maandag 17 september 2018

Antwoord op: Hoererij draagt niets bij

De dingen waar ik vandaag antwoord op geef kent iedereen wel die ooit in de krant over ons heeft gelezen, of over sekswerk gesprekken heeft gevoerd. Sekswerk voegt niets toe aan de samenleving, het is economisch laagwaardig, het is geen echte seks, het is een holle ervaring, liefdeloos, het is maar schijn wat we doen, je krijgt niet wat je zoekt bij een hoer, enzovoorts. De gedachte is dat sekswerk waardeloos is. En dat wordt weer gebruikt om te suggereren dat het wel weg kan.

Voorzover er uberhaupt al wordt uitgelegd waarom hoeren niets bijdragen, of ons werk geen waarde heeft, of niemand ons zou missen, is het meestal vaag en emotioneel gedoe. Onderbouwing zie je eigenlijk nooit. En dat is nietzo raar, want het is weereens iets dat alleenmaar op emotie is gebouwd. Hoeren zijn minderwaardige mensen, dus wat we doen is ook minderwaardig. Zo werkt dat.

Hoeren zijn niet nuttig, want het is economisch laagwaardig, het is geen "echte" seks wat we aan de klant geven, dus die heeft er "eigenlijk" niets aan. Het voorkomt verkrachtingen niet, hoererij levert niets op aan de maatschappij, het levert niets op aan de mensen die er niet bij betrokken zijn. Hoeren laten bestaan kost alleenmaar heel veel aan de samenleving, en het levert niets op.

Als je deze soort ideeën hoort is het meestal omdat er doorgewerkt wordt naar een conclusie. Het is minderwaardig werk, het draagt niet bij aan de samenleving, dus misschien moeten we er wel vanaf, misschien zijn we beter af als het weg is. Voor veel mensen is het goed genoeg om te vinden dat iets voor hen niet nuttig is, om het danmaar weg te doen. Dat ruimt lekker op.

Grote onzin natuurlijk.

Ik heb weleens gevraagd aan politici die de term "economisch laagwaardig" napapegaaiden, wat dat nou betekent. Meestal krijg je gewoon geen antwoord, want je bent een hoer, maar als je dan wèl soms antwoord kreeg was dat vooral dat ze dat even moesten navragen. Nádat ze zelf die term hadden gebruikt dus. Daarna hoorde ik nooit mee wat van ze. Ookal hielden ze niet op om die term na te papegaaien.

Als je op Google gaat kijken, zie je de term "economisch laagwaardig" vooràl als het gaat om headshops, hoeren en hasj. En dan vooral in Amsterdam. Daarnaast kom je de term heel soms tegen als het gaat over produkten waar geen winstmarge op te leggen is, en wat dus niet de moeite is om uit te baten. Dat is wel een hele grote tegenspraak voor wat Amsterdam lijkt te bedoelen, want we zetten met zijn allen best wat om.

Ga ik tussen de regels door lezen, dan lijkt het er voor economische laagwaardigheid om te gaan dat er geen trendy mensen worden aangetrokken, die hun dikke portemonnees in hippe koffiebarretjes omkeren en daarna kunst gaan kijken in een galerie. Het gaat dus vooral erom dat er geld omgaat in het soort bedrijven dat de gemeente zelf waardeert. Dat klopt ook aardig met wat de gemeente al jaren aan het doen is: de Wallen tot een hippere, duurdere buurt ombouwen. Dat heet ook wel "gentrificatie."

Maar er zit meer aanvast. Er is altijd de suggestie dat er geen waarde aan seksuele diensten zit. Dat het een soort verspilling is. Ga maar even kijken naar hoe mensen erover praten, het is echt een heersende mening. Heersend als de griep. Wat we doen heeft geen waarde, en de klant gooit er zijn goeie geld aan weg. En dat geld is dan verloren aan de criminogene economisch laagwaardige hoer, dus dat krijgt ook nooit meer waarde ofzo.

Als het geen waarde heeft, zou je toch verwachten dat klanten na een keertje proberen toch niet terug zouden komen. Maar dat doen ze dus wel, en de hele business draait op mannen die terugkomen. Voor die mannen heeft het dus duidelijk meer waarde dan het geld wat ze eraan uitgeven. Voor die mannen is het waardevol. En voor de vrouwen die er hun geld mee verdienen. Anders werkten die niet hard aan klanten binnenhalen.

De seks zelf zou dan ooknog geen waarde hebben. Want bij een hoer krijg je geen "echte" seks. Omdat je ervoor betaalt. Echte seks, daar hoort volgens mensen die dit geloven bij, dat je door je emoties en uit verbondenheid met je partner aan het seksen gaat. Als je ervoor betaalt, méént de hoer het kennelijk niet, anders had ze het wel gratis gedaan. Dùs is het geen echte seks als je ervoor moet betalen.

Krijg je van je financiëel adviseur geen echt advies, omdat je normaal goeie raad geeft om diezelfde reden, en nu betaalt?
Krijg je van je reisburo geen echte leuke reis, omdat je normaal op een uitje gaat met iemand die je mee wil nemen, en nu betaalt? Krijg je van je dokter geen echt medeleven, omdat je dat normaal van je geliefde krijgt, en hij er ook voor betaald krijgt? Krijg je bij een psycholoog niet echt iemand die met je meedenkt, en je wil helpen met je frustraties en verdriet? Bij die beroepen denk je dat allemaal niet.

Seks geeft je een gevoel van geaccepteerd zijn. Het geeft een gevoel van verbondenheid. Het geeft je gevoelens van verliefdheid. En die zijn allemaal gewoon dingen die in je lijf gebeuren door seks, het is eigenlijk een soort illusie. Een hele fijne illusie, die je vooral moet koesteren, maar het wordt erg duidelijk dat het maar een illusie is als je seks kan kopen. En daarom moet je toegeven dat het maar illusie is, òf ontkennen dat je wat aan seks hebt buiten die verbondenheid. En sommige mensen kunnen het niet aan. Dus die zien dat liever niet.

We draaien gewoon als elke andere business. Doordat wij geld verdienen kunnen we ook geld in de economie pompen, zonderdat we uitkeringen nodighebben. We maken verschil voor de mensen om ons heen omdat we onszelf kunnen bedruipen, en onze klanten bij ons terechtkunnen. We maken verschil voor onze omgeving omdat we een bliksemafleider zijn voor de dingen waarmee mensen nergens anders terechtkunnen. En we maken verschil door onszelf, omdat we ons werk kunnen doen, en ervan kunnen bestaan.

Eigenlijk zou ik dat nieteens moeten hoeven uitleggen. Het is namelijk een beetje een stroman-drogreden. Het idee dat je dingen weg moet doen omdat ze geen nut hebben, of niet "echt" zijn, is onzin. Vooral als het over dingen gaat waar je zelf niet mee temaken hebt. We geven helemaal niet als reden op dat we zoveel bijdragen aan de maatschappij, om maar te mogen blijven bestaan.

Je hoeft geen maatschappelijk nut te hebben om bestaansrecht te hebben. Ja, iedereen wìl wel maatschappelijk nuttig zijn natuurlijk, maar je hoeft niet alles af te schaffen wat dat niet is. Daar gaan mensen maar altegraag aan voorbij, die deze manier gebruiken om de hoererij aan te vallen. En zelfs dat maatschappelijke nut hoeft niet te zijn dat je bijdraagt aan dingen buiten je eigen business. Je kan heel nuttig zijn binnen je eigen branche.

Sekswerk is nuttig. We maken de wereld een stukje minder stressvol, en een stukje leuker, voor heel veel mensen. En op die manier bedruipen we onszelf. En als je ondanks dat het allemaal nog steeds niet genoeg vindt, dan blijft dat bij je mening. Want uiteindelijk beslist niemand voor een ander of ze belangrijk genoeg zijn voor de samenleving om te blijven bestaan.

maandag 10 september 2018

Wij

Het was weereens zover. Ik heb heel lang een werkflatje gehad waar ik vergund mocht werken. Jarenlang kon ik daar mijn klantjes èn alle controleurs, zedensmerissen en Belastingdienstcontroles ontvangen. Sinds de gemeente me mijn vergunning heeft afgepakt is dat flatje leeg. Het is mijn eigendom, en ik zou er kunnen wonen, maar ik mag er geen klantjes meer ontvangen.

Ik kom er dus gewoon nog maar heel weinig. Ik heb erover gedacht om het te verkopen, maar dat wil ik eigenlijk niet. Ik zou het kunnen verhuren, maar ik moet er niet aan denken wat er gebeurt als mijn kersverse huurders opeens een prostitutiecontrole krijgen. Want die komen nog afentoe, gewoon om te kijken of ik niet tòch opnieuw ben begonnen met klantjes ontvangen.

Die controles willen binnenkomen en kijken of ze kunnen zien dat ik tochnog wat doe. Ik heb aleens gevraagd hoe ik kan bewijzen dat ik er geen klanten ontvang, maar de controleur kwam alleen met dat huizen weleens dichtgetimmerd worden om daar zeker van te zijn. Daar heb ik geen zin in, dat zouden de buren ook heel erg vervelend vinden, denk ik. Dus dan maar gecontroleerd blijven worden.

Maar ja, ik ben er natuurlijk niet. Als ik niet in de collegebanken zit, of een klantje bezoek, dan heb ik nog steeds weinig te zoeken in mijn oude konijnenholletje. Ik word er bovendien een beetje depri van. Het is allemaal zo emotioneel voor me. Het is niet iets waar ik nog echt iets mee kan, dus laat ik het maar zo. Ik twijfel alleen nog als ik de OZB geld uit mijn rekening zien trekken. Weer kassa voor de gemeente.

Nu en dan krijg ik dus telefoon van een ongeduldige controleur die voor een dichte deur staat. Dan kom ik hem binnenlaten. Volgens mijn advocaat hoeft dat niet, en kunnen ze het niet van me eisen dat ik kom verschijnen, maar ik wil die controleurs niet boos maken. Ze hebben teveel macht om me het leven zuur te maken, en ze zijn snel op hun teentjes getrapt. Dus ik kom wel opendoen, zodat ze de putlucht mogen ruiken die uit de droge WC komt.

Een aantal maanden geleden was het dus weereens zover. Ik kreeg een geprikkeld telefoontje van een zedensmeris dat ik moest opendoen voor controle. Het kwam slecht uit, maar ik wil geen problemen met Zeden, dus ging ik maar zo snel als ik kon naar mijn oude werkflatje. Daar stonden de wouten ongeduldig te wachten op de galerij. Nu vind ik dat geen probleem meer, toen ik er nog werkte zou ik dat heel erg hebben gevonden.

Ik kreeg natuurlijk een hele preek dat als ik er nu niet meer woonde, dat het dan eigenlijk nooit mijn huis was geweest, en dat ik dus jarenlang onder valse voorwendselen mijn vergunning had gehad, maar dat doet me nietzoveel omdat ik dat in die tijd al goed had laten uitzoeken. Volgens de regels zat ik gewoon goed, ookal wil dat als je voor de rechter komt niet meteen betekenen dat je ook gelijk krijgt.

De smerissen gingen naar binnen, en probeerden voor te dringen. Dat doen ze om te voorkomen dat je al het bewijs van je hoererij verstopt ofzo. Het is in ieder geval onbeleefd. Daarna bleven ze een beetje doelloos rondlopen in mijn werkflatje, want er is heel weinig om aan te zitten. Vroeger was het altijd met hun vingers in mijn speeltjes zitten, en mijn eten bevingeren. Nu is dat er allemaal niet meer. Dus ze vervelen zich sneller.

Zoals wel vaker was er eentje die zichzelf een hele detective vond, en die gaat dan met je praten om te kijken of hij je kan pakken op een leugentje. Dat is heel ongemakkelijk als je niet weet hoe je met zoiets om moet gaan, maar als je gewoon geen onzinverhalen aan het vertellen bent hoef je alleen te zorgen dat je niet zelf aankomt met iets waar je liever de politie niet over vertelt. Goede ondervragers zijn gevaarlijk, maar die kom je echt weinig tegen.

Het gesprek wat hij met me voerde werd al snel eenzijdig. Hij hoorde zichzelf graag praten, en stond me een lesje te leren. Vooral dat ik nogwel spijt zou krijgen van mijn gedrag. Zedenagenten zie ik dat wel vaker doen. Ze doen het bijna liever dan je erbij lappen, dus soms is het goed om dat uit te lokken als het uithoren de verkeerde kant op gaat. Al is het maar dat ze er eindeloos over gaan doen.

Ik liet het verhaaltje een beetje over me heenkomen, tot een moment dat hij iets zei dat echt even een knoop in mijn gedachtes legde. Het was netzoiets als wanneer je in je broodje zalm opeens in een enorme graat hapt die je niet had verwacht. Het was nieteens iets wat me echt had moeten verrassen, maar het is soms heel naar om iets recht in de ogen te kijken waarvan je weet wat het er is, maar waar mensen meestal nog netjes genoeg voor zijn om het niet te erkennen.

Hij was namelijk aan het vertellen over alle ervaringen die hij en de rest van de zedenpolitie met hoeren had die eigenlijk geknakte dingetjes bleken te zijn, ookal hadden ze nòg zo'n grote smoel gehad. Daarbij kreeg ik verhaaltjes te horen waarvan ik al wist dat het gewoon roddels waren, waar hij helemaal niet zelf ervaring mee had gehad. Dan kijk ik gewoon netjes alsof ik onder de indruk ben, en laat het een beetje over me heenkomen.

Opeens praatte hij over ervaringen bij Fier Fryslan alsof dat ervaringen waren van binnen de politie. De overgang was naadloos, en het klonk echt alsof hij een werknemer bij Fier was die vertelde over wat ze daar allemaal geloven. Ik was zo verbaasd dat ik niet beleefd en passief bleef, maar een opmerking maakte. Ik weet nieteens precies meer wat ik zei, maar het was een opmerking dat Fier toch wat anders was dan de politie.

Hij vertelde doodleuk wat we allemaal wel weten, namelijk dat Fier en de politie heel erg knus samenwerken. Fier doet dingen in de opsporing die de politie niet mag, zoals slachtoffers en zelfs getuigen bewerken, en de politie schuift steeds werk naar Fier toe. En dat ze aan dezelfde kant staan, en dezelfde dingen willen, en dezelfde doelen hebben. Hij gebruikte het woord "wij". Zo brutaal iets vertellen wat ze meestal juist ontkennen, dat vond ik heel shocking.

Moralisme is een eenheidsworst. De mensen die hun moraal aan je op willen leggen hebben allemaal dezelfde soort houding, en ookal komen ze uit verschillende hokjes, ze denken hetzelfde over andere hokjes. Zolang ze binnen hun eigen hokje blijven, en vooral elkaar wantrouwen, gebeurt er nietzoveel. Dan zijn ze te onhandig om samen te werken, want ze kunnen alleen mensen vertrouwen die in hun moraalhokje passen.

Als de verschillende moralisten uit de verschillende hokjes samen gaan werken, dan is dat iets wat mij zorgen laat maken. Dan is het niet meer preken voor eigen gemeente, maar komen ze er ook naar buiten mee uit. Trots, want ze kunnen zeggen dat dit zó duidelijk het goede is, dat zelfs mensen uit die andere hokjes het ermee eens zijn. Dan hoeven ze hun moralisme niet meer te verstoppen omdat ze weten dat iedereen kan zien hoe bekrompen het is. Dan kunnen ze ervanuitgaan dat mensen het zullen accepteren. Salonfähig noemen ze dat.

Het is nu kennelijk salonfähig dat de politie bevoegdheden, informatie en diensten uitwisselt met externe bedrijven. Bedrijven met belangen in de opsporing en vervolging. Bedrijven die tegelijk propagandakanaal zijn voor, en doctrine leveren aan, de politie. Het zit doorelkaar, en niemand die grip heeft op die pooierrelatie.

maandag 3 september 2018

Antwoord op: We weten het niet, dus...

Soms leg je uit aan mensen zonder salarisstrookje uit de zieligheidsindustrie dat de indianenverhalen niet kloppen. Het kwartje valt, en opeens hebben ze een beter inzicht. Dan krijg je de aarzeling. Want ze zien wel dat je gelijkhebt, maar ze willen toch niet overstappen naar het besef dat er fabeltjes worden verkocht in de media en door de overheid. En ik kan niet bewijzen dat iedereen, overal en voor altijd, niet ooit tòch aan die fabeltjes voldoet. Want het zou immers kùnnen dat het toch, tòch ooit ergens op een manier klopt.

Het zou kunnen. Het zou kunnen dat de reddingsindustrie niet alleenmaar zijn eigen brood smeert met die lobby-activiteiten. Het zou kunnen dat tienduizenden vrouwen elke dag van hun leven glashard en perfekt liegen over hoe ze worden gedwongen en uitgebuit. Het zou kunnen dat loverboys bovennatuurlijke gaven hebben en daarmee hun meisjes zich zo perfekt onzichtbaar kunnen maken. Het zou kunnen dat de gedwongen meerderheid net even weg was toen er een razzia kwam die wéér niets opleverde. Het zou kùnnen.

Nee, het kan niet. En zo te denken is een lelijke vorm van luiheid.

Zekerheid is iets wat heel moeilijk te krijgen is over de meeste dingen van de wereld. Maar van heel veel dingen weten we wel dat het heel waarschijnlijk is dat het zo zit. En als iets heel waarschijnlijk is, dan gaan we er maar vanuit. Dat is hoe we met alles werken in de wereld, want als je alleen op zekerheden afgaat kom je je bed niet uit. Het kàn immers dat je geen vloer meer in je slaapkamer hebt, en je het je alleenmaar verbeeldt. Dus dan kan je je bed beter niet uitstappen.

We gaan dus eigenlijk altijd uit van dingen die anders zouden kùnnen zijn, maar waarvan we echtwel weten dat ze niet anders zùllen zijn. Die handvol keren dat we ernaastzitten laten we ons wel verbazen. Dat is de logische manier om met alle dingen in de wereld om te gaan. Je kan simpelweg niet alles tot in de kleinste details uitzoeken, je moet afgaan op wat logisch is om aan te nemen.

Ook voor dingen die we niet verwachten, en waarbij we èìgenlijk denken dat ze niet zullen gebeuren, nemen we wel voorzorgen. We doen een veiligheidsriem om in de auto, we hebben brandverzekeringen. Dat is gewoon verstandig omdat het kleine dingen zijn waarmee je grote problemen kan aanpakken, waarvan je alledaags misschien doet alsof ze niet bestaan, maar waarvan je duidelijk is gemaakt dat ze toch echtwel gebeuren.

Maar je neemt geen kabouterverzekering. Je draagt geen paraplu tegen kometen die op je kunnen vallen. Want die dingen zijn onzinnig onwaarschijnlijk, of je maatregel zou niet helpen zelfs àls gebeurt waar je bang voor bent. Zelfs ookal kan je nooit zéker zijn dat er geen kabouters bestaan, of dat je een stuk komeet op je hoofd zou krijgen waar nèt die paraplu het verschil maakt. Want het zou kùnnen.

Uiteindelijk is het een afweging tussen de maatregel om het risico af te dekken, en het risico. Dat is waarom de cijfers en definities over misstanden in de hoererij zo worden opgeklopt. Als het maar groeit, als het maar veel, heftig, gevaarlijk, onontkoombaar, gemeen, eng en bizar is, dan is een zwaardere maatregel op zijn plek dan als het stabieler, minder, flauwer, ongevaarlijker, ontkoombaarder, vriendelijker, geruststellender en normaler is.

De mediaverzadiging over hoe eng en bizar vol misstanden de wereld van de prostitutie is, is danook vooral bedoeld om mensen gerust te stellen over de heftige schendingen van burgerrechten die we als maatschappij aan hoeren opleggen. Al dat stigma moet nou eenmaal, want kijk maar hoe erg al die misstanden zijn. En als we gaan kijken, en zien dat die misstanden toch eigenlijk wel heel ráár zijn, dan zijn we opeens die rechtvaardiging kwijt.

Als je iemand eens goed laat kijken, en wat informatie geeft, dan zien ze dat het inderdaad niet klopt allemaal. Dat het plaatje wat ze van de media krijgen, eigenlijk niet erg aannemelijk is. Dat de publieke opinie er helemaal naastzit, en dat wat daarvan komt heel onrechtvaardig is. En dat wringt, want onrecht vinden mensen maar moeilijk om mee om te gaan. Maar zelf wat aan dat onrecht doen is ook niet zomaar iets.

Mensen die het geloof van de publieke opinie belijden hebben nergens last van. Daar heb ik aleens over geschreven. Die zijn goed, die hebben open ogen, en zo wel meer. Als je tegen de publieke opinie ingaat, kan je maar beter héél sterk in je schoenen staan. Je moet àlles wat je zegt kunnen ondersteunen, want alle bewijslast ligt bij jou, of dat nou logisch zo is of niet. En logica snappen heel veel mensen toch maar heel matigjes.

Dus mensen gaan sussen. Daar heb ik ook al een heel stukje over. Als ze het niet konden sussen, zaten ze gevangen tussen twee kanten, een kant waarvan ze nu weten dat hij onrechtvaardig is, en een kant waar ze er heel lelijk opstaan voor de publieke opinie als ze niet àlles kunnen rechtvaardigen wat ze vinden en zeggen. Dat is niet fijn, dus zoeken ze naar een manier om te ontsnappen, en dat is door een reden te zoeken om niet te zien wat ze net hebben gezien.

Het sussen is in dit geval nepnuanceren. Je doet alsof het allemaal ingewikkelder is, alsof je niet zo consequent en duidelijk moet zijn, en je probeert het allemaal vooral vager te maken. Want als het vager is, is het minder duidelijk dat je de positie in zou moeten nemen die je niet wil. Je kan lekker passief blijven hangen in een soort middenpositie, want dat is even comfortabel als dat hij fout is. Het is een argumentum ad ignorantiam.

Een argumentum ad ignorantiam, dus een argument uit onwetendheid, is als je een positie als bewezen behandelt omdat het niet bewezen is dat het andersom is. Als je niet alle glazen in de wereld kapotgeslagen hebt om te bewijzen dat alle glazen kapot kunnen, is glas niet breekbaar. Helaas wordt het meestal niet zo duidelijk gebruikt, maar dat is hoe de drogredenering werkt. Je eist van de andere kant dat die je bewijs geeft dat jouw standpunt helemáál nooit kàn, en je legt de lat lekker hoog.

Maar hij wordt nog veel vaker gebruikt door mensen die "er niet aan willen." Door mensen die zien dat nadenken ze gaat brengen naar een conclusie die hoort bij een groep mensen waar ze niet bij willen horen. Het gaat ze er dan om dat ze niet aan de conclusie willen, en dus willen ophouden met redeneren. En daarom moet je argument worden tegengehouden door er een hele grote weerstand tegenin te brengen.

Buiten de prostitutie zie ik die houding vooral bij agnosten. Dat zijn mensen die wel zien dat voor geloof in God je geen wereldlijke redenering kan maken, maar die zich eraan vastklampen dat ze niet kunnen bewijzen dat er echt geen God kàn bestaan, zodat ze niet atheïst hoeven zijn. Want dan zouden ze zich tegenover de godsdienstige mensen hebben gezet, en die positie willen ze niet hebben. Dus blijven ze een beetje hangen op zo'n manier dat ze door niemand erop aangekeken zullen worden.

Het komt er dus op neer dat mensen graag doen alsof hun neus bloedt, als ze anders moeten erkennen dat ze onrecht maar gewoon laten gaan. En dat terwijl ze zich wèl aansluiten bij een publieke opinie waar het hypocriete "open je ogen" wordt gebruikt om mensen lekker te laten gaan op een gevoel van superioriteit en verontwaardiging over al die misstanden. Want de publieke opinie is helemaal niet neutraal.

Dat zou allemaal veel duidelijker zijn als er vanaf de sekswerkerkant ook zo mee omgegaan wordt. Als we telkens doorprikten, dan bleef het tenminste niet bij een paar meiden die roependen in de woestijn zijn. Maar de meeste van ons belijden liever. Die hebben geen zin om hetzelfde verhaal duizend keer aan duizend mensen uit te moeten leggen, en zich te moeten verdiepen in hoe de rest van de business werkt.

Er wordt in de branche heel veel met de wolven meegehuild. Je bent immers populairder met een beetje belijden dan als je tegen de stroom ingaat. Bovendien, zolang zij vandaag niet in de groep zitten die aan de beurt is voor de harde aanpak, kunnen ze lekker zwartepieten en collega's vliegen afvangen. Met een beetje geniepig werk kunnen ze zelfs hun concurrentie uitschakelen. Intussen blijven zij dan even uit de wind. En de meiden die dan in de knel komen? Niet hun probleem. Denken ze.

Maar die wijven, netzoals de brave meehuilers onder de klanten, en de websites en andere bedrijven in de seksindustrie, die allemaal vroom meehuilen met de wolven, staan gewoon in de rij om aangepakt te worden. Netzoals de varkens die mijn opa naar de slacht bracht, staan zij zich te verkneukelen bij het oplikken van het bloed van hun zus die al aan de haak hangt, en zijn ze te dom en te vol van zichzelf om te snappen dat ze er zometeen naast zullen hangen.