maandag 16 oktober 2017

Nooit meer terug

Ik moet geheimhouden hoe lang ik al niet meer mag werken in mijn werkflatje, want anders ben ik te makkelijk te vinden. Ook hoe dat kwam, ookal zou ik liefst van de daken schreeuwen hoe kinderachtig en kleinzielig dat gegaan is, en hoe onverschillig de mensen waren die er wat aan hadden kunnen doen. Maar ik mag tenminste tegenwoordig wel vertellen dat ik een verbod heb gekregen om te werken in mijn werkflatje.

Dat kwam er al snel opneer dat ik eigenlijk een verbod had om in mijn werkflatje te zijn. Dat is een beetje overdreven, maar ook niet zoveel. Als ik in mijn werkflatje was, ookal had ik helemaal geen klantjes geboekt, dan vonden de controleurs dat maar heel verdacht. En dan kwamen ze dus heel gauw controleren, en hoopten ze maar dat ze me met een klant zouden betrappen.

Als ik tijdens zo'n controle dan vroeg hoelang ze nog bij me bleven hangen, dan vroegen ze gretig: "Hoezo dan? Moeten we weg voor de volgende klant komt?" En dan bleven ze nog langer treuzelen. Er kwam geen klant, natuurlijk, want ik ben netjes gestopt toen ze me mijn brood afpakten. En ik ben de illegale escort ingegaan. Gelukkig had ik daar tenminste een instapje in omdat ik het toch al weleens naast mijn thuisontvangst deed. En gelukkig hebben ze dat nooit geweten.

Mijn werkflatje is altijd een soort tweede huisje voor me geweest. Ik hou graag mijn klantjes en mijn eigen woonplekje gescheiden, maar het is en blijft een huis van mij, ookal werkte ik er vooral. Het was mijn plekje, waar ik mijn werk deed en waar ik mijn eigen klantjes ontving. Het was een stukje van mijn wereld waar ik op een andere manier thuis was dan thuis.

Nu kom ik er nog maar weinig. Eigenlijk alleen als ze me willen controleren en ze voor een dichte deur staan. Dan kom ik de controleurs binnenlaten die dan vaststellen dat de WC droogstaat en dat het hele huis door meurt, dat in de keuken alle bakjes en kastjes leeg zijn, dat er geen lakens op het bed liggen en alles stoffig en bedompt is. En dan nog denken ze dat ik daar klanten ontvang, en gewoon het niet toe wil geven.

Ik doe er niets meer. Ik voel me er niet meer op mijn gemak, en ik heb ook niets anders om ermee te doen dan wat ik deed. Ik ben maareens gaan kijken wat ik er nou mee moest, want mijn geldmannetje merkte wel op dat ik er eigenlijk alleen een smak geld aan kwijtben om het te houden. Ik moest gaan kiezen, vond hij, en ik wist niet wat ik daar nou mee aanmoest. Hij had me wel mogelijkheden voorgesteld, maar die vond ik allemaal zo verdrietig.

Mijn gevoel vertelde me niet wat ik moest doen, dus ik ben maareens naar mijn werkflatje teruggeweest. Nu zonderdat er controleurs waren, en zonderdat ik er kwam om er iets te doen. Dat was een soortvan thuiskomen op een plek die ik supergoed ken, terwijl alles anders is. De ramen moesten gelapt, de keuken was kil en rook zelfs niet meer naar koffie. De badkamer stonk naar eieren en was kaal zonder al mijn handdoeken en tierelantijntjes.

Maar pas toen ik in de halkast keek en mijn kluis open zag hangen, werd het even teveel. Hij moet nu wel opengelaten worden, want de controleurs willen er altijd in kijken en er zit een tijdslot op. Eigenlijk maakt het niet meer uit, want er zit geen cent meer in. Maar het voelt nog steeds helemaal verkeerd om dat deurtje open te laten hangen. En toen kwamen de tranen.

Ik heb hier wel eerder over gegriend, vooral omdat het allemaal zo oneerlijk ging, en het zo dom en onnodig is om mijn bedrijfje voor niets kapot te maken. Maar nu was het een ander soort verdriet. Dit ging even niet over mij tegen de overheid, of over al die onpersoonlijke zakelijke dingen. Dit was ooit een klein plekje van mij. Ik voelde me niet meer thuis, en ik voelde dat er een heel belangrijk iets verloren was gegaan.

Het was niet alleen voor mijn klanten een belangrijk plekje waar ze even konden wegduiken in mijn konijnenholletje. Het was ook een konijnenholletje voor mij. Ergens waar ik de regels maakte. En ergens waar ik even op kon gaan in mijn werk zonderdat er de rest van de wereld, en de rest van mijn leven, bijkon. De lelijkheid bleef buiten. Het moois kon ik binnen veilig doen.

Misschien vinden jullie het raar, en het is vast ook iets waar je je niet goed in in kan leven. Maar voor mij was dit even belangrijk, want ik kan me zo moeilijk losweken van het werk dat ik zolang gedaan heb op dat plekje. Ik had zo graag daar de tijd gewoon stil laten staan. Ik heb nu echt geen slecht leven, en er zijn ook goeie kanten aan de verandering. Maar ik vind het heel jammer, en heel verdrietig, dat ik kwijt ben wat ik had.

maandag 9 oktober 2017

Antwoord op: Er moet toch wat achter zitten

Als een slachtoffer van mensenhandel, moderne slavernij, wordt verhoord om mensen daarvoor op te kunnen pakken en veroordelen, dan moeten er verklaringen komen. De politie besteedt lange dagen aan het masseren en onder druk zetten van hun getuige, en daarbij worden soms ook mensen van buiten politie en Justitie ingezet. Dat geeft een heleboel praat die op band komt te staan.

In die praat zit meestal een heleboel tegenstrijdigheid. Dat is nietzo raar, want het verhaal wordt in de verhoorkamer niet alleen afgedraaid, het wordt daar gemáákt. De zedenagent doet aan 'coaching' om het verhaal te krijgen wat de rechter verwacht bij een geknakt zedenslachtoffer. Daar komen vaak dingen bij voor die gewoon niet kloppen met wat de getuige of het slachtoffer eerder of later zei. Dat valt het OM maar zwaar op de maag, want het is niet altijd mogelijk om dat allemaal recht te praten.

Maar gelukkig is het niet erg. Ja, er zijn tegenstrijdigheden in het verhaal, of personen, vliegtuigvluchten, gebouwen, advertenties en grote sommen geld blijken niet te bestaan, of filmopnames, computerlogs en telefoonregistraties spreken de verklaring waar zo hard op is gezwoegd tegen. Maar dat maakt niet uit. Want het is zó'n heftig verhaal, daar móét wel een grond van waarheid onder zitten.

En dat is wel een heel erg rare knoop die je dan in je logica legt.

Je hoort deze heel weinig. Veel te weinig, vind ik. Niet omdat hij weinig wordt gebruikt, maar omdat er maar heel weinig van naar buiten komt. De stelling van vandaag zie je namelijk vooral binnen de politie en het OM. En dat is zo'n beetje de schadelijkste plek waar dit soort rottigheid kan zitten. Want die worden helaas gezien als een hele betrouwbare bron van informatie, ookal zijn ze dat helemáál niet.

Als je een beetje gaat graven zie je dat hij eigenlijk best vaak wordt gebruikt binnen die wereldjes. Tenminste, als ze daarmee het verhaal dichter bij hun eigen verwachtingen kunnen verbuigen. Anders niet natuurlijk. Als een verdàchte zich ergens mee tegenspreekt, ookal is het maar een nuance, dan wordt dat voor de rechter gebracht alsof het laat zien dat je geen woord uit zijn mond kan vertrouwen. Want dan is het opeens helemaal andersom.

Doe even een stapje achteruit, en denk er eens over na. Als je met iemand praat die iets heel heftigs vertelt, ga je er dan makkelijker of minder makkelijk vanuit dat het waar is? En als dat heftige verhaal opeens dingen bevat die helemaal niet kunnen, of waar het verhaal eerst iets heel anders over zei?

Stel je voor dat iemand je vertelt dat hij te laat is op je afspraak omdat hij werd beroofd. Een dief hield hem tegen met een geweer, en pakte zijn portemonnee, autosleutels en telefoontje af. Dus daarom kon hij niet op tijd zijn. Maar hij is na de beroving meteen in zijn auto gesprongen om zo snel mogelijk bij je te zijn! En dan hoor je zijn telefoontje afgaan. Maar niemand zou toch zoiets heftigs als een beroving verzinnen?

Het is onzin, en dat weten de Officieren van Justitie die deze uitspraken doen netzogoed als jij. Die moeten alleen wel hun verhaal doordrukken als ze hun moraal willen volgen. Barbertje moet hangen. Hoe dan ook. Maar moralisten zitten altijd met de moraal in hun maag. Als ze eerlijk zijn over wat er echt gebeurt, blijft hun moralisme onbevredigd. Maar als ze liegen, voelt dat ook niet moreel. Dus onzin aanmaken en dan zichzelf overtuigen dat het niet erg is, omdat ze er een hogere waarheid mee dienen, dat voelt het beste. Dat is zelfbevrediging.

maandag 2 oktober 2017

Negen jaar

Vandaag is mijn blogje negen jaar oud. Ik verbaas me telkens weer dat het zo oud is, het voelt alsof het nog steeds wennen is, en nog steeds iets is wat nog niet volwassen is geworden. Er ontbreekt nog zoveel, en ik heb nog zoveel niet genoeg uitgelegd. Tegelijk voelt het ook als iets wat ik altijd al gedaan heb, en kan ik me niet voorstellen hoe het zou zijn als ik het niet meer zou schrijven.

Bijna elk jaar schrijf ik wel een stukje op de verjaardag van mijn blog. Vorig jaar niet. Toen zat ik er echt even doorheen, en had ik er geen zin in. Ik speelde toen zelfs met het idee het hele ding maar op te doeken. Mijn blog voelde vooral als een last. Een verjaarsstukje is als een feestje, en je geeft ook geen feestborrel als je bedrijf op apegapen ligt.

Het is een moeilijke twee jaar geweest, met het verlies van mijn bedrijfje, het harde werk van een nieuwe studie, het overschakelen op de escort, en ook in het reine komen met dat mijn Christen-identiteit niet meer zo vanzelfsprekend is voor me, en dat komt ook weer door mijn opleiding. Mijn blogje is dan wel een plekje om even iets te doen wat me me altijd nuttig laat voelen, en me een uitlaat geeft, maar dat is ook niet altijd de oplossing.

Mijn blogje is niet veel veranderd, het is nog steeds een beetje hetzelfde projekt voor mij. Ik wil er nogsteeds hetzelfde mee doen, ik wil nogsteeds hetzelfde soort ding blijven schrijven. Maar de wereld eromheen verandert. Ik ben de enige niet meer, zoals toen ik begon. Ik ben tegenwoordig een beetje een ouderwets blog wat elke week iets nieuws plaatst, niet een scherp reaktieblog. Ookal is dat gedeeltelijk omdat mensen mijn nieuwsstukjes maar niets vinden.

Ik vraag me weleens af hoeveel ik nou moet vinden van mensen die dingen aan mijn blog afkeuren. Er zijn wel erg veel mensen die iets vinden van wat ik schrijf. En die het beter weten. Ik word al die mensen die het beter weten zat. Al die lui die vinden dat ik beter had moeten argumenteren bij de politiek, dat ik meer van zus of zo had moeten spreken. Heel veel mensen die me afkatten, maar zelf schrijven ze ook niets. Ik doe het, en de beste stuurlui staan aan wal. Dat haalt veel van het plezier er wel af.

Dat er nu andere kanalen zijn met blogs of Facebook-pagina's of columns op websites die ook vertellen over het hoerenbestaan, dat kan ik alleenmaar toejuichen. Soms gebruiken die ook content die ik dan ooit op mijn blogje heb gezet. Ik vind het goed als die overgenomen wordt, maar als je mijn argumenten kopieert, doe het dan goed. Anders denken mensen als ze eenmaal bij mij uitkomen dat ze het aleens gelezen hebben, en slaan ze het over.

Dat is dan nog als er echt een argument van me gekopieerd wordt. Want je hebt natuurlijk ook mensen die het leuk vinden om stukjes uit mijn blog buiten hun kontekst te gebruiken, en dan nog wel om daarmee te doen alsof ik iets zeg wat ik helemaal niet gezegd heb. Ik zag op een feministische website dit stukje citaat, en dat werd gebruikt alsof het de draad van mijn hele blog weergaf:
Zoveel champagne zorgt er nu voor dat ik het spul niet meer kan zien. Ik vond het vroeger hardstikke lekker, maar ik kotste er na een poosje in de clubs bijna van. Het is voor mij ook een soort symbool geworden, voor al die oneerlijke dingen die ik met klanten deed. Er zitten schaamtegevoelens aan vast.
Ik bereik met mijn blogje niet echt wat ik van plan was, en dat is gewoon een kijkje geven zodat mensen mijn vak beter gaan begrijpen. Dat komt door onwil, en doordat ik voor mijn blogje zoveel onderzoek heb moeten doen, ben ik dat ook wel gaan zien. Dat is heel jammer, want er is verder weinig wat mensen een menselijk kijkje geeft over hoe we zijn. Daar is mijn blogje nog steeds best uniek in.

Onderzoeken is ondankbaar. Ik heb gemerkt dat ik onderzochte, ingewikkelde stukjes, vooral over onderwerpen die ik als verzoekje had gehad, met veel moeite schrijf en dat die het minst populair zijn. Hoe meer ik uitleg, hoe minder mensen zich betrokken voelen. Ik dacht altijd: als ik maar net wat verder uitleg, als ik maar net wat toegankelijker schrijf, dan snappen ze het wel. Dan valt het kwartje wel. Als ik maar alle kanten belicht zien mensen wel dat ze niet eromheenkunnen dat het zo is. Maar het heeft geen zin.

De populariteit van mijn blogje is ook weer verder ingezakt. Vooral sinds januari 2017, toen ik van de ene dag op de andere van 690 Google hits per dag zakte naar 127. En dat zijn gemiddeldes. Vergeleken met 2013 heb ik nog maar een tiende van mijn bezoekers over. Dat is geen tijdelijke daling ook, het blijft maar afzakken, telkens met een stapje verder naar beneden.

Het komt door een aantal dingen. Ik ben niet meer de enige die over prostitutie-ervaringen schrijft, de mensen die me interessant vinden hebben me al weleens gelezen, en veel doen de moeite niet om terug te komen, ik ben het over moeilijkere dingen gaan hebben, blogs worden toch al minder hip, de interesse in hoeren als mens daalt, en Google slaat me over ook als ik verwacht dat ik wel aan een zoekterm voldoe.

Ik zoek regelmatig in mijn eigen blogje iets terug, en dat doe ik meestal met Google. Vroeger werkte dat heel goed. Tegenwoordig laat Google best vaak mijn hele blogje niet zien, en moet ik er met aanhalingstekens "zondares" bijschrijven omdat er anders niets van komt. Daar mis ik wel bezoekers door.

Er blijven ook dingen onverminderd hoog. De doodsbedreigingen op mijn mailadres, de pooiers die denken dat ik wel interesse in ze zal hebben, dat neemt niet af. Ook de mannen die ondanks alles toch gaan proberen klant bij me te worden, en de jongens die ontmaagd willen worden, die blijven komen. Netzoals de meiden die hulp nodig hebben in het vak. Die kunnen me wel vinden.

Maar weet je, het maakt me eigenlijk niet zo uit. Al lezen er maar tien mensen mee, die wat aan mijn blogje hebben. Dat is genoeg. Ja, ik zou liefst hebben dat iedereen met interesse in mijn business tenminste een keertje komt lezen, maar dat krijg je of dat krijg je niet. Intussen is het nog steeds mijn uitlaatklep, en mijn manier om mijn hartje te luchten.

Ik ga kijken of ik er tien jaar van kan maken. Liefst voordat al mijn bezoekers opdrogen.

maandag 25 september 2017

Kameleon

Goed verdienen heb ik nooit gedaan in mijn tijd in clubs en bordelen. En echt lekker werken was het ook niet, gewoon omdat het mijn stijl niet was. Eigenlijk verbind ik het in mijn hoofd vooral met dat ik toen behoorlijk onvolwassen was, en zie ik het toch vooral als verloren tijd die ik met een beetje ambitie beter had kunnen gebruiken. Het was een fase waar ik doorheenmoest, en ik wil er niet naar terug.

Maar er is wel iets wat in die tijd véél makkelijker was dan nu, en dat was triootjes. Je zat toch de hele dag tegen elkaar aan te kijken, en je kende je collegaatjes wel. Een triootje was zelfs iets dat je zelf graag voorstelde. Soms omdat je de klant niet leuk vond één op één, soms omdat je aan het eind van je Latijn was maar van de baas nog niet naar huis mocht, en vaak omdat een collegaatje sip was omdat ze de hele dag al geen klant had gehad.

In de thuisontvangst was dat al moeilijker, maar nu ik in de illegale escort zit is het echt even puzzelen geweest hoe ik nou om moest gaan met verzoekjes voor trio's. Ik heb nauwelijks contact met collega's, want je bent vooral op jezelf. Alleen als de klant meer meisjes uitgenodigd heeft, kom je echt iemand tegen. Via mijn blognetwerkje kan ik door de veiligheidsregels niemand ontmoeten, dus dat is ook geen manier.

Met iedere andere meid kan ik wel een trio doen, als het alleen om de seks gaat. Ook vervelende onhygiënische klieren kàn ik wel. Maar ik heb veel liever meiden waarop ik kan vertrouwen, en waarmee ik een mooie wip neer kan zetten. Bovendien willen klanten maar wàt graag dat we onderling ook flink vozen, en ik heb graag een meid die meewerkt om daar alleenmaar show van te maken, want ik ben vies van vrouwen, en ik fake dus alles.

Ik kan niet met iedereen werken als het om andere dingen gaat. Ik zit in een heel moeilijke situatie omdat ik vroeger vergund was, en Zeden me maar wàt graag op de korrel neemt. Ik moet alles verborgen houden. En heel veel meiden zijn heel slordig met hun identiteit, en als die worden gepakt kunnen ze mij heel naar in de schijnwerpers zetten. Ik heb collegaatjes nodig die veiligheid serieus nemen, en dat doen ze helaas niet allemaal. Vooral niet de mijne.

Gelukkig zijn er best meiden die ook het klappen van de zweep kennen, en goed van wanten weten in bed èn met wat mijn statistiekmannetje "datahygiëne" noemt. Die vìnd je alleen natuurlijk niet zomaar, want als je verstandig bent met niet opgespoord worden, ga je niet de wereld vertellen dat je goed bent in niet opgespoord worden. Ik ontdek eigenlijk die meiden alleen doordat ik ze tegenkom en ze tips ga geven. En dat zij mij dan goeie tips teruggeven.

Nu ik het een poosje doe, heb ik een paar contacten opgedaan. Dat is allemaal bij toeval geweest, maar zodra ik een goede kans krijg grijp ik hem ook, dus ik heb die contacten opgekweekt als een tomatenplantje. De meeste van die meiden hebben niet echt veel met me, ookal vind ik het contact belangrijk. Maar met één van die collegaatjes klikte het wel, nadat ik er een poosje aan gewerkt had. En nadat ik eindelijk begreep hoe ze werkte.

Ik noem haar maar L. Dat spreekt uit als "Elle" en dat vind ik wel leuk. Ik ontmoette haar een paar maanden geleden, doordat een klant me vroeg of ik haar kende en of we een triootje samen zouden kunnen doen. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar ik vond het wel okee. Ik was wel een beetje voorzichtig, want de klant had me ingehuurd als gewone escort, en zij had geadverteerd als High Class. Dat geeft soms wrijving.

Toen we elkaar tegenkwamen ging alles heel vlot. Ze was mooier dan ik, maar dat was eigenlijk het enige nadeel, en dat gebeurt ook gewoon vaker. Voor de rest was ze een aanpakker, nam ze mijn voorzetjes en gaf ze voorzetjes terug, kon ze goed faken dat ik haar likte, ze was niet dom of slordig over hygiëne, en misschien nog wel het belangrijkste voor de goede indruk, ze was op tijd. We hebben goed samengewerkt.

Ze had goed gewerkt, maar ze had een bepaalde ordinaire houding en een luidruchtigheid die niet veel klanten spannend vinden. Bij deze klant werkte het geweldig goed, maar de meeste zouden erop afknappen. Dat vond ik jammer, want ik wou haar graag als vast triomaatje in mijn contacten houden. We hebben wel nummers uitgewisseld, zodat we elkaar konden vinden als we nogeens een extra meid nodighadden.

Dat nummers uitwisselen was eigenlijk meteen al een hele goeie ervaring. Eigenlijk wil je niet met je mobiel in de mobiel van een andere meid staan, vooràl niet onder een meisjesnaam. Als Zeden dat vindt, hebben ze daarmee veelteveel macht over je. Dus toen ik mijn nummer gaf was ik blij dat ze het op papier opschreef, en uitlegde hoe ze dat nummer onbruikbaar maakt voor iemand die haar code niet begrijpt. Dan ben je iemand die nadenkt over risiko.

Het duurde bestwel een tijdje voordat ik een trio-klant had die haar wel zou waarderen. Hij zou er niet zo geil op gaan als de klant die we eerst samen hadden gehad, maar hij zou het niet erg vinden als ze zo deed. Ik waagde het maar, en ze deed mee. Ze had het kennelijk ook druk, want de eerste kans die we gemeen hadden was pas twee weken later. Het was een soort experiment voor mij, om te kijken of we net zo goed samenwerkten als daarvoor.

Eigenlijk zag ik het misgaan. Een dag voor de afspraak kwam ze met een héle slappe smoes, dat ze niet kon komen. En ze liet het aan mij over om de klant teleur te stellen. De klant deed niet moeilijk over uitstellen, en ik heb mijn trots maar ingeslikt en de boel voor haar gladgestreken. Ik had geen andere trio-collega achter de hand, anders had ik die tegelijk gebeld om haar op te kunnen roepen als L me weer liet zakken.

Ze kwam bij de nieuwe poging gelukkig, en ookal was er wel wat wrijving omdat ze me eerder had laten zitten, we werkten weer goed samen. Ze was alleen heel anders dan de eerste keer. Inplaatsvan heel ordinair en hoerig was ze nu veel rustiger en sensueler. Dat beviel de klant wel, en ik trok de conclusie dat ze dus bij deze man wat meer zichzelf was. Na de date moest ze er meteen vandoor, en dat beviel me niet zo, want dat stoorde de sfeer nogal, maar ik liet het maar.

Pas na de derde klant samen begon het een beetje te ontdooien. Zij had deze keer mij gevraagd, en had de opmerking gemaakt dat ze me niet aan een klant wou helpen voordat ik haar eerst bij één van de mijne had gehaald. Dat schoot me een beetje in het verkeerde keelgat, want ik vond het klinken alsof ze vond dat ik de kar maar moest trekken. Eigenlijk ging het erom dat veel meiden zich "voor triootjes" beschikbaar maken juist om klanten te stelen, en ze zich daarmee niet wou laten verneuken.

Ik ging naar die klant, een hele goeie trouwens, met een beetje sjaggerijn vanwege die opmerking, en ik zag alwéér dat ze heel anders was. Bij deze klant was ze een beetje een ongeduldig heethoofd, en was er van haar hoerigheid geen spoor meer. Ik was nu wel een beetje verbluft. Ik weet wel dat je je aan de klant aan moet passen, maar dit was echt je hele persoonlijkheid omgooien. Ik herkende haar bijna niet.

Achteraf zat ze weer zenuwachtig op haar telefoon te kijken, en het kwam eruit dat ze met het OV reisde. Dat is natuurlijk in de escort wel een flink probleem afentoe, want als je klant niet zo'n beetje naast een groot station woont, heb je lange reistijden, en kan je 's nachts gewoon vast komen te zitten in een buitenwijk van een dorp ergens. Ik bood haar een lift aan, en dat bracht de rust weer terug.

In de auto kwamen we een beetje bijelkaar. Ze vond mijn wagentje echt kicken, en dat vind ik ook dus daar konden we even over bijelkaarkomen. Ze wou rijden, maar dat liet ik maar. Tegenwoordig laat ik haar soms wel rijden, maar eigenlijk vind ik het maar niets als andere mensen achter het stuur van mijn autootje kruipen. Ze wil ook telkens met het dak naar beneden toeren, ook als het twaalf graden is. Maar ze heeft er zoveel plezier in dat ik het niet kan laten.

L is jonger dan ik, en heeft véél minder klantjes gedraaid. Hierendaar kan ik wel wat invullen voor haar als we het over dingen hebben die je gewoon van ervaring moet leren. Ze heeft ook gewoon de ervaring in de verschillende sectoren niet die ik wel heb, en van hoe andere meiden werken heeft ze geen idee. Maar tegelijk is ze slim genoeg om al wèl meer dan genoeg over hygiëne, anonimiteit, bed-artistiek en klantbeheer te hebben geleerd. Maar ookal is ze minder ervaren, ze beheerst wel een kunst die ik niet ken.

Als een soort kameleon kan ze zich aanpassen aan haar omgeving. Ze leeft zich helemaal in in een karakter dat precies bij de klant past. Ik pas me natuurlijk ook aan de klant aan, en ik laat de klant ook denken dat ik geil op waar hij op geilt, maar zij doet het op zo'n totale manier, met heel haar gedrag en heel haar lijf, dat je echt even denkt dat je met een hele andere vrouw temaken hebt.

De meeste meiden werken met een routine. Die hebben een eigen stijl, en een eigen manier om door een wip heen te werken. Die passen die routine aan om bij de klant te passen, maar het blijft hun eigen persona, en het blijft diezelfde routine. L kent de kunst om niet een beetje aan te passen op haar routine, maar om zichzelf helemaal om te toveren, en op staande voet een wip uit haar hoge hoed te toveren. Allemaal improvisatie.

Ik wist wel dat dat bestaat. Ik heb er vooral van topescorts wel over gehoord, en ik weet ook hoe die meiden zichzelf trainen om dat goed te doen, en om het te kùnnen. Ik weet ook dat het niets voor mij is. Ik heb het niet nodig, en ik vind het niet fijn om zover buiten mezelf te gaan. Ik vind het belangrijk iets van mezelf in elke wip te kunnen leggen, en dat voelt toch minder zo als ik àlles ga veranderen om bij de klant te passen.

Misschien is L wel een natuurtalentje voor de topescort. Ze wil in ieder geval graag in de leer bij W, en ze ziet het wel zitten om dieper in het werk te duiken. Voor een beginner is ze bestwel oud, maar als ze echt zo snel leert, kan ze het misschien wel. En dat knaagt aan me, want ze begon later, in een moeilijkere tijd, en met minder ervaring heeft ze dingen geleerd die ik nog steeds niet ken. Dan voel ik me wel alsof ik de boot een beetje heb gemist.

Wat ook knaagt is dat ik telkens als ik verander weer een boel klanten achterlaat. Als ik zo kon werken als zij, kon ik gewoon doorgaan terwijl ik die klanten aan me gebonden kon laten. Ik kon dan zelfs gewoon de overgangen zo geleidelijk maken dat ik ze niet afstandelijk zou laten worden. Als ik maar gewoon kon wat zij kon, zou ik mijn werk beter doen, en minder laten liggen. Dat zit me wel dwars. Zo'n kameleon zijn is toch wel een goed iets.

Ooit had ik trio-collegaatjes voor het gemak. Dan was het de makkelijke manier om te werken. Tegenwoordig loop ik tegen problemen aan om ze te regelen, en als ik ze regel loop ik ertegenaan dat ik ongerust word omdat er nog zoveel is wat ik bij te spijkeren heb. Ik kijk de laatste tijd een beetje op tegen triootjes, want ik heb al genoeg aan mijn hoofd, zonderdat ik geconfronteerd hoef te worden met dat ik nog zoveel moet leren. Maarja, dat is ook weer erg onvolwassen van me.

maandag 18 september 2017

Antwoord op: De slachtofferkaart trekken

Vandaag geef ik antwoord op iets wat iedereen wel kent: mensen die de slachtofferkaart trekken. Dat zie je al gebeuren vanaf dat je klein kind bent. Mensen komen te hulp aan slachtoffers, dus als je doet alsof je een slachtoffer bent heb je meteen gewonnen in elke discussie. Of dat nou je zus is die gaat huilen als je je snoep niet af wil geven, of dat het gaat om de voorbeelden in dit stukje, het is hetzelfde.

De slachtofferkaart is vooral een manier om een discussie om te gooien. Je bent aan het praten over feitelijke, logische en inhoudelijke dingen, en opeens komt de slachtofferkaart en gaat het alleen nog maar over de emotie. Ga je dan nog door met proberen de inhoud te bespreken, dan ben je een onmens want er is hier een slachtoffer dat hulp moet.

Het is een slap iets om als argument te gebruiken, dus zo kom je het ook haast nooit tegen. Het is eerder alsof je een potje aan het hardlopen bent op het schoolplein, en als je gaat winnen gaat je tegenstander liggen en janken. Die is "gevallen." Nu heb jij niet gewonnen, en je kan ook niet zeggen dat ze zelf is gaan liggen want dan ben je een zielig slachtoffer aan het afkatten.

Bij volwassenen wordt het natuurlijk niet zo duidelijk gebracht. Ja, behalve op het voetbalveld dus, daar kennen we het allemaal wel als een plaag. De "schwalbe" is zo duidelijk de slachtofferkaart trekken dat het gewoon haast een grap is geworden. Maar we zien het overal, al hebben sommige mensen er wel een stuk meer een handje van dan anderen. Slachtoffer zijn is een respectabel iets, want iedereen wil de underdog steunen.

Het zal niemand verbazen dat je deze heel veel hoort van mensen uit de zieligheidsindustrie. Die hebben hun hele werk en leven, en niet te vergeten hun inkomen, te danken aan dat mensen zielige slachtoffertjes willen steunen. En kritisch kijken naar de zieligheid waar ze hun industrie van maken willen ze liefst zo snel mogelijk afkappen. Daarvoor werkt de slachtofferkaart trekken wel voor mensen die toekijken, ookal werkt het niet voor mensen die niet meer in de fabeltjes geloven.

Lang niet altijd is het de spreker die het slachtoffer beweert te zijn, als die de slachtofferkaart trekt. Heel vaak wordt die voor een ander getrokken. Dat merkte ik heel vaak toen ik schreef over pooierrelaties en loverboys. Dan wouden mensen niet op argumenten ingaan, maar vonden ze dat ik niet mocht schrijven wat ik schreef, want daarmee deed ik die arme slachtoffertjes pijn. Vooral als wat ik schreef liet zien dat er misschien helemaal niet zoveel slachtofferigs aan ze wàs.

Niet dat de grote monden zelf zich niet als slachtoffer afbeelden. Als zo'n mediapersoonlijkheid wordt aangesproken op de onzin die hij over ons vertelt, dan wordt er geklaagd over "de seksindustrie die in je nek springt," of over "geterroriseerd worden," of "als moraalridder te kijk worden gezet." Allemaal zieligdoenerij omdat ze opeens niet meer de enige zijn die aan het woord zijn. En dat nadat ze zèlf mensen gemarginaliseerd hebben.



Het is veel delicater als je in discussie moet met mensen die beweren dat ze zelf slachtoffer zijn geweest van verschrikkelijke dingen in de hoererij. Je hebt snel de neiging om door alle onzin heen te prikken, omdat je al kan zien dat ze nep zijn. Ik heb namelijk nog geen echt geval meegemaakt waar ik mee in debat moest. Maar als je niet éérst laat zien dat er niets van hun verhaal klopt, dan werkt de slachtofferkaart voor die mensen heel erg goed.

Jij komt namelijk over als iemand die een slachtoffer aanvalt door haar gewoon tegen te spreken. Alsof je vantevoren al hebt geoordeeld dat je haar niet wìl geloven, en daarom haar afkat. Dan kan je nog zulke goeie argumenten hebben, maar dan heb je het vantevoren al verloren omdat niemand meer kijkt naar jullie discussie als een discussie, maar als iemand die een arm slachtoffer komt pesten. En dus wordt er naar argumenten niet meer geluisterd.

Die professionele slachtoffers trekken dus zo snel ze kunnen de slachtofferkaart. Die hebben vaker met het bijltje gehakt, en willen geen discussie laten ontstaan. Daar hebben ze immers ook niets aan. Het verhaal wat ze willen uitbaten is onversneden in de media gekomen, en alles wat wordt veranderd kost ze alleen aandacht, en meestal geld. Alleen rel vinden ze nogwel leuk, want dat levert meer aandacht op, maar dan moet het niet over de inhoud gaan.

Als je praat met sommige professionele slachtoffers kom je een toontje tegen wat heel duidelijk maakt dat ze precies weten hoe de slachtofferkaart werkt, en dat ze echt bóós op je worden als je niet in die valkuil trapt. Dan word je alles genoemd wat mooi en lelijk is, en doen ze niet eens de moeite om slachtofferig te blijven doen. Want ze vinden dat zij aan de eisen van het slachtofferschap hebben voldaan, en jij dus verplicht bent mee te gaan in hun verwachtingen.

Dat gaat allemaal om mensen met wie je wel in discussie kan gaan, maar die het eigenlijk niet waard zijn. Mensen die ervoor hebben gekozen om hun brood te verdienen aan verhalen over slachtofferschap, die willen niet kijken naar wat er allemaal niet klopt aan hun verhalen. Ze weten best dat die verhalen kunstmatig zijn. Soms hebben ze die verhalen zelf verzonnen, en meestal van collega-prof-slachtoffers overgenomen. Dus wat ga je met de waarheid bereiken? Ze weten hem al, en willen hem niet.

Het is een veel groter probleem bij mensen die eigenlijk met de zieligheidsindustrie niets te maken hebben. Die sluiten zich af van argumenten door de slachtofferkaart te trekken. Die trekken ze niet voor zichzelf, maar om "op te komen voor de slachtoffers." Daarmee stoppen ze helaas hun oren dicht. Die slachtofferkaart is ze gegeven door de ellendeporno in de media, en daar kan je door de slachtofferkaart dus maar heel moeilijk tegenin zodat ze na gaan denken.

Meestal is het nieteens kwade zin waardoor buitenstaanders dat doen. Goed, er zijn er bestwel wat die bezig zijn om hun favoriete rukfantasie te beschermen, maar de meeste mensen hebben echt medelijden met de meisjes waarover ze verteld werden. Ookal denken ze niet net dat beetje door om te begrijpen dat het verhaal wat ze werd verteld toch wel rammelt. Die houden met de slachtofferkaart wel een bord voor hun kop. Dat blijft wel domheid.

Waar je het meest tegenaanloopt is mensen die denken dat de verhalen van het OM of van de reddingsindustrie echt uit de mond van echte slachtoffers zijn gekomen. Die vertrouwen dat ze daar niet over worden voorgelogen, want de reddingsindustrie zal toch niet liegen en het OM is boven alle twijfel. Ik spreek dus niet de industrie tegen, maar ik spreek de slachtoffers tegen, en dan is het mijn woord tegen dat van de slachtoffers.

Dat is de puurste en eerlijkste manier dat deze fout wordt gemaakt. Die mensen geloven eerlijk wat ze verteld is, en ze komen op voor mensen die in het nauw zitten. Dat denken ze tenminste. Die kunnen soms best aan het twijfelen worden gebracht, als je kan voorkomen dat die slachtofferkaart wordt getrokken. En daarvoor is het dus heel belangrijk dat je in het begin vooràl niet tegen de slachtofferverhalen in lijkt te gaan.

Het blijft natuurlijk niet puur en eerlijk. Er zijn zat mensen die hun idee hebben meegekregen uit een stuk emotieporno in de media, en dus méévoelen met het verhaal. Die voelen dat alsof ze het kennen, en alsof het hùn verhaal is geworden. Zo werken de media nou eenmaal. Die gaan hun gevoel beschermen, en voelen zich zelf ook aangevallen. Die doen dan alsof het ze om de gevoelens van het slachtoffer gaat, maar intussen voelen ze zich gewoon zelf aangevallen.

Dat klinkt heel raar, maar kijk maareens om je heen hoeveel je het ziet. En als je dat hebt gedaan, kijk maareens naar jezelf, om te zien dat jij het ook doet. Want het is gewoon een menselijke zwakte. Iedereen leeft zich in in verhalen, en doet daarna nog steeds alsof ze objektief en afstandelijk zijn. Terwijl ze gewoon hun hartje hebben verpand aan het eerste verhaal wat ze emotioneel betrok bij het onderwerp. Zo zijn we nou eenmaal geschapen.

Met die mensen kom je met logica helemaal nergens. Je kan ze zoveel feiten en bewijzen geven als je wil, maar ze voelen zich alleenmaar meer aangevallen. Het enige wat je kan doen is ze zover krijgen dat ze kritisch naar het verhaal gaan kijken, en dat is héél moeilijk, of een geiler en emotioneler verhaal ervoor in de plek vertellen. Dat is eigenlijk oneerlijk, want dan gebruik je alleen de fout die ze maken voor jezelf.

Er is er ook eentje die nogwel wat intellectueler is. Dat is dat je aan "victim blaming" doet als je niet meedoet met de slachtofferverhalen. De meeste argumenten die tegen de slachtofferverhalen inwerken zijn namelijk vooral dat de passieve rol van het meisje in wat er gebeurt, en dat alles tegen haar zin ging, niet klopt met hoe mensen werken, of met hoe de wereld werkt. Dat wordt snel gezien als dat je het meisje verantwoordelijkheid in de schoenen schuift.

Ik noem dat intellectueler, omdat het vooral uit de intellectuele hoek vaak zo wordt gezien. Die hebben een soort eigen slachtoffercultus, waarin mensen die vrouw zijn, een kleurtje hebben, homo zijn, moslim zijn of een andere erkende slachtofferminderheid zijn, niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor dingen die ze doen omdat die dingen zouden komen door hun slachtofferschap. Dat is in Amerika al heel lang van kracht, en in Nederland zie je het nu ook veel.

Het is geboren in de feministische theorie over verkrachting. Dat zijn twee thema's die ik al eerder beschreef. Daar beslisten feministen op een bepaald moment dat verkrachting altijd een gewelddaad van de patriarchie is, en als vrouw heb je daar geen macht over. Dus iedereen die commentaar heeft op hoe een vrouw zichzelf in de nesten werkte, waren bezig om een slachtoffer de schuld te geven van haar slachtofferschap.

Nou is verkrachting een smerige misdaad, en doe je nooit iets om verkracht worden te "verdienen," maar om dat op deze manier dan uit te breiden naar dat je als slachtoffer nooit iets kan hebben gedaan wat meewerkt aan je slachtofferschap is wel heel kort door de bocht. Vooral als dat wordt opgehemeld tot een soort principe waar je niet over kan discussiëren. En als dat ooknog naar andere dingen uitbreidt, zoals hier, dan zijn we van het padje af.

Als je namelijk het slachtofferschap van de verhalen bekijkt, zitten er enorme gaten in het verhaal, en ook enorme gaten in de achtergrond die bij het verhaal verzonnen is. Kijk bijvoorbeeld maareens naar wat de politie, het OM en de reddingsindustrie allemaal willen laten geloven over loverboytechnieken. Als je aanwijst dat die niet werken, en het meisje dus zèlf er toch aan meegewerkt moet hebben, dan vinden ze dat victim blaming. En dat màg niet.

Dat gaat er dus nieteens om of het wáár is. Het gaat erom dat als je slachtofferschap niet als puur passief slachtofferschap behandelt, dat je dan een regel hebt gebroken over hoe je mag discussiëren. Dat leidt er natuurlijk toe dat de slachtofferkaart hier gewoon een blanco cheque is om alles te kunnen zeggen. Want alle soorten kritiek zijn victim blaming, en dat is taboe verklaard.

Maar dit is een antwoordstukje, en dus hoort hier een antwoord op. En dat is: als je in een discussie komt waar je de slachtofferkaart moet trekken, dan ben je geen goede discussie aan het voeren. Je bent niet eerlijk naar een beargumenteerde overtuiging aan het werken. Je probeert de discussie te ontsporen. En dan had je òf niet aan de discussie moeten beginnen, als je zo zwak en geknakt bent, òf je hebt gewoon geen argumenten en je probeert je tegenstander emotioneel te bedotten. En in beide gevallen doe je iets helemaal verkeerd.