Ik heb in die tijd nooit zo op mijn netvlies gehad wat mijn uitgaven nou waren. In de club was ik nog behoorlijk onvolwassen, en ik haalde geld binnen en gaf het uit zoals het me uitkwam. Dat ging meestal goed, en als er opeens te weinig in mijn portemonnee zat, belde ik met mijn vader, en kwam het alsnog goed. Ik wist nieteens wat ik aan vaste lasten hàd, en ik zou je toen ook niet hebben kunnen vertellen hoeveel geld ik op elk moment bezat. Ja, onvolwassen.
Dat veranderde toen ik voor mezelf ging werken. Sowieso was dat een proces van volwassen worden. Ook met geld. Ik ging lijstjes maken, echt als een ouderwetse boerin. Ik ging bijhouden waar alles heen ging, en waar ik het langs binnenhaalde, en wat ik eigenlijk voor vaste lasten had. Ik kreeg overzicht, en dat overzicht liet me zien hoeveel minder ik verdiende dan ik dacht, hoeveel er naar de verhuurder en door de verwarming ging, hoe klein het deel van de kosten van kunst maken werd gedekt door de kunst die ik verkocht, hoeveel al die bezorgmaaltijden kostten, en hoeveel wiet ik wegrookte. Dat was toen even schrikken.
Ik kwam zo'n lijstje van toen laatst weer tegen. Het papier was broos geworden, het had jaren liggen uitdrogen. Ik keek ernaar met een glimlach. En weer was het even schrikken. Niet omdat ik toen mijn shit niet voor elkaar had, want dat weet ik wel, maar omdat ik zag hoe goedkóóp het leven toen was. Met andere woorden, hoe duur mijn leven nu is geworden. Ik rook gelukkig niet meer, maar alleen al de boodschappen zijn om je rot te schrikken zoveel duurder geworden.
Het uurloon wat je je als hoer kan betalen is in de tussentijd ook omhooggegaan. Iets. Maar niet zoveel dat het er pas mee houdt. Als ik als basis mijn boodschappen neem en mijn escort-tarieven, dan ben ik er in koopkracht de helft op achteruitgegaan. Met andere woorden moet ik voor dezelfde boodschappenkar nu twee keer zo lang werken. Dat is bestwel heel veel. Reken ik benzine en gas mee, dan is het erger. En als je wil sparen voor een huis, dan helemáál.
Ik had daar wat over gemopperd tegen mijn hulpploegje, en dat werd beaamd door de andere meiden. Tja, inflatie hè? We waren er allemaal gelaten over. Maar KSP en mijn statistiekmannetje kwamen toen met opmerkingen over inflatie waar ik niets van snapte, en raakten met elkaar in een verhitte discussie waar ik nòg minder van snapte. En dat was de aftrap voor een stukje leren en studeren voor mij, dat heel interessant was.
Mijn klantenbestand is bestwel veranderd de afgelopen jaren. Ik heb nogsteeds veel gewone mannen, maar een aantal tips van W hebben me daarnaast nog een hele nieuwe groep klanten laten aanboren. Zoals eigenlijk altijd komt ze met een paar dingen die je moet doen of schrijven, en onverklaarbaar draait dan iedereen die het leest zich om als een blad aan een boom om goede zaken met je te doen. Het is net hekserij, en ik snap vaak echt niet wat ze nou doet, of hóé.
Een groep die ze bij mijn klantenbestand heeft getrokken, is mannen uit de financiële wereld. En dan niet alleen de belastingadviseurs, de bankmanagers en financial officials ofzo, maar de traders, de closers en de rainmakers, de snelle jongens, de M&A murderers, de dealmakers, de architecten van hostile takeovers en de beurstovenaars. Mannen met hele dikke portemonnees, hoge testosteron, volle ballen en geen tijd. Die kunnen zó een grietje van straat trekken en kapotneuken, maar die jongens leren snel dat ze geen tijd hebben voor gekut, en zoeken een professionelle.
Maar geen tijd of niet, nadat ze het condoom volgekwakt hebben willen ze praten. Het zijn mannen immers. En zo krijg je te horen wat er in die jongens speelt. En omdat ze niets anders doen dan werken, hoor je over hun werk. Familie komt soms langs, maar vooral om te vertellen dat hun stomme wijf gebeld had met een zeikprobleem tijdens een grote trade en hem van zijn werk had afgeleid, wat tot een te laat ingezette order leidde waardoor het fund nu een kwart miljard Euro kwijt was. En hij een flink deel van zijn bonus.
Het is niet het leven wat ik zou willen, maar ze zijn er op hun plek. Eerlijk gezegd denk ik dat de hektiek en de stress waar die mannen goed op gaan niet op veel andere plekken te vinden zou zijn. En ja, ze kunnen waarschijnlijk aan de slag bij elke plek die ze willen, maar ze blijven juist plakken op die stressbanen. En wat ze eraan hebben vertellen ze me ook heel makkelijk. Dat gaat ze nieteens zozeer om het geld, want ze hebben geen tijd om dat uit te geven. Het gaat ze om dat gevecht. Stressjunkies.
Dat soort mannen verdient een eigen stukje, maar dit stukje gaat meer over wat ik van ze leerde over inflatie, dan over die mannen zelf, dus dat moet maar even wachten. Ik heb het in mijn lange lijst met stukjes gezet die ik nog een keer moet schrijven, en ik zal mijn best doen om het niet eindeloos te laten duren, beloofd. Maar intussen wordt die lijst vooral langer, dus de belofte gaat over mijn best doen.
Ik heb op school economie gehad. Daar hebben we wat geleerd over inflatie. Ik heb ook van sommige klanten uit de "gewone" financiële sektor, hypotheekverstrekkers en bankiers enzo, wat over inflatie geleerd. Het is precies wat ik van de ambtenaren hoor die bij Financiën of Economische Zaken werken. En van de economen bij universiteiten. Ik heb van mijn geldmannetje datzelfde ook geleerd, die heeft me immers heel veel heel geduldig uitgelegd. Dat noem ik maar "het ene verhaal."
Mijn statistiekmannetje, mijn Syrische collega en KSP hadden een hele andere kijk op inflatie. En die kijk werd weer helemaal goedgekeurd door die beurstovenaars. Ik heb het idee dat mijn statistiekmannetje die statistiek gebruikt voor zo'n hardcore investeringsbedrijf, maar daar laat hij niets over los. Hij is gul met investeringsadvies, en wat hij me vertelt heeft me meer opgeleverd dan de beleggingsbeheerders waar ik het meeste van mijn geld gestald had. Had, want die minderheid wat ik volgens zijn advies had geïnvesteerd is nu een stuk meer waard dan wat eerst de meerderheid was.
Als ik het advies van mijn statistiekmannetje aan mijn geldmannetje voorleg, of aan de bankiers en kredietjongens in mijn klantenkring, vinden ze het maar riskant en raar, en nogal tegen de heersende mening in. Ze raden me het af om op te volgen. Als ik het advies van mijn statistiekmannetje voorleg aan die beurstovenaars, herkennen ze wat hij aan het doen is, en kunnen me het ook uitleggen. En die vinden het geen gek advies, ookal hebben ze zelf wel iets wat beter voor ze is. Wat ze me weer afraden als je geen lijntje naar de KRX, de Nikkei of de Nasdaq hebt.
Wat wel grappig is, is dat die financiële jongens veel dieren-analogieën gebruiken. De mensen van het ene verhaal hebben het over bearish zijn op high performing stock en juist bullish op high risk high yield stock, wat ze zien als gevaarlijk. De jongens van het andere verhaal hebben het erover dat traders vaak gedwongen zijn te leven als een haai, waarbij ze moeten blijven bewegen of sterven, en altijd op tijd de volgende hap moeten vinden. Ze beschrijven mijn statistiekmannetje dan weer als een krokodil, die op een plekje gaat liggen om toe te slaan als de kans komt, maar eindeloos kan wachten. Allemaal enge stoere gevaarlijke beesten.
Voor dit stukje ben ik een aantal maanden heen en weer gegaan tussen de mensen van het ene verhaal en de mensen van het andere verhaal, en telkens tegen de ene kant uitgelegd wat ik van de andere hoor. En geen van beiden nemen ze het verhaal van de andere kant erg serieus, ze zitten allebei erg vast in hun eigen idee over inflatie. Ze komen wel met tegen-argumenten, maar die worden dan meteen weer geplet door de andere kant. Niemand werd er overtuigd, en ik werd vooral verward.
Ze kijken ook op elkaar neer. De mensen van het ene verhaal vinden de andere kant maar egoïstische xenofobe gekkies, en benadrukken dat alle grote economen het ene verhaal aanhangen. De mensen van het andere verhaal vinden de de mensen van het ene verhaal sukkels die in sprookjes geloven, en alleen maar in hun eigen bubbeltje verstopt blijven, terwijl ze op de open beurs gefundenes Fressen zouden zijn voor de mensen van het andere verhaal.
Het ene verhaal, dus wat ik ook van mijn economie-lerares leerde, zegt dat inflatie temaken heeft met het meer beschikbaar worden van geld in de economie. Het geld wordt minder zeldzaam, dus het wordt minder waard. Dat geld meer beschikbaar wordt, is een gevolg van hogere lonen of van de staat die geld uitgeeft, of centrale banken die geld bij gaan drukken.
Inflatie doet pijn omdat je minder waar voor je geld krijgt. Hyperinflatie, dus waarbij de waarde van het geld in vrije val gaat, zorgt voor enorme problemen om je leven te kunnen leiden. Maar een beetje inflatie is juist goed. Want als je niet in paniekmodus hoeft door de inflatie, maar wèl weet dat je nu meer kan kopen met je Euro dan over een jaar, stimuleert dat je om nu je geld uit te geven, en zo de economie aan te jagen. En daardoor komt er weer meer geld in je eigen zak terecht, omdat er meer kopers zijn voor wat jij te bieden hebt.
Deflatie is het omgekeerde van inflatie, namelijk dat je geld meer waard wordt met de tijd. Dat is een probleem, want dan gaan mensen de hand op de knip houden, en dat zet de economie op een laag pitje. Dat zorgt dus voor achteruitgang, en daar heeft iedereen last van. Dus hoge inflatie is een probleem, maar negatieve inflatie ook, nogwel erger. De Grote Depressie kwam door negatieve inflatie.
Een ander voordeel van inflatie is dat potten met opgepot geld gaandeweg minder waard worden. Dus als er iets niet lekker loopt in je economie, en er lekt geld weg naar een fonds of een persoon die steedsmaar meer geld vasthoudt en voor niemand wat overlaat, komt er door inflatie toch geld voor de economie beschikbaar, en wordt die pot met geld minder waard. Waardoor hij ook wordt aangemoedigd om die pot uit te geven.
Overheden proberen daarom de inflatie op een streefcijfer te houden van twee procent. Dat is niet erg pijnlijk, maar stimuleert toch konsumptie. Als ze zien dat de inflatie te hoog wordt, gaan ze geld uit de economie trekken door rente duur te maken waardoor mensen minder kunnen lenen. Als ze een risico op deflatie zien, gaan ze geld in de economie pompen door de centrale rentetarieven omlaag te brengen. Wat jaren geleden waren die zelfs negatief, toen werd er geld bijgepompt waarvoor je betááld werd om het te lenen. Als je een bank was dan.
Zo zorgen overheden en centrale banken voor een stabiele economie, waarin je kan vertrouwen op de waarde van je geld, maar waarbij de economie wel gestimuleerd wordt. Zonder inflatie kunnen we niet, maar het moet binnen de perken blijven. De hoge inflatie van de laatste tijd komt doordat de lonen hoog zijn, en mensen gewoon veel, teveel dus, te besteden hadden, en het geld dus zijn schaarste verloor, en door de oorlog in Oekraïne die de brandstofprijzen en voedselprijzen opjoeg. Dat is dus het ene verhaal.
Het andere verhaal is ingewikkelder. Als beurstovenaars het over geld hebben, gebruiken ze vaak de termen valuta, currency, liquidities, cash, maar zelden gewoon "geld." Ze kijken er ook anders tegenaan dan andere mensen. Geld is een middel om waarde in uit te drukken, maar ze behandelen het als iets wat zelf geen waarde heeft. Een beurstovenaar die met een smak geld zit, zoekt naarstig naar assets om dat geld "in te stoppen," want geld zelf wìllen ze eigenlijk niet. In elk geval niet langer dan ze het nodig hebben.
Geld krijg je door assets te liquideren, en dat krijgen doe je om daarmee nieuwe posities in andere assets te kopen. En als je het maar heel even hebt, maakt het voor jou nietzoveel uit of het nou minder waard wordt. Dat is een druppel op een gloeiende plaat als je groot en snel handelt. Voor hun eigen handel hebben ze dus nietzoveel last van inflatie, maar ze houden de inflatie wel in de gaten, want het beïnvloedt de economie.
In het andere verhaal is geld een manier om waarde van de ene naar de andere kant van een transaktie te krijgen zonderdat je er precies de assets voor hoeft te hebben die je transaktiepartner wil hebben. Geld is het algemene ruilmiddel, de ultieme liquiditeit, het plaatshoudertje tot je er iets van èchte waarde voor in de plaats kan ruilen. Geld zelf is geen goeie asset.
Als je geld bezit, is het voor deze jongens beter om daarmee zo'n beetje elke andere asset te kopen. Geld zelf ligt alleenmaar risico te kosten, belasting te kosten, bankkosten op te lopen, en via inflatie minder waard te worden. Als je datzelfde bedrag in goud stopt, ben je al beter bezig, want dat is tenminste tastbaar, en infleert niet zomaar weg. Maar het liefst hebben ze effekten, dingen die waarde aan het verdienen zijn, zoals obligaties of aandelen. Of opties of futures of...
Ze vinden danook het idee bespottelijk dat je met inflatie de rijken tepakken zou hebben die op grote potten geld zitten. Iedereen die rijk is, kan een beleggingskantoor betalen dat zorgt dat ze genoeg los geld hebben om hun leven te leiden, terwijl de rest ligt te renderen als assets. Bij voorkeur in al dan niet buitenlandse stichtingen, BV's, of andere dingen die het makkelijk maken om de Belastingdienst een poot uit te draaien. De rijken willen je best dat opgepotte geld geven, graag zelfs. In ruil voor je assets.
Voordat je trouwens denkt dat jij daarmee vrijloopt, omdat je tòch geen assets bezit, alsnog is het een probleem voor je. Jij bent eigenlijk aandeelhouder in de overheid, en de overheid bezit een heleboel assets, die ze ten gunste van jou beheren. Van riolering tot treinbanen, en van de brandweerkazerne tot poldergemalen. Heel veel, bijvoorbeeld de post, het ziekenfonds en de NS, zijn al verpatst aan de verzamelaars van assets. De overheid is jouw holding, en die is op verlies aan het liquideren geslagen.
Netzogoed vinden ze het onzinnig om het te hebben over dat geld schaars zou moeten zijn. Schaarste van goederen zorgt voor een hogere prijs omdat je nou eenmaal meer moet bieden om het bij andere kopers uit hun vingers te rukken. Geld kan willekeurig schaars gemaakt worden door centrale banken, netzoals centrale banken het uit het niets kunnen toveren als lening. Schaarste van geld is altijd kunstmatig, want geld is zelf kunstmatig.
Het maakt voor jou niets uit hoeveel geld oom Dagobert in zijn geldpakhuis heeft zitten, als jij je Duckstad Nieuws wil kopen. Dat daar een enorme bak geld ligt, maakt de krant niet duurder. Terwijl je best kunt zeggen dat het geld minder schaars is daar in Duckstad. Volgens de mensen die het andere verhaal aanhangen, gaat het niet om de aanwezigheid van meer geld, maar om het feit dat er schaarste ontstaat aan alle dingen die met dat versgedrukte geld worden opgekocht.
Dat zorgt er dan niet alleen voor dat die nieuw opgekochte dingen duurder worden, maar dat àlles duurder wordt. Alles wat in de supply chain zit wordt natuurlijk duurder, maar ook de dingen daarnaast, want de mensen die het ongerelateerde spul produceren zijn ook meer geld kwijt aan die duurdere opgekochte dingen, en moeten dat in hun eigen prijzen weer goedmaken. En dat, samenmet wat mechanieken die erop lijken, leidt ertoe dat àlles als een olievlek duurder wordt.
Geld is een plaatsvervanger, een manier om waarde uit te kunnen ruilen. Eigenlijk neem je dus als je geld hebt genoegen met iets waar je nu niets mee kan, omdat je er later iets waardevols voor kunt ruilen. Zo lang je dat geld vasthoudt, heeft iedereen anders de producten, de commodities en de assets. Geld is als het ware een briefje dat je aan de economie hebt bijgedragen, en nu recht hebt om iets uit de economie te krijgen.
Dus sparen is volgens het andere verhaal een daad van geduld en van bescheidenheid. Je hebt wat bijgedragen, het geld is het bewijs dat je wat op te eisen hebt, maar jij laat de economie lekker even haar ding doen zonderdat jij nu moet hebben waar je recht op hebt. Sparen is dus meer in de economie gestopt hebben dan je eruitgehaald hebt. Er gaat minder geld rond, maar je hebt wel je goederen of je arbeid bijgedragen. En intussen eet jij de verliezen door inflatie op.
Lenen is het omgekeerde, je haalt meer uit de economie dan je erinstopt. Ja, je leent om uit te geven, dus er gaat meer geld rond in de economie, maar jij hebt de arbeid en de goederen van een ander te pakken voordat jij de arbeid of goederen hebt geleverd aan de economie waarmee je die uitname vergoedt. Er gaat dus minder rond in de economie, behalve geld. En geld zien de mensen van het andere verhaal als iets vluchtigs zonder eigen waarde.
Ze zien deflatie ook heel anders dan de mensen van het ene verhaal. Inplaatsvan een probleem dat de economie wurgt door consumenten-uitgaven te ontmoedigen, zien ze het als een probleem voor schuldenaren. Als je deflatie hebt met een grote smak geld in de bank, heb je geen behoefte om te bezuinigen. Maar voor mensen met een hoge schuld wordt deflatie een groot probleem, want die schuld wordt meer en meer waard.
Ik moest meteen terugdenken aan toen ik een hypotheek nam voor mijn eerste huis, en de hypotheekman me uitlegde dat met een langlopende hypotheek mijn schuldbedrag steeds minder waard zou worden door inflatie, terwijl mijn huis steeds meer waard zou worden door diezelfde inflatie. Het klonk toen erg raar, maar ik geloofde het maar omdat iedereen erin geloofde.
Schuld is nodig om zaken te kunnen doen, de kost gaat voor de baat uit. Het is goed als de economie schulden langzaamaan laat vervagen met inflatie. Deflatie maakt het dus veel onverstandiger om risiko te nemen en schulden aan te nemen. Op die manier is deflatie wèl vertragend voor de economie. Tegelijk wijzen de mensen van het andere verhaal er wèl op dat veel grote leners hun geld lenen in landen en valuta waar de inflatie laag is. Dus zo erg is het ook weer niet.
Aanhangers van het andere verhaal zijn het er ook niet mee eens dat deflatie voor de consumenten niets bijdraagt omdat de lonen tochwel zakken door deflatie. Ze laten dan zien dat de lonen pas een poos ná de deflatie verlaagd worden, niet zo lang als loonsverhóging volgt na ìnflatie, maar nogsteeds loopt het achter. En in die achterloop-tijd kan je in deflatietijd lekker uitgeven, netzoals je in de tussentijd bij inflatie op een houtje moet bijten.
Dat deflatie de consumentenuitgaven wegdrukt wordt door de mensen van het andere verhaal trouwens weggelachen. Als voorbeeld noemde mijn statistiekmannetje computers: toen die dingen van de jaren 80 tot 2015 supersnel beter en goedkoper werden, kochten mensen grif computers, ondanks de sterk deflatoire prijsontwikkeling. En nu de verbetering stagneert, en die deflatie weg is, blijven mensen op hun oude computer doorwerken tot Windows ze kunstmatig dwingt om een nieuwe te kopen.
Een interessant voorbeeld waar de mensen van het ene verhaal en het andere verhaal flink kunnen botsen, is de Grote Depressie. Volgens de mensen van het ene verhaal was de Grote Depressie een resultaat van deflatie. Mensen wouden niet meer uitgeven zodat fabrieken niets meer verkochten, waardoor ze massale ontslagen uit gingen voeren, en de inkomens van de mensen verdwenen, in een negatieve spiraal.
Volgens de mensen van het andere verhaal werd de deflatie veróórzaakt door de Grote Depressie, omdat alle assets in vrije val gingen. Alle assets waren opgekocht op krediet, en de banken bezaten meer schuld dan de mensen in konden lossen. En omdat de mensen geen assets meer konden kopen, kon niemand zijn assets meer kwijt om die schulden te betalen. Niemand kon liquideren, omdat niets meer verkoopwaarde had. De óórzaak van de Grote Depressie zien zij juist in de enorme schuldenlast bij consumenten door overmatig goedkoop krediet. De kost gaat voor de baat uit, maar uiteindelijk moet de lening voor die kost wel betaald worden. En als de baat dan maar niet komt...
Er werd op los geconsumeerd met geld dat er niet was. Dat gaat goed totdat je moet terugbetalen. Consumentenkrediet is een goeie manier om mensen nú te laten kopen en betalen, en zo een voorschot te krijgen op je omzet. Maar geld lenen kost geld. En dat betekent dat van hun inkomen uit arbeid er geld in de rente op die schuld gaat zitten, wat ze niet meer uitgeven aan goederen of diensten. Dat bloedt geld, en vooral waarde uit je economie.
Nog erger was dat door al die extra konsumptie de beurskoersen stegen, en mensen goedkoop krediet gingen gebruiken om te investeren. Ze hadden gemerkt hoe makkelijk je kon lenen, en de leenrentes waren lager dan wat je kon verwachten van je investeringen. Dus mensen leenden om geld in de beurs te pompen. Dat geld deed helemaal niets voor de economie, maar maakte wel de schuldenlast nòg topzwaarder, en bliezen een grote bubbel in de beurzen.
Allebei de groepen zijn het erover eens dat een keerpunt voor de Grote Depressie was, dat de Gouden Standaard werd losgelaten. Dus dat geld kon worden gedevalueerd. Volgens de mensen van het ene verhaal omdat daarmee de consumenten weer gingen uitgeven, volgens de mensen van het andere verhaal omdat de schulden daarmee verlicht werden zodat de banken de economie niet verder dood konden wurgen.
De mensen van het ene verhaal staan in mijn geschiedenisboek, en in mijn economieboek op school. De mensen van het andere verhaal kunnen laten zien dat de deflatie juist enorm wèrd toen de Grote Depressie al was begònnen. En ik kan allebei de verhalen volgen, ookal is het ene verhaal veel makkelijker te begrijpen dan het andere verhaal, en ookal is het andere verhaal veel langer en ingewikkelder dan het ene verhaal. Er zit in allebei wel wat.
Door het geld te kunnen verdunnen konden schulden draagbaarder gemaakt worden. En sindsdien hebben overheden ook telkens aan de geldkraan gedraaid om de inflatie aan de gang te houden zodat de economie niet stikte in schulden, maar er wel goed geleend kon worden om het risiko van ondernemen te kunnen verdragen. Groei komt namelijk vooral van geleend geld, want daarmee kunnen nieuwe bedrijven worden gefinancierd. En dat groeipotentieel zorgt dat daar meer aandacht voor is dan betrouwbaar draaiende bedrijven. In groeipotentiëel zit het snelle geld.
Banken worden daarom door de overheid behandeld als een heel speciaal soort bedrijven. Ze mogen dingen die andere bedrijven totaal niet mogen, en ze worden behandeld als de voogden van ons geldsysteem. Er is wel toezicht, maar dat toezicht wordt door iedereen, zelfs de toezichthouders, behandeld als een noodzakelijk kwaad. Banken zijn eerbiedwaardige instituten, die door marktwerking wel tot verstandige dingen zullen worden gedwongen.
Het is best raar, ookal zijn we het gewend, dat banken tegelijk de administratie van onze economie bijhouden, èn scheidsrechter spelen, èn deelnemers zijn aan het spel, èn spelen met ruimere spelregels dan de rest van de deelnemers. Het idee daarachter is, als je de mensen van het andere verhaal gelooft, dat we bestwel weten dat het systeem niet werkt als er niet wordt valsgespeeld, en dat we dus officiële valsspelers hebben aangewezen: de banken.
Daar zitten bestwel veel perverse prikkels aan. Je hebt je vingers aan de knoppen, en met een klein beetje doen wat jou goed uitkomt maak je zomaar geld uit het niets voor jezelf, zonderdat iemand er wat aan kan doen, en dat ziet er precies uit als waar je voor bedoeld bent te werken. En ookal zijn er wel toezichthouders op de banken, iedereen die ik erover spreek zucht dat die toezichthouders maar heel weinig kijk hebben op wat de banken doen, en vooral als er handig gesjoemeld wordt.
Dat die banken gewoon net zo vol sjoemelaars en sjacheraars zitten als de rest van het bedrijfsleven, misschien wel méér zelfs, hebben we intussen al te vaak gezien. Maar helaas betekent dat niet dat er ontnuchterd wordt. Banken worden nogsteeds niet bijgestuurd, zelfs niet na de hypotheekkrisis van 2007. Toen werd er niet alleen niet ingegrepen, maar die banken werden met enorme beurzen belastinggeld overeindgehouden zodat ze niet op hoefden te draaien voor hun eigen fouten.
Het verhaal dat werd gebruikt om te verantwoorden dat we met zijn allen onze portemonnees moesten omkeren voor het gerommel van de banken, is dat die banken om laten vallen te schadelijk zou zijn voor de economie, en het alleenmaar erger zou maken. Dus de burgers moesten maar dokken, en de overheid stopte er natuurlijk ook geleend geld bij, zodat de mensen minder te besteden hadden van geld dat minder waard werd door al dat geld tevoorschijn toveren. Of zoals ze dat noemen, quantitative easing.
Want het moest wel. De hele wereld deed het immers. Nou ja, behalve IJsland. Een landje met een hele grote bankensektor, waar de klap dus ook hard was aangekomen. IJsland liet alleen zijn banken omvallen, en nationaliseerde de kadavers. Ze lieten zelfs de kosten niet harder bij de klanten terechtkomen dan andere landen deden. En een klein landje dat vooral van de banken leeft, heeft daar natuurlijk een flinke kluif aan. De IJslandse beurs stortte nog harder in dan de rest van de wereld.
Maar ze krabbelden weer op. En sneller ook dan de rest van de wereld. En uiteindelijk zijn ze met minder krassen en builen uit de kredietkrisis gekomen. De onheilsverhalen over dat de economie tot stilstand komt als je de banken hun eigen verliezen laat opeten, en hun eigen verantwoording laat nemen, bleken onzin te zijn. Maar de overheden van de wereld zitten niet in de zak van de deskundigen, die deskundigen hebben geen lobby waarnaar wordt geluisterd. De banken wel.
Maar nu dan? We hebben nu geen gouden standaard meer, en de banken zijn eens een keertje níét schuldig aan een crisis, wat is er nu dan dat zorgt voor zoveel inflatie? Want ondanks bestwel veel nieuwsbronnen die het downplayen of uitleggen dat het overdreven is om te denken dat inflatie er hard inhakt, maakt iedereen zich er wel zorgen over, want het is niet te ontkennen dat iedereen het voelt. Kijk maar in je portemonnee.
Er zijn twee dingen die voor inflatie kunnen zorgen. Economische schaarste, en financiëel beleid van de overheid. De overheden hebben het er de hele tijd over dat ze inflatie proberen terug te dringen, dus laten we eerst eens gaan kijken naar wat voor economische schaarste zorgt voor inflatie. En daar hebben de mensen van het eerste verhaal meestal het antwoord op, dat het ligt aan de oorlog in Oekraïne.
Door de oorlog in Oekraïne zijn immers de graanprijzen en de olie- en gasprijzen omhoog geschoten. Oekraïne leverde immers een groot deel van het graan aan de wereldmarkt, en we kunnen door de sancties geen Russische olie en gas meer kopen. Dus daarom is alles nu duurder. De vertellers van het andere verhaal laten alleen zien dat de prijzen, na een flinke piek, al halverwege 2023 weer terug waren gezakt naar wat ze waren vóór de Russische invasie. De boeren werken door ondanks de oorlog. En je CV-ketel brandt nog steeds Russisch gas.
Maar we betalen ons nog steeds blauw aan aardgas en olie, omdat we dat vanwege de sancties niet meer van de Russen kopen, toch? Nou ja, de sancties zijn nooit zo hard geweest als het om olie en gas ging, en na een piek zijn de olie- en gasprijzen binnen iets meer dan een jaar weer teruggezakt naar vooroorlogse nivo's. De consumentenprijzen natuurlijk niet, en het verschil verdwijnt in de zakken van de markt en de leveranciers. Er wordt door de toezichthouders niet meer zo nauw gekeken naar prijsconcurrentie, dus er wordt geen prijsvechten gedaan door de olieboeren.
We voelen met die dingen wel degelijk dat ze duurder zijn geworden. Kijk maar naar de prijzen in de supermarkt of bij de pomp. Maar dat ligt niet aan schaarste op de wereldmarkt, dat komt door een enorme marge die in de distributieketen gebeurt. Voor jou geldt die inflatie, niet voor de inkoper bij Unilever of bij de oliemaatschappij. Die inflatie komt niet uit schaarste op de markt.
Eigenlijk is er maar één belangrijke bijdrage aan schaarste die vanuit de markt komt, en dat is vastgoed. Huizen worden steeds idioter geprijsd, en ik ben heel blij hoe lang ik vastgehouden heb aan de huisjes die ik kocht voordat ik met mijn blogje begon. Ze zijn allebei in prijs meer dan verdubbeld, en dat is wèl door schaarste. Huizen zijn zoveel waard als mensen ervoor kunnen betalen, en dat is vooral afhankelijk van hoe hoog de hypotheken zijn die mensen kunnen krijgen. Je móét immers wonen.
Ik kan nu een heel verhaal opschrijven over de huizenprijzen en het woningbouwbeleid, over hoe al tientallen jaren de overheid vooral de huizenprijzen opdrijft en het huizentekort alleenmaar groter maakt, ondanks dat ze alle middelen hebben om het omgekeerde te doen, maar dit stukje is al lang genoeg. En ik ga al vaak genoeg van het onderwerp zijpaadjes in. We hebben het over inflatie, en de huizenprijzen zijn wel een marktkracht die inflatie veroorzaakt, maar hier niet de hoofdzaak.
En de lonen dan? Wat in de economieles altijd zorgde voor inflatie, was te hoge lonen. Mensen kregen teveel geld voor hun werk, en daarom sloeg de inflatie toe, totdat weer de natuurlijke orde was hersteld en alles weer netaan betaalbaar was. Als mensen meer geld hebben, wordt het geld minder waard immers. Je ziet alleen dat het telkens in de omgekeerde volgorde gaat, de lonen gaan pas omhoog als de prijzen zijn gestegen. Als inflatie-korrektie.
De oorzaak voor de inflatiegolf van nu ligt niet in schaarste vanuit de markt, die ligt in overheidsbeleid. Ja, de overheid draait aan de knoppen van de rente bij de centrale bank om te proberen de inflatie op twee procent te krijgen, maar dat werkt nietzogoed als ze tegelijk allemaal andere dingen aan het doen zijn die de inflatie sterk verhogen. En ook daar zijn de mensen van het ene verhaal en het andere verhaal het niet met elkaar eens.
Waar je het eerst aan denkt is dan natuurlijk belasting. Accijnzen op benzine schieten omhoog, al doet de overheid graag alsof die accijnzen niet hoger worden, want ze zijn immers een percentage van de prijs van een liter. Dus als een liter duurder wordt, gaat de accijns wel omhoog, maar het percentage niet, dus dat telt niet. Dokken, burgertje. Dat is inderdaad een manier waarop je inflatie voelt.
Maar de inflatie komt niet van de belasting. Belastingen kunnen smorend werken op de economie als ze te heftig worden, vooral als ze de uitgaven treffen, zoals de BTW, of als ze mensen treffen die toch al hun hele inkomen moeten opeten. Daar zijn er veel van, en daar zijn de afgelopen tientallen jaren de belastingen ook voor gestegen. Onder andere door inflatie, want de hoogtes van de schijven houden geen pas met de echte inflatie. Smoren doen we wel.
Tegelijk zeggen vooral de mensen van het andere verhaal dat belasting een belangrijke stimulans is voor de economie. Niet door het geld dat ze bij de mensen weghalen, maar omdat de overheid àl dat belastinggeld erdoor jaagt. Dat komt zo weer in de economie terecht, en het wordt niet opgepot. Het is een soort verplichte uitgave, en ookal doet dat pijn, het zorgt er wel voor dat de boel blijft draaien. En veel van wat de overheid uitgeeft komt ook goed terecht.
Belastingen zijn vooral heel nuttig als ze worden betaald met waarde die anders niet zou circuleren. Bedrijven of particulieren die op een enorme portefeuille zitten zouden anders niets bijdragen aan de economie. En belastingen worden voor het grootste deel uitgegeven aan collectieve inkopen voor alle Nederlanders, wat ervoor zorgt dat je best veel krijgt voor je belastingcenten. Je bent goedkoper uit dan wanneer je zelf voor die diensten moest zorgen.
Helaas is er sinds ik een kleine meid was al een beweging naar "public private partnership," waarbij de overheid zo weinig mogelijk in eigen beheer wil doen, en zoveel mogelijk de private sektor het werk op laat knappen. Zogenaamd is dat door de louterende werking van marktkrachten efficiënter, maar we zien al heel erg lang dat het dat eigenlijk nooit ìs. Er gaat wel altijd heel efficiënt een flinke punt van de taart naar de rijkelui die aan de kop van zo'n private helft van die partnership staan.
Belasting is volgens de mensen van het ene verhaal vooral smorend, en volgens de mensen van het andere verhaal een bitterzoet iets wat voors en tegens heeft. De mensen van het andere verhaal hebben wèl veel kritiek op waar die belastinglast dan valt, want overheden belasten vooral de produktiefste mensen, de werkende middenklasse. Daar is veel van, en die hebben wel genoeg geld om te belasten, maar niet genoeg geld om geldmannetjes de belasting een poot uit te laten draaien.
In het andere verhaal is er geen goed woord voor de BTW. Die trekt nauwelijks geld weg bij de mensen met teveel geld, en is een idioot hoge last op mensen die nauwelijks rondkomen. En die gaan daarom minder economisch meedoen. De middenklasse kapot belasten is ook schadelijk voor de economie, want die hebben juist de meest omvangrijke en meest gevarieerde consumer basket, en door ze zo zwaar te belasten wordt die steeds kariger.
Opvallend genoeg voor mensen die allemaal werken voor superrijken, grote fondsen of banken, vinden ze redelijk unaniem dat de beste manier van belasten zou zijn om de onder- en middenlaag te ontlasten, en een enorme smak belasting te gaan trekken uit de rijkste lagen. Die kunnen het makken, en ze gaan geen spat minder bijdragen aan de economie als je daar geld weghaalt. Die geldjongens boeit dat niets, die verdienen dan ook nog steeds hun centen, die zijn dan bezig om meer rendement te halen dan de belasting kost.
De mensen van het andere verhaal zien belasting als de beste manier om de overheidsbegroting te sluiten. Ze zijn het met de mensen van het ene verhaal eens dat de overheid geld laten lenen verstandiger is dan schulden bij de consument te leggen, maar schulden zijn in het andere verhaal nogal een tweesnijdend zwaard. Het jaagt de economie nu aan, maar dat komt ten koste van de economie van je nakomelingen.
Nou is er een sterk argument te maken dat onze overheid al heel wat jaren zijn ogen dichthoudt voor de belangen van de nakomelingen, omdat ze vooral de droom van eeuwige welvaart voor de babyboomers willen laten uitkomen, omdat die immers het grootste kiezersblok zijn. Er wordt weggewuifd dat de consumptieve leningen die onze overheid doet, èìgenlijk investeringen in de toekomst zijn. Dus dat betaalt zich wel uit.
Het is waar dat sommige overheidsuitgaven investeringen in de toekomst zijn, zoals onderwijs. Elke analyse laat zien dat overheidsinvestering in onderwijs zich hoog terugbetaalt. Ik verzoop een beetje in de studies, maar mijn statistiekmannetje kon me voorrekenen dat de investeringen in onderwijs vanuit de overheid equivalent zijn aan het inleggen in een fonds dat 9% jaarlijks haalt bij een MBO'er, oplopend naar 13% voor een WO-student. Puur kijkend naar overheidsinkomsten hè, het belastinggeld dat je extra kan verwachten als je je burger opleidt, dus niet eens als investering in de hele maatschappij, want dan ligt het nòg veel hoger.
Ookal is de economische investering al een hele verstandige reden om in je onderwijs te investeren, het moet echt niet worden gezien als de belangrijkste reden. Want náást de economische voordelen, krijg je er ook gewoon mensen van die meer van de wereld snappen, die de wereld beter aankunnen, die meer van hun leven kunnen maken, het is gewoon goed voor je mensen en voor de maatschappij om ze onderwijs aan te bieden. Of door de strot te drukken.
Opgeleide mensen zijn minder crimineel, ze kunnen beter omgaan met problemen en met ongelukken, ze zijn saamhoriger, ze kunnen zich beter inleven in de levens van anderen omdat ze er wat over geleerd hebben, ze zijn als je alles naast elkaar legt produktiever, fijner om mee om te gaan, gezonder, en gelukkiger. En dan betekent dus niet dat hoe hoger opgeleid hoe fijner mens je bent, dat betekent alleen dat iemand die goed ontwikkeld is, fijner en effektiever is dan als diezelfde persoon minder opgeleid is.
Dat gaat trouwens volgens de mensen van het andere verhaal niet lineair, je kan niet zomaar je onderwijsinvestering verdubbelen en dan aannemen dat ook het resultaat zal verdubbelen. De grote beperking is hoeveel onderwijs je burgers wìllen, want onderwezen worden is hard werk. Je kan je kinderen niet slim funden door er maar meer geld tegenaan te gooien. Je kan alleen de kansen grijpen bij elke burger die wil leren.
Aan de andere kant is elke Euro die je tekòrtkomt wèl een flinke afbraak aan je investering, en gooit dat je return on investment veel harder naar beneden dan het percentage geld dat je bespaart. Je laat kansen lopen, je bestraft vooral ambitie, zoals met de langstudeerboete voor studenten die te hoog gegrepen hebben. Harder drukken op de leerlingen en studenten om daarop te beknibbelen zorgt dat ze sneller ergens tegenaanlopen waarop ze afknappen, en alle voorbereiding tot dat punt is dan weggegooid. Een klein beetje beknibbelen is heel veel weggegooide kansen.
Heel zonde. Vooral als je beseft dat je gemiste kansen niet terug kan kopen. Kansen komen en gáán, en komen niet terug. Nieuwe kansen komen vooral naar mensen toe die kansen grijpen en hebben gegrepen. En voor de overheid is daar geen uitzondering voor. Als de overheid zijn onderwijs laat versloffen, moet nadat de spijt komt het onderwijs opnieuw opgetuigd worden, maar nu in een land met een stuk minder mensen die dat waar kunnen maken. En kost het een groter stuk van je nationale inkomen.
Bovendien lenen we massa's geld om de overheidsuitgaven te dekken, en de mensen die dat later moeten terugbetalen zijn de studenten van nu. Je kan best bepleiten dat we geen geld geven aan studenten door onderwijs te leveren vanuit de overheid, maar dat we het op afbetaling leveren aan die studenten, terwijl we er nog winst op maken dat ze beter opgeleid zijn ook. Dus het kost de student geld, niet ons, en het levert iedereen geld op. Die studenten betalen later gewoon voor wat 'wij' ze nu 'geven'. Die studenten gaan jouw lening afbetalen.
Onderwijs is een extreem goede investering. Maar daar wordt juist op beknibbeld. En lang niet alles wat de overheid doet, is investeren. Heel veel is juist gewoon consumptief. Veel daarvan is goede consumptie, consumptief is niet meteen verkeerd ofzo, maar het geld komt niet terug. Daar moet je bij leningen altijd extra op letten. Als een lening zichzelf niet betaalt, hoe nuttig de uitgave ook is, moet iets anders voor die lening opdraaien. En daar gaat het nogweleens mis.
We rammen ook gewoon geld door de plee, bijvoorbeeld als de overheid zich door de ING laat overhalen om lief te zijn voor bedrijven die datacenters en AI-schuren neer willen zetten in Nederland. Iedereen die iets van die industrie snapt, kan je vertellen dat de Nederlander daar helemaal niets van profiteert, maar de overheid wil dolgraag belangrijk zijn in het opblazen van die bubbel.
Er wordt ook heel veel herrie gemaakt over dat we meer geld aan Defensie uit moeten geven. Nou is het leger belangrijk, vooral met hoeveel gekkigheid er in de wereld is, maar het extra geld dat naar Defensie zou moeten, zou niet echt erom gaan om Defensie sterker te maken, maar vooral om de Amerikanen te paaien door hun wapentuig en de bijbehorende "diensten" te kopen. En onszelf daarmee nòg afhankelijker te maken. En de Amerikaanse economie te spekken.
We besteden ook veel geld aan het offshoren van Nederlandse industrie, waarmee we onszelf dan groener kunnen rekenen dan we zijn. Terwijl de wereldeconomie tòch die produktie af gaat blijven nemen. Maar nu van een Chinees bedrijf, dat met Chinese uitstootnormen werkt. Dus we betalen om het globale probleem erger te maken dan het nu is, terwijl we onszelf op de borst kloppen dat we het beter hebben gemaakt.
Ook zorg is consumptief, en ook de sociale zekerheid, maar dat maakt dat niet tot slechte uitgaves. Je hoeft niet overal geld aan te verdienen. Je verdiensten zijn er om uit te geven aan iets wat meer waard is dan het geld wat het kost, immers. En een goed en toegankelijk zorgsysteem, en een waardig bestaan voor mensen die het anders niet bolwerken, is heel waardevol in een echt beschaafde beschaving.
En ja, ze zijn op andere manieren ook goede investeringen. Misdaad is onnodig zolang je je kin boven water kan houden met een uitkering, maar als je die te veel verlaagt of te onbereikbaar maakt, drijf je eerlijke mensen de misdaad in. Dat kost veel meer geld dan die uitkering had gekost. En als je zorg duur of onbereikbaar maakt, gaan mensen niet of te laat naar de dokter, en raken invalide of gewoon dood terwijl ze nog vele jaren een nuttig lid van je economie hadden kunnen zijn. Maar als je zo ver moet kijken, is er wat mis met je menselijkheid vind ik.
De mensen van het andere verhaal leunen dus naar belasten van assets om de overheidsuitgaven te dekken, terwijl de mensen van het ene verhaal positiever zijn over lenen. Allebei de groepen vinden het belasten van werkenden de minst goeie manier om geld voor de overheidsuitgaven binnen te halen, maar daar zet de overheid al sinds mensenheugenis het hardste op in. George Carlin zei het heel mooi:
The rich get all the benefits and do none of the work, the middle class pays all of the taxes and does all of the work, and the poor are there to scare the shit out of the middle class to keep them working and paying all those taxes.De economie draait op de succesvolle werkers, de salary men, de mensen die wat máken, de mensen die wat dóén, en daar pompt ook het meeste geld rond omdat die mensen een groot deel van hun inkomsten moeten uitgeven en ze met de meeste zijn. En die hebben geen geld voor een handige konstruktie van een geldtovenaar. Dus daar is het het makkelijkste om geld af te tappen. En uiteindelijk is "makkelijk" een heel belangrijk aspekt van wie wordt belast. Ookal is het de schadelijkste plek om geld af te tappen.
- George Carlin
Maar ja, dan hebben we dus nog de leningen. Geld lenen is een heel belangrijk aspekt aan de economie, en zelfs met al de uitleg die ik erover heb gekregen, vind ik het nog steeds een heel raar systeem. Ik kijk vanuit het oogpunt van een kleine consument, en ik heb heel erg meegekregen hoe de boeren naar schulden kijken: soms moet je schulden maken omdat anders je boerderij kapotgaat, maar het is een enorm blok aan je been waar je maar moeilijk vanafkomt.
Veel grote bedrijven kijken heel anders naar leningen. Die lenen liefst zo hard mogelijk, en maken daarmee dan weer hun bedrijf meer waard, waardoor ze weer meer kunnen lenen. Levarage on leverage. Ik heb me al héél vaak uit laten leggen dat je bedrijf groeien je meer oplevert aan nieuwe leningen dan aan winst, en groeien door winst maar een heel klein deel van de groei van je bedrijf is. Lenen is waar geld vandaankomt voor groeibedrijven. Het voelt nog steeds niet alsof ik het snap, want ik kan niet zien hoe dat gezond groeien is.
Die houding is alleen wel waar de overheid, en eigenlijk alle overheden, helemaal verliefd op zijn. En in zijn doorgeslagen. Want bedrijven kunnen groeien zolang ze maar markt vinden. Voor overheden is dat niet zo. En het idee dat geld nu lenen verstandig is omdat het terugbetalen veel minder pijn doet als je tegen die tijd flink gegroeid bent, is al een flinke gok voor een bedrijf. Het is totale onzin als het om een land gaat.
Behalve als je alleen naar de Babyboomers kijkt. Het grootste kiezersblok.
Lenen is volgens het andere verhaal geld uit de toekomst pakken, en daarvan een deel overhouden om nu uit te geven, terwijl de rest naar de uitlener gaat. Dat is voor een overheid alleen zinnig als je denkt dat je in de toekomst veel meer in de slappe was zal zitten dan nu, bijvoorbeeld omdat er veel meer mensen zijn om de kosten over uit te spreiden. Om overheidsleningen zinnig te maken, moet er economische groei zijn, en flink ook. Exponentiëel.
De mensen van het ene verhaal benadrukken dat het heel verstandig is om flink te lenen als overheid. Overheden kunnen goedkoper lenen dan bedrijven, en dat geleende geld stimuleert de economie. Als de leningen moeten worden terugbetaald, kan je het truukje herhalen door gewoon nieuw geld te lenen om de oude leningen mee af te lossen. En omdat je economie gegroeid is, zijn de kosten geen probleem.
Zo praatte mijn hypotheekverstrekker me ook een hypotheek aan die achteraf meer heeft gekost dan ik had gewild. Hij legde me uit dat het geld minder waard werd, dus dat mijn kosten aan het eind van de rit een schijntje zouden zijn, en dat mijn huis alleenmaar meer waard zou zijn geworden, dus dat ik alleen al van die extra waardegroei mijn rente terug zou hebben. Zoals hij het uitlegde klonk het als gratis geld.
En als je het je afvraagt, daar komt inderdaad ook vandaan dat alle politieke partijen zo hard economische groei willen. Als die groei niet gebeurt, werkt dat pyramidespel van eindeloos lenen niet meer. En onze overheid draait op leningen, zonder leningen zou alles omgegooid moeten worden. En niet alleen de nieuwe leningen die elke derde dinsdag in September luchtig worden aangekondigd, ook de oude leningen die zich hebben opgestapeld en moeten worden ge-herfinancierd.
Middenklassers zijn in de twintigste eeuw steeds rijker geworden, en daar kwam veel economische groei vandaan. Maar dat is een beetje gestagneerd vanaf de jaren tachtig, en na de jaren negentig zijn veel middenklassers zelfs een beetje armer aan het worden elk jaar, vooral als je inflatie meeneemt. De economische groei komt niet meer uit dat mensen rijker worden, alleen de superrijken worden nog rijker. En die betalen niet mee. Dus er moeten gewoon méér mensen komen om de last te dragen.
Rijke mensen kunnen zoveel kinderen krijgen als ze willen. Hun geld werkt wel voor ze, en ze hobbyen vooral. Kinderen zijn een leuke hobby. Je kan ze makkelijk betalen, want een rijkeluiskind kost op zich niet meer dan een middenklasse-kind. Ze vreten dezelfde Olvarit. Ook de mensen helemaal ònderaan de stapel kunnen makkelijk veel kinderen krijgen. Niets verdelen over twee is hetzelfde als niets verdelen over vijf, en de overheid schiet ook nog wel bij met toeslagen.
Mensen uit de middenklasse, veruit de grootste groep in Nederland, zien dat anders. Je moet je bedje gespreid hebben voordat je kinderen kan nemen, anders kom je er nooit meer, en kan je die kinderen niet de relatief dure start geven die de middenklasse nodigheeft. Dus eerst je carrière in orde, dan kan je een kind nemen. Of twee. Drie is al heel veel, en meer dan dat is echt onzinnig vanuit het oogpunt van een middenklasser. Waar dóé je dat van?
Kijk maar hoe we tegen middenklasse-vrouwen praten. Maak carrière, kinderen komen nog wel, jong kinderen nemen is onverantwoordelijk. De boodschap aan jonge vrouwen is dat je leven in duigen valt als je ongepland een kind krijgt, en dat ongeplande eraan is alleen dat je je "stabiliteit" nog niet opgebouwd hebt. Dat is ook de boodschap van de overheid, want die heeft jouw inkomen nodig om te belasten. Maarja, daar krijg je wel een babycrisis van.
Dat de bevolking moet blijven groeien is wel een probleem als de mensen minder kindertjes krijgen omdat ze die kinderen niet armer op de wereld willen zetten dan ze zelf zijn. Je ziet gewoon dat er minder kinderen komen dan nodig is voor groei, of zelfsmaar dezelfde hoeveelheid mensen houden. En dat is waarom immigratie zo blij door de overheid wordt verwelkomd. Dan groeit de bevolking, en dus op papier de economie, en kunnen we blijven lenen. Ookal draagt veel van die immigratie in de praktijk niet bij aan economische groei.
Als politici het hebben over dat de immigratie nodig is voor handen aan het bed, hebben ze het er niet over dat die immigranten in het ziekenhuis gaan werken. Dan hebben ze het erover dat die zorg onbetaalbaar wordt met een kwakkelende babyboom en hoge verwachtingen van de zorg, als we niet keihard bij kunnen lenen. En voor dat lénen dus zijn die immigranten nodig. Als het echt ging om het aantal beschikbare dokters, hielden we wel op met de numerus fixus bij doktersopleidingen.
Volgens de mensen van het ene verhaal is leningen waarmaken met nieuwe leningen, en alles eindeloos blijven herfinancieren, een goed en haalbaar systeem zolang er maar geen exogene schok gebeurt, dat wil zeggen zolang er maar niet iets van buiten komt dat het systeem verstoort. Daarom is er ook altijd paniek als er een beurscrash is, een olieboycot, een oorlog of een ander economisch probleem.
De mensen van het andere verhaal zijn cynischer. Die praten erover als een pyramidespel dat alleenmaar door blijft gaan zolang de mensen erin blijven geloven. Exponentiële groei is op termijn onhaalbaar. Die zien herfinancieren alleen als haalbaar tot de generatie komt die dat herfinancieren niet meer kàn, door de enorme oude schuld en omdat ze het niet meer aan de uitleners kunnen verkopen dat ze de rente zullen kunnen blijven betalen. En die krijgen dan de hele klap in hun gezicht die al generaties lang vooruit wordt geschoven. Die zullen dan moeten herfinancieren tegen explosieve rentes, met draagkracht die ze niet hebben. En eigenlijk gewoon failliet moeten gaan.
Op het moment dat dat gebeurt, worden die idiote schulden opeens waardeloos. Een schuld op een kale kip waarvan je niet kan plukken, is immers oninbaar. Dan is hyperinflatie eigenlijk het enige wat kan gebeuren, en krijgen we weer een bankencrisis, maar nu eentje waarbij de bevolking de banken niet kàn redden. De economische klap wordt dan enorm, en iedereen is alles kwijt. In één klap heeft niemand meer wat, en ligt alles in brokken.
Dat hebben we wel vaker gezien, bij gefaalde staten en bij kleine landjes die enorm in de problemen kwamen. Dan kwamen de rijke grote economieën wel te hulp om zo'n land weer op poten te zetten en tot een lukratief afzetland te maken. Maar als het gebeurt met de ineengevlochten economieën van het rijke Westen? Die zijn vaker samen onder klappen gebukt gegaan, en zo'n grote kredietklap als deze brengt het hele Westerse systeem op zijn knieën. Tegelijk. En Japan, Korea en de BRIC-landen gaan genadeloos mee.
Laten we dus maar hopen dat het andere verhaal hier geen gelijk mee heeft, want we hebben wel honderd procent ingezet op eindeloos herfinancieren. Veel meer dan hopen kan je sowieso niet doen, want de mensen van het andere verhaal lachen ook weg dat je je tegen zo'n crash kunt verzekeren, of met fysiek goud kan beschermen, of dat je aandelen of commodities nog zullen worden gehonoreerd. Investeren in blikken vlees, waterontsmettingstabletten en lampolie in je kruipruimte wordt gezien als de beste bescherming om door zo'n crash heen te komen. Ik ben blij dat ik tenminste mijn kut nog zal hebben.
Maar we zijn niet helemaal machteloos tegen de exponentiële groei van de leningen. Inflatie zwakt de waarde van schulden af, nietwaar? Dus met inflatie kunnen we zorgen dat het allemaal langer goed blijft gaan. Om voor eeuwig goed te gaan moet de inflatie consequent boven de rente van de leningen blijven, ookal vinden de banken dat niet goed, maar elk beetje inflatie helpt om de herfinanciering pas later mis te laten gaan. Ook een reden waarom overheden inflatie gezond vinden.
Bovendien houdt inflatie je burgers aan het werk. Geld dat zijn waarde houdt maakt het mogelijk om met pensioen te gaan, of te gaan rentenieren op andere manieren. Dat haalt arbeid uit de arbeidsmarkt, en minder arbeid betekent minder economische aktiviteit, en het betekent dat de arbeiders die er nog wèl zijn, een betere onderhandelingspositie hebben tegenover de werkgevers. En daar heeft de overheid een broertje dood aan.
Je ziet het ook met hoe er over de nieuwe regels met box 3 worden gepraat. Er moet vooral geen manier zijn voor de burger om zijn waarden vast te houden zonder een bank te spekken, er moet vooral geen manier zijn voor de burger om zelf mee te profiteren van de kapitaalmarkt waar de superrijken en grote bedrijven van profiteren. Dus Jan de bakker die aandeeltjes heeft wordt voor het vasthouden van zijn aandeeltjes in box 3 belast, maar Unilever niet. Jan moet werken immers.
De politiek, want dat willen de banken en de miljardairs en de grote bedrijven, wil dat de burger zijn geld vastzet in vastgoed, en zo de vastgoedbubbel opgeblazen houdt. Dan zit zijn waarde daarin vast, en hij heeft om dat te financieren een dikke schuld bij de bank. Niemand is loonslaaf tot hij schuldslaaf is, immers. En zo zit de plebeejer niet met zijn snuit in de trog waar de miljardair uit vreet, en wordt hij uit de weg belast naar een spaarrekening.
Werkers blijven aan het werk zolang ze rekeningen te betalen hebben, en er is geen betere stok achter de deur dan een goeie dikke schuld. Daarom is er ook hypotheekrente-aftrek, zodat mensen zich dieper in de schuld steken en daarvoor beloond worden door minder bij te hoeven dragen aan belastingen. Economisch heel raar, maar niet als je de economie vooral ziet als iets wat de banken rijk moet maken.
En vanuit dat perspektief heeft inflatie nòg een nut: het is een stiekeme loonsverlaging. Als je loon hetzelfde blijft, maar je hebt drie procent inflatie, dan daalt je koopkracht met drie procent. Als je dan, na een jaar ofzo, een inflatiekorrektie op je loon krijgt, heb je in dat jaar verlies gehad, en word je nu weer netjes betaald. Maar ze verkopen het aan je als een loonsverhoging.
De overheden, ook in sociaaldemokratische landen in Europa, zijn al meer dan vijftig jaar in de eerste plaats bezig om de effektenmarkt te beschermen, en de belangen van de grote werkgevers. Als een politicus praat over "de economie" waar het goed of slecht mee gaat, bedoelt hij de beurs en de grote werkgevers. De burger is alleen economisch belangrijk voorzover hij een consument is die klant is bij zo'n grote gigant, en geld oplevert door uitgaves te doen. En geeft hij niet uit, spaart hij dus gewoon? Dan is dat een probleem. Lees de kranten maareens met dat in je achterhoofd.
Er moet wanhoop zijn bij de werknemer. Die moet allang blij zijn dat hij een baan heeft, zelfs als hij op zijn vingers kan natellen dat hij geen goeie deal krijgt. Voor jou tien anderen! En als je werknemers beginnen te zien dat dat eigenlijk niet zo is, heb je tegenwoordig AI om als boeman te gebruiken, en te doen alsof dat je baan kan overnemen. Ookal maakt AI dat in de praktijk niet waar.
Nadat we de hele industrie van het Westen hebben uitgehold om het naar China te outsourcen, en daarmee de producerende laag van de bevolking buitenspel hebben gezet als sociaal-economische belangengroep, is het nog lastig om op dezelfde manier de ingenieurs en programmeurs en organisators buitenspel te zetten. Daar wordt heel sterk op ingezet met AI, en daarom wordt daar zoveel in geïnvesteerd door de overheid en bedrijven. Deskundigheid outsourcen naar AI zorgt wel dat die mensen met vaardigheden óók braaf zich laten piepelen.
De mensen van het andere verhaal wijzen ook op steeds meer consolidatie aan de kant van de werkgevers, met steeds grotere bedrijven die door steeds zwakkere regulering steeds meer van de markt oligopoliseren, terwijl de consolidatie van arbeid, waar in de twintigste eeuw zoveel welvaart door ontstond bij de burger, opgelost is tot een schaduw van wat het ooit was. De burger staat steeds zwakker, de grote bedrijven en de superrijken staan steeds sterker, en vooral dus omdat de overheid economisch succes afmeet aan hoe die grote bedrijven en superrijken het doen.
Hoeveel armer we zijn geworden door al die inflatie is sluipend gegaan, en dat komt onder andere doordat sommige dingen waarvan we vroeger altijd ernaar keken als enorme luxe waaraan je kon zien hoe rijk iemand was, zoals TV's, goedkoper zijn geworden. En ookal zijn de vaste lasten dan veel zwaarder geworden, daar meten we onze rijkdom niet aan af. Wel aan of we die grote TV kunnen ophangen. Ook al is die troep die je bespioneert.
Gezonde winkels in de straten zijn veel minder geworden. Mensen bestellen online, en daar geven we het internet graag de schuld van, zonder te beseffen dat Wehkamp er ook al was toen ik een klein meisje was. Maar Wehkamp was duur voor wat je kreeg, je kon beter naar de winkel gaan. Dat is niet zo met Alibaba, waar alles zo goedkoop kan door Chinese slavenarbeid. De winkels kunnen niet op tegen de koopjesjacht van de mensen die liever iets kuts bestellen van Alibaba dan in een winkel komen waar ze zich niets kunnen veroorloven.
Die Temu-ization van retail heeft ervoor gezorgd dat je goedkope troep goedkoop thuis kan laten bezorgen. Dat je via subsidies betaalt voor de voordelen die Chinese industrie krijgt ten opzichte van de industrie uit andere, of zelfs je eigen land, en dat je je eigen economie droogbloedt, dat voel je niet als je op buy now klikt. En dat het troep is, ach, voor die prijs? Dit kan je tenminste betalen, en het is dus troep of niets. En niemand anders heeft iets anders dan troep in huis.
Het is een proces wat wel enshittification wordt genoemd. Het is een race to the bottom om dingen te verkopen met een kwaliteit waar de consument nog net niet boos over wordt, en nog net niet terugstuurt. Dat wordt veel gezien als hebzucht van de fabrikanten, die je troep in je maag willen splitsen zodat je snel nog een keer bij ze geld komt uitgeven, maar eigenlijk hebben die fabrikanten hier niet het initiatief in.
Zoals ik van fabrikanten en ingenieurs uit de industrie vaak heb gehoord, zouden zij ook liever iets verkopen waar ze trots op kunnen zijn. Ze zouden liefst iets verkopen waardoor ze onderscheidend zijn in hoe goed ze je bediend hebben. Vooral die ingenieurs willen liefst dingen bouwen die jij nog aan je kleinkinderen doorgeeft. Maar zo is de economie niet meer.
Als je goede spullen bouwt, verkoopt dat niet. De mensen kopen de Alibaba-versie voor een schijntje, of als ze iets meer werk ervan maken de voordeelketen-versie uit een warenhuis, maar ze willen niet betalen voor kwaliteit. Als je dat maakt, staat het weg te roesten in je pakhuis. Mensen wìllen goedkope troep, want dat is in hun prijssegment. Iets goeds kopen is een confronterende aderlating.
Ik merk het zelf ook. Als ik kunst wil maken, heb ik gereedschap nodig. Als ik iets wil van de kwaliteit waarmee ik op de kunstacademie werkte, schrik ik van de prijs, en hol ik naar de Hornbach voor een troffel of naar de Action voor een kwast. Dat is goed genoeg, en ik ben wel gewend aan kutgereedschap tegenwoordig. Het voelt zuur om vijf keer zoveel uit te geven aan mirettes terwijl die bij de Action er bijna hetzelfde uitzien. Al doe je er wel honderd keer zo lang mee.
En ondanks die hoge prijzen hangen die fabrikanten van goede spullen aan hun vingertoppen boven de afgrond. Niemand koopt meer goed, mensen geven het uit aan troep. En die troep doet zijn werk slecht, en gaat snel stuk. Dus ookal hebben die mensen een klein beetje uitgegeven aan die troep, ook dat kleine beetje verdampt snel. En dan hebben die mensen nòg minder om aan goede spullen uit te geven.
Die Temu-ization zorgt dat je tijdens het kopen je rijk voelt, terwijl je eigenlijk armeluistroep koopt waar je weinig aan hebt. Dat vermomt de inflatie. Dat zorgt ervoor dat de prijzen genoeg gedaald zijn dat je niet zo merkt dat je echt veel armer bent geworden met hetzelfde geld. En dat is een belangrijke reden dat er helemaal geen politieke wil is om Europese maakindustrie te beschermen tegen oneerlijke concurrentie uit China.
Maar okee, deze hele deprimerende toestand is dus wat er achter inflatie zit, maar dat verklaart nog niet waarom die inflatie de laatste jaren zo hàrd gaat. Met minder hadden we ook wel gekund. Als het niet de oorlog is, niet door hebberige werkers die te hoge lonen krijgen, niet door omvallende banken, niet door een geknapte bubbel, waardoor komt het dan?
Nou, door het ding waar je geen kritiek op mag hebben, waarvoor een hele verandering is gekomen in hoe we met zijn allen tegen censuur aankijken om "misinformatie" tegen te gaan, het ding wat almaar raarder wordt hoe langer je ernaar kijkt of hoe meer onderzoek je ernaar doet: Cονⅰⅾ, het onderwerp waarbij je zelfs met de spelling van het woord moet kloten om de censuurbots van je lijf te houden.
Toen Cονⅰⅾ kwam, was er grote paniek. Of die paniek nou echt de moeite waard was, en of die paniek niet een eigen leven ging leiden toen duidelijk werd dat je er de mondige Westerse burger er in een mak bang schaap mee kon veranderen, dat laat ik even links liggen, want dat is weer een heel onderwerp op zichzelf. Maar iedereen weet wel wat ik bedoel. Dat er paniekvoetbal was, dat zien we intussen allemaal wel.
Door die paniek werd er vanalles aan schadelijke maatregelen ingesteld, en vooral de economie moest het ontgelden. Er werd vanalles lamgelegd, en dat maakte veel kapot. Het kost gewoon geld om je hele samenleving als kippen zonder kop hun werk neer te laten smijten om zich te verstoppen voor een virus. En dat wist de overheid heel goed. Dus er werd gekeken naar een manier om daarmee om te gaan. Meer precies, naar een manier dat de politiek geen verantwoordelijkheid zou hoeven dragen voor de schade.
Als "oplossing" werd aangedragen om bedrijven vol te pompen met overheidsgeld, om te financieren dat ze hun werknemers aan zouden houden terwijl die niet konden werken. Dat was dan een lening die na Cονⅰⅾ weer terugbetaald zou worden. Dat was een ding niet alleen in Nederland, maar in de hele ontwikkelde wereld, want daar werd op topnivo veel over gepraat, en dat werd met alle andere landen afgestemd zodat er geen ruzie zou komen over staatssteun aan de eigen economie. Als iedereen het doet, is het niet erg.
Niet erg voor de politici dan. Want dat geld werd natuurlijk geleend. Rutte kondigde trots aan dat pas over zestig jaar de rekening zou komen, en stelde zo de babyboomers gerust dat zij er geen last van zouden hebben. Fuck je achterkleinkinderen. En niet erg voor de grote bedrijven, want die konden er goed op cashen, en er werd uiteindelijk niet op gekeken of die wel echt hun personeel aanhielden.
De kleinere bedrijven vonden het lastiger. Die kregen niet alleen veel minder geld, maar ze werden ook harder aangepakt na Cονⅰⅾ toen het geld moest worden terugbetaald, en de winsten nog niet opnieuw waren begonnen. Die gingen alsnog kapot. De grote jongens, voorzover die al terugbetaalden, konden dat rekken totdat de inflatie de terugbetaling flink minder waard had gemaakt. En van de winsten van de investeringen die ze hadden gedaan met die steun, want dat was niet in hun personeel gaan zitten.
En daar komen we ook op het grote probleem dat de inflatie van nu veroorzaakt: de Cονⅰⅾ-steun ging vooral zitten in investeringen. De miljardairs hebben hun vermogens tijdens Cονⅰⅾ verdubbeld, terwijl de burger de boot in ging. De investeringen gingen vooral in vastgoed zitten, want dat was goedkoop toen niemand meer naar kantoor mocht, en er gespeculeerd werd op forse sterfte, en nu zijn die Cονⅰⅾ-steun-krijgers spekkoper.
Die enorme inflatoire handeling, gratis geld in de superrijken pompen om te compenseren voor de schade die de onderkant van je economie lijdt, werkt nog wel even door. Het gaat om veel schade en veel geld immers. Veel geld dat rap minder waard wordt door diezelfde steun, en die je dus als je lang genoeg kan wachten lachend kunt terugbetalen, terwijl je rijker bent dan voordat de economie kreupel werd geschopt.
Je ziet ook een duidelijke relatie tussen hoe heftig de inflatie toeslaat en hoeveel Cονⅰⅾ-steun er uitgedeeld is, als je per valutagebied gaat kijken. De relatie is natuurlijk niet één op één, want de valutagebieden handelen met elkaar en trekken elkaar mee, maar je kan het wel zien als je de tabelletjes te zien krijgt. Het vastgoed vooral is overal ter wereld opeens een probleem, omdat het met Cονⅰⅾ-steun is weggekocht.
Hier in Nederland is de vastgoedbubbel al heel lang een ding, en hebben we allemaal bokkesprongen in de politiek om die bubbel maar gaande te houden, van hypotheekrente-aftrek tot een stikstofbeleid dat nergens door nodig gemaakt is, maar wel heel effektief landgebruik en grondontwikkeling kompleet lamlegt, maar ook in andere landen zie je grote problemen met vastgoed. Zelfs in Canada, dat grotendeels leeg is, verdringen de mensen zich om woonruimte.
Niet dat andere dingen géén invloed hebben op de inflatie hoor. Als Trump beslist dat hij Groenland binnen gaat vallen, of Mexico of Iran of Cyprus of Spanje, dan krijgen we daar ook weer inflatie van. En als Duitsland wéér besluit een mes in zijn eigen vlees te zetten, gaat de koopkracht ook onderuit. Eerst wordt alles even een paar maanden duurder op de commodities markt voordat het terugzakt naar normaal, de consumentenprijzen blijven jaren hoger. Maar dat is niet waar deze inflatie-golf vandaankomt.
Maar wat doet dit op het blog van een hoer?
Nou, omdat ik via mijn klanten vanalles hoor, omdat ik het in mijn hulpploegje tegengekomen ben, en omdat ik vanwege al dat politieke gedoe van de afgelopen jaren best diep in de werking van de overheid ben gedoken. Dus dat komt op mijn pad. Maar dus ook omdat je in de dagelijkse praktijk van het hoeren aan prijsbepaling moet doen, en dat wordt beïnvloed door de inflatie.
Ik hoor van veel meiden om me heen dat ze niet bezig zijn met inflatie, en dat ze bovendien het onzin vinden om zich druk te maken over twee procent inflatie. Maar inflatie is rente op rente! Daarom willen ze het ook graag jaar-op-jaar aangeven, of zelfs halfjaarlijks, want compound 2% op jaarbasis is 22% per decennium, en 64% per vijfentwintig jaar. En de effektieve 4,6% per jaar die voor de afgelopen 5 jaar in de praktijk geldt, is 56% per decennium, en 207% per vijfentwintig jaar. En dat draait nooit terug, en stopt nooit meer. Het stijgt alleen mogelijk afentoe minder hard.
Ik schrijf wel dat het de afgelopen vijf jaar 4,6% is geweest, maar eigenlijk zal het meer zijn. Met die grote bult inflatie hebben de instituten van de overheid die de inflatie bijhouden namelijk de consumer basket waaraan de inflatie wordt afgemeten bijgesteld. Dat is "toevallig" zo veranderd dat het getal wat er uit die berekening komt minder heftig wordt. Want boze burgers kiezen niet meer voor de politici die hun leven zo duur hebben gemaakt.
Wat moet je aan met inflatie als hoer? Het ligt voor de hand dat je je prijs mee moet laten stijgen met de inflatie, want anders word je eigenlijk goedkoper en goedkoper in hoeveel koopkracht elk uur met een klant je geeft, maar dat heeft ook wat haken en ogen.
Je wil jezelf niet de markt uit prijzen. Dus je kijkt erg naar de prijzen om je heen. Toen ik begon had ik mezelf een tientje lager in de markt gezet dan wat iedereen anders deed, en dat was toen al verschillend genoeg om me goed te laten voelen dat het een fout was. Ik kreeg alle zeikerds en koopjesjagers en knieperds. De prijzen waren toen, en dan heb ik het over ongeveer twintig jaar geleden, heel gelijk.
Tegenwoordig lopen de prijzen flink uit elkaar. En dat lijkt niet echt ergens op gebaseerd te zijn. Het gaat in de segmenten om me heen, omgerekend, van 120 Euro per uur tot 240 Euro per uur voor ruwweg dezelfde diensten. Die spreiding was vijf jaar geleden nog véél minder. Ik denk dat het komt doordat klanten niet meer weten wat een redelijke prijs is. Want uiteindelijk komt de prijs van de klanten af.
Ja, wij zijn degene die de prijs op de advertentie zetten. Maar de klant is degene die beslist of er wordt geboekt voor die prijs of niet. En als hij de keus heeft, kiest hij de meid die de juiste prijs vraagt. Lang niet elke klant wil zo goedkoop mogelijk boeken, maar weinig klanten kunnen het zich veroorloven om niet op de prijs te letten. Prijs telt behoorlijk mee in de keus.
Uit mijn hulpploegje heb ik verhalen gehoord over tijden tijdens en na de wereldoorlogen, waar belangengroepen en overheden de mensen opriepen om voorzichtig te zijn met te hoge prijzen betalen, want hoge prijzen betalen zweept de prijzen op. Beter om zonder te doen dan te veel betaald te hebben, en ooknogeens de prijzen onbereikbaar te hebben gemaakt voor anderen die het produkt harder nodighebben dan jij. Je weet wel, wat er tijdens Cονⅰⅾ niet gebeurde door onze overheid toen er paniek in de winkels was.
Je ziet bij elke golf van inflatie hetzelfde patroon. Zodra het duidelijk wordt dat er inflatie gebeurt, gaan de grote monopolisten als eerste met hun prijzen omhoog. De oliekartels, de supermarkten, de groothandels. Je kan toch geen kant op, ze hoeven zich niet echt zorgen te maken over concurrentie. Die eerste prijsverhogers hebben het minste last van de inflatie, want die lopen er meestal zelfs een stukje op voor, dus die hebben er meer omzet aan.
Het is alleen de monopolisten, de karteljongens, of de oligopolisten die dat kunnen flikken. De mobiliteit van de klanten is in het begin nog hoog, en als je de eerste bent zijn de klanten nog verontwaardigd over de prijsverhogingen. En omdat ze er tòch wel mee wegkomen, kunnen ze ook best een beetje overdrijven. Kijk maar eens rond, er zijn best specialistische bedrijven die je je zak pasta voor een Euro per halve kilo minder verkopen, en je blikvoer voor een kwart van de prijs. Als het te bont wordt zakken de supermarkten later nog wel een beetje. In de olie-industrie is het net zo, maar daar kan je het niet halen bij een kleine jongen om te vergelijken.
Als de consumenten murw zijn doordat de prijzen overal stijgen, niet alleen bij de supermarkt maar ook de energierekening, de verzekeringen, en alle andere dingen die rekeningen naar je huis sturen, dan is het goede moment om je prijzen omhoog te doen. Dan accepteren de klanten het, want iederéén doet het. Hoeveel en wanneer en hoe en voor wie is nogsteeds een probleem, maar je bent in elk geval ruwweg op tijd.
Want als je wacht tot ná de tijd dat iedereen anders het doet, dan is de klant niet meer murw, maar juist geprikkeld. Hij voelt dat hij armer is, en dat hij er niet uit komt. En hij snapt dat overstappen naar een betere deal er niet inzit, en dat hij dus consumptie moet gaan schràppen. En dan ben jij natuurlijk de eerste kandidaat met je prijsverhoging. Jij hebt waarschijnlijk gewacht tot je echt niet meer kon wachten, tot jij ook krap zit, en tot je een beeld hebt van hoeveel inflatiekorrektie nou redelijk is, maar je krijgt het lid op je neus.
Het goede moment om je prijzen te verhogen is dus een poosje geleden. Dus ik ben laat met dit stukje, maar ik moest het zelf ooknog allemaal leren. Maar wees gerust, er komt wel weer een nieuwe golf inflatie.
Je kan aan de uiteenlopende prijzen zien dat we geen idee meer hebben over wat de waarde is van onze diensten. Zelfs als je wegrekent wat er van afkomst, dienstenpakket, marketing en dienstopbouw verschilt, is er nogsteeds totaal geen logika te vinden in wat de prijzen zijn. En dat is niet omdat wij niet weten wat onze waarde is, maar omdat de klant niet meer weet wat een redelijke prijs is met al die prijsveranderingen om hem heen.
Gewoon kijken naar "het inflatiecijfer" dat door de overheid wordt gebruikt is waardeloos. Dat is namelijk een gemiddelde over een basket producten, en die basket wordt telkens aangepast om de politiek niet voor joker te zetten. Dat cijfer is daarom ook steevast te laag.
Daar komt nog bij dat je prijs van 150 per uur van vorig jaar dit jaar 155,40 maken en volgend jaar 161,92 ook niet lekker prijsstellen is. We moeten een rond getal stellen, en dat moet een vent tijdens de periode dat hij stabiliteit verwacht stabiel zien blijven. Klanten die al vijf jaar bij je komen schrikken niet van een prijsverhoging, maar als na een jaar opeens de prijs omhooggaat kijkt hij wel naar de volgende.
Inflatie is niet leuk voor jou, en niet leuk voor de klant. En voor de klant ben jij onderdeel van die inflatie. Daar krijg je geprikkelde reakties op. Ik weet dat veel meiden daar gevoelig voor zijn. Heel veel collegaatjes voelen zich toch een beetje alsof ze een truuk aan het uithalen zijn door geld te vragen voor seks, en beseffen dat die prijs bestwel willekeurig is. En als je klant gaat mopperen over de prijs, voel je je snel doorgeprikt. Terwijl dat nergens op slaat.
Je màg je prijs verhogen vanwege de inflatie. Jij moet ook leven immers. Ja, de klanten vinden het niet leuk, maar anders accepteer je een loonsverlaging die je echt niet verdiend hebt. Dus kijk naar je prijzen, en op het hoogtepunt van de volgende inflatie-golf zet je iets neer dat je een paar jaar vol kan houden. Laat de klanten maar even schrikken, dat gebeurt toch wel. Ze wennen er wel aan, en voor nieuwe klanten ben je altijd zo duur geweest.
Het goede moment is als de klanten het hardste klagen. Dat lijkt onzinnig, want dan zijn ze juist het meest boos over de inflatie, dus het lijkt dan beter om dat voor te zijn, als de klanten nog denken dat ze geld hebben, of juist als ze zich erbij neergelegd hebben, want dan zien ze het als het zoveelste onvermijdelijke rotding, maar juist tijdens de piek van het klagen begrijpen ze het beste dat jij ook niet anders kan.
1 opmerking:
Wow. Je zou econoom moeten worden.
Een reactie posten