maandag 20 oktober 2025

Gezellig

Het idee van een hondje heb ik altijd wel gezellig gevonden. Zo'n enthousiast beest, dat helemaal op jou gericht is, en zoveel warmte en liefde naar je uit kan stralen, ik vind ze leuk. Ik heb nooit een leven gehad waar ik van vond dat er een hond bijpaste, want je moet met een hond wel je verantwoordelijkheid nemen, en zo'n beest een goed leven kunnen bieden. En ik heb daarvoor gewoon de tijd niet.

Mijn opa had altijd Duitse Staanders, waar ik dan rondjes mee mocht lopen als klein kind. Die beesten hadden mij aan de lijn, terwijl ik dacht dat ik ze aan de lijn had. Ik hield van ze, en toen de laatste insliep toen opa eind zeventig was, vond ik het heel jammer dat hij geen nieuwe hond meer nam. Maar hij had wel gelijk: wat moet een hond nou met een ouwe man die niet meer de hele tijd buiten werkt?

Toen ik in mijn thuiswerk-flatje werkte, had ik in het halletje een hondebak met water. Bestwel wat mannen kwamen bij me langs met de hond, want die hond was dan de smoes die ze hadden om buitenshuis te komen. Die honden vonden het meestal wel best in mijn halletje. Een bak water was genoeg, en ze hadden ergens ookwel door dat hun baas zijn vet ging krijgen. En als ik ze dan achteraf nog even achter hun oren kriebelde, waren ze hartstikke blij.

Een hond is voor mij altijd een soort symbool van onschuld geweest. Honden zijn altijd open en doorzichtig, Ze reageren primair, ze plannen niets, en ze zijn altijd met jou bezig. Zelfs als je niet de baas bent, willen ze je een lol doen. Ze willen dat je blij met ze bent, en dan zijn ze ook blij. En daar passen ze zich graag voor aan, en doen ze liefst ook werk voor. Dat vind ik ontwapenend. Honden zijn gefokt om helemaal gelukkig te worden van jou gelukkig maken, het zit ìn ze.

Nou ben ik ookweer niet iemand die honden ophemelt hoor. Ik snap best dat die beesten de buren gek kunnen blaffen, ik snap best dat ze meestal ontzettend slecht opgevoed zijn, en ik kan het helemaal eens zijn met een klant die boswachter is, die tegen me klaagt over hoe "zijn" bos door de honden wordt volgescheten terwijl ze alle holen uitgraven, zorgen dat er niets durft te nestelen, en alles doodbijten wat ze tegenkomen. Honden hebben nadelen, snap ik best.

Ik vind wèl dat veel mensen een ongezonde relatie met hun hond hebben. Ik ben opgegroeid met honden die op veehouderijen moesten wonen, en waar je dus niet van kon hebben dat ze zich niet konden gedragen. Die honden hadden de hele dag de baas om zich heen, en ze werden opgevoed. Toen ik in de Randstad terechtkwam, was hoe mensen met dieren, en vooral met honden, omgingen wel een stuk van de culture shock omdat ik niet had verwacht hoe Randsteders over dieren dachten.

Op de boerderij leer je wel dat dieren geen mensen zijn. Als er dieren worden gehouden tenminste. Vooral van varkens leer je dat dieren nòg zo slim kunnen zijn, het worden geen mensen. Niet wat intelligentie betreft, niet wat moraliteit betreft, niet met wat ze waardevol vinden, niet met hoe ze het leven beleven, niet met wat er voor ze tèlt, en zéker niet met hoeveel meegevoel ze hebben.

Ik heb allebei de kanten gezien. Ik ben in een dorp opgegroeid als kleinkind van twee boeren, maar ik heb ook meegedaan met dierenrechten-aktivisten. Van het soort dat inbraken deed bij dierproef-laboratoriums. Die beschouwen dieren niet alleen als een soort gemankeerde versimpelde mensen, maar helemaal gelijkwáárdig aan mensen. Of zelfs béter. Die geloven ook dat het emotionele leven van beesten hetzelfde is als van mensen. Ik ging daar nooit echt helemaal in mee, maar ik sprak die mensen ook nooit tegen.

Als je nooit met dieren gewerkt hebt, snap je er minder van, en ga je ze meer zien als sprookjesdieren, fabeldieren, of dieren uit tekenfilms. Toen ik Sneeuwwitje voor het eerst zag als kind, viel me metéén op dat een eekhoorntje vlak naast een hert ging zitten kijken naar Sneeuwwitje, en dat het hert niet meteen het eekhoorntje opvrat. Want dat doen ze in het echt.

Dieren zijn geen mensen. Maar voor Randsteders zijn het gewoon mensjes in een klein pakketje, en hebben ze hetzelfde gevoelsleven. Daarom krijgen hun katten ook met nepbont gevoerde bedjes, en proberen ze beleefd tegen hun hond te praten als die iets doet wat ze niet bevalt. Terwijl ze respektvol proberen om ook het perspektief van de hond mee te nemen in de kompromis dat ze met hem willen sluiten. Dat werkt niet, zo maak je het beest ook ongelukkig, maar Randsteders kunnen het niet loslaten dat er ergens een mensje in dat beest zit. Hun kindje.

Zo kan en wil ik niet met beesten omgaan. Ik ben ontzèttend verstedelijkt in heel veel opzichten, maar ik heb nooit helemaal al het boerenleven achter me gelaten. Ik heb er nogsteeds wel kennis van overgehouden, en daar ga ik niet tegenin. Ik heb allebei de wereldjes gezien, en het bevalt me eigenlijk prima om van allebei de lessen te hebben geleerd. Dus geen zoete woordjes tegen een hond, en ook geen BBB stemmen.

Als ik ga joggen, doe ik dat liefst vroeg 's ochtends. Dan zijn er nog nietzoveel mensen op stap, en heb ik de paden voor mezelf. Ik jog naar een park, ik trek mijn rondje door dat park, en ik jog weer naar huis. Dan douche en koffie, en dan de dag te lijf gaan. Maar soms kan het niet zo vroeg, en moet ik mijn rondje op een ander moment in mijn dag lopen. En dan kom ik wel hondenmensen tegen.

Parken zijn, als ze niet volgehangen zijn met bordjes, hondentoiletten. Voor de hond maakt het niet veel uit waar hij schijt, en op de stoep is het ook makkelijker oprapen, maar hondenbezitters gaan graag het park in, omdat zij dat lekkerder vinden. En, vermoed ik, omdat als de hond schijt in het gras waar de handhavers het niet meteen zien liggen, ze het niet oprapen.

Die parken zijn voor mensen, niet voor honden, maar ze doen graag alsof die honden het gevoel hebben terug de natuur in te gaan als ze over een schelpenpad langs een gemaaide grasmat met wat gesnoeide struiken en bomen lopen. Dus joggen door het park wordt dan een slalom rond mensen en hun honden, vaak met een lijn ertussen waardoor je niet tussen hond en eigenaar doorkan. Geef mij maar de vroege ochtend.

Op deze ochtend had ik niet kunnen joggen, ik weet niet meer waarom. Misschien was het weer vroeg heel slecht en werd het later beter, misschien had ik iets af te maken, misschien was er iets anders. Ik was in ieder geval in mijn lunchpauze gaan joggen. En het park stikte natuurlijk van de honden met hun baasjes. Het was dus vooral een soort slalom om de hondeneigenaren heen.

Ik was bezig met mijn tempo houden, en met het plannen van mijn dag, toen ik opeens op mijn gezicht lag. Ik zag niets aankomen, ik was kompleet verrast. En eerlijk gezegd weet ik er nog maar heel weinig van, alleenmaar flarden. Ik weet nog dat ik probeerde overeind te komen, maar dat het niet lukte omdat er aan mijn been gerukt werd. Ik weet nog dat er iets flink pijndeed, maar niet iets wat ik herkende. Ik weet ooknog dat de mensen om me heen in paniek waren.

Het duurde best lang, al zal het wel maar een paar sekonden zijn geweest, voordat ik doorhad dat er een hond aan mijn onderbeen hing, en dat die wild met zijn kop aan het schudden was. De bazin van de hond was tegen de hond aan het krijsen dat hij los moest laten, maar meer nog tegen andere mensen aan het krijsen dat haar hond een "nanny dog" was.

Met alle chaos kon ik niet goed begrijpen wat er aan de hand was. Dat ik uit mijn wenkbrauw bloedde was ook heel verwarrend, want ik snapte toen nog niet dat dat kwam omdat ik op mijn gezicht was gevallen. Er waren meer honden om me heen, die allemaal onrustig waren. Ik weet nog vooral een Labrador die piepend rond mijn hoofd aan het springen was, en waar ik op de één of andere manier van dacht dat het dezelfde hond was die aan mijn been hing. Achteraf raar om te denken, maar ik was erg in de war.

Er werd vanalles geroepen, maar niemand dééd iets. Ik weet nog dat ik het tóén al raar vond toen iemand probeerde de hond te kommanderen los te laten, en een ander, waarschijnlijk gewoon automatisch, aankwam met dat standaardzinnetje over dat je niet de hond van een ander op moet gaan voeden. Als ik me goed herinner, zelfs met "hoe durf je" erbij. Mensen gaan dingen die ze gewend zijn doen als ze in paniek zijn. Gelukkig kwamen er meer mensen bij dan deze paniekende schreeuwers.

De hond verdween van mijn been, wat alleenmaar zorgde voor méér gekrijs van omstanders en van het baasje. Toen werd ik overeind geholpen door een korte kale vent van in de vijftig met tattoos, die me naar zijn auto hielp. Hij vroeg of ik mijn kapotte onderbeen in een plastic zak wou stoppen, een Aldi-tas, en sloot zijn eigen hond op in de achterbak. Omdat hij dacht dat ik het niet leuk zou vinden om met een hond in de auto te zitten.

Onderweg naar het ziekenhuis vertelde hij me vrolijk dat je ook pitbulls wel los krijgt "met een sigaretje in ze oor," en dat hij vond dat ze die beesten gewoon een spuitje moesten geven. Hij drukte me ook op het hart om naar de politie te stappen. Het ging allemaal een beetje langs me heen, maar hij was precies wat ik nodighad. Hij pakte het op, en nam verantwoordelijkheid. Hij was echt mijn redder, ookal realiseerde ik me dat pas uren later.

In de spoedeisende hulp mocht ik wachten totdat ik bloed door de Aldi-zak heen begon te lekken. Toen hadden ze opeens meer haast. De dokters wilden graag weten of de hond in het buitenland was geweest, maar ik wist dat natuurlijk niet. Ik kreeg prikken, hechtingen, en een afspraak om er later eens naar te laten kijken. Ik werd vooral gerustgesteld, en helaas geloofde ik daarin.

De volgende dag kwam ik mijn bed nauwelijks uit. Mijn hele onderbeen was dik en paars, en het zag eruit alsof het al jaren aan het rotten was. Het deed veel pijn als ik het bewoog. Ik deed maar wat ze me hadden verteld op de spoedeisende hulp, koelen en hoog houden. Dat hielp niet, maar ik had tenminste het gevoel dat ik het niet erger aan het maken was. Toen ik in de spoedeisende hulp was gekomen, leek de schade aan mijn been vooral een boel gaatjes in het vel, maar nu zag mijn been eruit als een horrorfilm, enorm gezwollen en verkleurd.

Mijn afspraak met de dokter kwam, en die besloot een operatie te plannen om de schade wat te beperken. Ik was opgelucht, want ik dacht dat ik er daarmee vanaf zou zijn. De operatie ging vlot, en de dokter was heel tevreden. Ik voelde me na de operatie slechter dan ervoor, maar ik dacht dat dat wel bij zou trekken. Dat was me ook verteld immers.

Toch schoot het niet op. Maanden na de operatie had ik nogsteeds dat ik niet goed kon lopen. Als ik niet rechtuit liep, klapte mijn enkel vaak om. Mijn onderbeen voelde nogsteeds stijf, en mijn knie begon meer en meer zeer te doen. Ik kon heel veel dingen niet. Joggen en squashen was natuurlijk helemaal onmogelijk, maar lopen was al moeilijk, en fietsen ging ook mis. Mijn voet schoot telkens van de trapper af. De motor van mijn auto loeide ook telkens als ik moest schakelen omdat ik niet meer kon doseren.

Ik ging er telkens mee naar de huisarts, die eerst wou dat ik het de tijd gaf, en me daarna terughoudend doorstuurde naar de dokter die de operatie had gedaan. Die was nogal kortaf, en had snel beslist dat het psychologisch was. Dus toen naar de psychiater, waar ik heel veel tijd verspild heb aan iets wat uiteindelijk niets opleverde. Maar ik sla het beter niet over in dit stukje, ookal heb ik die neiging wel.

De psychiater zocht naar de oorzaak van mijn klachten, en was de hele tijd aan het vissen aan iets wat er mis was tussen mijn oren. Ik gaf de hele tijd antwoorden die hij niet wou horen, die hem niet toeleidden naar waar hij naartoe aan het werken was. Ik merkte wel dat ik hem niet gaf wat hij zocht, maar ik wist ècht niet hoe we verder konden komen. Ik was gewoon open, en hij zag niet wat hij zocht.

Hij verwees me door naar een andere psychiater, die hetzelfde aan het doen was, en naar hetzelfde opzoek was. Ze had van de eerste psychiater een soort diagnose meegekregen die ik niet mocht weten. Daar ging ze naar zoeken, en zij kon ookal niet vinden wat ze zocht. Toen ik, met al die openheid, liet vallen dat ik ooit seks voor geld had gehad, ging ze wèl meteen overstag.

Ik had ècht beter moeten weten. Mensen kunnen niet normaal doen over sekswerk. Dat heb ik al heel vaak door schade en schande geleerd. Maar ik was zo druk bezig om openheid te geven, en ze had zich zo begrijpend en neutraal opgesteld, en ik wou zó zó graag van mijn pijnlijke been af dat een beetje onder mijn lijf zwabberde zonderdat ik het gevoel had dat ik het kon vertrouwen, dat het gewoon tè raar was om het stil te houden.

Vanaf dat moment was het dus nietmeer zoeken naar waarom mijn been niet wou genezen met een diagnose die ze al vantevoren had gekregen, vanaf dat moment was het uitzoeken hoe de prostitutie me zo had beschadigd dat mijn been kapot was. Het eerste wat ze vroeg toen ik had verteld dat ik sekswerk had gedaan, was of de hond die me gebeten had de hond van mijn pooier was geweest.

Na een paar afspraken werd het nog niet minder erg, en verloor ik het vertrouwen. Als mensen alles gaan toeschrijven aan prostitutie, ontnuchter ik wel. Ik sloeg mezelf een beetje voor mijn kop dat ik niet had geleerd van mijn ervaringen met seksuologen, maar achteraf is het makkelijk lullen. Ik zette er netjes een punt achter, en ik ging terug naar mijn huisarts om te kijken of hij meer mogelijkheden wist.

De huisarts was een invaller, en dat was een geluk. Hij was véél grondiger dan mijn gewone huisarts, en hij ging veel verder met het onderzoeken van mijn been. Hij vond het duidelijk raar me naar de psychiater te sturen, ookal zei hij dat niet. Hij stuurde me naar de fysiotherapeut. En ik ging naar de dichtstbijzijnde, waar ik leuk mee klikte. Die me lekkere ontspannings-oefeningen liet doen. En waar ik meer dan een jaar bij gelopen heb zonderdat er iets beter werd, maar die me wel het gevoel gaf dat ik iets goeds aan het doen was met haar.

Mijn been ging eigenlijk vooral langzaam achteruit. Het was niet paars meer, en niet meer gezwollen, maar ik klapte nogsteeds mijn enkel om, mijn tenen waren slap, en mijn knie werd langzaam stijver en pijnlijker. Toen ik daar ooknog een extra pijn bij kreeg, ging ik toch maar weer langs de huisarts. En ookal was dit mijn vaste huisarts, hij was intussen ook wakker geworden, en onderzocht me grondig.

Hij vermoedde dat ik een abces had, en hij wou me weer naar de specialist sturen. Maar ik had geen zin om weer bij de psychiater terecht te komen, dus ik vroeg om een verwijzing naar een andere dokter in hetzelfde specialisme. Ik ging naar een heel ander ziekenhuis uiteindelijk.

De nieuwe dokter was eerst heel vrolijk, maar hoe meer CT's en foto's ze bekeek, hoe strenger ze ging kijken. Ze had ook nogal wat vragen over de wond en de operatie, die ik niet kon beantwoorden. Ik kreeg het gevoel dat ze vond dat de eerste operatie niet goed was uitgevoerd, maar daar zei ze helemaal niets over. Ik zag het alleen wel aan haar reakties. Ze wou uiteindelijk alleen mijn abces doorprikken, en daarna zou ik nog een keertje voor een controle komen.

In mijn helpersploegje heb ik F, een hoer met een achtergrond als dokter. Die was al jaren tegen me aan het praten over dat ik naar een chirurg terugmoest met mijn been, maar F is iemand die het niet makkelijk maakt om haar advies op te volgen, hoe goed het ook is. Je moet het bijvoorbeeld eerst snàppen, en dat is al lastig, want ze vindt het moeilijk om dingen op een nivo uit te leggen dat onder dat van haar ligt.

Op dit punt begon ik wèl naar F te luisteren, en dat was maar goed ook. F snapte meteen dat de eerste chirurg de operatie op mijn been verkloot had, en dat die nieuwe chirurg dat had gezien. Ze vertelde me óók dat dokters elkaar niet afvallen, en dat ze daar niet zelf mee zou komen. Inplaats daarvan gaf F me een paar zinnetjes die ik moest zeggen tegen de nieuwe chirurg als ik op controle kwam.

Het was nog even spannend, want de controle werd niet gedaan door de dokter die me vorige keer gezien had. Ik had een veel jongere dokter. Die heb ik tochmaar de zinnetjes gezegd die F voor me had bedacht, en dat zorgde ervoor dat de jonge invalster de chirurge erbijhaalde, en aan haar vertelde ik die wonderzinnetjes nòg een keer. Erg spontaan zal het niet meer zijn overgekomen.

De zinnetjes gingen erover dat ik van de eerste chirurg had gehoord dat er iets misgegaan was bij de operatie, en dat ik daarmee vooral naar een andere dokter moest gaan. Daarná kon de nieuwe chirurg me opeens wèl vertellen dat mijn scans lieten zien dat mijn eerste operatie verprutst was, en dat ik nu problemen had doordat verkeerde dingen waren doorgesneden, en verkeerd weer aan elkaar gezet. Dat moest ze nu repareren.

We planden de operatie meteen, en in de paar weken die ik moest wachten ging ik heenenweer tussen uitgelaten zijn over dat eindelijk mijn problemen werden erkend en nu zouden worden gerepareerd, en angst dat het wéér erger zou worden, of het doffe vermoeden dat dit een hoop polonaise aan mijn lijf ging zijn voor iets wat geen verschil zou maken. En hoe dichterbij de datum kwam, hoe groter die angsten werden, en hoe minder die blije verwachtingen.

Ik ben toch onder het mes gegaan. Ik beefde als een rietje, maar de chirurge wist me goed op te kikkeren, en ze had duidelijk vertrouwen in de operatie. Dat hielp een heleboel, het was anders echt een griezelige ervaring geweest. De operatie was ook anders dan de eerste, want deze chirurge had er studenten bij die ze uitlegde wat ze deed. En dat de schade die ze nu repareerde nou was wat er gebeurt als je tijdens de operatie in de war raakt.

Deze operatie duurde een heel stuk langer dan de eerste. Bijkomen van de operatie was natuurlijk even vervelend. En mijn been was ook niet meteen weer goed. Ik moest een paar weken wachten voordat alles weer een beetje wou werken. Omdat het niet meteen weer goed was, dacht ik eigenlijk dat ik het voor niets had gedaan. Eigenlijk was ik er nu wel klaar voor om het gewoon allemaal maar te accepteren, dat ik nooit meer goed zou lopen, en altijd last zou houden.

Maar toen, na een hele tijd, werd ik midden in de nacht wakker met een jeukende voet. Mijn hele voet, alles onder de beet eigenlijk, jeukte als de ziekte. Ik maakte me zorgen, want het was wel duidelijk dat dit weer iets was wat met die beet temaken had, dus ik belde de huisartsenpost. En die meldden me heel vrolijk dat die jeuk hoort bij genezing. En dat was het moment dat er een beetje hoop opvlamde.

Vanaf toen heb ik, heel langzaam, meer gevoel in mijn voet gekregen. En ik had ook minder vaak dat mijn tenen op rare manieren verkrampten of juist als dooie worstjes heen en weer flapten. Er was verschil. Nog niet veel, maar er gebéúrde nu wat. En dan is je dagboek gewèldig, want daarmee kan je goed bijhouden waar je last van had, en wat er nu echt beter is geworden.

Mijn been werd steeds beter. Het gevoel in mijn voet kwam hélemaal terug na een paar maanden, de pijn in de littekens van de beet verdween ook best snel, mijn enkel klapte steeds minder makkelijk om, en ik kon weer met mijn tenen wiebelen. Dat mis je echtwel als je het niet meer kan! Ook mijn knie werd beter, maar dat ging maar heel langzaam. En met een jaartje oefenen werd mijn been weer bijna helemaal de oude, en kon ik steeds meer. Tenminste, wat aan mijn been lag.

Want niet alles bleek aan mijn been te liggen. Flink wat dingen die ik dacht dat aan mijn been lagen, bleken alleen indirekt aan mijn been te liggen. Heel veel van de problemen die ik had opgebouwd, vooral mijn emoties, mijn konditie, mijn slaap, mijn motivatie, mijn humeur, mijn gevoel van ongezond zijn, mijn gevoel dat ik nergens tijd voor had, mijn gevoel dat ik nergens kwàm, was gekomen omdat jaren met zo'n been zitten zorgt dat je best gezellig wordt.

Om lekker te blijven heb ik altijd op mijn gewicht gepast. En dat is ook waarom ik altijd flink ben blijven trainen, totdat ik door mijn been met zo'n beetje alles moest stoppen. En helaas had ik niet mijn dieet er genoeg aan aangepast dat ik niet meer trainde. Eigenlijk was ik alleenmaar makkelijker geworden met wat ik in mijn bek stopte. En het ene sluipende kilootje na het andere was erbij gekomen. Dus ik had wel wat af te vallen.

Pas veel later merkte ik hoeveel problemen kwamen door mijn gewicht. Toen dit begon, wou ik vooral weer er lekker uitzien. Mijn gezellige uiterlijk had me intussen veel vaste klanten gekost, en dat voelde ik heel erg omdat ik erg beperkt kan adverteren zonder grote risiko's te lopen. Er zijn wel een paar mannen die me leuker vonden als ik gezelliger ben, maar het allergrootste deel vindt het niet appetijtelijk. Ik snap dat best.

Achteraf kan ik veel beter zien dat ik veel meer last had van mijn vet dan ik toen dacht. Ik was enorm aangekomen, en dat vet was haast niet weg te krijgen. Ik probeerde mijn oude dieet en mijn oude training weer op te pakken, maar dat werkte voor geen meter. Ik had het heel zwaar, ik voelde echt dat ik mijn best deed, maar het vet bleef koppig zitten. En de redenen dat het vet er zo lastig afging, waren door wat dik zijn met je doet.

Vet doet wat met je. Het doet wat met je geest. Biologisch en medisch geschoolde meiden uit mijn helpersploeg kunnen daar hele lange uitleg bij geven, met honderdduizend stofjes in je bloed die dingen met je doen, maar het maakt niet uit hóé dat vet dat doet. Het belangrijkste is wàt dat vet met je doet, en dat je problemen door dat vèt komen, en niet door wat dat vet je laat dènken dat er aan de hand is.

Van vet zijn word je moe. Je wordt er minder ambitieus van. Je wordt er lui van. Je wordt er passief van, je houdt geen initiatief meer over. Je voelt je minder van op je gemak, je krijgt veel meer zin in comfort, je gaat de makkelijke keus nemen inplaatsvan de beste keus. Je seksdrift raakt op een laag pitje, je gevoel voor ontwikkeling gaat op een laag pitje, en vooral krijg je meer zin om te éten. Je motivatie voor alles gaat onderuit, behalve je motivatie om jezelf nog vetter te vreten.

En als je gaat afvallen, voel je dat vet alleenmaar méér. Zodra je een beetje voortgang gaat maken, is die stem die je ontmoedigt, die je ambitie wegzuigt, die lokroep van luiheid, alleenmaar stèrker. En je razende honger laait op, terwijl alle training die je doet voelt alsof je er totaal niet voor geschikt bent. Je wordt gewoon depressief van het vet dat terugvecht. Want dat doet het, door je te saboteren, en door je te straffen.

Intussen vóélt dik zijn reuze gezellig. Je lekker volvreten met spul waarvan je weet dat het smerig veel calorieën heeft voelt als een zalige zonde, en het is het meest vervullende wat je doet als je dik bent. En je voelt je ook niet meer zo kompetitief met andere vrouwen, of met andere mannen, dus die sociale druk voel je ook niet meer. Het is lekker makkelijk om gewoon je vet achterna te lopen.

Daar verzin je smoezen bij. Mensen léven op smoezen, daar is een heel eigen stukje over in de maak, maar hier is dat wel heel duidelijk aan de hand. Je kan niet afvallen, want als je afvalt slaap je slecht. Je kan niet afvallen, want je hebt geen tijd om te trainen. Je móét wel veel blijven eten, anders ben je zo ongezellig aan tafel. Je móét wel blijven dooreten, want je bent zwanger en je eet nu voor twee. Je móét wel blijven dooreten, anders word je op je werk afgeleid door de honger. En zo wel heel veel meer smoezen.

En dat zijn smoezen. Reken maar. Alle redenen om niet nú te beginnen met afvallen zijn kutsmoezen. Nee, je werk lijdt er niet onder, nee je zwangerschap komt niet in gevaar, nee je hebt er niet geen tijd voor, nee je vriendinnen haken niet af, nee je gezin lijdt er niet onder, je hebt die snack niet nodig om te kunnen funktioneren, al die smoezen zijn ònzin. Je vertelt jezelf verhaaltjes om jezelf van dat knagende gevoel af te helpen dat je verkeerd bezigbent met je gevreet. En hoe langer je wacht, hoe zachter en onrekbaarder je huid wordt. Je bent een luie zeug, en je moet gaan afvallen.

Nee, dat is niet makkelijk. Vooral niet als je hele omgeving van je accepteert dat je dik bent. Je krijgt van andere vrouwen geen echte steun om af te vallen, die vinden het wel fijn om geen concurrentie aan jou te hebben. Zelfs vrouwen die "samen met jou gaan afvallen" doen dat vooral zodat jullie tegen elkaar gaan roepen dat je zo goed bezigbent, ookal zakt de motivatie snel weg en kom je nergens. Let maar op hoe die fitness friends verdwijnen zodra jij echt zoden aan de dijk gaat zetten.

Mannen zouden hier een enorme rol kunnen spelen. Als mannen gewoon niet van je zouden pikken dat je vet bent, dan zou je in ieder geval je nog een beetje schamen voor je vetrollen, en mannen die hun manlijkheid ontwikkeld hebben kunnen je ook goed de pen op je neus zetten, of de riem over je dikke vette reet. Ik heb bij mezelf gezien, èn bij veel andere vrouwen, hoe die het beste uit zichzelf hebben gehaald als er maar een man was die ze geen keus gaf.

Toen ik aan het zoeken was in de pooierwereld, was me al opgevallen hoeveel pooiermeiden hun pooier niet alleen hadden om ze aan het werk te houden, maar vooràl ook om ze te dwingen op hun gewicht te letten. Ik heb van een pooiermeid een verhaal gehoord, dat ze vertelde met nauwelijks verborgen voldoening, hoe haar pooier haar letterlijk een chocoladebroodje uit haar mond had geslagen.

Netzoals een pooier de prostitutie, met alle machtsverhoudingen en schijn en illusie en dynamieken van dominantie door kan prikken, of hij dat nou zelf snapt of niet, kan hij ook heel goed alle smoezen onbelangrijk maken die bij afvallen komen kijken. Hij kan je worsteling tegen de honger en tegen het verlangen naar comfort en comfort food laten verbleken. Die loopband op, vette big, anders trekt hij zijn riem uit zijn broek. En dan ga je voorover totdat je het ècht niet lekker meer vindt.

Pooiers doen dat veel, heb ik gemerkt. Dat is niet zo raar, de pooier is vooral de boeman om je discipline erin te houden, en je hebt veel discipline nodig om af te vallen. Iemand anders aan discipline houden is veel makkelijker dan jezelf aan discipline houden, en ontwikkelde vrouwen en ontwikkelde mannen kunnen dat bij elkaar goed doen. Daar heb je geen pooier voor nodig, want die is meer een satire van een ontwikkelde dominante man, in een gezonde relatie met een ontwikkelde manlijkheid kan je ook door hem gedisciplineerd worden.

Maarja, vind maar eens een man met een ontwikkelde manlijkheid. Voorzover je al mannen kan vinden die daarvoor geschikt zijn, want niet elke vent kàn dat, zijn ze meestal door hun relaties met vrouwen gevormd naar iets waar ze niet met hun manlijkheid mee uitkunnen. Manlijke mannen ontwarren uit de klitten waarin ze terechtkomen is één van de dingen aan mijn prostitutie-carrière waar ik de meeste voldoening uit haal. En dat onderwerp heeft ook wel wat eigen stukjes verdiend, als ik maar een manier kan vinden om erover te schrijven die mensen snàppen.

Ik kwam mezelf lelijk tegen. Niet alleen door hoe vet ik was geworden, maar vooral door hoe slecht ik bleek te zijn in zelfdiscipline. Met heel veel dingen had ik toch wel doorgezet, maar mijn afvaltrajekt werd telkens ergens door onderbroken, en dan was er weer een periode van volvreten waarmee ik alle winst uit het vorige stukje afvallen verloor. En die terugvallen waren slecht voor mijn motivatie, die toch al niet sterk was.

Het ergste was nogwel dat mijn motivatie voor afvallen niet het enige was dat zo breekbaar als een rietje bleek te zijn. Als mijn vet terugvocht en mijn gevoel voor motivatie ondermijnde, ging dat niet alleenmaar om mijn zelfdiscipline over afvallen. Ook me aan het werk zetten voor werk of studie was meteen mee-ondermijnd. Pas als ik weer ging vreten kreeg ik dat mondjesmaat terug, want dan liet mijn vet zijn gijzelaar weer los. Voor eventjes, want dat duurde nooit lang.

Mijn zussen zijn na hun flip smoutbollen geworden. Die waren ook geen steun, want die omarmden het juist dat ik vet was. Die zagen dat als een natuurlijke volgende stap. En als dat ik toegankelijker was geworden. Ik was nu gezellig, dus iedereen deed ook gezellig tegen me. En als ik ging werken om van dat vet af te komen, werd daar nogal ijzig op gereageerd. Want het ging toch niet lukken, en het was zó moeilijk, en niets ging werken. Hou het maar gezellig.

Vrouwen doen ontspannener tegen je als je dik bent. Je krijgt veel meer openheid, en je wordt niet meer behandeld als een gemene en gevaarlijke rivale. Er wordt achter je rug niet over je gepraat. Je wordt niet gezellig van dik zijn, juist omgekeerd, je wordt er zuur en moe en sjagrijnig en hangerig van. Maar mensen zijn gezelliger tegen jóú. En vooral kan je elkaar overladen met begrip voor dat het zo lastig is om je gewicht in de hand te houden.

Dat krijg je, vooral als je al dik bènt, van alle kanten te horen. Begrip. Het helpt niet dat we als maatschappij onder de knoet zitten om vetlappen in zalvende vettezeugentaal aan te spreken, en vooral er voorzichtig omheen te draaien dat een beetje verantwoordelijkheid en zelfbeheersing het hele probleem oplost. Want zo ìs het gewoon, als je dik bent is dat omdat je niet je verantwoordelijkheid hebt genomen, en geen zelfbeheersing hebt toegepast.

En juist omdàt je kwabbige lijf zo'n duidelijk bewijs is dat je je zelfbeheersing niet kon opbrengen, is het zo'n heikel punt geworden. Mensen zien heel duidelijk aan je dat je geen discipline hebt, je loopt te koop met je plus size kinderachtige gebrek aan zelfbesef en wilskracht. En ergens wéét iedereen ook dat het zo zit. We mogen het niet denken, want we doen alsof dat gemeen is, maar het ìs zo, en iedereen wéét het. En jij weet ergens ook dat ze dat weten.

Ik had een héle goeie smoes met mijn kapotte been. Maar ik had ook wakker kunnen worden en mezelf terug kunnen fluiten toen ik merkte dat mijn broeken niet meer pasten. En ik had ècht wakker moeten worden toen mijn rokjes niet meer pasten. Maar ik keek daar niet naar, ik vond mezelf een zielig slachtoffer van de omstandigheden, en ik bleef steeds meer en steeds slechter eten in mijn bek douwen.

Als je eenmaal je gewicht stabiel op slank hebt, is die discipline normaal. En heel haalbaar. En iets waar je zelfs mee kan smokkelen, omdat je weet dat je kan compenseren door de teugels een paar dagen nog strakker aan te halen. Het voelt zelfs raar om weer terug te gaan naar eten voor de boer èn de boerin. Het voelt normaal en volwassen om volwassen en normaal te eten en je gewicht in de hand te houden.

Maar zolang je nog een dikke klodder bent, voelt het als onhaalbaar. Als niet vol te houden. Als doelloos, als iets wat nooit bij zijn doel kàn komen, als iets wat onredelijk is om van iemand te verwachten. En al helemáál om het van jóú te verwachten, want jij hebt een heleboel redenen waarom jij al helemáál niet de kans hebt om dat soort dingen aan jezelf op te leggen, en je bent nú al moe en uitgeput.

Bovendien vertelt je vet je dat het tòch niet gaat lukken. Dat alles voor niets gaat zijn. Al dat lijden, al dat gekonfronteerd worden met je eigen lijf, en alles voor nop. En er gaan genoeg tijden zijn tijdens het afvallen dat je heel hard eraan trekt, en je de weegschaal geen lagere getallen aan ziet geven. Als je helder nadenkt snap je wel dat dat water is van de stress van het afvallen, maar je vet fluistert dat het diëten tòch voor niets is, en dat je beter weer door kunt eten.

De gezelligheid is trouwens vooral met andere speklapjes. Want de vriendinnen die wèl voor zichzelf zorgen, daar raak je de verbinding een beetje mee kwijt, en die vervagen best snel. Al was het maar omdat je nooit helemáál los kan laten dat je ergens toch wel jaloers bent op hun gezonde, soepele lijf. Terwijl jij met tientallen kilo's vergif onder je huid rondloopt.

Want vet is gewoon vergif als je er zoveel van hebt. Het sloopt je langzaam. Je hart, je gewrichten, je overbelast alles en je verslijt veel sneller. Je nieren, je lever, je immuunsysteem, die lijden eronder. Je krijgt zelfs makkelijker kanker. Maar ook die hormonale verstoringen die zorgen dat je motivatie zo wegzakt en je alleenmaar luier en hongeriger wordt, slopen je. De processen die je levendig maken, die je gezond maken, het huishouden in je lijf doen, die je vruchtbaar houden, die kakken in. En je vrouwelijkheid wordt langzaamaan steeds verder uitgehold. Het kloot ook met je menstruatie en je geslachtshormonen. Dikke moeders baren ook minder gezonde en slechter ontwikkelde kinderen.

Vet zijn kloot enorm met die hormonen, met je lichaamsprocessen, met je seksdrift, met wat je wil in het leven, met je ambities, met je eetlust, met de kracht en levendigheid die je voelt, met je geslachtsorganen, met je immuunsysteem. Maar gewichtsveràndering doet dat nog méér. Dat is weer iets wat je vet doet om zichzelf te beschermen. Je gaat eerst dieper de ellende in voordat je de ellende op begint te ruimen. Dat zorgt ervoor dat je tijdens het afvallen je voelt alsof je de verkeerde kant opgaat. Terwijl er echt maar één kant is om op te gaan.

Als je meer eet dan je opgebruikt, word je dikker. Als je minder eet dan je opgebruikt, word je dunner. Daar kan je heel veel nuance bij zoeken, en heel veel ingewikkelde verhalen over maken, maar als puntje bij paaltje komt is dit de regel. De enige regel. Een regel waar je niet omheenkan. Ookal probeert iedereen om eromheen te komen, want minder eten dan je opgebruikt voelt klote.

Hoe je dat doet, hoe je je dieet aanpakt om minder te eten dan je opgebruikt, dat maakt nietzoveel uit. Elk dieet dat minder geeft dan je opgebruikt voelt alsof het niet werkt, alsof je tekortkomt. Je gaat honger hebben. En dus kan je het dieet kiezen wat voor jou het beste werkt. Maar uiteindelijk is er geen superdieet. Wonderdieten waarbij je moeiteloos en pijnloos afvalt zonder dat je het gevoel hebt dat je jezelf uithongert, die bestaan niet.

Er is een hype over Ozempic en dat soort medicijnen, die veel celebs helpen met afvallen. Dat lijkt een leuke smokkelroute om naar slankheid toe te prikken zonderdat je de moeite hoeft te doen. En het werkt wel om af te vallen. Dus ik heb er wat over rondgevraagd bij de dokter in mijn hulpploegje, en toen was ik er toch veel minder enthousiast over. Want wat het is, is alleenmaar een middel dat met je eetlust kloot.

Als je die prik neemt, heb je veel minder eetlust, omdat het middel op het nivo van je hormonen kloot met je. Dan hoef je inderdaad geen discipline te hebben, en verlies je toch gewicht. Het is valsspelen, en het is beter dan het gewicht niet verliezen. Maar het is wel kloten met je hormonen. Het hormoonsysteem dat je eetlust en je gewicht normaliter in bedwang houdt. Dus zodra de prikken stoppen, moet je opeens wel die discipline weer hebben, of het komt er allemaal weer bij.

Kijk, als je diabeet bent, of je bent een topsporter die opeens gestopt is, of je zit aan medicijnen die je eetlust onbedwingbaar maken, of er is een andere extreme toestand met je lijf aan de hand, dan heb je geen andere keus dan de boel bijsturen met iets als Ozempic. Dan is het de minste van twee kwaden. Maar als je het gewoon wil omdat je dan niet de moeite hoeft te doen, dan bouw je toch wel een flinke adder onder het gras op.

De bijwerkingen van die middelen zijn één ding. Maar het probleem ermee is vooral dat je als het ware je eetlust in narcose brengt, zolang je die prikken haalt. En als je daarmee ophoudt, wordt die sjagrijnig wakker. En heeft een hoop in te halen. En jij hebt helemaal geen discipline geleerd, je wordt hoogstens luier. Die kilootjes zitten er zo weer aan. En je kan het niet eindeloos bij blijven prikken zonderdat je je lijf verder ontregelt. Dus zo handig is het niet.

Toch wordt het gezien als een belangrijk middel om overgewicht tegen te gaan, juist door de mensen die eigenlijk alleenmaar zelfdiscipline nodighebben. En de maatschappij accepteert het als goed middel. Want anders moet je als papzak verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag, en dat verwachten we niet van dikkerds. Zéker niet van vrouwen die dik zijn, want van vrouwen discipline verwachten is taboe, dus wij worden dùbbel behandeld als mensen die je niet mag bekritiseren.

Uiteindelijk moet je gewoon je dieet aanpakken. Hoe je dat doet, dat maakt niet uit. Met vasten en cleanses, met WW-punten, of door gewoon alleen te eten wat en wanneer je moeder eet, ik heb het allemaal zien werken, en ik heb het allemaal niet zien werken door de meiden die het bij een vriendin zagen werken en dachten dat zij dè manier hadden gevonden. Je moet op een hongerdieet. Er zit niets anders op.

Met diëten alleen kom je er niet. Je móét bewegen. Anders raak je eerst alleenmaar spierweefsel kwijt voordat je lijf moeizaam begint met vet wegbranden. Maar bewegen als je dik bent is lastig. Je bent snel buiten adem, je voelt pas ècht hoe dik je bent als je beweegt en het om je heen klef en zacht meedrilt, je balans is slecht, je krijgt supermakkelijk blessures, en vooral heb je geen plezier meer van bewegen, omdat het allemaal zo moeizaam gaat.

Als je een kapot been hebt, èn je bent ooknog veel te dik, dan heb je een flinke drempel om over te gaan voordat je weer kan gaan trainen. Vooral omdat de beweging die ik eerst vooral had, squashen, joggen en dansen, allemaal niet kunnen met een kapot been, en allemaal niet leuk zijn als je moddervet bent. Zelfs joggen is nog wel leuk als je fit bent, maar sporten als je log en dik bent heeft echt niets leuks.

Dansen doe ik al heel lang, ik volg er ook cursussen in. Vooral stijldansen vind ik leuk. Nou ja, dat vond ik dus niet leuk meer toen ik zo vet was geworden. Ik heb dansen altijd leuk gevonden, en het is voor mij een soort barometer om te zien of ik lekker in mijn vel zit. Als ik niet dans, dan is er iets mis. Soms omdat ik te druk ben, soms omdat ik niet genoeg neuk, soms omdat ik stilsta in mijn leven, of dus omdat ik te dik ben. Dat wekte wel al argwaan.

Het waren eigenlijk mijn klantjes die me toch over de drempel hielpen om wat aan mijn gewicht te gaan doen. Ik merkte gewoon dat ik niet meer zo lekker voor ze was. En dat ik mijn werk minder goed deed. En ik kon mezelf echt niet voorliegen dat het kwam door mijn leeftijd, want daar heb ik intussen teveel voor geleerd. Dus tegen heug en meug ben ik toch maarweer gaan afvallen. En ik had heel, héél veel werk te doen.

Ik heb een paar valse starts gemaakt. Bijvoorbeeld door in ene over te gaan van een volprop-dieet naar een dieet dat ik gebruikte toen ik slank was, om snel wat kilootjes kwijt te raken om in een bepaald jurkje te kunnen. Dat was natuurlijk totaal onhaalbaar, en ik viel er nog weinig van af ook. Alles in mijn lijf ging meteen in hongersnood-modus, en ik was er alleenmaar zo hongerig van dat ik er duizelig van werd.

Dan word je natuurlijk ook meteen ziek. Want als je in hongersnood-modus gaat, gaat je immuunsysteem op een laag pitje. Je bent al niet heel goed beschermd tegen ziekte met je overgewicht, maar dat wordt nog veel erger als je gewicht gaat verliezen. Dus dan heb je al helemaal niet meer het gevoel dat je goed en gezond bezigbent, en dat is een makkelijke smoes om danmaar weer te stoppen met je dieet.

Vanuit mijn hulpploegje kreeg ik goed advies. Bijvoorbeeld dat je éérst je conditie op moet bouwen voordat je gaat diëten. Als je gaat afvallen terwijl je je spieren niet oefent, verdwijnen die als eerste. Bovendien helpt beweging enòrm met je motivatie, met je mentaliteit, en met je geestelijke gezondheid sowieso. Ik had het niet opgemerkt, maar door mijn gebrek aan beweging was ik gewoon zo'n beetje depressief geworden.

Het is een misverstand dat sporten zorgt voor ontzettend veel afvallen op zich. Ja, elk rondje joggen verbrandt meer energie, maar van jezelf heb je al heel veel energie nodig om gewoon op temperatuur te blijven, om je organen hun ding te laten doen, en om je dagelijkse taken te doen. Bewegen kost wel extra energie, maar het bewegen is vooral om te zorgen dat je basis-metabolisme niet in de spaarstand kan gaan. Die gaat het meeste verbruiken doen.

Netzoals zo'n beetje alles met afvallen, als je net begint om het goed te doen krijg je eerst een tegenbeweging. Van bewegen word je frisser en minder depressief, maar als je dus net begint heb je eerst een periode dat je neerslachtig en duf wordt. Daar moet je eerst doorheen, daarna pas moet je met diëten beginnen, want als de doffe ellende van het diëten overlapt met de misère van het net beginnen met trainen, heb je het zwaar met doorzetten. Nòg zwaarder, bedoel ik.

Je lijf bewegen doet zó veel voor je gezondheid, je mentaliteit, en je levensgeluk. Je weet het wel, maar ergens vergeet je het ook makkelijk. Het gebeurt ook niet tijdens het bewegen, het komt geleidelijk in de dagen erna. Je lijf werkt beter, je hoofd wordt frisser, het is gewoon goed voor je. Of eigenlijk, niet-bewegen is slecht voor je. Want bewegen moet gewoon eigenlijk de norm zijn.

Als je beweging tekortkomt, ga je dat matte energieloze gevoel opvullen met eten. Dat is dus een vicieuze cirkel waar je dikker uitkomt dan je eringing. En er is geen enkele verandering die je méér naar afvallen toeduwt, en die je méér wilskracht en motivatie geeft. Hoe langer je het laat gebeuren, hoe moeilijker het wordt om terug te komen. Het is echt een hellend vlak. Beter om te gaan bewegen, en dat kan je het best meteen gaan doen.

Beginnen is moeilijk. Achteraf vergelijk ik het met kotsen nadat je iets verkeerds hebt gegeten. Je bent doodziek, je moet kotsen wat je een soort gevoel van wanhoop geeft, het is smerig en klote en pijnlijk en je hele lijf komt in opstand, maar als het er eenmaal uit is, is er vrede. En kan je weer door. Maar je moet er wel doorheen. En kotsen gaat gelukkig vanzelf, maar bewegen en diëten kan je opgeven, en dat zorgt dat het heel makkelijk voor niets is geweest.

Met bewegen was het netzoals met diëten. Ik ging meteen proberen de oefeningen te doen die ik vroeger ook deed om op peil te blijven toen ik slank en sterk was. Het is héél demotiverend om dan al tijdens je opwarmrondje in te storten onder het gewicht en de hitte van je berg vet op je lijf. Want dat vet houdt dus ooknogeens al die warmte vast die je lijf kwijt moet bij het bewegen.

Het pijnloze oefenprogramma is net als het wonderdieet. Het bestaat niet. Oefenen is je lijf duidelijk maken dat het sterker moet worden, en je lijf wìl dat helemaal niet. Dus als je je lijf strak wil houden, moet je de hele tijd genoeg oefenen om het te laten voelen dat het een pijnlijke toestand wordt als het zichzelf laat verslappen. En als je al verslapt bent, is oefenen de hele tijd je lijf straf geven voor te slap zijn. Tot het toegeeft. Dat is niet lekker.

Maarja, je bent een vette zeug, en je moet toch een stel oefeningen zien te vinden die je ook kàn. Want je moet èrgens mee beginnen wat je kan doen ookal ben je te zwaar om goed te bewegen. Mijn favorieten als ik slank ben, zoals joggen, squash, lunges, barbell squats, pelvic thrusts, hanging leg raises, push ups, en rekoefeningen, die werken allemaal niet als je veel te dik bent. Je knieën en handen kunnen het niet aan.

Mijn hulpploeg was weereens goud waard, want die raadden me oefeningen aan waar ik echt veel aan gehad heb. W zette me aan het zwemmen, en dat bleek een gouden greep. Je moet het wel doen als een training, want een beetje poedelen helpt natuurlijk niets. Maar baantjes vlinderslag op topsnelheid, réken maar dat je daar goed mee traint. Ik was vergeten hoe goed dat werkt, terwijl ik toch járen waterpolo heb gedaan als tiener.

Een ander advies wat lekker werkte was de roeimachine. Een hele soepele maar zware belasting voor je hele torso, je benen en je armen, en het is geweldig goed in je laten voelen welk deel van je lijf achterblijft bij de rest. De weerstand instellen is wel een dingetje, want dat maakt alle verschil of je oefening uberhaupt nuttig is, maar als je die hebt gevonden, vliegt het zweet in het rond, wordt je hele lijf getraind. Hele goeie cardio, maar dan eentje waar je hele lijf aan meedoet.

Die twee hebben me uit het niet-bewegen gekregen. Nee, ze zijn niet de twee oefeningen waarmee je alles oplost, maar het was wel een hele goeie kern. Net als bij elke oefening, is het belangrijk om het váák te doen. Niet een hele dag in de week, maar telkens een half uurtje per dag. Dat brandt het vet weg. Krachtoefeningen moet je wel minder vaak doen, want daar heb je hersteltijd bij nodig.

Voor strakke jonge hoeren is Grieks-Romeins worstelen een geweldige sport, maar dat is best heftig, en je moet het maar leuk vinden. Ik heb het nooit gedaan, maar toen ik jonger was, had ik wel interesse. Daar is niets van gekomen omdat onze dominee een keer uithaalde tijdens de lezing naar meisjes die aan judo deden, en dat is tochwel veel milder nog dan Grieks-Romeins.

Natuurlijk is ballet voor hoeren dè sport. Het past gewoon heel goed bij de mentaliteit en de lenigheid die een hoer moet hebben. Ik heb al eerder geschreven over hoe opvallend veel van de beste hoeren ballerina zijn geweest. Helaas is ballet geen sport waarmee je jezelf goed doet als je een vetklep bent, dan sloop je jezelf. Als je eenmaal een beetje normaal bent, kan je met ballet wel vèrder.

Samen met mijn dieet zette ik zo de goede koers uit. Eerst leek het eerst geen resultaat te hebben. Ik werd eerder zwaarder, en ik voelde me ellendig door al die inspanning. Maar de weegschaal ging na een maand toch dalen. En dat ging steeds sneller. Mijn baantjestijden werden korter. De weerstandsknop op de roeimachine ging steeds verder open. Intussen werd met een gezonder lijf het ook steeds makkelijker om mijn dieet-discipline te houden.

Er waren onderweg tegenslagen natuurlijk. Ik kreeg een keer griep, want dat gebeurt als je afvalt, je immuniteit houdt het niet bij. En ik haalde mijn knie een keer open aan de ketting van de roeimachine, dus toen was het best even voordat ik weer voluit durfde te gaan. En er waren weken dat ik ècht geen tijd had om te trainen, en daarna moest ik dan weer opstarten. Maar ik pakte het telkens weer op, en dàt is het belangrijke.

Langzaamaan verdwenen de vleesvervangers ook uit mijn dieet. Ik vrat aan het eind alleen nog maar vlees. Naast best veel kaas. Ik dronk koeienmelk, geen havermelk of sojamelk meer. Dat was nooit een bewuste keus, maar het voelde als krachtvoer. Ik deed twee weken met een zak aardappels, en ik heb nu een kastje dat uitpuilt van de rijst omdat ik daar steeds minder van ben gaan eten, maar het niet bij de boodschappen op tijd doorhad.

Heel stiekem was eringeslopen dat ik heel veel suiker was gaan gebruiken. Iedereen gebruikt veelteveel suiker, zo is onze eetkultuur geworden, maar ik dronk en at heel veel met suiker erin. Suiker maakt je stofwisseling lui, en het is een makkelijke manier om even wat energie op te wekken als je je mat voelt. En je voelt je mat doordat je suiker gewend bent. Suiker naar het minimum brengen was flink wennen, maar het geeft mijn lijf weer veel besturing terug.

Iets anders wat goed hielp, was terugbrengen hoeveel zout ik at. Er zit in héél veel dingen veel zout. En dat is nergens voor nodig. Als je veel zout eet, is dat vaak omdat je je vocht niet in orde hebt. Als je bij je maaltijden genoeg eet, en niet tijdens je maaltijden drinkt, eet je minder en drink je ooknog beter. Daar doe je je nieren een groot plezier mee, en je bloedvaten ook. Maar vooral ga je er minder van vreten. Zoutloos hoeft niet, maar zuinig met zout is al genoeg.

Ik had een tip gekregen die me heel veel mentale steun gaf. Ik had dinsdagavond dieetvrij. Dan mocht ik van negen tot twaalf zoveel schranzen als ik maar wou. En als ik de rest van de week ergens trek in had, maar dat niet in mijn dieet paste, zette ik dat in de agenda voor dinsdagavond. Dan had ik een TV-avond met alle snacks die ik maar wou. De eerste paar keer heb ik me echt misselijk gepropt aan alles wat ik niet mocht.

Maar toen ik een beetje wende, nam ik telkens minder van de stapel snacks die ik naar dinsdagavond had geschoven, en schoof ik de aangevreten taartjes en patatjes door naar mijn vriend. Ik kreeg er steeds minder behoefte aan om me vol te douwen, maar het gaf me nogsteeds heel veel mentale steun dat het op dinsdag kòn.

In het begin maakte ik me zorgen over dat al dat trainen me teveel tijd ging kosten. En in het begin was het ook echt moeilijk om het in mijn agenda te passen. Maar ik wist ergens wel dat dat niet kon kloppen. Ik heb altijd getraind, en het was vroeger nooit een probleem. Nu ik dik was alleen wèl. En het duurde eventjes voordat ik doorhad wat hier nou weer aan de hand was.

Trainen kost me geen extra tijd, in elk geval niet op de langere termijn. Want je wordt handig met je trainingen inpassen, die trainingen kosten uiteindelijk netzoveel tijd als je vroeger bezigwas met snacken en snacks regelen, wat je nu niet meer doet, en je wordt gewoon effektiever van minder vet en moe zijn. Dus de tijd die je hebt, gebruik je beter. Bovendien is trainen een prima rustmomentje voor je hoofd, waarin je je gedachtes even kan laten gaan. Dat is ook heel nuttig.

Ik squash graag, en ik heb bestwel een paar valse starts gemaakt door te vroeg te veel te willen squashen. Dan nam ik me voor voorzichtig en rustig aan te beginnen, en halverwege de eerste game ben ik dat allemaal vergeten, ben ik alleen nog maar fanatiek balletje aan het jagen, en ging ik weer door mijn zwakke enkel. Die moest dan weer maanden extra genezen. Gelukkig stopte dat niet al mijn training, anders zou het nooit gelukt zijn met afvallen.

Afvallen kostte me veel werk. En heel veel tijd. En het lastigste was dat je het de hele tijd moet blijven doen, en dat het je aandacht opeist. Niet al je aandacht. Niet elk moment. Maar veel vervelende momenten, en irritant veel aandacht. Maar als ik dat teveel moeite en teveel tijd vind, had ik me maar niet moeten laten vervetten, en had ik maar niet naar mijn eigen smoesjes moeten luisteren.

Het is heel lang te langzaam voor me gegaan. Mijn weegschaal ging steeds een stukje lager, maar dat stukje lager was nogsteeds veel te hoog. Ja, mijn collega F zei heel terecht you get rid of the ugliest pounds first, every ounce counts. Maar ik wou bij de eindstreep zijn, en tot die tijd kon ik geen tevredenheid voelen. Niet terecht, maar zo voelde ik het. En ik ben dus heel lang bezig geweest met iets waar ik nog geen plezier van had.

En daar is je dagboek weer heel nuttig. Want je merkt het niet omdat het zo sluipend gaat, maar steeds meer dikkerd-problemen vervagen, en steeds meer goede dingen komen terug. Je wordt fitter, je gaat meer dóén, je kan beter met jezelf omgaan, en mannen gaan je weer meer zien staan. Maar voor mezelf had ik nog niet mijn zelfbeeld hersteld, en ergens moet ik toch op mezelf kunnen geilen.

Dat werd pas anders toen ik bijna alles kwijt was. Normaliter heb ik een navel die als een soort hoge O of zelfs een soort regendruppel eruitziet. Maar toen ik dik werd, kreeg ik zo'n lelijke platte streep als navel. En op een dag, toen ik al een heel stuk afgevallen was, zag ik in de spiegel dat mijn navel een rondje was. Nog niet zo hoog als hij hoort, maar rond. En toen kon ik opeens zien dat ik echt veel was afgevallen. En er veel beter uitzag.

Ik was de laatste die dat zag. Mijn neukertjes hadden het natuurlijk al gezegd, mijn vriend ook, en mijn klantjes waren ook reuze enthousiast, maar ik voelde me nogsteeds dik. Als je bezig bent met je lijf, zoals je wel móét als je aan het trainen bent, voel je dat vet zitten. Dus ik werd er telkens mee geconfronteerd, en ik zag niet dat het zoveel beter was geworden.

Nog wat later merkte ik dat ik weer dingen ging doen die horen bij mijn gewone gewicht. Ik danste weer beter. Ik had weer meer aan seks, want die gloed die je krijgt van seks is zowat wèg als je zwaar bent. Ik vond het gewèldig dat mannen me weer op konden pakken, want dat had ik dus al jaren niet meer. De meeste mannen konden mijn gewicht niet meer dragen, en als zij er sterk genoeg voor waren, deed het bij mij zeer. En nu kon het weer. Ik wist niet dat ik dat zó miste.

Toen ik gezellig werd, raakte ik klanten kwijt. Vooral klanten die zeggen dat ze het niet erg vinden dat je wat zwaarder bent, trouwens. Lekker mollig kan lekker zijn, maar dik is gewoon smerig, en als de man niet komt voor iets ranzigs, moet hij je niet meer. Alleen klanten voor wie ik andere meerwaarde had kon ik houden. Dat zette mijn inkomen enorm onder druk. Ook mannen die wisten waardoor het kwam, en ècht medelijden met me hadden, bleven weg.

Ik kan maar heel beperkt adverteren, dus ook nu ik weer een normaal gewicht heb, is het sappelen. Ik heb wel gemerkt dat ik oude afgehaakte vaste klanten weer kan benaderen, en dat die enthousiast terugkomen als ik ze vertel dat ik niet meer dik ben. Van de achttien waarmee ik het geprobeerd heb, zijn er vijftien teruggekomen. En ze worden weer vaste klant alsof er niets gebeurd is.

Als ik niet had moeten hoeren, en daarom een goede motivatie had om het aan te pakken, was het misschien wel veel later gebeurd. Of helemaal nooit. Want smoesjes zijn comfortabel. En er zijn ook voordelen aan gezellig zijn, vooral als je binnen wil komen bij een bedrijf met dikke HR-kutten die lekkere dieren liever buiten de deur houden. En je hoeft je minder bezig te houden met sociale verwachtingen en seksuele aantrekking, want niemand verwacht meer wat van je.

Maar de voordelen van slank zijn, zijn groter. Je bent niet alleen zelf soepeler en effektiever met zo'n beetje àlles wat je doet, maar als je slank en sexy bent word je meer gerespecteerd. Jij, je mening, je werk, het heeft allemaal meerwaarde als je sexy bent. Dat geldt niet alleen voor vrouwen trouwens, mannen hebben dat ook. Maar als je in een afhankelijke positie bent, werkt het wel tegen je. Vrouwen willen geen seksuele concurrentie van ondergeschikten.

Wat dat betreft had ik het goed gemikt met solliciteren. Ik was toen behoorlijk dik nog, en ik kon mijn HR-kontakten gebruiken terwijl ik nog niet met scheve ogen werd bekeken. En in mijn baan ben ik afgeslankt, zodat ik met respekt werd bekeken, en de seksuele kant van de werkrelatie soepel ging. Echt het beste wat je kan hebben, en het kwam toevallig zo uit.

Het is een lange rondreis geweest. En eentje waarmee ik veel tijd, moeite, klanten, en kansen heb verloren. Maar ik ben nu tenminste weer terug. En wat ik ervan heb geleerd is dat ik het nóóit meer zo ver ga laten komen! Ik ben ook geen twintig meer, het is nu veel zwaarder dan vroeger. Al kan ik me herinneren dat ik het toen ook al niet makkelijk vond om af te slanken.

Van alle problemen die van die hondenbeet zijn gekomen, is dat vet echt het ernstigste geweest. Dat heeft mijn levensgeluk tenminste het meeste aangetast. Voor de rest heb ik er nog een rijtje littekens aan overgehouden, maar die kan je ook zien als een spiritueel geluksteken ofzo. En daar heb ik nog nooit iemand opmerkingen over horen maken. Erg opvallend zijn ze niet meer. En ik kan veterlaarsjes aan, dan ziet helemaal niemand ze.

Ik ben weer elke ochtend aan het joggen. En nog steeds langs alle mooie plekjes, en nog steeds heb je daar honden. Er zijn bestwelwat mensen die verwachten dat ik afgeknapt ben op honden, en dat ik ze wel zal haten. Maar ik haat honden niet. Zelfs pitbulls niet. Ik loop wel met een boogje om pitbulls heen tegenwoordig, maar ik weet dat niet elke hond zo'n gevaarlijk beest is. Ze zijn bijna allemaal ongevaarlijk. En best gezellig.

1 opmerking:

Anoniem zei

Dit gaat echt alle kanten op he?