waardoor ik niet kan geloven dat ik het èrgens wel snapte dat dat was wat ik deed.

Ik ben een gewoontedier. Dat is opzich niet erg, maar ik ga er zo in op dat ik uit het oog verlies watvoor belangrijke dingen er buiten die gewoontes bestaan. Als ik wat nieuws zie, of een kans krijg, of iets op de rit zet, en het botst met een gewoonte, dan krijgt de gewoonte bijna altijd zijn zin. Ook als ik veel beter zou moeten weten. Ook als ik kan zien dat het heel veel investeren ongedaan maakt.

Je ziet dat je de keus hebt tussen een uitnodiging te gaan stappen of te gaan werken aan een rapport dat over twee weken af moet zijn, allebei goede keuzes die me wat gebracht zouden hebben, en wat kies ik? Op de bank hangen met koffie terwijl ik TV kijk, zoals altijd. Ik kan mezelf wel sláán. Ik zie een vrouw die afentoe wel naar de lange termijn kijkt, maar dat altijd abstrakt houdt, en in het hier en nu altijd kiest voor haar telefoon checken of Netflix.

Daar wil ik vanaf, dat wil ik nietmeer zijn. En ookal had ik wel gezien dat ik teveel naar die sleur en die gewoontes trek, had ik mijn journaal nodig om te zien hoeveel me dat gedrag eigenlijk kòst. Ookal zou maar een heel klein stukje van alles wat ik negeer of afstel hebben gewerkt, dan zou ik nogsteeds veel beter afzijn. Dan zou ik veelmeer dingen hebben, grote en kleine dingen, om trots op te zijn.

In die verloren uurtjes links en rechts had ik een heel leven kunnen opbouwen. Als ik al die kleine losse uurtjes gebruik voor iets nuttigs inplaatsvan om dom te zitten staren naar mijn telefoon had ik heelwat kunnen opbouwen. Ik kan mezelf te makkelijk overtuigen dat ik toch niets nuttigs kan doen tot mijn volgende afspraak, omdat het "maar" drie kwartier is. Dat is tijd die ik moet leren gebruiken. En als ik het dagboek lees, zie ik al die uren gewoon verspild worden.

De stomste manier waarmee ik tijd verdoe is door dingen niet los te laten. Door blijven piekeren over negatieve dingen die ik me niet aan zou moeten trekken, het kost me zoveel tijd en zoveel energie. Me rot zitten voelen en mezelf zielig en tegelijkertijd stom vinden, daar zie ik zoveel dagen en nachten aan besteed worden, en nooit heeft het iets positiefs veroorzaakt.

Ik zat dus urenlang me rot te ergeren aan die sullige trien die dat dagboek geschreven had. Ik riep: "pak aan dan die kans!" en "je bent doodop, neem nou rust voor het misgaat" en "die vent is die fascinatie niet waard" of "had ik zus of zo toen maar gedaan, dan hoefde ik er nu niet aan te beginnen" of "wacht toch niet altijd tot je zeker van je zaak bent, dat moment komt toch nooit!" Tot ik er echt nietmeer omheenkon wat voor beeld zich had gevormd van hoe ik leef.

Mijn leven is ontstáán, ik heb het niet gemáákt. Ik heb maar heel weinig momenten gehad dat ik echt gestuurd heb wat mijn leven werd. En al die keuzes zijn het belangrijkste geweest in mijn leven, ook als ze geen goede keuzes waren. Ik kwam er altijd wel mee vooruit, ookal was het maar door te ontdekken wat er níét werkte. Maar me gewoon aanpassen aan wat me overkwam heeft me nooit ver gebracht. En ik heb er meestal nieteens over nagedacht of ik het wel moest laten gebeuren.

Ik dacht dat ik intussen wel zelfdiscipline had. Maar dat valt me dus vies tegen. Als het in mijn gewoontes zit, kan ik wel discipline opbrengen. Maar daarbuiten doe ik het echt bestwel slecht. Soms is dat gewoon onwetendheid. Ik heb bijvoorbeeld tips gekregen over hoe ik beter en efficiënter kan slapen, en die heb ik wel toegepast. Maar als het uit mezelf moet komen, winnen mijn gewoontes telkens weer.

Trouwens winnen ook mijn gewoontes in dit geval. Als ik moe ben 's avonds voordat ik gewend ben te gaan slapen, ga ik niet naar bed, zoals het efficiëntst zou zijn, maar ga ik snacken. En teuten. En hangen. En dan slaap ik dus niet, en vaak ga ik dan láter naar bed inplaatsvan vroeger. Mijn slaap is dan slechter van kwaliteit, en ik heb ook weer snacks weg te sporten. Ik weet dat, ik heb er uitleg over gekregen, vaak hou ik me eraan maar als ik moe ben kies ik voor mijn gewoontes.

Genoeg om spijt van te hebben dus. En dat is goed. Want ik heb ook gezien dat als ik in mijn journaal opschrijf dat ik ergens spijt van heb, dat ik daarmee een stap zet in de goede richting. Met spijt begint inzicht. En elke keer dat ik teruglees over die spijt, is dat iets waar ik een nuttige les van kan maken. Vaak niet meteen toen die spijt werd opgeschreven, maar later zéker.

Lessen die ik geleerd heb staan altijd goed en uitvoerig opgeschreven. En dat is goed, want die vergeet je soms te makkelijk. Dat was het eerste wat W me opdroeg om op te schrijven, de lessen die ik leerde. En al had ik het alleen daarbij gehouden, dan was dat al heel nuttig geweest. Een les leer je door ervaring, maar je maakt je dingen alleenmaar eigen als je er vaker mee bezig bent. Je kan niet verwachten dat je van één keer iets ervaren het meteen een plekje geeft. Je vergeet ze zelfs. Ik heb er veelteveel van teruggelezen en gedacht: "Oh ja!"

Het is natuurlijk niet alleenmaar de lessen die ik geleerd heb en moet opfrissen. Het gaat vooral om de lessen die je leert van al die dingen die je pas achteraf ziet. En als je leven ondersteboven wordt gehaald door grote omwentelingen, en je geen idee meer hebt wat er nou gebeurt en wat je ervan moet vinden, kan je er gewoon meer grip op krijgen door het op te schrijven en bij te houden.

Maar ook als je, netzoals iedereen, gewoon blinde vlekken hebt. Iedereen heeft dingen die ze niet zien. Iedereen heeft een bord voor zijn kop. Met je journaal kan je zien waar er opeens dingen achter dat bord vandaankomen, en wat je eigenlijk had moeten zien aankomen. Het helpt je niet om door dat bord voor je kop heen te kijken, maar het helpt je zeker wel met weten wat er achter dat bord gebeurt. In elk geval door te weten waar dat bord zit, en dàt daar wat achter zit.

Het dagboek uitspellen was hondsvermoeiend, en erg frustrerend. Je ziet vanalles wat je fout gedaan hebt, en je kan er niets meer aan doen om het te veranderen. Maar ik heb er een heleboel goede voornemens aan overgehouden, die ik aan het uitproberen ben. Ik zal er wel niet in slagen om die allemaal waar te maken, maar ik ga gewoon kijken welke er nu al lukken, en pak later wel op wat er nu niet lukt. Dat is immers één van de dingen die ik heb geleerd.

Ik heb geleerd om in het diepe te duiken. Dingen groot te doen, niet voorzichtig een teentje ergens in te dopen. Gewoon springen, ik red me altijd ècht wel. Vooral als ik het niet wil doen omdat ik niet durf of omdat ik het niet overzie. Ik moet investeren en ervoor gáán als ik een kans zie. Al is het maar naar een festival gaan, al is het maar een vriendin maken, al is het maar een bonusopdracht bij mijn studie.

Daar hoort vooral ook bij om geen halve dingen te doen. Boek een vakantie en ga twee weken naar India inplaatsvan een lang weekend te nemen en op de bank te hangen met een boek. Schrijf je in voor een cursus of opleiding, ga niet proberen om jezelf wat te leren door erover te lezen op internet, en jezelf dan te vertellen dat je er echt wat mee gaat kunnen. Als je iets doet, dóé het dan.

Accepteer dat je kan falen. Dat gaat echtwel gebeuren. Maar dat falen heeft meestal weinig meer te betekenen dan dat wat je wou gewoon niet gebeurd is. Ja, je gaat investeringen kwijtraken als je faalt met iets waar je in investeert, maar dat is leergeld voor alle dingen die wèl gaan lukken, en die je anders nieteens geprobeerd had. En stiekem kost het je ook wat om dingen níét te proberen.

Een ander ding wat ik heb geleerd is dat ik mijn omstandigheden en relaties gewoon zelf kan veranderen. Ik moet minder gaan doen alsof die me maar overkomen, en dat ik daar alleen verandering in kan brengen door die relaties of situaties te verlaten of te veranderen. Ik kan veel makkelijker dan het voelt mijn eigen regels in veel situatie leggen, en mijn eigen manier vinden om erin te leven. Dat moet ik gewoon doen, en konflikten die daarvan komen zijn meestal heel gezond en lopen meestal ook gewoon goed af.

Ik wil ook van het teuten af. Uitstellen is kennelijk prima, zolang ik het maar realistisch doe, en ik heb intussen ookwel geleerd dat het nut heeft vanzichzelf. Teuten dus niet. Ik ga mijn tijd echt gebrúíken, en niet meer wegverspillen. Ik ga kansen niet meer laten lopen. Ik ga mijn gewoontes niet meer voorrang geven. Ik ga een schop geven tegen àl die dingen die me ergeren aan mezelf.

En dat probeer ik nu al een week. En elke dag erger ik me rot eraan dat ik mezelf wel weer betrap op het gedrag dat ik nu anders probeer te doen. Het is doodvermoeiend, en als mijn aandacht even wordt afgeleid ga ik meteen weer terug naar mijn oude gewoontes.

Maar het werkt. Ik teut minder, ik gebruik mijn losse uurtjes, en ik krijg meer gedáán. Ik heb meer grip op mijn leven, en ik merk dat ik soepeler in het leven sta, en dat ik een stoerdere, onafhankelijkere, brutalere, en effektievere vrouw ben als ik dit doe. En dingen loslaten, en vooral niet mokken of piekeren, dat lukt soms zelfs ook. Dat blijkt veel moeilijker te zijn dan alle organisatiedingen, maar ik oefen ermee en ik investeer erin.

En dat allemaal van een stom dagboek! Ik had niet verwacht dat ik er zoveel van zou leren. Wat zou ik niet geleerd hebben als ik eerder al begonnen was met journaal houden! En nu hou ik het extra goed bij, alleenmaar om ook te kunnen nakijken later of ik nou echt wat veranderd heb, en hoe ik toch de plank met sommige dingen ga misslaan. Want dat ik dat nooit zie terwijl het gebeurt heb ik nou wel gezien.

Nou denk ik dat heel veel van mijn lezers denken dat ze dit allemaal al weten, en ook allemaal al weten over hun eigen leven, en dat ze dat allang hebben opgelost of hebben overzien. Dat dacht ik vantevoren dus ook. En ik wil wedden dat jij ook lelijk op je neus zou kijken als je zelf door zo'n proces zou lopen. Je mist dingen, veel dingen. En je zit netzoals iedereen vast in patronen die je niet kan openbreken omdat je ze niet kan zíén omdat je er ìnzit.

Ik kan het mijn lezers aanraden, ga ook een dagboek bijhouden. Met de leerpuntjes die ik uit mijn journaal heb gehaald, kan ik mijn leven echt flink verbeteren. Als ik ze tenminste ook echt ga uitvoeren, want wat ik wel geleerd heb uit mijn journaal, is dat ik dat vaak toch niet echt doorzet, en het een beetje in rook opgaat omdat ik mijn aandacht verlies als mijn gootsteen weer vol is.

maandag 8 juni 2020

Het weer

Dit is mijn achthonderdachtentachtigste stukje, en dan denk je dat ik wel iets spektakulairs verzin voor zo'n mijlpaal. Maar het gaat over het weer. En ik kwam op het idee omdat het afgelopen week eindelijk weereens geregend heeft.

Mannen zijn rare wezens. Ze denken dat wij zo wispelturig en beïnvloedbaar zijn, en dat zij de onverzettelijke rotsen van logisch denken zijn die alleen door logisch denken worden geleid. Daar klopt gelukkig geen zak van. Ja, wijven kan je ook niet vertrouwen, maar mannen zijn netzogoed beïnvloedbaar, en dan door de raarste dingen. Vooral door wat ze denken dat andere mensen denken natuurlijk, maar ook door simpele dingen als het weer.

Ookal heb ik het al heel veel jaren gezien, het blijft altijd een beetje vreemd om te zien hoe het weer invloed heeft op hoe de klanten zijn. Dat merk je aan hoeveel aanloop je hebt, en waarvoor, maar ook gewoon tijdens de wip. Je hebt bijvoorbeeld minder kans dat een klant niet op een afspraak verschijnt als je hetzelfde weer hebt tijdens het afspreken en tijdens de date. Want dan zit hij in dezelfde mentale toestand.

We zijn allemaal gekultiveerde poppen in katoen-polyester verpakking natuurlijk, en op reis van ons betonnen huis naar ons betonnen kantoor voorkomen we dat we veel van de natuur meekrijgen door ons in auto's te verstoppen, en we zijn vooral binnen bezig als we ons proberen te vermaken met allemaal technologie die ook niets meer met de natuur temaken heeft, maar toch krijgen we allemaal mee watvoor weer het is. En de natuur in ons, die heeft daar toch feeling mee.

En ergens heb ik altijd het idee dat dezelfde natuur in ons die zoveel van het weer merkt, ook het stuk natuur in ons is wat zoveel met onze seksdriften temaken heeft. Dat is een stukje van onze menselijkheid wat we immers niet opvoeden en in cultuur brengen, maar vooral onder alle verknipsels van onze persoonlijke beschaving bedelven. En het zou verklaren waarom buitenseks zo lekker is, maar dat verdient wel een eigen stukje.

Nou ja, dit zijn allemaal filosofietjes, de feiten zijn gewoon dat mannen duidelijk beïnvloed worden door het weer. Je kan erop rekenen dat je als de kou inzet in de donkere dagen rond Kerst weinig hengstende mannen meer hebt, en veel meer GFE. Je kan er ook op rekenen dat mannen in de lente, als de zon door begint te zetten, juist meer voor het avontuur gaan, en dingen willen die ze normaliter niet interessant vinden.

Als het snijdend koud wordt, krijg ik een boel afzeggingen. Dat kan ik beter vantevoren al in mijn budgets meenemen. Er komt dan gewoon minder binnen. Droge kou met een strakke bries, weinig klanten die dan hitsig zijn. Als het gaat sneeuwen is dat heel anders, dan is de kou gezellig, en zijn er genoeg mannen die wel een wip willen. En dan is een neutje vooraf wel welkom om de kou uit zijn vlees te krijgen.

In de zomer krijg ik meer dates over de dag verspreid. In de winter is het toch vooral ochtend- en avonddates. Mensen gaan anders met hun tijd om, en vooral met hun daglicht. Dat is weer niet iets heel konkreets, maar het is wel iets wat genoeg meetelt dat ik vroeger in de winter altijd met lunchtijd mijn boodschappen deed, maar in de zomer meestal in de ochtend of de avond omdat ik om dates heen moest plannen.

Als er een hittegolf is, krijg ik meer boekingen. En nog meer afzeggingen. Want in de warmte loom liggen zijn maakt je wel geil, maar de gedachte dat je echt met je zweetlijf nu moet gaan presteren, is toch een brug te ver voor heel veel mannen. Vooral de mannen die alleenmaar afspreken omdat ze dat wel spannend vinden, nou ze niets anders kunnen dan hoerenadvertenties op hun telefoon doorscrollen, omdat het te warm is.

Je zou dan zeggen dat er genoeg mannen zijn die middenin de winter graag in mijn warme werkflatje hete dingen met mijn warme lijf wouden doen, maar dan zit de kou er zo diep in dat ze vaker voor de gezelligheid afspraken dan wat anders. Als het echt koud wordt, krijg je vooral je vaste klantjes. Dus helaas werkt het niet de andere kant op, dat is jammer.

In de kamer merk je ook de invloed van het weer. Als de regen tegen de ramen tikt, zijn ze rustiger, stiller, en meer op hun gemak. Dan is er een soort samen-gevoel, een soort intimiteit, en wordt er soms heel stil gesekst. Vooral als je niet doet alsof een man die nat is van de regen vies is. Het lijkt ook te helpen met concentreren, de mannen laten zich bij regen minder makkelijk afleiden.

Onweer is nog mooier. De drukkende tijd voor een onweer geeft mannen het gevoel dat er iets "groots" aan zit te komen, en het geeft wat extra gewicht aan je beurt. Of ze de beurt nou zien als "iets groots" of dat ze juist hun kans willen grijpen voor er "iets groots" gebeurt, dat maakt niet uit. En als je de mazzel hebt dat de bliksem en de hoosbui losbarsten tijdens de beurt, geeft het een bepaalde extra heftigheid mee aan de beurt.

Hagel doet weer weinig, raar genoeg. Je zou verwachten dat het netzoiets als regen is, maar het heeft dus weer een hele andere invloed op de mannen. De meeste mannen hebben er helemaal geen ding mee, en sommige mannen worden er gewoon onrustig van. Je krijgt soms gewoon het idee dat mannen niet weten wat ze aanmoeten met hagel. Of misschien maken ze zich wel gewoon druk over hun auto. Ik heb liever regen.

Echte regen dan, want motregen zorgt vooral voor mopperende klanten en nurkse gezichten, vooral als ze weer naar buiten moeten. Mannen worden chaggerijnig van motregen, veelmeer dan van echte regen. En het geeft de stille intimiteit niet die je met gewone regen wèl hebt. Ik voel me ook minder welkom als ik met mijn motregen-nattigheid binnenkom bij een klant, en ik overal klam en koud ben.

Het wordt echt leuk als het mist. Mistig weer maakt mannen romantisch, en het zorgt voor intense, passievolle beurten. Toen ik achter de ramen stond heb ik daar nooit mazzel mee gehad, maar juist daar heb ik het gevoel dat het flink mee zou moeten tellen. Ik vind het nu gewoon leuk om de mysterieuze vrouw te zijn die opdoemt uit de mist, en er achteraf weer in verdwijnt.

Sneeuw is ook leuk. Dat zorgt meer voor een beetje burgerlijke gezelligheid, maar dat zorgt wel weer voor ontspanning en knuffelseks. Dat is iets wat veel mannen nodighebben, maar eigenlijk te burgerlijk en te gewoontjes voor zichzelf vinden. Met sneeuw op de straten hebben ze dat veel minder, en kom je toe aan lekker oudhollands bonken zonderdat de man zichzelf te saai vindt.

Als het hard waait, rukwinden of storm, dan heb je lekker wat drama in bed. Dat klinkt minder leuk dan het is. Mensen verbinden seks en drama, en als de wind om de dakgoten heen huilt, gaat de klant makkelijker in je illusie zitten, en stort hij zich dieper in de beurt. Soms alsof het de laatste keer is zelfs. Zolang de ramen rammelen, heb je een klant die het voelt alsof hij meegesleept wordt, en dat is fijn.

Maar ook met de droogteperiodes die we de afgelopen jaren wel hebben gehad merk je wat aan de klanten. Ze worden rusteloos, er is een gevoel dat er ergens iets niet klopt, en dat moet je eruitkrijgen voordat ze loskomen. Dat is ergens raar, want die droogte merken de planten, maar wij niet vanzelf. De kou voel je, de regen ook, maar dat lange droogte ook invloed heeft zou ik niet hebben geraden.

Ik kijk naar het weerbericht om te gokken hoeveel boekingen ik ga krijgen, en hoeveel keer ik voor een dichte deur ga staan. Het is zakelijk nuttig. Maar eerlijk gezegd kijk ik ook om me voor te kunnen bereiden op wat de klanten gaan willen, zodat ik in de goede bui voor ze ben. Die afhankelijkheid van het weer heb ik minder. Behalve met één ding. Want zelf heb ik een stuk meer invloed van de stand van de maan, als je begrijpt wat ik bedoel.

Als de coronacrisis nou over was, zou nu wel een goed moment zijn om weer te beginnen.