zondag 6 september 2020

Oprisping

Afgelopen donderdag, 3 september dus, was er een debat in de Tweede Kamer over prostitutie. Het was naar aanleiding van het burgerinitiatief van Exxpose, waar ik al eerder over geschreven heb. Het heeft ze lang gekost, en dat kan je vooral zien door hoe ouwelijk dat meisje van Exxpose is geworden als je haar ziet spreken in de Kamer. Ze moet nogsteeds een twintiger zijn, maar je ziet het niet aan haar af. Haat is ongezond.

Het hele debat is vier uur lang, en ookal is er een downloadknop, je kan het niet echt downloaden. Het is immers overheids-IT, het werkt dus niet. Je kan het wel op de website bekijken, hier is de koppeling. Ik schrijf tegenwoordig niet meer over het nieuws. Het is teveel werk, het is teveel herhaling, het wordt niet gewaardeerd. Maar als het gaat om dingen die de politiek doet, maak ik wel een uitzondering.

Ik ben ook nietmeer de enige die kommentaar heeft. Dat is vroeger toen ik begon altijd de reden geweest om te schrijven ookal wou ik niet. Tegenwoordig komen er ook andere mensen tevoorschijn die kritiek hebben in de kranten en op de nieuwssites. Dat vind ik wel een vooruitgang. Ook op Twitter zijn er tegenwoordig mensen die laten zien wat er allemaal niet klopt. Hier zie je bijvoorbeeld de timeline van Laura K, die live flink wat kritiek geeft op 3 september.

Daarom denk ik ook niet dat ik het hele debat moet gaan voorzien van kritiek, en àlles moet gaan uitleggen. Niet alleen omdat dat dubbelop werk is met andere mensen, maar ook omdat er níéts nieuws langskomt. Het is allemaal teruggekotste praatpuntjes die allang ontkracht zijn, maar die politiek te lucratief zijn om van te erkennen dat ze onzin zijn. Het hele debat is één lange zure oprisping.

Exxpose trapt het debat af met een serie onwaarheden waar je U tegen zegt. Vanaf minuut één kookte mijn bloed al, toen ze zich beklaagde over "Laura" die helaas niet langer opgesloten kon worden "voor haar eigen veiligheid" toen ze meerderjarig werd. Wie dit stukje aleens gelezen heeft, weet waarom ik dan zo boos was. De rest is niet beter, gewoon stemmingmakerij met het ene na het andere waar al antwoordstukjes op zijn. Hier is de hele lijst.

Alle politici leveren ook een flinke lading gelik aan het adres van Natasja. Het is bijna dweperig. Je zou je dat soort gedrag voor kunnen stellen bij een basisschoolleerling die een opstelwedstrijd heeft gewonnen, maar voor een late twintiger vind ik het nogal kinderachtig. Alsof bekrompen fundamentalisten ophitsen zo'n prestatie is. Het zal wel zijn om te laten zien hoe geweldig de politici het vinden dat de burger met ze koppelt, als ik het zo positief mogelijk probeer te zien.

De CU heeft van der Graaf als spreker. Vreemd, want tot nu toe was dat altijd Segers. Van der Graaf noemt dit een historisch moment, en komt met geile lulverhaaltjes om lekker emotioneel stemming te maken. Het lijkt dom, maar al snel merk je dat ze best goed haar huiswerk heeft gedaan. Nee, niet dat ze de waarheid gaat spreken, juist niet, maar ze anticipeert op de tegenargumenten die ze kan krijgen.

Ze gebruikt dat verdomde Proud-SOA/Aids onderzoek om te kunnen doen alsof sekswerk automatisch geweld en ongezondheid veroorzaakt. Dat onderzoek is ingestoken met goede bedoelingen, maar het is zo neergezet en uitgelegd dat er heel veel slachtofferschap uit spreekt. In de kringen waar de mensen die het rapport schreven rondgaan is dat slachtofferdenken heel populair, het is modieuze social justice die doorlekt in wereldbeschouwingen, maar het is contraproductief. Daar zijn ze op aangesproken, maar ze hebben het toch slachtofferig geschreven, en dat is in ons gezicht ontploft. Ook nu weer.

Maar ik zag vooral hoe geslepen het verhaal van de CU is geworden toen ik uit het niets hoorde dat we "afmoeten" van het idee dat klanten zulke belangrijke meldingsbronnen zijn. Dat is namelijk een best sterk en gevorderd argument dat hoeren hebben gebruikt om uit te leggen dat klanten criminaliseren hun meldingsbereidheid vernietigt. Dat argument veeg je alleen zo weg als je weet dat het gaat komen, en je weet alleen dat het gaat komen als je van het argument weet. Kuik is wel vaker benaderd om haar uit te leggen hoe schadelijk ze is. Maar dat kan haar niet schelen.

De tweede spreker is Kees van der Staaij. Die komt met een opvallend zwak verhaal, wat we al heel vaak hebben gehoord, en gaat vooral even zeuren over dat mensen die het niet met hem eens zijn wegkijkers zijn. Als hij in een interruptie daarmee wordt geconfronteerd, krabbelt hij terug. Hij heeft niet echt iets interessants in te brengen.

Spreker drie is Bolkestein, van de VVD. Dat is niet de oude Bolkestein, het is een nieuweling die hier voor het eerst komt spreken. Zijn standpunt is warrig. Aan de ene kant heeft hij het erover dat prostitutie legaal moet blijven, maar aan de andere kant heeft hij het er wel over dat wij hoeren hem nooit ge-e-maild hebben, en suggereert dat we niet echt met deze toestanden bezig zijn. Hij wil graag weten of het extra geld voor bestrijding van misstanden tot meer resultaten heeft geleid.

Een interessante spreker is nummer vier, van den Berge van Groen Links. Hij staat voor een scheiding tussen mensenhandel en prostitutie, en bepleit het overwegen van het Nieuw Zeelandse model. Hij interrumpeert anderen scherp, en weet ook de jengelende interrupties met emotionele beeldvorming die hij zelf krijgt goed te beantwoorden. Het is alleen nèt jammer dat hij wèl belijdt dat er zoveel mis zou zijn in de branche.

Minstens zo interessant is nummer vijf, Bouali van D'66. Ik vertrouw die partij niet meer met hoe vaak ze hun principes hebben laten vallen, maar deze man laat goede dingen zien. En slechte helaas. Hij neemt stelling tegen het Zweedse model, en haalt onderzoek aan. Dat is goed! Daar reageert Kuik als door een wesp gestoken op, en komt met feitenloos gezwam over Sjaban, dat vijfennegentig procent van de hoeren hier uit arme Oost Europese landen komen, en dat vijfenzeventig procent van de hoeren tussen de dèrtien en vijfentwintig jaar zijn. Hij prikt daar niet doorheen.

Mocht je het je afvragen, al die "feiten" komen uit stukken van de Europese Commissie die onder andere onder Honeyball onzin over hoererij verspreiden vanuit feministische ideologie. De bron die zij weer gebruiken is de Fondation Scelles, een Franse NGO die een kruistocht tegen prostitutie voeren. Het getal van vijfennegentig procent arme Oostblokkers, dat volgens èlk echt onderzoek veel te hoog is, heeft Scelles weer van het Scharlaken Koord, een Nederlandse Christen-reddertjes-organisatie.

Het verhaal over vijfenzeventig procent van de hoeren die tussen de dertien en de vijfentwintig zou zijn, is een schatting waarvoor ze geen enkele basis geven. Maar zoals zovaak wordt die schatting in het volgende rapport aangehaald als een onderbouwde schatting, en als dat rapport wordt aangehaald is het intussen een waarneming geworden, en één citaat verder is het dan een feit dat uit onderzoek blijkt. Zo gaat dat helaas.

Als je wat kontekst wil, een hoofdstuk uit dat rapport heet "PROSTITUTION = VIOLENCE", er staat in dat hoeren gemiddeld op hun veertiende beginnen met hoeren, maar vaak al op hun elfde, en dat vijfenzeventig procent van de escorts zelfmoordpogingen doet. Beginnen met sekswerk noemen ze "DESCENDING INTO HELL." Het is ontzettend schreeuwerige propaganda, die cijfers uit de hoge hoed tovert. Je kan niet in hun rapporten lezen zonder op te merken dat het allemaal wel héél extreme verhalen zijn, die niet echt waar kunnen zijn.

En wie over Sjaban wil lezen, kan hier terecht, of als je Engels leest hier.

Kuik probeert ook de ijzersterke onderzoeken van Amnesty International te ondermijnen door te zeggen dat ze gebaseerd zouden zijn op verouderde informatie over Noorwegen. Dat is één van de bokkesprongen die feministische verbiedertjes maken als ze met Amnesty geconfronteerd worden. Iedereen die het Amnesty-rapport heeft gelezen kan meteen zien dat het onwaar is, en dat bovendien zonder de Noorse informatie het punt overeind blijft, maar Bouali heeft waarschijnlijk alleen de samenvatting gelezen. Of er alleen van gehoord.

Ook de Graaf interrumpeert hem, en wil dat hij niet alleenmaar naar zijn eigen onderbouwde, feitelijke verhaal luistert, maar ook breder kijkt en haar emotionele chantageverhalen vol emotie en zonder feiten, over enorme groepen onzichtbare slavenmeisjes meeneemt. Bouali laveert daar tussendoor, en gaat niet tegen haar in. Dat is in die parlementaire kringen ook ontzettend not done, zelfs al weet iedereen dat het onzinverhalen zijn.

Bouali houdt wel koers, en als hij wordt beschuldigd van zijn ogen sluiten, legt hij neer dat de verbiedertjes hun ogen sluiten voor de ellende die criminaliseren veroorzaakt. Het is goed, het is alleen jammer dat hij niet aandurft in te zien dat de ellende die de verbiedertjes zo verlekkerd naar voren brengen niet bestáát, en de ellende die komt van criminalisering wèl.

Wat me wèl erg dwarszit is dat hij zijn geloof in grote misstanden belijdt. Daar komen de verbiedertjes haast automatisch mee weg, en ook deze vent speelt ze met volle zeilen in de kaart. Hij doet ook alsof meer zedenagenten zoden aan de dijk gaat zetten. Als we íéts kunnen missen als kiespijn is het wel meer zedensmerissen die ons leven komen verwoesten. Die doen helemaal niets voor ons, en heel veel tégen ons.

Dan nummer zes, Markuszower van de PVV. Daar kan ik kort over zijn, het is crimefighter-gebral, en omdat hij echt gelooft in de mensenhandelmythologie inplaatsvan het te gebruiken als een rookgordijn om moraliteit te kunnen opdwingen, doet hij heel gefrustreerd over hoe slecht de politie scoort met het oppakken van al die pooiers waarvan we doen alsof ze bestaan. Zijn oplossing is natuurlijk meer politie, meer bevoegdheden, en zeiken over immigranten en de EU.

Nummer zeven is Kuiken, van de PvdA. Die is van het klantcriminaliseringswetje, dus je weet meteen dat je daar niets van hoeft te verwachten. Ze komt met wat bizarre uitspraken. Zo heeft ze op de "Groningse Wallen," waar ze de naam niet van kent, gepraat met een sekswerker die danwel vrijwillig was, maar zei dat ze hoorde bij de slechts vijf procent die het werk vrijwillig deed.

Volgens haar zíén we dat prostitutie in vijfennegentig procent van de gevallen misbruik is. Wat haar bron is, daar zwijgt ze over. We moeten haar wilde verhalen maar geloven. Ze plugt haar eigen wetje, ze komt weer met de vijfenzeventig procent van de hoeren die tussen de dertien en vijfentwintig zou zijn, en ze komt met de voor mij nieuwe "meest conservatieve schatting" dat één op de zeven hoeren gedwongen zou zijn. Die moet ik nog nazoeken. Sowieso zijn er veel conservatievere schattingen.

Ondanks dat ze graag leunt op anekdotes en illustratieve voorbeelden, vindt ze het maar niets als er een interruptie komt met een voorbeeld van een Ierse, en hoe die gedupeerd wordt door het Zweedse model dat daar van kracht is. Het emotionele beeld moet natuurlijk wel eenzijdig blijven, want als we moeten gaan afwegen welke verhalen meer waarheid bevatten, is dat niet lekker voor de verbiedertjes.

Kuiken praat kort, en na haar komt nummer acht, Kuik van de CDA. Die is al in de krant geweest met onzinverhalen over dat prostitutie "niet meer van deze tijd" is, en meer van die vage maar ernstige beschuldigingen over criminaliteit, onrecht en oneerlijkheid.

Kuik heeft duidelijk geleerd van haar botsingen met hoeren op Twitter. Niet dat ze ingezien heeft dat haar standpunt fout is, maar wel dat haar argumenten hol en kwetsbaar zijn. Ze doet dus veel aan "immuniseren" door vantevoren tegenargumenten in een kwaad licht te proberen te zetten. Ze weet dat ze fout zit, maar ze wil toch haar haatwet doordrukken. Ze speelt het veilig, en blijft zoveel mogelijk uit de buurt van feiten, en speelt in op dat haar tegenstanders ook belijden dat er zoveel misstanden zijn.

Na haar komt van Nispen van de SP. Ik was heel benieuwd. De SP heeft zowel Quik-Schuijt gehad, die onze sterkste pleiter was tegen de WRP in de Eerste Kamer, als Kooiman, die met Segers in bed kroop om de klantcriminaliseringswet te schrijven. Het kan dus van extreem goed naar extreem slecht gaan. Van Nispen belijdt dat er zoveel misstanden zijn, en praat daarna alleen over dat het allemaal zo teleurstellend is. Hij komt nergens mee.

Dan is het de beurt aan staatssecretaris Broekers-Knol. Die plugt vooral de WRS waar ze mee bezig is. Als de Christenpartijen duidelijk maken dat die te lang duurt, vertelt ze dat die op dertien juli naar de Raad van State is gegaan, extra haastig. Maar het duurde nou eenmaal even, want de internetconsultatie was onverwacht ingewikkeld om af te handelen.

Er moet onderzoek komen, want de onderzoeken spreken elkaar tegen volgens de staatssecretaris. De enige tegenspraak die ik zie is dat de schattingen en propagandaverhalen van verbiedertjesorganisaties tegengesproken worden door echt onderzoek van academici. Ze vraagt zich ook af of de Rode Draad niet wat kan doen, en of die nog bestaat. Zo slecht is ze dus op de hoogte.

De Nationaal Rapporteur moest in eerdere rapporten goedpraten dat de tellingen van mensenhandel blijven dalen ondanks alle heksenjacht, en had daarom beweerd dat de aandacht van de politie voor mensenhandel was ingezakt. Daar klopt natuurlijk geen flikker van, maar de staatssecretaris moest dat nu wel aanhoren. Ze beloofde beterschap, onder andere doordat na de zomer er meer zedenpolitie wordt geworven. Dus we krijgen verse vingers in de doos.

Inplaatsvan eerlijk te kijken naar de kwaliteit van alles wat haar kant opkomt, neemt ze juist even de gelegenheid om de Nationaal Rapporteur de hemel in te prijzen. Want die werkt zó hard!

Er komen wat moties dat het kabinet wat met het Zweedse model moet gaan doen, en de staatssecretaris raadt die moties af. Er wordt morgen over gestemd.

Zo, nu heb ik je vier uur bespaard.

Aan het begin van dit stukje heb ik geschreven dat het allemaal een oprisping is, allemaal oud spul. Maar zoals je kan zien zijn er nu bij GL en D'66 wel mensen die in ieder geval wéten van onderzoek en van echte feiten. Dat is al veel  beter dan wat het was, dus waarom zeg ik dan dat het toch weer hetzelfde is, en eigenlijk een herhaling van zetten?

Ten eerste omdat dit een stukje in de zijlijn is. De grote dreiging is de gortdroge WRS waar niemand behalve de hoeren en de verbiedertjes interesse in heeft. Dit is een kansloos voorstel omdat het veel te simpel en onhandig is. Maar het is er danook niet om aangenomen te worden. Het is er om de politici in te wrijven dat er vanuit de kiezersmassa lust is om hoeren te onderdrukken. De wil van het volk wordt gesuggereerd aan de stemmenjagers.

Dit verandert dus niets behalve dat het de geesten rijp maakt voor meer repressie. Het is bedoeld om mensen murw te maken over het inperken van onze rechten. Als heftige dingen worden voorgesteld om een probleem aan te pakken, wordt er sneller een gematigde versie daarvan gebruikt, inplaatsvan na te denken of er wel echt een probleem is, of dat een overheidstaak is om aan te pakken, en hoeveel ellende dat mag veroorzaken. Het is een techniek die in sales <i>anchoring</i> wordt genoemd.

Maar ten tweede is er ook echt weinig nieuws als je het van een afstandje bekijkt. Ja, de verbiedertjes durven heftigere dingen voor te stellen, en ja, de andere politici hebben intussen van de echte onderzoeken gehoord. Maar de verbiedertjes zijn ze nog steeds een stap voor, en de kennis van de andere politici is nog steeds niet genoeg om daar doorheen te prikken. De verbiedertjes beheersen zo het debat, omdat niemand die leugens herkent.

Het belangrijkste, ten derde, is dat allebei de kanten belijden dat er zoveel mìs is in de prostitutie. Dat jaar na jaar de oogst miniem blijft, dat we speciale rechtbanken nodighebben om ergens te komen met de slappe bewijsloze verhalen die het OM voor zaken door laat gaan, en alle hetze in de kranten gebakken lucht is, dat de Nationaal Rapporteur onzin bij elkaar laat rekenen, dat zal geen politicus zeggen. Zelfs als ze het intussen wel weten. Want dat is politiek te kostbaar.

Dat spelletje blijft hetzelfde, met de verbiedertjes en hun zwakke emotionele chantage als argument, en de andere politici, voorzover ze er al een fuck om geven, geblinddoekt door te weinig kennis en inzicht. En telkens falen de extreme rechtenschendende voorstellen, maar telkens wordt er toch terrein gewonnen door de verbiedertjes. De golven slaan stuk op het strand, maar ze spoelen wel telkens zand weg.

Ze rekenen erop. Voor rationele mensen is het frustrerend, en een hoop werk om telkens al die verschillende valse argumenten en drogredeneringen na te moeten gaan. En als de ene golf voorbij is, loopt de andere alweer op de kust. Voor de verbiedertjes is het heel anders. Die zien vorderingen, al is het nòg zo langzaam, en die kunnen elke keer weer lekker dwepen met hun voze fantasietjes. Daar is het zelfbevrediging voor.

En ik hou er niet van om naar publiek masturberende haatzaaiertjes te moeten kijken. Telkens weer.



zondag 30 augustus 2020

Hengsten

Toen ik net begon achter de ramen, vond ik het een hele vreemde ervaring. Ik had al wel wat ervaring met prostitutie, ik had al wat ervaring met seks, en ik had al wat ervaring met me laten bekijken, maar het was wel heel anders om daar achter het raam te staan, zichtbaar klaarstaan om je werk te doen voor iedereen die langskomt. En ik was dus ooknog begonnen op de Wallen, en daar ben je gewoon een toeristentrekpleister. Al was dat toen minder de hoofdmoot dan nu.

Ik weet nog hoe opgelaten ik me voelde. Ik had een kruk, daar ging ik de hele tijd op en af omdat ik me zo ongemakkelijk voelde, en me geen houding kon geven. Ik wist dat ik oogcontact moest proberen te maken, maar ik sloeg de hele tijd mijn ogen neer omdat ik verlegen was. Het is achteraf heel grappig om aan terug te denken, maar ik voelde me dus alsof ik me aan het opdringen was aan de mensen die daar liepen.

Je moet het leren, het lonken achter het raam. En ik had wel goede tips gekregen, maar die kwamen niet goed bij me door toen ik er eenmaal stond. Ik heb het maar moeilijk geleerd de eerste tijd. Als ik niet klanten had gehad die puur voor de nieuwigheid op me af waren gekomen, had ik de eerste dagen geen klanten gehad, en dan had ik het misschien wel opgegeven. Ik stond daar best een beetje om mezelf te bewijzen namelijk.

Het bleek helemaal niet moeilijk te zijn om te zien wie een klant zou kunnen zijn, en wie een geilende toerist was die alleen ging staan aapjeskijken. Dat had ik op de tweede dag al goed door. De geilende toeristen keurde ik geen blik waard, dan gingen ze ook het snelst weer weg. Klanten kregen blikken, daar lonkte ik tegen, en liet ik een lekker wiebeltje aan zien.

Dat deed ik in het begin ook tegen de mogelijke klanten die in een troep toeristen mee waren. Een samenzweerderige knipoog naar de huisvader die met zijn vrouw en twee kinderen door de Wallen schuifelde, of een wenk naar een man die probeerde niet op te vallen tussen een hele toergroep. Dat werkte wel, maar het moedigde de toeristen enorm aan. De toerleiders kwamen dan telkens bij jouw raam terug. Dat vond ik de omzet niet waard. Andere meiden vonden dat andersom.

Van die toeristen begreep ik wel dat ze me even opgelaten aankeken, met de andere toeristen mee wegschuifelden, en dan pas uren later langskwamen, weggedoken in hun jas, en zo snel mogelijk achter mijn deur wouden verdwijnen. Die willen niet voor de neus van de aapjeskijkers, of van hun gezin zelfs, met mij in gesprek over wat ze wouden hebben en dan naar binnen verdwijnen. Dat is teveel van het goede.

Ik begreep het alleen niet van de klanten die in hun eentje kwamen. Die kwamen ook kijken, die namen ook die knipoog of die tong langs de lippen aan, die keken even ondeugend, en die liepen, bijna huppelden, dan weer verder de straat af. Dat gebeurde echt héél veel, en elke keer voelde ik me dan alsof hij me niet goed genoeg vond. Maar een deel van die klanten kwam een uur later wel langs om een nummertje te maken.

Er waren wel klanten die je zagen, die even naar je geflirt stonden te kijken, en dan meteen naar binnen kwamen. Maar dat waren er niet zoveel als ik had gedacht. Veruit de meeste hingen een poos rond, en liepen de meiden af voordat ze een praatje maakten. Ja, goed, dat praatje was kort en krachtig, en daarna had je in een handomdraai je wip gepiept, maar die ronddwalende mannen vond ik moeilijk te begrijpen.

Mijn collegaatjes waren er minder mee bezig. Zo ging het nou eenmaal, dat was hoe het was. Er was zelfs een werkwoord voor: "hengsten." Mannen die voor de hoeren kwamen, en voor de ramen rondhingen totdat ze eens ergens binnenstapten. En daarna waren ze weer weg. Van sommige mannen wist je dat ze niet hengstten, andere mannen stonden er juist om bekend dat ze de hele avond konden hengsten, en soms zelfs dàn niet ergens binnenstapten.

Hengstende mannen kon je gewoon accepteren, je kon ze negeren, maar veel meiden vonden ze vooral irritant. Je hebt zo'n vent die langskomt, je flirt met hem, en hij gaat weer weg. En komt even later weer langs. En weer. Je stopt er werk in, en hij loopt weg. Dus je doet werk voor niets, en ookal geven we het niet graag toe, het is niet fijn voor je zelfvertrouwen.

Als een man die bij jou heeft lopen hengsten bij een ander naar binnen gaat, is dat zuur. Zij is wel lekker genoeg, jij niet. Je gelonk heeft niet gewerkt, je flirten was kennelijk niet spannend genoeg, of zij is mooier. Waarom komt hij dan wel bij je hengsten? En waarom komt hij volgende keer wéér bij je hengsten, ookal stapt hij wéér bij haar binnen? Soms voelt het alsof ze met je spotten.

Sommige meiden krijgen er wat van. Als die een hengstende man zien, dan negeren ze hem of kijken hem weg. Die komen tòch alleenmaar bij je geilen en je gratis flirts kijken, en geven je niets terug. Je hebt niets aan zo'n man, laat hem oprotten. Je kan beter hebben dat hij snel doorloopt, want zolang je met hem bezigbent komen de echte klanten niet voor je raam staan. Zo dacht ik ook een tijdje. Bestwel lang eigenlijk.

Ik was al bijna weg achter de ramen, omdat ik de hele toestand met Sjaban Baran te hachelijk vond worden. Niet dat ik veel van die klootzak gemerkt had, maar collegaatjes wèl, en ik was vooral angstig geworden door te zien dat de politie helemaal niets tegen hem ging doen. Collegaatjes waren al naar eigen bescherming toe aan het trekken, en ik wou niet klem komen te zitten in een pooieroorlog. Achteraf gezien begreep ik maar half wat er gebeurde, maar dat is een heel ander verhaal.

Het was bijna het eind van de shift, en ik was komen buurten bij een collegaatje waar ik goed mee op kon schieten. Ze was serieuzer dan ik, en was ook achteraf gezien gewoon geschikter voor de ramen. Ze werkte door tot het laatste moment van de shift, terwijl ik tegen haar aan stond te praten, in het hoekje waar ik van buiten niet te zien was. Ze keek niet naar me, alleen naar buiten.

We waren aan het praten, ik weet niet meer waarover, en zij flirtte met een man die langs kwam hengsten. Hij liep door. Wij praatten verder, en hij kwam nòg een keer hengsten. Zij flirtte weer met hem, met evenveel vriendelijkheid en openheid als de keer ervoor. Het viel me op, wist ze dan niet dat dat gewoon moeite voor niets was? Ik zei tegen haar dat hij alleenmaar kwam hengsten. Moest ik hem voor haar wegsturen?

Ze maakte eerst haar flirt af, tot hij weer wegschuifelde, en ging toen met me in discussie. Waarom zou hij wegmoeten? Hij is een klant. Ze wil hem hebben, nu er nog even tijd was in de shift is. Ik snapte haar niet, zij snapte mij niet, maar al snel was duidelijk dat zij heel anders naar hengstende mannen keek dan ik. Omdat ze beter snapte hoe raamwerk werkte dan ik.

Hengsten is namelijk niet alleenmaar een irritant soort gedrag waar je mee moet dealen in het raamwerk. Het is juist wat raamwerk zo goed laat werken en zo goed laat verdienen. En ik kwam er dus pas achter toen ik zo'n beetje ophield. Ik had nog niet genoeg ervaring en kennis van de business om het een goed plekje te geven, en ik was nog niet volwassen genoeg om een brede blik erover te hebben, maar ik had wel wat nieuws geleerd.

Die collega legde me uit dat die hengstende klanten niet bezig zijn met gratis showtjes van je te stelen, maar dat ze zichzelf op aan het werken zijn om bij jou de afmaker te komen halen. Waar je eigenlijk mee bezigbent is voorspel. Die mannen kijken naar alle meiden, en kiezen er dan eentje. En dat is er dan natuurlijk niet één die geïrriteerd gaat doen als hij niet meteen naarbinnen is gesprongen.

Ze had gelijk. Zo werkt het met de hengsters, ookal begrijpen die hengsters vaak ook niet wat ze precies aan het doen zijn. Al denk ik dat ze best herkennen wat er speelt als je het er met ze over hebt. Het is niet vergezocht, je hebt er geen diep inzicht voor nodig ofzo. Het is eigenlijk alleen kijken naar je klanten ook als ze buiten je kast zijn, inplaatsvan ze te negeren zolang ze buitenblijven.

De ramen zijn uniek doordat klanten komen kijken ook als ze nog niet besloten hebben om een bezoekje te brengen. Of vaker, als ze nog niet aan zichzelf toegegeven hebben dat ze dat van plan zijn. Ze zijn gewoon passanten, ze zijn gewoon door de straat aan het wandelen, ze zijn toeschouwers, ze zijn nog niet over die drempel van het deelnemen heen. Naar de hoeren gaan kijken is immers gewoon toeristengedrag. Dat kunnen ze zichzelf in ieder geval vertellen.

En als zo'n man langs de ramen loopt, en de ene na de andere meid ziet, dan gaat hij hengsten. Dat krijg je vanzelf. Hij voelt zich aangetrokken. Hij voelt ook dat we willen dat hij komt. Hij voelt zich nietmeer sociaal gepusht om bij ons weg te blijven, maar juist om naar ons toe te komen. Vooral als het ene na het andere raam hem toelonkt, en hij heel veel die bevestiging krijgt.

Iedere keer als hij een klein zetje krijgt doordat hij vanuit een raam door een knap meisje wordt toegeflirt komt hij dichterbij het aanspreken. De drempel wordt steeds lager, het wordt steeds natuurlijker om toch even verder te gaan. Hij laat zich lokken, en hij heeft het gevoel dat hij er eigenlijk weinig initiatief in heeft allemaal. Hij laat het zich een beetje aanleunen, en hij laat het zich een beetje overkomen.

Het is niet alleenmaar moed verzamelen, al is dat zeker een belangrijke. Het is ook funshoppen voor mannen. Netzoals je een geweldige dag kan hebben in een winkelcentrum met veel hippe kledingwinkels, en uiteindelijk alleen met drie nieuwe topjes en een sjaal thuiskomt, hebben die mannen ook plezier in het "aanproberen" van de flirts van de meiden. Kijken wat ze leuk zou staan.

Bij hengsters heb je ooknog dat ze er wel op kicken dat we met zijn allen naar hem staan te lonken. Dat gaat niet alleen om dat hij keus heeft, maar ook om de kick dat er zoveel vrouwen op hem staan te wachten. Op hem staan te hopen zelfs. Zo'n man voelt zich alsof hij een hele harem voor zich heeft staan. Mannen verzamelen graag vrouwen, al is het maar heel vluchtig. kijk maar naar hoe ze met pornoverzamelingen omgaan.

Dat hengsten is een manier om over de drempel heen te komen. Om zich sterk genoeg te voelen, om zich begeerd genoeg te voelen, om de moed te verzamelen, om af te komen van het idee dat hij zich opdringt en niet welkom zou zijn. En dat begint op de meest vrijblijvende manier: gewoon door de straat lopen. Een echte straat, die ergens heengaat. Waar ook mensen lopen die niet komen voor de hoeren.

Tegelijk is het ook voorspel. Die man staat daar zichzelf van voorspel te voorzien door al dat geflirt en gelonk aan te kijken. Hij doet het meeste werk zelf, en hij komt alleen voor de afmaker naar jou toe. Als je hem binnen kan krijgen, is het zo gepiept om hem een heel bevredigende wip te geven, zonderdat je zelf voorspel moet gaan leveren. Dat is toch al heel lastig achter de ramen.

Maar dat hij bij jou naar binnen komt is natuurlijk niet zeker. Jij bent één van heel veel meisjes die met hem flirten. De aandacht die je aan hem geeft, gaat ten koste van wat je aan andere mannen zou geven, vooral als het zo'n tiepje is die een minuut blijft staan kijken voordat hij weer doorloopt. Dat is natuurlijk helemaal onbelangrijk als het toch al niet erg wil lukken met de aanloop, maar als het druk is ga je keuzes moeten maken.

Je hebt er voordeel van als de klant bij jou binnenstapt, en zijn hengsten heeft gehaald bij al je collegaatjes. Je hebt er niets aan als hij bij een ander binnenstapt. Het kan dus nuttig zijn om te kunnen gokken of de man bij jou binnen gaat stappen. Dat weet je nooit zeker, want mannen zijn onvoorspelbare beestjes die veel impulsiever zijn dan ze zelf denken, maar er zijn wel wat signaalvlaggen die je kan zien.

Een man die wat rondhangt en nog niet aan het hengsten is, moet je altijd wat extra aandacht geven. Hengsters lopen namelijk bijna altijd binnen bij de meid waarbij ze begonnen zijn met hengsten. Als hij nog niet bezig is, probeer hem dan aan te zwengelen. Ookal loopt hij dan weg, de kans is groot dat hij uiteindelijk bij jou terechtkomt. Als je een passant even toelonkt en hij komt even later langshengsten, dan kan dat makkelijk jouw klant worden. Jaag hem dan dus niet weg.

Sommige hengsters willen telkens een ander meisje, dat lijkt ook logisch met hun achtergrond. Maar opvallend veel van die mannen hengsten de hele straat en de hele buurt af, maar stappen dan toch weer naarbinnen bij hun vaste meid. Als je dat weet, dan hoef je er geen aandacht aan te besteden natuurlijk. Dat is dan verloren tijd, en verloren aandacht. Nou ja, alles is een gokje waard als het niet wil lopen op een shift natuurlijk.

Bij verlegen mannen wil het weleens werken om een babbeltje met ze te maken, of even samenzweerderig te doen. Bij hengsters werkt dat helemáál niet. Die reageren juist goed op een gebrèk aan intimiteit, een beetje afstand tijdens het lonken. Die willen niet gezien worden, die willen vooral zíén. Liefst hebben ze dat je elke keer doet alsof je hem voor het eerst ziet.

Het is verleidelijk om een beetje druk op hem te zetten om binnen te komen. Wenken, tikken, deur openmaken, dat soort dingen. Maar dat is voor een hengstende man juist niet aantrekkelijk. Daarmee maak je de kans dat hij binnenkomt eigenlijk alleenmaar kleiner. Het moet juist telkens een flirt zijn. Telkens een lonk, en dan hem de vrijheid geven. Als je te hard lokt komt het te dichtbij. Hij moet zelf voelen dat hij er klaar voor is. En als jij dan telkens gelonkt hebt, voelt hij zich bij jou op zijn gemak.

Een goed teken is ook als hij telkens even bij jouw raam komt hengsten, terwijl hij nog niet een heel rondje heeft gemaakt. Als hij een paar keer vlak na elkaar komt hengsten, is dat extra hinderlijk, maar ook een teken dat hij bijna klaar is om binnen te stappen. Dan is de kans dat hij naar een ander gaat al flink verminderd. Even doorzetten is dan nuttig.

Hengsters niet wegsturen lijkt meer investeren dan de huisvaders die in hun jas gedoken binnenstappen centraal stellen. Maar hengsters hebben een paar flinke voordelen als ze langskomen. Ten eerste zijn ze goed geil, en hebben ze vantevoren geen budget met zichzelf afgesproken. Ze gaan dus sneller mee met extra's en hoge prijzen. Hengsters rekende mijn collega ook altijd de hoofdprijs.

Als tweede heb je dat hengsters hun eigen voorspel al hebben gedaan. Je hoeft ze niet op te stoken, je moet eerder oppassen dat ze niet te snel over het randje gaan. Ze hebben in hun hoofd al een enorm avontuur beleefd met hun hele lonkende harem, waarbij jij er positief uitsprong omdat je hem bleef lonken terwijl de andere meiden hem al beu waren en al op het raam tikten.

Ten derde hebben hengsters vaker de neiging om plekken als Hookers op te zoeken, en zijn ze meestal heel positief met hun recensies. Ze zijn dus goede reclame, en ze zijn vaak ook gewoonteklanten, die een hoop geld naar de buurt brengen. Als je een hengstende man als vaste klant kan krijgen, heb je er goed omzet aan. En niet te vergeten is het ook belangrijk dat andere klanten zo'n man naar je raam zien kijken als je raam niet goed in de loop ligt.

Hengsten is dus niet zomaar een irritant gedrag van sommige klanten, het is belangrijk. Vooral omdat dan weliswaar alleen echte hengsters er een heel ding van maken, maar eigenlijk èlke raamklant wel een beetje hengst. Het is een ding dat hoort bij het raamwerk, en waar niet gehengst kan worden, daar loopt het raamwerk niet lekker. Het is nou net dat ene ding dat zorgt dat je zonder flink voorspel kan.

Ja, achter de ramen wordt ook gepijpt en gerukt, maar dat is nauwelijks voorspel. Je hebt er ook gewoon geen tijd voor. Je kan niets opbouwen. Het moet er al zijn als je begint. Als je de klant binnenkrijgt is dat voor de afmaker. Verlangen scheppen doet hij zelf, jij bevredigt dat. En dat is niet erg zolang hij er maar de kans voor krijgt. En daar zijn de ramen ideaal voor.

In andere takken van de branche, vooral in clubs, proberen we ookwel om de mannen wat te laten hengsten. Vooral de clubs die hardnekkig blijven proberen zichzelf als een uitgaanstoko met optionele kamerbezoekjes neer te zetten. Die hopen ook dat met het gezuip aan de bar de klant zichzelf al in de mood brengt. In de praktijk is het gewoon niet mogelijk om te hengsten, en blijft het met tegen één meid of een groepje aanhangen tot hij daarmee naar boven gaat. Waar je hem alsnog moet opwekken en voorspel moet doen.

Raamwerk heeft een eigen voordeel, en dat komt eigenlijk alleen uit het hengsten. Dat wordt moeilijk herkend, maar als je ernaar gaat kijken zie je het zeker. En soms denk ik weleens dat de verbiedertjes dat beter doorhebben dan wij als deelnemers. En dat ze daarom de afgelopen jaren zo bezigzijn om het raamwerk te "verplaatsen" naar Laufhausen of naar onzichtbare plekken waar niet gehengst kan worden.

Als raamwerk niet meer raamwerk is wordt het totaal anders. Het hele hengsten valt dan weg. Dat is een grote verandering, zelfs als de klanten dat nog niet zien aankomen. Een Laufhaus is al veel minder toegankelijk, het hengsten is daar al flink minder. Door ramenstraten in een gebouw te stoppen, probeer je er gewoon een bordeel van te maken. Een gemankeerd bordeel. Want bordeelwerk is wel heel ander werk, en daar aarden die raammeiden niet. En ook daar wordt niet per ongeluk op aangestuurd.

Ramen verplaatsen naar binnen maakt de ramen kapot. Verplaatsen naar ergens waar een man niet een gewone passant kan zijn maakt hengsten moeilijk te beginnen, en is economisch dus ook rampzalig. Raamprostitutie met de gordijntjes dicht zet ook een streep door het hengsten. De toegang beperken tot mannen die een ticket kopen om aan te geven dat ze voor een wip komen maakt de drempel hoger. Al die maatregelen zijn er om de hengst-interaktie tussen hoer en klant te storen.

Hengsten is niet sjiek, en het lijkt ook niet netjes te zijn naar de meiden toe. Maar het is wat de ramen vitaal en winstgevend maakt. Het legt werk en verantwoordelijkheid bij de klant. Het zorgt voor doorloop, en het zorgt dat de hoeren dichterbij de huisvader kunnen komen voordat die in het diepe hoeft te springen. Hengsten is wat de ramen máákt. Kijk uit dat ze het je niet afpakken.

zondag 23 augustus 2020

Woelig

Mijn stukje van vorige week was een leuk idee, maar als ik het teruglees ben ik er niet tevreden over. Als ik er langer over gedaan had, en als ik het meer had laten rondgaan bij mijn hulpploeg, dan was het een beter stukje geweest. Nu zijn er dingen in die niet gezegd zijn die wel gezegd hadden moeten worden, en heb ik ook niet echt het punt gemaakt wat ik wilde maken. Dat is een gemiste kans, en daar heb ik een hekel aan.

Aan de reakties kan ik wel zien dat het niet heel veel indruk heeft gemaakt, al heb ik geen negatieve opmerkingen gehad over dat het niet erg diep was. Ik probeer mijn blogje wel wat diepgang te geven, en zoveel mogelijk toch mensen iets nieuws te geven, iets te laten leren misschien zelfs. Maar nou ik terugkijk naar het vorige stukje zie ik toch vooral dat ik eigenlijk alleenmaar dingen heb herhaald.

Nou ja, niet elk stukje kan iets zijn om trots op te zijn natuurlijk. En we hadden net een heerlijke hittegolf gehad waarbij ik niet aan werken of schrijven dacht, en gewoon de hele week zo weinig mogelijk deed en veelteveel in de zon heb liggen bakken op verschillende stranden. Er zijn minder naaktstranden tegenwoordig, maar gelukkig zijn ze er nog wel, en met dit weer wou ik echt niet naar het textielstrand.

Het was niet het weer om veel te werken. Alles waarvan je warm wordt is eigenlijk niet te doen tijdens zo'n hittegolf. Dus dan zit ik vooral op mijn telefoon te prutsen. En dat betekent al snel dat je vooral het nieuws zit te lezen. En daar krijg ik het dan weer warm van, want je krijgt een boel boosmakende onzin over je heen als je gaat lezen in de pers.

Dan heb ik het natuurlijk niet over de corona-berichtgeving waar bijna àlles over gaat de laatste tijd, maar over het nieuws over sekswerk en alles wat ermee temaken heeft. Al dat gehuichel en gelieg zorgt dat ik het bloed naar mijn kop voel stijgen, en dan krijg ik het pas ècht warm. En natuurlijk krijg ik dan meteen weer de behoefte om er een stukje over te schrijven.

Maar dat doe ik alweer heel lang niet meer. Ik maak een uitzondering voor grote dingen als de WRS, maar over het nieuws schrijf ik niet meer. Er is genoeg om over te schrijven, minstens netzoveel als toen bijna elk tweede stukje over het nieuws ging, maar er komen geen stukjes meer over. In elk geval komen die niet verder dan een aantal nijdige aantekeningen in mijn bloknoot. En een kromme punt aan mijn fineliner.

Eigenlijk weet ik helemaal niet of ik wel weer aan de nieuwsstukjes wil beginnen. Ze kosten heel veel tijd, want je moet uitzoeken wat er nou precies aan de hand is. Ik ben geen krant, als ik er een keertje naast blijk te zitten ben ik meteen mijn geloofwaardigheid kwijt. Kranten worden toch wel geloofd, hoeveel onzin ze ook verkopen. Een blog moet altijd raak zitten, dus dat is veel werk.

Daarnaast, die nieuwsstukjes zijn niet welkom. De reakties van mijn lezers zijn vaak wel steunend voor mij, maar haast niemand vindt ze leuk. Ze worden slecht gelezen, en er gebeurt weinig mee behalve dat mensen ze deprimerend vinden. En alles wat je dieper uitzoekt dan de krant wordt toch wat aarzelend bekeken, en mensen nemen het niet erg serieus. Dus waar zou ik het dan voor doen.

Toen je nog polls kon doen op Blogger heb ik weleens gevraagd naar wat mijn lezers nou wouden met mijn nieuwsstukjes, en dat was toen ook heel duidelijk. Minder dan tien procent wou dat ik nog eens nieuwsstukjes schreef, en zelfs die wouden het minder vaak dan ik deed. Dus toen heb ik het maar gelaten ook. Vooral omdat ik kon verwijzen naar de Twitter van KSP, die het nieuws op de voet volgde, en haarscherp uit kon leggen waarom het onzin was. In honderdveertig tekens nog wel.

Maar KSP is van Twitter verbannen, en kan niet meer schrijven. Andere meiden op Twitter, zoals Yvette Luhrs of Ancilla Tilia, Hella Dee, Carmen Kleinegris, Moira Mona, Laura Kasbergen en nog wel meer, hebben ook het nieuws wel besproken. Maar niemand zo consequent of zo betrouwbaar als KSP. Die was van een uniek kaliber op Twitter, en ookal helpt ze me nu met mijn blog, ik mis haar Twitter wel om het nieuws bij te houden.

Er is nu een gat in de nieuwscommentaren, en de nieuwsstroom is nog steeds niet gestopt, nog steeds niet minder dom, en nog steeds niet minder schadelijk. Ik voel me daar wel verantwoordelijk voor om wat van te zeggen, en misschien een nieuwsbulletin op de donderdag te doen. Maar daar heb ik geen tijd voor, en dat zou ik dan moeten uitbesteden. En dat doe ik weer liever niet.

Maar wat eigenlijk altijd me stilzet als ik me tòch weer ga laten verleiden om wat over het nieuws te schrijven: het is nooit nieuw. Het is niet dat ìk niets nieuws te zeggen heb, maar dat de pers en de verbiedertjes gewoon geen fantasie hebben om iets nieuws te bedenken. Het is tèlkens hetzelfde soort onzin, en ookal is het al duizend keer gebleken dat die leugens klappen, tòch laat de pers dat elke keer discreet links liggen.

Ik kan wel blijven drammen, ik kan wel blijven herhalen, maar iedereen die mijn blog leest kan zelf ookal zien dat er niets van klopt. Wat er echt gebeurt. Wat er echt aan de hand is. En wat eigenlijk het verhaal is achter zo'n artikel. En dus ook met welke reden dat artikel zo verdraaid wordt geschreven.

En toch zou ik KSP graag terug op Twitter hebben.


maandag 17 augustus 2020

Liegen

Toen ik een klein meisje was, was ik nooit op mijn gemak met leugens. Ik was opgevoed met een heel streng idee over dat liegen iets slechts was, hoe goed je bedoelingen ook waren. Ik werd er zelfs een beetje zwijgzaam van, want iemand die de hele tijd niet liegt, is niet erg sociaal.

Ik had meegekregen dat leugens je onecht maakten. Dat een leugen altijd kwaad doet, hoe het ook zit en hoe het ook gebruikt wordt. Dat de waarheid altijd beter is, ook als je door een hele zure appel heen moet bijten. Omdat leugens àltijd uitkomen, en de gevolgen van zo'n leugen àltijd veel negatiever zijn dan de waarheid zou zijn geweest. Dat was best zwartwit.

Natuurlijk is het onzin. Dat begon al duidelijk te worden toen ik een klein meisje was, en ik om me heen zag hoe al die vrome, nette mensen om me heen óók allemaal logen als het ze uitkwam. De enige die ik daar niet op betrapte was mijn opa, maar die zal het ook bestwel hebben gedaan, en bovendien vonden mensen hem nietzo aardig omdat hij niet sociaal was door te liegen netzoals iedereen anders.

Maar ookal zag ik dat er iets niet aan klopte, en dat niemand zich eraan hield, toch durfde ik het idee dat liegen slecht is niet los te laten. Ik bleef een beetje dat stille en verlegen maar toch onbuigzame meisje wat mensen na een poosje nietmeer uitnodigen naar feestjes. Als je niet liegt, trap je mensen namelijk zonder het te bedoelen op hun ziel. Want die denken dat als je rekening met ze hield, je wel een beetje zou liegen om de klap te verzachten.

Toen ik ging studeren, en vooràl toen ik de kraak inging, leerde ik wel hoe belangrijk liegen is. Tegen mensen die je wil bedonderen, tegen mensen die je zich goed wil laten voelen, tegen mensen waar je wat van wil, tegen mensen waarvan je wil dat ze je met rust laten, tegen mensen die je geen pijn wil doen, en vooral tegen jezelf natuurlijk. Liegen is glijmiddel voor alle sociale dingen die je doet. En netzoals glijmiddel ben je snel rauw als je het niet gebruikt.

Ik lieg nogsteeds minder dan de mensen om me heen. Dat is trouwens niet altijd zo geweest. Ik heb een tijd gehad dat ik heel veel loog, en daar eigenlijk gewoon te ver in ging. Toen loog ik ook als het niet nodig was. Ik loog omdat ik het eigenlijk nooit over mijn eigen ik had, maar over het image wat ik wou laten zien. En wat het geld voor me verdiende toen.

Toen zat ik namelijk in het kunstwereldje, en ik probeerde mijn geld te verdienen door mijn objekten te verkopen. Ik wou kunstenares zijn, professioneel, en het lukte me zelfs ooknog. Maar als je dat wil doen, moet je heel goed en beroemd zijn, òf kunnen bluffen en liegen. Ik hou van mijn kunst, maar ik ben geen Queirolo of Brancusi. Als ik geen strakke jonge meid met een hip kapsel was geweest die wist tegen wie ze moest flirten en liegen, had ik mijn boterham niet verdiend.

Nou moet je niet denken dat ik dan een valse insluiper in de kunstwereld was. Zo zit bijna iedereen in de kunstwereld. Het is een bordkartonnen wereldje van ego's en bluf, en het gaat niet om de kunst zelf. Daarom knappen ook zoveel jonge kunstenaars, die hun kunst wèl menen, erop af. Ik draaide gewoon mee in de leugens en in de bluf. En daarmee paste ik perfekt tussen de rest van dat wereldje.

Er zijn vastwel andere wereldjes die zo werken, maar ik heb alleen ervaring in de kunstwereld met dat soort gelieg. Het was slijmen bij handelaren, en met ze flirten om ze je te laten pluggen. Nou ja, flirten, het ging ookwel flink verder dan dat als je het een regelmatig ding wou maken. Als je wil zeggen dat wat ik toen deed eigenlijk al prostitutie was, ga ik je niet tegenspreken.

Ik loog toen zelfs via mijn kunst. Mijn objekten voelden als leugens soms. Ik maakte met heel veel aandacht en toewijding mijn "echte" kunst, waar ik mijn ziel inlegde, maar ik maakte ook kunst voor de verkoop. Dat flansde ik dan in een middag inelkaar. De handelaars en de kopers zagen het verschil niet. Dat deed me in het begin veel pijn, maar als je zo je boterham kan verdienen word je wel praktisch.

Bijvoorbeeld pijpte ik een handelaar die door vastgoedjongens werd benaderd voor kunst in kantoorgebouwen. Ontwikkelaars zijn verplicht een percentage van de bouwkosten aan kunst te besteden als er overheidsgeld bij komt kijken. Dat heet de "percentageregeling," en die heeft een paar jaar mijn boterham betaald. Maar ook puur commerciële jongens kopen kunst om hun pand er hoogdravender uit te laten zien. Het was nooit "mijn" kunst die ik daarvoor leverde. Ik maakte maar wat "interessant" uitziende zooi, en dan was het goed.

Ik maakte vooral betonnen objekten met zelfgebakken keramische tegeltjes in vormen die kontrasteerden met het bouwprojekt. Bij bungalowbouw maakte ik hoge sprieten, bij een hoge kantoortoren was het meer een plompeblad. Als het een strak en recht gebouw werd, maakte ik iets etherisch en organisch, als het een speels gebouw was met ronde vormen maakte ik een rechthoekig en symmetrisch objekt. Het was een middagje schetsen, en na vier koppen koffie was het idee gepiept.

Vergeleken met toen was de prostitutie een enorme stap weg van leugens. Mensen hebben toch het idee dat de prostitutie van de leugens bulkt, en dat alles bij hoeren onecht is, maar eigenlijk is het andersom. Je komt nergens een duidelijkere deal tegen over seks dan in prostitutie. Je weet precies wat je mag verwachten, en precies hoeveel het kost.

Zelfs de seks zelf is minder gelogen. Ja, we faken wat af, maar wat we doen is niet dubbelzinnig. Elke emotie die we uitlokken, elk beeld en elke illusie die we oproepen, die is bedoeld om de wip goed te laten draaien. We zijn niet bezig om te manipuleren met een verborgen agenda. Ik zeg niet dat je de grootste lul hebt omdat ik je zelfbeeld wil bijstellen, ik zeg het omdat je het geil vindt.

We gebruiken veel illusie in het sekswerk. Ook de meiden die daar niet bewust mee bezig zijn. Ook de meid die niet faket, die op haar smartphone gaat zitten spelen in hondjes, die er verder geen flikker aan doet, die maakt illusie. Alleen heel slecht. Ze laat de klant al het werk doen. Ze presenteert zich nogsteeds vantevoren als iemand die ze voor hem niet zou zijn als hij niet zou betalen.

De meiden die het beste met de illusies zijn, die zíét de klant nieteens echt. Die krijgt alleen de illusie te zien, en watvoor vrouw daarachter zit, dat krijgt hij niet mee. Maar de ironie is wel dat die meiden weer heel veel bevrediging krijgen uit het in-de-illusie-gaan-zitten. Dus misschien krijgt hij wel niet hun alledaagse zelf te zien, maar wèl juist de tovenares die in hun diepste binnenste woont. Wie weet.

Met seks wordt er heel veel gelogen. Vooràl buiten de prostitutie. Héél veel vrouwen faken. Heel veel mannen doen alsof ze veel geestelijker aangetrokken zijn dan echt waar is. Allebei de geslachten faken hun enthousiasme en betrokkenheid en aantrekking. Zowel om het meer te laten lijken, als minder. Allebei de geslachten proberen zich beter te laten zien dan ze zijn.

Complimentjes vliegen in het rond bij seksuele relaties, en ze zijn heel zelden gemeend. Ze zijn om de ander op te pompen en meer seksueel zelfvertrouwen te geven, en zo de benen uit elkaar of de pik omhoog te krijgen. En wat de mensen daar verder allemaal aanvast hebben geknoopt, want we hangen veelteveel van ons ego vast aan hoe we seksueel worden gezien. Allemaal veel simpeler en eerlijker in de hoererij.

Om nog maar te zwijgen over leugentjes als "je bent de mooiste die ik ooit heb gezien" of "ik ben aan de pil" of "ik ga bij haar weg." Er wordt tijdens het neuken zoveel gezworen om toegewijd te zijn aan de partners, en nadat het zaad tegen je baarmoederhals is gespat is dat allemaal gebakken lucht.

En klanten weten het. En ze waardéren het. Misschien weten ze het niet op een manier dat ze je het uit kunnen leggen, maar je merkt dat ze snappen hoe de deal is, en dat je uiteindelijk niet al die leugens en al die onzin en bluf rond seks gebruikt voor iets anders dan een fijne illusie, waar je allebei wat aan hebt. Ze weten wat er nep is en wat er echt is, en er loopt niets doorelkaar. Dan weet je waar je aantoe bent, en kan je er gewoon voor gaan.

Sowieso is het niet nuttig in ons werk om op dezelfde manier te liegen als amateurs doen. Als je overal een neppe suikerspin van maakt, komt niets meer aan als iets echts. Als je waarheid en illusie mengt, en zo weinig mogelijk van de werkelijkheid afwijkt, dan kan een kleine suggestie als een bliksem inslaan. Je wil je illusie zo geloofwaardig mogelijk maken, en daarbij hoort dat je nogal tempert hoever je gaat met je leugentjes.

Maar als je dan eens een keer iets vertelt, of een complimentje maakt, dan weten ze ook dat je het zegt zonderdat er wat achter zit. En dan zie je ze opgloeien. En zo vertelde ik een man deze week dat hij een fijne minnaar was, die lekker ongecompliceerd kan seksen. En dat ik dat waardeer omdat het best zeldzaam was. Hij was ontroerd, en hij vond het fijn dat hij wist dat hij het van mij kon geloven.

maandag 10 augustus 2020

Warme schoenen

Achter de ramen trok ik mijn schoenen eigenlijk nooit uit. Niet alleen omdat bestwel veel klanten het geil vinden, maar het is iets wat ik vond dat bij de ramen hoorde. De klant was zo kort binnen, meestal niet meer dan een kwartiertje, dat ik het de moeite niet vond om mijn schoenen uit te doen. Bovendien droeg ik inlegzooltjes in mijn schoenen die er haast uitzagen als maxiverbandjes, en ik wou niet dat de klant die zag. Onzin eigenlijk.

In de clubs was het anders. Daar was het wel gewoon om je schoenen uit te doen voor een wip, en dat nam ik over. De seks was kort, je rekte het voorspel zolang mogelijk op, zowel aan de bar als in de kamer, om de klant meer uit te laten geven. Naar de kamer, tijdrekken, uitkleden, wip maken, en weer aankleden. En dus ook je schoenen aan. Die nog warm zijn van voor de wip. Ik vond dat een vreselijk gevoel.

Als ik mijn schoenen aandoe, dan is dat koel en glad leer, en een stevige schoen die ik voel. Daar voel ik me prettig bij. Als ik mijn schoenen aandoe terwijl ik ze daarvoor een poos heb gedragen, voelt het warm, klam, zweterig, en alsof de schoen slap is geworden. Het voelt alsof ik in iets mufs en viezigs ben getrapt. Ik heb er een hekel aan, en het is één van de dingen die op mijn zenuwen gingen werken bij de clubs.

Veel lezers zullen een beetje raar opkijken van wat ik schrijf. Want ik heb wel eerder uitgelegd waarom ik de clubs uitgegaan ben, en dat had hier niets mee temaken. Maar het was wel iets, één van de hopen kleine dingen, waardoor mijn keuze goed heeft gevoeld. Kleine dingen zijn soms best belangrijk met hoe je je voelt, ook over dingen die veel groter en belangrijker zijn.

Toen ik voor mezelf ging werken, en mijn eigen regels in mijn eigen werkflatje ging bepalen, was het één van die dingen die vanzelf verdwenen. Ik accepteerde geen korte boekingen meer, ik gaf zelfs voorrang aan de lange boekingen, en ik bracht meer tijd van zo'n boeking naakt door. Het was prettiger werken in elk opzicht. Warme schoenen maakte ik gewoon niet meer mee.

Dat gevoel van warme schoenen was ik blij kwijt te zijn. Het voelde goed om dat nietmeer te hoeven voelen, en het was één van die dingen waardoor het echt als een vooruitgang voelde toen ik de thuisontvangst inging. Je leven bestaat uit een paar grote dingen èn heel veel kleine dingen, en die kleine dingen tellen sneller op. Dat is soms gewoon belangrijk voor je ervaring, en soms is het symbolisch. En soms gewoon allebei.

Maar hoe belangrijk dat ooit was ga je wel snel vergeten als je er een hele poos niet mee wordt gekonfronteerd. Als je me een tijdje terug had gevraagd naar watvoor dingen ik blij was kwijt te zijn, had ik je niet verteld dat ik die warme schoenen haatte, en dat het een opluchting was dat niet meer te hoeven doen. Ik was er klaar mee, en ik had het achter me gelaten. Zo was het goed. Ik dacht er niet meer aan. Ik was het zelfs vergeten.

Nu ligt mijn werkflatje alweer jaren achter me. Dat is waar ik als hoer echt mijn draai had gevonden, en waar ik minofmeer was opgegroeid als ondernemer. Ik had eigenlijk gedacht dat ik dat zou doen tot mijn pensioen. Ik had al lopen plannen hoe mijn klantenbestand en mijn dienstenpalet moest aanpassen met mijn leeftijd, maar dat is dus allemaal een luchtkasteel geworden toen de gemeente de gelegenheid kreeg om mijn bedrijfje kapot te maken.

Dus danmaar de escort in, en daar heb ik me aan aan moeten passen. Dat ging niet makkelijk, want ik ben een gewoontendier. Ik moest mijn draai weer vinden, ik had weer veel te leren, en ik moest ook nederigheid leren. Je hebt meer te slikken in de escort dan in de thuisontvangst. Je bent toch te gast, het is niet jouw huis waar je de baas bent. Geboren escorts hebben daar geen nederigheid voor nodig, dat zijn brutale meiden die daar wel overheenstampen, maar voor mij is het slikken.

Begrijp me goed, ik wil niet zeuren over de escort. Ik ben blij dat het er is, het betaalt mijn brood, en het heeft hele eigen interessante kanten. Ik leer er veel, en ik leer veelzijdiger te zijn. Eigenlijk dwingt het me om dingen te leren waar ik anders me voor zou afsluiten, dus dat is goed. Het is ook geen slechter werk of voor mindere meiden ofzo. Het is alleen niet de stiel die zo goed bij me paste.

Toen ging ik ooknog studeren. Studeren is duur, studeren is vermoeiend, studeren is heel veel stress. Mijn werk is een soort reddingsboei daarin. Het zorgt dat ik niet mijn beleggingen moet aanspreken terwijl dat heel onhandig is met mijn soort beleggingen, het zorgt dat ik even met wat anders bezigben dan met mijn studie, het veegt mijn hoofd leeg, en het zorgt voor een gevariëerd aanbod aan pik. Ik zou het echt niet willen missen.

Maar ik zit wel een beetje moeilijk met de tijd, en het beheren van een gezond klantenbestand in de tijd die ik nog heb is soms wel lastig. De mannen kan ik op mijn leeftijd niet verkopen dat ik studente ben, al ben ik dat wel. Heel ironisch, want toen ik afgestudeerd was kon ik dat wèl, en heb ik dat ooknogwel gedaan ook. Op een beetje meedenken hoef ik niet te rekenen.

Dat heeft me een beetje moe gemaakt denk ik. Ik raakte gewoon een beetje van mijn eigen overtuigingen over hoe ik moet werken af, met alles wat veranderd was, alles wat ik nieuw heb geleerd, alles wat er te moeilijk uit gaat zien als je te moe bent en heel veel huiswerk en tentamens hebt die dreigend je agenda vullen. Dus dan ga je tornen aan je eigen regels en principes.

In dit geval was het een lange dag geweest. De scores voor mijn huiswerkserie waren lager geweest dan ik had verwacht, en ik had er een hard hoofd in of dat wel goed zou komen voor dit vak. Ik had veel te doen, er kwam weer nieuw studeerwerk aan, ik moest nog mijn klantjes bijhouden, wat boekingen scoren, er kwam weer een APK aan met alle rekeningen die daarbij horen, en mijn huishouden was de afgelopen tijd ook goed verslonsd.

Toen was er een appje van een aanloopklant, die wel een half uurtje wou boeken. Ik doe normaal geen halve uurtjes. Die werken niet voor mij. Maar met hoe weinig tijd ik had, met hoe leeg mijn hoerenagenda nog was, en met hoe moe ik me voelde, dacht ik opeens: waarom niet? En ik zette een boeking van een half uur in mijn agenda. De klant was reuze tevreden, en ik dacht er niet meer verder over na.

De date kwam, en ik reisde naar mijn klantje. Ik had nauwelijks tijd om kennis te maken, ik moest een haastige routine afdraaien, en ookal was de klant heel tevreden, ik vond het maar karig allemaal. Ik kon er geen kunstwerk van maken, en er zit nogsteedswel een kunstenares in mij. Ik had al mijn twijfels, en ik praatte het voor mezelf maar goed met dat halve uurtjes een hogere uurprijs zijn. Ookal ben je er met alle reistijd en voorbereiding uiteindelijk per echt verloren uur veel minder goed mee uit.

En toen stapte ik in mijn schoenen. En die waren warm. Niet heel warm, maar nèt klef en lauw en week genoeg om meteen dat gevoel van walging weer te krijgen dat ik van de clubs kende, en wat intussen was opgebouwd naar iets waar ik echt van kots. Het idee kwam meteen als een golf in me op: Waar ben ik mee bezig? Hoever ben ik afgegleden? Krijgen we dìt weer?

Ik ben die nacht weer naar huis geracet, en ik heb echt mazzel gehad dat ik geen boete heb gehad. Het was even afreageren, en het is ook het gevoel dat je wègracet van wat je achter je wil laten. Ik had het idee dat ik me had laten belazeren, maar ik kon echt geen andere conclusie bereiken dan dat ik mezelf gewoon had belazerd. Niemand had me gefopt of gedwongen. Ik was zelf mijn discipline vergeten, en vergeten wat ik wóú.

Toen ik thuiskwam, ging ik niet meteen naar binnen. Ik leunde even tegen mijn autootje, terwijl die "tinktinktink" stond te doen, en ik de stank van olie, remmen en hitte rook. En ik snakte naar een sigaret. Ik rook al járen niet meer, maar soms komt het opeens bij me op, vooral als ik stress heb en in de kankerzooi sta die ik zelf heb gemaakt van dingen die ik gewoon in orde had moeten houden.

Het was zo simpel. Gewoon geen warme schoenen meer voor mij. Lange dates, waar ik wat aan heb. Minstens een uur, liever twee. Dat deed ik al járen. Waarom ging ik daar niet gewoon mee door? Waarom had ik me laten zakken? Wat had ik nogmeer af laten glijden? En vooral die laatste vraag zat me dwars, want als ik even nadacht kon ik makkelijk wat dingen opnoemen waar ik gewoon laks mee was geworden.

Ik werd door de muggen lekgeprikt, maar ik wou niet naar binnen voordat ik weer vrede met mezelf had. Dat duurde eventjes, maar toen ik mezelf even streng had toegesproken, en had bedacht wat mijn opa tegen me gezegd zou hebben, ging ik weer naar binnen in mijn huisje, en schreef meteen wat dingen in mijn agenda. En ik ging naar bed. De volgende ochtend was het heel verfrissend en bijna bevrijdend om al die gedachtes in mijn journaal te schrijven.

Het is verleidelijk om als je overbelast bent, maar dingen half te gaan doen. Of niet half, maar driekwart. Of gewoon die tien procent eraf. En dan de lastige tien procent. Die wel kan wachten. Of die niemand mist. Maar dat is nooit echt alleenmaar tien procent. En dat kan eigenlijk niet wachten. En die wordt wel degelijk gemist. Het zijn smoezen. Je moet het goed doen, of erkennen dat je aan het kloten bent. Anders sta je voor je het weet weer in smerig warme schoenen.