maandag 15 juni 2020

Verslag leggen

Toen ik een klein meisje was, las ik het dagboek van Anne Frank. Ik was daar heel erg van onder de indruk, al heb ik toen wel een beetje emotioneel gemist dat ze na afloop van het boek vermoord was door de nazi's. Dat klinkt heel gek, maar ik was jong, en ik las het toch eigenlijk alsof het een gewoon leesboek was. En in de tekst staat niet haar ervaring nadat ze opgepakt was natuurlijk. Dat bleef abstrakt voor me.

Ik was wèl erg onder de indruk van hoe dat meisje, iets ouder dan ik toen, worstelde met haar isolatie en de opsluiting met rare figuren om zich heen. Ik leefde heel erg met haar mee, zoals ze schreef aan een denkbeeldige vriendin. En ergens zag ik een boek schrijven over je eigen leven ook als iets heel literairs en verhevens. Ik wilde ook een dagboek schrijven, dat dan netzogoed een prachtig document zou worden van mijn leven.

Maar ja, ik had alleen first world problems, ik had geen dingen die ik ècht kwijt moest aan een dagboek, ik had niets wat ik interessant vond om op te schrijven, dus ik kreeg een schriftje waarin ik soms opschreef wat mijn ontbijt was geweest, dat een vriendin niet met me wou praten vanwege een misverstand in een ingewikkelde ruzie tussen vijf meisjes, en dat schreef ik ooknog zo onduidelijk op dat ìk zelfs nietmeer kan begrijpen waar het toen om ging.

Tot wat jaren geleden had ik bijelkaar vijf kantjes in een A5-schriftje aan dagboek. En ik miste het ook niet. Wat belangrijk was, dat onthield ik tòch wel, dacht ik. En wat heeft het nou voor nut om een dagboek te schrijven uiteindelijk? Je leest het toch nooit, en wat je toen opschreef heeft voor nu geen nut meer. Het is iets wat bakvissen doen om zichzelf te spiegelen.

Zo dacht ik erover tot ik W leerde kennen. Die was toen nog niet zo hoog geklommen als nu, ze is nu een tophoer in het hoogste segment, maar ook toen al wist ze heel goed wat ze deed. En ze nam me onder haar vleugel toen ik haar vragen stelde. W bleek een hele goede mentor te zijn, niet alleen voor het hoeren zelf, maar ook voor de hele bedrijfsvoering eromheen. En om je leven georganiseerd te krijgen.

W heeft me heel veel tips gegeven, en ookal was het veel werk om daarmee te leren werken, ze zijn wel allemaal op hun plekje gevallen. Maar ze kan me alleen helpen met de problemen die ik aan haar uitleg, en dan moet ik ze wel eerst zelf herkend hebben. En dat is soms erg moeilijk, want veel van de dingen die misgaan in je leven komen juist omdàt je ze niet zíét misgaan.

Dat heeft ze me natuurlijk ook uitgelegd, en me op mijn hart gedrukt om een dagboek bij te gaan houden. Ze noemt dat een "journaal." Ik was daar wat aarzelend mee, want dat was me dus als klein meisje ook niet gelukt. Ik dacht meteen meer aan Anne Frank of Bridget Jones, maar dat was niet waar het om moest gaan. Beetje bij beetje legde ze me uit hoe ik mijn journaal moest bijhouden, en dat heb ik maar gedaan omdat ik haar advies wel vertrouw. En niet omdat het nuttig voelde.

Een goed journaal bijhouden kost tijd. Elke dag ben je ermee bezig, want als je het op laat lopen raak je dingen kwijt. En dan heb ik ooknog extra taken, zoals elke eerste van de maand mijn takenlijsten opschrijven, en aangeven wat er van de taken van vorige maand is gekomen. En elke drie maanden moet ik een verhaal schrijven waarmee ik mijn "gewone week" in detail beschrijf, totenmet watvoor snacks ik eet, hoeveel tijd ik aan boeken lezen of autowassen besteed, enzovoorts. Dat kost uren.

Wat belangrijk is om op te schrijven, had ze me ook voorgeschreven. Ze noemde heel veel kleine dingen die me niet belangrijk genoeg leken om op te schrijven. Als ik opschrijf dat ik iets anders heb gegeten dan in mijn gewone patroon bijvoorbeeld, moet ik erbijzetten of ik ervan genoten heb. Of het me voldoening gaf. Over opdrachten voor de uni moet ik opschrijven of ik er tevreden mee ben. En wat ik eigenlijk anders had willen hebben gedaan. Dat voelde onnatuurlijk om in een dagboek te schrijven, maar het is nu gewoon geworden.

Als het mijn eigen idee was geweest, had ik al jaren geleden er de brui aan gegeven, of was ik tenminste tochwel veel minder vlijtig geweest. Maar met W heb ik een band die je haast als een moederband kan zien, en ik doe braaf wat ze zegt omdàt ze het zegt. En zolang ze me elke paar maanden bleef vragen of ik nog netjes verslag legde, en me aan mijn driemaandelijkse overzicht herinnerde, bleef ik braaf schrijven.

Na een jaar of wat was dat ook niet meer een raar iets. Het was eigenlijk wel leuk om een momentje te hebben elke avond, terwijl je toch nog klam van de douche bent en nog niet wil gaan liggen, om even de dag in je hoofd opnieuw door te nemen, en even bij te houden wat er allemaal moet gebeuren en allemaal gebeurd ìs. Je sluit je dag af, en het helpt om "de dag weg te leggen" voor de nacht.

Je kan ook makkelijk even terugzoeken wat je ookalweer weken geleden gedaan had als je dat nodighebt. Ik had een boek uitgeleend, maanden eerder, en ik wist niet meer aan wie. Het stond in mijn dagboek, en zo kon ik het terugvragen. Op een ander ogenblik vroeg ik me af waar ik iets voor gekocht had, en ook dat stond in mijn dagboek. Als ik dat weggegooid had omdat ik niet meer wist waar het voor was, zou ik later halverwege een kunstprojektje opeens voor joker staan.

Ik heb het wel moeten leren. Vooral in het begin, in de eerste twee jaar, zijn veel van mijn schrijfsels waardeloos. Dan is er gewoon te weinig kontekst of te weinig informatie, en snap ik er niets meer van. Ik leerde maar langzaam dat je niet schrijft voor jezelf van nu, zodat je het over tien minuten nog snapt, maar voor jouzelf over járen. En dat is heel anders schrijven.

Je verandert namelijk flink over de jaren. En wat nu gewoon en logisch en voordehandliggend is, dat is het over tien, vijf of misschien wel één jaar niet meer. Je schrijft voor een ander, voor iemand die jij nog gaat worden, iemand die je niet kent en iemand van wie je gewoon niet weet hoe die gaat zijn. Eigenlijk schrijf je voor een vreemde. Dat is ergens ookwel lastig, want je weet niet wat die interessant gaat vinden.

Ik kreeg van W een struktuur waar ik me aan kon vasthouden. Sommige dingen moeten gewoon altijd worden ingevuld, sommige dingen alleen onder sommige omstandigheden, en sommige dingen alleen als je wil. Die struktuur kwam niet in één keer, die heeft ze langzaam opgebouwd zodat hij bij me paste. En volgens mij koos ze die struktuur heel precies om te zorgen dat ik de dingen ging zien waarvan ze wel wist dat ik daar tegenaan zou lopen, en die ik nooit geloofd had als ze ze gewoon verteld had.

Dat gaat niet alleen om de struktuur van de stukjes. Dat gaat ook om het hóé. Het gebeurt sowieso op mijn computer, want dan kan ik het beveiligd opslaan. Dat gebeurt via een programmaatje wat ik van mijn statistiekmannetje heb gekregen. Op die manier kan ik telkens mijn hartje luchten, en met een muisklik is het dan netjes, nazoekbaar, onveranderbaar en beveiligd opgeslagen zodat als een zedensmeris in mijn computer gaat wroeten hij niemand aan mijn woorden kan ophangen.

Natuurlijk is dat wel een belangrijk iets. Mijn dagboek zou een goudmijntje zijn als de WRS erdoorkomt, en daar zouden ze heelwat mensen ongelukkig mee kunnen maken. Ik moet er wel verantwoordelijk mee omgaan. Maar er is nog een andere reden om je dagboek netjes op te slaan. Je moet namelijk alles op kunnen schrijven zoals je het voelt en meemaakt, met alle waardeoordelen en hardheid die er echt in je ziel zit. Als je in je achterhoofd hebt dat iemand anders dat ooit zou kunnen gaan lezen, dan doe je dat niet meer.

Iets anders met struktuur is dat ik bijvoorbeeld mijn stukje voor de dag schrijf, en dan opsla. Maar als ik wat extra tijd heb, ga ik ook stukjes van twee weken geleden "finaliseren." Als je over je dag schrijft, zit je er nog zo dicht op dat je vanzelf over het hoofd ziet dat er kontekst bij moet. Als je je dag beschrijft en dan twee weken later finaliseert, heb je het voordeel van op dezelfde dag schrijven, en van het tochnog van een afstandje bekijken. En dan verhuist het stukje naar het permanente archief, waar het nooit meer veranderd wordt.

Dat hameren op struktuur voelde in het begin heel burokratisch en stijf, maar het geeft me gewoon heel veel houvast. En dat de computerprogramma's alleenmaar goed werken als je je aan de regels houdt, helpt ook enorm als stok achter de deur. Als ik wil kunnen rommelen met hoe die werken, zou ik zelf moeten leren programmeren. En dat is me tot nu toe vies tegengevallen. "Programmeren is niet moeilijk, goed programmeren wel" zei een helper daar eens over.

Mijn dagboek is een stukje spiegelen van mijn dag, en het is prettig om iets op te kunnen zoeken als je het niet meer weet. Maar het is eigenlijk het werk niet waard als het alleenmaar daarom gaat. Ik zou het dan nogwel doen omdat ik het vaak wel leuk vind, en omdat schrijven me geen moeite meer kost na elf jaar bloggen, maar ik zou het geen goede investering van tijd vinden.

Een paar weken geleden vroeg W me hoe het met mijn journaal was. Ik vertelde er wat over, en dat ik het gewoon netjes had bijgehouden. Toen vroeg ze me om een bepaalde periode van mijn journaal na te lezen, en aantekeningen te maken over hoevaak ik had geschreven over een bepaald probleem. En dan hetzelfde te doen over een periode veel korter geleden. Dat was een lichamelijk ding waar ik al heel lang wat last van heb, en wat in mijn beleving nooit veranderd was.

Het was stomverbazend voor me om in mijn journaal terug te zien dat ik er echt véélmeer last van had lang geleden, voordat ik een bepaalde verandering in mijn leven had gemaakt. In mijn herinnering was het bijna andersom. Maar ik kon er niet omheen dat mijn journaal bewees dat er echt heel veel verbetering was geweest. En dat was pas het begin van ontdekken wat de kracht van mijn journaal was.

Allereerst ontdekte ik heel duidelijk hoe slecht mijn geheugen eigenlijk is. Mijn geheugen is niet slechter dan dat van iemand anders, maar hoe levendig mijn herinneringen ook zijn, ze zijn gewoon meestal niet in verhouding met hoe het echt was. Ik had dingen kunnen zwéren die gewoon niet waar bleken te zijn, en dan vooral over hoe ik dingen beleefde. Mijn herinneringen over gebeurtenissen zijn al slecht, maar wat ik me herinner dat ik ervan vond is helemáál onbetrouwbaar.

Met wat hulp van W heb ik flink zitten analyseren in mijn journaal. Daar kwamen ook nogalwat aantekeningen bij kijken, en ik kon er opvallend veel leerpuntjes uit halen. Gedeeltelijk zijn dat heel praktische dingetjes, alleenal door te zien dat ik telkens schimmeltjes krijg als ik een bepaalde shampoo voor mijn haar gebruik, die ik nooit had verdacht dat hij me wat deed, en zo nog wel wat meer. Maar voor een belangrijk gedeelte leer ik mezelf gewoon kennen.

Dat journaal geeft me een spiegel. Niet alleen wanneer ik het opschrijf, maar ook een spiegel om te kijken naar de ikke van meer dan tien jaar geleden. Een ikke die nog niet wist waar ze mee bezigwas. Een ikke die niet wist wat er ging gebeuren. Een ikke die niet zag aankomen welke kant haar leven op zou gaan. Maar dat is nog steeds een ikke die ik ergens wel bèn. Dat is heel vreemd, en heel leerzaam.

Ik heb zitten lezen in oude stukjes, en echt gefrustreerd tegen het scherm geschreeuwd: "Doe dat nou niet alwéér, stomme snol!" Ik werd echt gek van mezelf, en de rondjes waarin ik mijn leven liet gaan omdat ik niet zag dat het een rondje was, en dat er andere manieren bestonden om dingen te doen. Tegelijk moest ik ook mezelf van nu eens streng toespreken, en dan vooral over hoe ik tijden van vroeger flink verheerlijkte. Je kijkt met een nostalgiebril naar vroeger, en dat is vaak onterecht.

Je geheugen kloot met je herinneringen om ze bij je grotere beeld van iets te laten passen. Je onthoudt dingen die je ideeën ondersteunen veel beter dan dingen die ze tegenspreken. Dat is een soort confirmation bias. En dingen die je niet belangrijk vindt onthoud je zelfs helemaal niet. Of dat nou terecht is of niet. Dingen die je niet begrijpt vind je niet belangrijk, en daarvan onthoud je hoogstens de stukken die "zinnig" lijken in je eigen denkbeeldenwereld.

Dat verandert ooknog met de tijd. Ik zie in mijn dagboek dat ik niet alleen verkeerd herinner hoe iets was van heel lang geleden, maar óók dat ik me nu verkeerd herinner hoe ik het me een aantal jaren verkeerd herinnerde! Dat doe je niet expres. Je geheugen werkt gewoon zo, ookal voelt het alsof dat een droge neutrale bibliotheek is van echte feiten. Het is alsof je kijkt naar iemand die totaal blind is voor ontzettend voordehandliggende dingen.

Bijvoorbeeld zie ik mezelf telkens weer dezelfde fouten maken. Telkens kies ik voor de onbelangrijke dingen inplaatsvan voor de dingen die er echt toe doen. Ik kies telkens voor dingen die in mijn sleur en mijn gewoontes passen, en nieuwe dingen overschat ik enorm met hoeveel moeite en tijd ze gaan kosten. Ik ben een huismuisje dat telkens als er iets nieuws komt in haar holletje schiet. En zo zie ik de ene na de andere kans voorbijzeilen, zonderdat ik hem grijp. Terwijl ik ze toen nieteens herkende vaak.

Iets wat ik ècht moet leren bijvoorbeeld is dat ik veelteveel opzie tegen de kans dat ik faal. Ik ben oerconservatief als er een risico is dat ik een flater sla. En dat terwijl het eigenlijk veelmeer slechte invloed heeft op mijn leven als ik het niet probeer, dan wanneer ik zou proberen en niet slagen. Ik staar me blind op risico's, en voel me veel te snel machteloos als ik niet meteen vantevoren weet hoe ik iets moet doen.

De dagelijkse rompslomp slokt bijna al mijn aandacht op. Interessante dingen, nieuwe dingen, belangrijke dingen, die laat ik allemaal gaan om me te concentreren op de stomste dingen. Ik had een uitnodiging om een essay voor een prijs te schrijven, en dat had ik best gekund. Dat was leuk geweest, en had me kansen gegeven. Maar ik schoof het op de achtergrond, want mijn gootsteen stond vol afwas, en mijn badkamer moest gesopt. En zo was er telkens wat. Dus kwam het er niet van.

Ik ga ook zien dat er heel veel was wat ik aan had kunnen zien komen, terwijl in mijn herinnering het kwam als een donderslag bij heldere hemel. Een onbelangrijk voorbeeldje wat dat wel heel duidelijk laat zien, is mijn auto. In mijn herinnering hield die er ineens mee op op de snelweg. Zo ervoer ik dat toen. Maar als ik ga lezen, zie ik letterlijk wékenlang opmerkingen over alarmlampjes en dat hij zo kut bromt en rammelt bij het starten en het optrekken. Dat was duidelijk, maar ik negeerde het gewoon omdat ik niet zo naar mijn leven keek.

Tijdens stressvolle periodes zie ik mezelf telkens opleven als ik weereens ga squashen, vooral als ik dat consequent een poosje achter elkaar blijf doen. Maar als de stress hoog wordt, laat ik dat squashen vallen omdat ik als ik even tijd heb liever TV ga zitten kijken op de bank. En dan glij ik lichamelijk en geestelijk superhard af, ook omdat ik te lang op de bank blijf liggen en te laat naar bed ga. En als een vriendin me dan dwingt om weer eens te squashen, veer ik weer op als een jong boompje. Maar dat zie ik dus alleen als ik door mijn dagboek heenga.

Wat ik belangrijk vind is echt heel scheef. Sommige superbelangrijke gebeurtenissen in mijn leven, zoals de laatste familiemaaltijd met mijn opa, hebben nu een belangrijk plekje in mijn hart. Maar toen het gebeurde was ik bijna niet gegáán omdat ik stomme dingen belangrijker vond. Dingen die ik toen het gebeurde als onbelangrijke extra verwikkelingen zag, zie ik nu als het enige ècht belangrijke wat ik die maand deed.

En dat hoeven geen grote dingen te zijn. Kleine dingen zijn soms heel belangrijk. Dat ene essay, dat ene gesprek met die vriendin, dat etentje, dat boek lezen, die lezing, die mail sturen, die film gaan zien, die ene vent neuken, die ene cursus, die dag op je balkon hangen en de wereld aan je laars lappen, dàt waren de dingen die mijn aandacht verdienden. Het hoeft niet allemaal groot te zijn om belangrijk te zijn. Het hoeft niet bij een grote beweging in je leven te horen. Je leven is geen verhaal, niet alles hoeft in een arc te zitten.

Dat is ook zoiets. Ik zie mezelf keuzes maken omdat ik dingen wel of niet "bij mij vind passen" en dus pas ik een soort zelfgekozen stereotype op mezelf toe. Zo sluit ik heel veel nieuwe ervaringen voor mezelf af. Ik kijk toe bij het lezen van mijn eigen dagboek hoe ik domweg zeg: "Dat is niets voor mij" en ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Gewoon zonder erbij stil te staan mezelf klein houden, niemand anders die dat voor me hoeft te doen, ik doe het gewoon mezelf aan.

Ik lees hoe ik iemand ben die heel veel dingen uiteindelijk kiest omdat ze bang is voor iets. Bang om te falen, bang om geld kwijt te zijn ergens aan, bang om de schuld te krijgen, bang om voor schut te staan, bang om uit handen te geven wat ze nu heeft. Ik had een veel ambitieuzer beeld van mezelf, en dacht eigenlijk dat ik veel impulsiever en veel moediger was dan ik lees dat ik ben. Dat is wel even slikken.

Er zijn wel dingen die ik wèl ambitieus plande. Maar dat zijn er nietzoveel. En ik zie mezelf eindeloos wachten op "het goede moment." Dan blijf ik er tijden en tijden tegenaan hikken, en wil ik er niet aan beginnen voordat ik overzicht heb op hoe àlles gaat gaan, en voordat ik er tijd en middelen voor heb gereserveerd. En vooral: me er emotioneel sterk genoeg voor voel. En dat is te intimiderend, en dan neem ik me voor om pas te beginnen als ik het nòg grondiger heb voorbereid. En dat schuift het weer weken, maanden of jaren op. Tot ik het maar opgeef omdat dat emotionele vertrouwen niet komt.

Dat is trouwens niet het "uitstelgedrag" waar studiegidsen en managementhandboeken altijd gif over spuiten. Ik zie namelijk dat dingen waar ik uitstelgedrag bij heb bestwel goed gaan. Juist dingen die ik niet durf uit te stellen, en waar ik meteen mee aan de slag ga voordat ik het in mijn geest heb laten bezinken, die gaan scheef en moeilijk. Uitstelgedrag geeft me geen problemen. Afstelgedrag wel.

Ik zal vast niet de enige zijn die de planning voor iets lastigs verprutst, en dan met nog twee maanden te gaan haar handen omhoog gooit en tegen zichzelf zegt: "dat kan ik nóóit in twee maanden!" Dat is dan heel makkelijk om je bij neer te leggen, maar als ik het een jaar later nog een keer probeer te doen, lukt het me in net minder dan een week. Dat neerleggen bij dat iets niet kan lukken, daar verneuk ik mezelf telkens mee. Wanhopig maar opgeven is namelijk best comfortabel.

Wat ècht slopend is, is nieteens uitstellen of afstellen, maar teuten en tijdverspillen. Slordig met mijn tijd omgaan heeft zoveel meer van mijn tijd door het putje gespoeld dan bewust dingen uitstellen of bewust dingen niet doen. Allemaal onbelangrijke dingen en onhandige, ongeorganiseerde dingen doen, niet stipt zijn, niet in de hand houden wat ik op een bepaald moment eigenlijk aan het doen ben, dat gooit mijn leven met emmers tegelijk weg.

En dat is echt iets waarvoor ik me telkens rotschaam als ik in mijn journaal lees. De smoezen en uitvluchten die ik mezelf de hele tijd vertel als ik gewoon wéét dat ik iets moet aanpakken. Waarover ik dan even later weer rotsmoezen verzin over dat ik ècht niet had kunnen zien aankomen dat het mis zou gaan als ik niet zou doen waarvan ik best had kunnen weten dat ik het moest doen. Ik sus mezelf heel erg makkelijk dat ik er niets aan kon doen, en dat ik me heb laten misleiden.

In mijn journaal schrijf ik dat ik niet naar de gym ben gegaan omdat ik dacht dat ik kou op mijn spieren kon hebben gevat. Dat was gewoon een luie uitvlucht. Ik schrijf dat ik mijn boeken kopen uitstel omdat ik dan alles in één bestelling kan doen, en ik nu nog niet alle syllabi heb gelezen. Dat is een smoes omdat ik anders geen exkuus heb om niet met mijn neus in mijn boeken te zitten.

Maar de smoes die ik mezelf het vaakste zie maken is dat ik ergens "nog niet aantoe ben" of dat ik ergens nog aan moet "wennen" voordat ik begin. Dan doe ik alsof ik kies voor comfort omdat dat comfort aangeeft dat de keus nu goed voor me is, alsof elke keus comfortabel wordt als de tijd maar rijp is. Als ik voor comfort wil kiezen vind ik altijd wel een slappe smoes. Vroeger had ik mijn pa om me boos uit te foeteren, maar nu moet ik echt mijn eigen pooier zijn.

De kleine routinedingetjes opblazen voor mezelf, daar kan ik al netzo boos om worden. Ik zie dat ik, vooràl als ik wéét dat ik eigenlijk iets belangrijks zou moeten doen, mezelf schouderklopjes geef voor hoe ijverig ik kleine huishoudelijke dingetjes doe. Dat doe ik om mezelf voor de gek te houden, en het is om waus van te worden. Ik schrijf het zelfs op een manier op waardoor ik niet kan geloven dat ik het èrgens wel snapte dat dat was wat ik deed.

Ik ben een gewoontedier. Dat is opzich niet erg, maar ik ga er zo in op dat ik uit het oog verlies watvoor belangrijke dingen er buiten die gewoontes bestaan. Als ik wat nieuws zie, of een kans krijg, of iets op de rit zet, en het botst met een gewoonte, dan krijgt de gewoonte bijna altijd zijn zin. Ook als ik veel beter zou moeten weten. Ook als ik kan zien dat het heel veel investeren ongedaan maakt.

Je ziet dat je de keus hebt tussen een uitnodiging te gaan stappen of te gaan werken aan een rapport dat over twee weken af moet zijn, allebei goede keuzes die me wat gebracht zouden hebben, en wat kies ik? Op de bank hangen met koffie terwijl ik TV kijk, zoals altijd. Ik kan mezelf wel sláán. Ik zie een vrouw die afentoe wel naar de lange termijn kijkt, maar dat altijd abstrakt houdt, en in het hier en nu altijd kiest voor haar telefoon checken of Netflix.

Daar wil ik vanaf, dat wil ik nietmeer zijn. En ookal had ik wel gezien dat ik teveel naar die sleur en die gewoontes trek, had ik mijn journaal nodig om te zien hoeveel me dat gedrag eigenlijk kòst. Ookal zou maar een heel klein stukje van alles wat ik negeer of afstel hebben gewerkt, dan zou ik nogsteeds veel beter afzijn. Dan zou ik veelmeer dingen hebben, grote en kleine dingen, om trots op te zijn.

In die verloren uurtjes links en rechts had ik een heel leven kunnen opbouwen. Als ik al die kleine losse uurtjes gebruik voor iets nuttigs inplaatsvan om dom te zitten staren naar mijn telefoon had ik heelwat kunnen opbouwen. Ik kan mezelf te makkelijk overtuigen dat ik toch niets nuttigs kan doen tot mijn volgende afspraak, omdat het "maar" drie kwartier is. Dat is tijd die ik moet leren gebruiken. En als ik het dagboek lees, zie ik al die uren gewoon verspild worden.

De stomste manier waarmee ik tijd verdoe is door dingen niet los te laten. Door blijven piekeren over negatieve dingen die ik me niet aan zou moeten trekken, het kost me zoveel tijd en zoveel energie. Me rot zitten voelen en mezelf zielig en tegelijkertijd stom vinden, daar zie ik zoveel dagen en nachten aan besteed worden, en nooit heeft het iets positiefs veroorzaakt.

Ik zat dus urenlang me rot te ergeren aan die sullige trien die dat dagboek geschreven had. Ik riep: "pak aan dan die kans!" en "je bent doodop, neem nou rust voor het misgaat" en "die vent is die fascinatie niet waard" of "had ik zus of zo toen maar gedaan, dan hoefde ik er nu niet aan te beginnen" of "wacht toch niet altijd tot je zeker van je zaak bent, dat moment komt toch nooit!" Tot ik er echt nietmeer omheenkon wat voor beeld zich had gevormd van hoe ik leef.

Mijn leven is ontstáán, ik heb het niet gemáákt. Ik heb maar heel weinig momenten gehad dat ik echt gestuurd heb wat mijn leven werd. En al die keuzes zijn het belangrijkste geweest in mijn leven, ook als ze geen goede keuzes waren. Ik kwam er altijd wel mee vooruit, ookal was het maar door te ontdekken wat er níét werkte. Maar me gewoon aanpassen aan wat me overkwam heeft me nooit ver gebracht. En ik heb er meestal nieteens over nagedacht of ik het wel moest laten gebeuren.

Ik dacht dat ik intussen wel zelfdiscipline had. Maar dat valt me dus vies tegen. Als het in mijn gewoontes zit, kan ik wel discipline opbrengen. Maar daarbuiten doe ik het echt bestwel slecht. Soms is dat gewoon onwetendheid. Ik heb bijvoorbeeld tips gekregen over hoe ik beter en efficiënter kan slapen, en die heb ik wel toegepast. Maar als het uit mezelf moet komen, winnen mijn gewoontes telkens weer.

Trouwens winnen ook mijn gewoontes in dit geval. Als ik moe ben 's avonds voordat ik gewend ben te gaan slapen, ga ik niet naar bed, zoals het efficiëntst zou zijn, maar ga ik snacken. En teuten. En hangen. En dan slaap ik dus niet, en vaak ga ik dan láter naar bed inplaatsvan vroeger. Mijn slaap is dan slechter van kwaliteit, en ik heb ook weer snacks weg te sporten. Ik weet dat, ik heb er uitleg over gekregen, vaak hou ik me eraan maar als ik moe ben kies ik voor mijn gewoontes.

Genoeg om spijt van te hebben dus. En dat is goed. Want ik heb ook gezien dat als ik in mijn journaal opschrijf dat ik ergens spijt van heb, dat ik daarmee een stap zet in de goede richting. Met spijt begint inzicht. En elke keer dat ik teruglees over die spijt, is dat iets waar ik een nuttige les van kan maken. Vaak niet meteen toen die spijt werd opgeschreven, maar later zéker.

Lessen die ik geleerd heb staan altijd goed en uitvoerig opgeschreven. En dat is goed, want die vergeet je soms te makkelijk. Dat was het eerste wat W me opdroeg om op te schrijven, de lessen die ik leerde. En al had ik het alleen daarbij gehouden, dan was dat al heel nuttig geweest. Een les leer je door ervaring, maar je maakt je dingen alleenmaar eigen als je er vaker mee bezig bent. Je kan niet verwachten dat je van één keer iets ervaren het meteen een plekje geeft. Je vergeet ze zelfs. Ik heb er veelteveel van teruggelezen en gedacht: "Oh ja!"

Het is natuurlijk niet alleenmaar de lessen die ik geleerd heb en moet opfrissen. Het gaat vooral om de lessen die je leert van al die dingen die je pas achteraf ziet. En als je leven ondersteboven wordt gehaald door grote omwentelingen, en je geen idee meer hebt wat er nou gebeurt en wat je ervan moet vinden, kan je er gewoon meer grip op krijgen door het op te schrijven en bij te houden.

Maar ook als je, netzoals iedereen, gewoon blinde vlekken hebt. Iedereen heeft dingen die ze niet zien. Iedereen heeft een bord voor zijn kop. Met je journaal kan je zien waar er opeens dingen achter dat bord vandaankomen, en wat je eigenlijk had moeten zien aankomen. Het helpt je niet om door dat bord voor je kop heen te kijken, maar het helpt je zeker wel met weten wat er achter dat bord gebeurt. In elk geval door te weten waar dat bord zit, en dàt daar wat achter zit.

Het dagboek uitspellen was hondsvermoeiend, en erg frustrerend. Je ziet vanalles wat je fout gedaan hebt, en je kan er niets meer aan doen om het te veranderen. Maar ik heb er een heleboel goede voornemens aan overgehouden, die ik aan het uitproberen ben. Ik zal er wel niet in slagen om die allemaal waar te maken, maar ik ga gewoon kijken welke er nu al lukken, en pak later wel op wat er nu niet lukt. Dat is immers één van de dingen die ik heb geleerd.

Ik heb geleerd om in het diepe te duiken. Dingen groot te doen, niet voorzichtig een teentje ergens in te dopen. Gewoon springen, ik red me altijd ècht wel. Vooral als ik het niet wil doen omdat ik niet durf of omdat ik het niet overzie. Ik moet investeren en ervoor gáán als ik een kans zie. Al is het maar naar een festival gaan, al is het maar een vriendin maken, al is het maar een bonusopdracht bij mijn studie.

Daar hoort vooral ook bij om geen halve dingen te doen. Boek een vakantie en ga twee weken naar India inplaatsvan een lang weekend te nemen en op de bank te hangen met een boek. Schrijf je in voor een cursus of opleiding, ga niet proberen om jezelf wat te leren door erover te lezen op internet, en jezelf dan te vertellen dat je er echt wat mee gaat kunnen. Als je iets doet, dóé het dan.

Accepteer dat je kan falen. Dat gaat echtwel gebeuren. Maar dat falen heeft meestal weinig meer te betekenen dan dat wat je wou gewoon niet gebeurd is. Ja, je gaat investeringen kwijtraken als je faalt met iets waar je in investeert, maar dat is leergeld voor alle dingen die wèl gaan lukken, en die je anders nieteens geprobeerd had. En stiekem kost het je ook wat om dingen níét te proberen.

Een ander ding wat ik heb geleerd is dat ik mijn omstandigheden en relaties gewoon zelf kan veranderen. Ik moet minder gaan doen alsof die me maar overkomen, en dat ik daar alleen verandering in kan brengen door die relaties of situaties te verlaten of te veranderen. Ik kan veel makkelijker dan het voelt mijn eigen regels in veel situatie leggen, en mijn eigen manier vinden om erin te leven. Dat moet ik gewoon doen, en konflikten die daarvan komen zijn meestal heel gezond en lopen meestal ook gewoon goed af.

Ik wil ook van het teuten af. Uitstellen is kennelijk prima, zolang ik het maar realistisch doe, en ik heb intussen ookwel geleerd dat het nut heeft vanzichzelf. Teuten dus niet. Ik ga mijn tijd echt gebrúíken, en niet meer wegverspillen. Ik ga kansen niet meer laten lopen. Ik ga mijn gewoontes niet meer voorrang geven. Ik ga een schop geven tegen àl die dingen die me ergeren aan mezelf.

En dat probeer ik nu al een week. En elke dag erger ik me rot eraan dat ik mezelf wel weer betrap op het gedrag dat ik nu anders probeer te doen. Het is doodvermoeiend, en als mijn aandacht even wordt afgeleid ga ik meteen weer terug naar mijn oude gewoontes.

Maar het werkt. Ik teut minder, ik gebruik mijn losse uurtjes, en ik krijg meer gedáán. Ik heb meer grip op mijn leven, en ik merk dat ik soepeler in het leven sta, en dat ik een stoerdere, onafhankelijkere, brutalere, en effektievere vrouw ben als ik dit doe. En dingen loslaten, en vooral niet mokken of piekeren, dat lukt soms zelfs ook. Dat blijkt veel moeilijker te zijn dan alle organisatiedingen, maar ik oefen ermee en ik investeer erin.

En dat allemaal van een stom dagboek! Ik had niet verwacht dat ik er zoveel van zou leren. Wat zou ik niet geleerd hebben als ik eerder al begonnen was met journaal houden! En nu hou ik het extra goed bij, alleenmaar om ook te kunnen nakijken later of ik nou echt wat veranderd heb, en hoe ik toch de plank met sommige dingen ga misslaan. Want dat ik dat nooit zie terwijl het gebeurt heb ik nou wel gezien.

Nou denk ik dat heel veel van mijn lezers denken dat ze dit allemaal al weten, en ook allemaal al weten over hun eigen leven, en dat ze dat allang hebben opgelost of hebben overzien. Dat dacht ik vantevoren dus ook. En ik wil wedden dat jij ook lelijk op je neus zou kijken als je zelf door zo'n proces zou lopen. Je mist dingen, veel dingen. En je zit netzoals iedereen vast in patronen die je niet kan openbreken omdat je ze niet kan zíén omdat je er ìnzit.

Ik kan het mijn lezers aanraden, ga ook een dagboek bijhouden. Met de leerpuntjes die ik uit mijn journaal heb gehaald, kan ik mijn leven echt flink verbeteren. Als ik ze tenminste ook echt ga uitvoeren, want wat ik wel geleerd heb uit mijn journaal, is dat ik dat vaak toch niet echt doorzet, en het een beetje in rook opgaat omdat ik mijn aandacht verlies als mijn gootsteen weer vol is.

8 opmerkingen:

Anoniem zei

Super menselijk wat je hier beschrijft ;-) Erg leerzaam. Dank!

Anoniem zei

Een heel mooi en eerlijk verhaal. Ik herken er enorm veel in.
Complimenten voor de manier waarop je je eigen gedrag analyseert en dat ook nog aan je blog toevertrouwt.
Heel inspirerend!

Jan.

Anoniem zei

Nu wil ik weten hoe je format is voor je dagboek, wat je opdrachtjes zijn en wat je aan edits doet voor je het afsluit. Niet qua inhoud (ok ja ook, maar das mijn nieuwsgierigheid als fan) maar qua opzet.

Als format. Dus. Maar ja, dat is denk ik niet zo 1 2 3 uit te leggen.

Klinkt supergoed. ....en ik ben ook bloednieuwsgierig naar die W, die het al jaren zo goed doet. Wauw.

Anoniem zei

Is je blog niet al een soort dagboek?

Anoniem zei

Super interessante posting

Anoniem zei

Dit blogpost is al interessant zonder je hele rest van je blog erbij. Fascinerend hoe je met zelfreflectie bezig bent.

Anoniem zei

Ik hou ook een dagboek bij. Voor mij is het een nostaligsch feest om het te lezen. Ik heb jouw reactie totaal niet.

Anoniem zei

Leuk om te lezen. Heel persoonlijk ook.