zondag 16 november 2025

Stupid button

Meer dan twintig jaar geleden werkte ik met een meid die ik in een eerder stukje J heb genoemd. J was geen geweldig goeie hoer, ze was ook niet aan het werken om een betere hoer te zijn, maar ze had van zichzelf een paar dingen die gewoon goed werkten in het werk. Ze had aanleg voor een bepaalde manier van met seks omgaan die haar een talentje zouden hebben gemaakt als ze er zin in had gehad. Maar dat had ze niet. J deed gewoon haar ding, en ze vond het wel prima dat het goed uitpakte.

Normaliter kwam J de trap af voor de klant uit, voeten roffelend als een vent, met een klein beetje verveelde blik, en was al vanaf de trap op zoek naar waar ze haar boek had neergelegd. Maar deze ene keer kwam ze achter de klant aan, blozend en wiegend, en ze giechelde toen de klant haar iets toefluisterde. Niemand had haar ooit zien giechelen. Ze zwaaide de klant uit, plofte neer op de bank en vroeg de barvrouw om een "stubbie." We waren allemaal een beetje verbaasd, zo deed ze nooit.

Nadat ze haar biertje op had, rekte J zich uit, en glunderde dat ze naar huis ging. De baas wou weten waarom, en ze zei met een grijns: "He hit my stupid button," en dat ze het niet verstandig vond om door te werken. Ik snapte niet wat ze bedoelde, en ik wou eigenlijk doorvragen, maar er werd begrijpend geknikt door een paar collega's, en ik vond het belangrijker om niet af te gaan, dan om te begrijpen wat J zei, dus ik liet het maar. Maar het bleef me wel bij, want hier was iets gebeurd wat ik toen niet begreep.

Natuurlijk was het niet nieuw voor me om een vrouw te zien die giechelig en een beetje raar deed na een stevige beurt. Dat was ik zelf ook bestwel eens geweest, dat verbaasde me natuurlijk niet. Het was verbazend dat J zo deed. J was altijd heel zakelijk met de seks bezig, en het raakte haar nooit zo. En dat ze een goeie beurt een reden vond om af te nokken voor de avond, dat was ook even moeilijk te begrijpen.

Maarja, ik kreeg meer ervaring, en op een bepaald moment kon ik ook wel zien waar het om ging. En dat het inderdaad verstandig was om naar huis te gaan nadat die klant haar stupid button had ingedrukt.

De stupid button heeft veel andere namen. Dom geneukt, pik-dronken, fucked stupid, neuk-high, your brains fucked out, seksdebiel, koppie-uit-kut-de-baas, baarmoederbrein, ga maar door. Maar het is allemaal hetzelfde. Het is níét hetzelfde als sufgeneukt zijn of verdwaasd, want dat is dat je bijna afwezig suf wordt, en gewoon overweldigd bent en daardoor de weg een beetje kwijt bent.

Ik ben blijven hangen aan de naam stupid button. Het werkt namelijk voor mij zo, en voor veel andere vrouwen ook. Het voelt echt alsof hij een knopje heeft gevonden waardoor je hersens in pulp veranderen en in je kut zakken. Het is meestal redelijk plotseling, en voor veel vrouwen komt het op een moment dat ze op een bepaalde manier geprikkeld worden. Bij mij zit mijn stupid button in het doodlopende eindje vagina na mijn baarmoedermond. Druk daar een eikel in, als ik in de goede bui ben, en ik ben een idioot.

Je hebt temaken met de stupid button als je opeens niet meer jezelf bent, en het lijkt alsof je hersenen opeens vastgelopen zijn in geilheid. En meestal gebeurt dat als je geraakt wordt op een speciale manier, en de meeste meiden kunnen je ook precies vertellen welke aanraking of welke handeling hun stupid button was, en ervoor zorgde dat hun hersens in geile macaroni veranderden.

Een collega kan in poëtisch detail vertellen over hoe haar stupid button is als een man van achteren met zijn droge gladde harde vingers de plooi tussen haar kleine en grote schaamlippen streelt met lange halen. Er zijn heel veel andere stupid buttons, van een zachte vlinderkus achter het oor tot haar kop achterover trekken aan haar haar tot ademen moeilijk wordt terwijl ze van achteren hard geneukt wordt, ze zijn nogal verschillend.

Wat ik meerdere keren heb langs horen komen is dat een hand om je strot met een pik in je doos een stupid button is, of je de mond snoeren met zo'n grote mannenhand, of gewoon penetreren terwijl ze nee aan het zeggen is. Allemaal dingen die temaken hebben met een man die dominant doorpakt, bij voorkeur als je tegenstribbelt. Maar er zijn ook heel veel subtielere manieren, alleen zijn die weer heel erg divers.

Het was ook best leuk dat als ik alle stupid buttons van mijn hulpploegje anoniem zou hebben op een lijstje, ik ze honderd procent zou kunnen passen op alle meiden in mijn hulpploeg. De stupid buttons passen telkens perfekt bij de seksuele persoonlijkheid van de meiden. Natuurlijk kan dat alleen met meiden die hun seksualiteit verkend en geaccepteerd hebben, dus bij onontwikkelde vrouwen zou ik er niet op rekenen dat je dat kan.

Een collega raakt haar verstand kwijt als een vent tijdens de aanloop naar het neuken haar bij haar keel of nek beetgrijpt, vooral als het gewoon zakelijk en praktisch stevig vasthouden is. Een beetje stikken mag van haar best trouwens. Een andere collega verandert in een bimbo als ze harde billenkoek krijgt. En weer een andere wordt een sulletje als ze iets in haar kont geduwd krijgt dat niet lekker past of scherpe randjes heeft.

Maar de meest voorkomende stupid buttons zijn op plek drie je hoofd achterover dwingen, op twee een man die je polsen hard vastpakt en je hulpeloos achterover drukt of je handen bij elkaar trekt alsof je geboeid bent, maar op één zit de stupid button achterin je kut, tijdens diepe en harde penetratie. Die komt supervaak voor, en veel meiden die andere stupid buttons hebben, hebben ook die. Hij is niet algemeen, niet iedereen heeft hem daar. Maar wel de meerderheid. Grote pikken met stevige eikels kunnen daar goed bij. Voorhuidjes niet welkom, die zijn als die kapjes die je soms over gevaarlijke knopjes ziet zitten.

Ik heb het in dit stukje over de lichamelijke stupid button, want er kan precies hetzelfde gebeuren als je op een bepaalde manier geestelijk aangesproken wordt. Vooral natuurlijk als je in een kink-scenario komt, vooral als je heftig betrokken bent bij de seks, maar het kan netzogoed je hersens uitzetten. Maar dat is veel bekender, en een heel ander verhaal, en gebeurt ook niet zo onwillekeurig en verrassend, dus daar ga ik even niet verder opin.

De stupid button, even voor mijn collegaatjes, is ook iets anders dan murw geneukt worden. Als je de hele dag veel klantjes hebt gedraaid, of je hebt een flinke gangbang gehad, dan ben je ook niet op je meest alert, en is zelf autorijden vaak niet zo slim. Maar dat is anders, dan word je niet enthousiast dom, dan word je een beetje vaag. Dat is iets heel anders, en dat moet je niet door elkaar halen.

Mannen denken ook vaak dat als ze je stupid button raken, dat door een orgasme is. Of dat je reaktie op je stupid button je orgasme ìs. Maar stupid buttons hebben niets met orgasmes te maken. De omstandigheden moeten goed zijn, maar er is niet echt een recept voor wanneer je stupid button aktief wordt en hoe gevoelig die dan is. Maar ik kan er wel wàt over zeggen.

Als je stupid button is geraakt, is dat meteen een omwenteling in je hoofd. Je voelt jezelf gewoon smelten. Je voelt gewoon hoe je verstand wegvliegt. Het is net hetzelfde gevoel als stomdronken worden, maar dan zonderdat je lijf gaat zwalken, zonderdat je jezelf onder dreigt te kotsen, zonderdat je jezelf vergiftigt, zonderdat je onhandig wordt, en binnen een paar tellen.

Nou ja, zonderdat je onhandig wordt: ik heb bijna altijd dat ik gewoon letterlijk niet meer kan praten. Ik sla oerklanken uit, ik struikel over mijn eigen tong, en als ik mijn best doe om wat uit te brengen is het in korte, grammatikaal niet kloppende zinnetjes. En ik let niet meer op waar ik mee bezig ben, ik heb ooit een hele dure maaltijd waar ik de hele dag aan gewerkt had totaal laten aanbranden omdat ik over het aanrecht heen vanachter genomen was. Worth it.

Je wordt er hongerig en gretig en geil van, maar ook volgzaam. En dan niet op de "vooruit dan maar" volgzaam manier, maar op de "hij wil iets wat ik nooit overwogen zou hebben wat een ontzettend geil cool zalig idee dat gaan we meteen doen en ik ga laten zien dat ik dat nog meer wil dan hij en ik ga hem imponeren door hoe hard ik daarvoor ga" manier. Dus je moet maar hopen dat hij niets wil waar jij spijt van krijgt.

En je krijgt zelf ook ideeën waar je spijt van krijgt. Domgeneukt zijn en condooms gaan niet samen. Je wil zaad in je kut, en je wil geen enkele veiligheid of terughoudendheid. Een collegaatje vertelde over hoe haar stupid button geraakt was, en ze tijdens die beurt intens spijt had van het feit dat ze aan de pil was. Dat gaat niet voorzichtig. Uitlokken dat je betrapt wordt, sporen op je lijf laten maken, je kan jezelf flink verrassen met waar je zelf opeens het initiatief voor neemt.

Iedereen maakt tegenwoordig wel thuisporno. Met klanten doen we dat natuurlijk niet, maar met vriendjes of neukertjes netzogoed als alle andere mensen. Waar je mee op moet passen is dat elk beetje exhibitionisme, wat normaal een voorzichtig iets is dat liever een beetje subtiel blijft, na de stupid button nogweleens het aanmaken van een PornHub account veroorzaakt, en dat is leuk tot de stupid uitwerkt en je opeens ziet dat tienduizend mensen je stomgeile kop hebben zien schreeuwen.

Het is lekker om je stupid button ingedrukt te krijgen. Je verstand gaat het raam uit, maar het voelt achteraf vaak ook alsof je je verstand met plezier het raam uit hebt gegóóid omdat je het niet kon laten die zalige geile impuls achterna te jagen. Als je een keertje probeert weerstand te bieden merk je wel dat dat niet zo makkelijk is, maar ik heb van weinig meiden uberhaupt ervaring gehoord met weerstand probéren te bieden.

Ervaren meiden die het een aantal keer hebben meegemaakt, gaan proberen het opnieuw mee te maken. Meestal door dezelfde omstandigheden opnieuw te laten gebeuren. En zijn dan vaak heel gefrustreerd dat het niet opnieuw gebeurt. En dat is niet zo raar. De stupid button werkt meestal door overrompeld te worden, en als je zelf de situatie opnieuw opzet, gebeurt dat overrompelen natuurlijk niet.

Het is netzoiets als dat je buiten adem ligt te kronkelen als je vriendje je onder je voeten kietelt, terwijl je zelf onder je voeten kan kietelen wat je wilt maar er geen reaktie op hebt. Het moet van buiten komen. Daarnaast ruimt de stupid button je inhibities uit de weg, en laat je over je ego heenstappen. Als je controle probeert te houden over wat je stupid button doet, werkt dat voor geen meter.

Want lekker of niet, bevrijdend of niet, onthullend of niet, je stupid button laat je zelden iets doen waar je trots op bent. Vooral bij minder ervaren meiden hoor je in de verhalen vooral veel afgrijzen over wat voor del ze zijn geweest nadat die vent ze zo dom had gekregen. Het verandert je niet in die seksueel sterke vrouw die je altijd wil zijn, het verandert je in een onsamenhangende domme bimbo die niets liever wil dan een kirrende cocksleeve zijn.

Meegaan in je stupid button is meestal een probleem met je zelfbeeld en je eigenwaarde. Je bent meer dan een bimbo, dus het is een beetje belachelijk en een beetje genant als je dat opeens wèl bent als de vent maar op de juiste knop heeft gedrukt. Dat heeft niets temaken met de keuze maken om je eigen seksualiteit te volgen, dat heeft er alleen mee te maken dat je kop op blauw scherm gaat en je kut het overneemt.

Het is misschien lekker om al je inhibities kwijt te zijn door iemand die op de knop drukt, maar die inhibities heb je meestal wèl voor een goeie reden. Je bent monogaam, je doet het veilig, je zorgt dat je je partner kan vertrouwen, je houdt je aan afspraken, regels en gezond verstand. Je past op je gezondheid, je relaties, je reputatie, je veiligheid. Behalve als dat het raam uitvliegt omdat hij je precies goed heeft beetgepakt. De stupid button zorgt voor heel risikovol gedrag.

Iedereen die weleens met de stupid button temaken heeft gehad, heeft geprobeerd ermee te sturen, of er compromissen mee te sluiten. En dat werkt niet. De stupid button zet je verstand uit en spreidt je benen. Er is geen minderen aan, geen bijsturen of compromis, er is niet "een beetje" stupid. Het gebeurt of het gebeurt niet, en het doet zijn eigen ding.

Dat botst met je eigenwaarde en met je zelfbeeld, en het maakt mensen vaak erg in de war over wat er nou "eigenlijk" voor mens in ze zit. Maar je bent niet wie je bent als je stupid button is geraakt, netzoals je niet níét bent wat je stupid button losmaakt. En dat je op die momenten eventjes jezelf beleeft op een manier die je normaliter niet bent, en die je normaliter nooit zou accepteren, dat kan best intrigerend zijn.

Jezelf verkennen als je domgeneukt bent is interessant, en doe je per ongeluk, want echt iets gepland doen als je domgeneukt bent bestaat niet. Maar het werkt ook niet om te proberen die domheid op te zoeken zonderdat je stupid button ervoor gezorgd heeft. Het lukt gewoon niet om op zo'n roekeloze manier al je gewone inhibities neer te leggen. Dat moet per ongeluk gaan.

De stupid button overkòmt je namelijk. Het neemt gewoon je macht over jezelf weg. Het gaat eigenlijk verder: het neemt de macht over jezelf óver. Het is niet dat je je overgeeft aan de domme slet in jezelf, het gaat er niet om dat je je hebt laten verleiden, het is zoals bij een machine. Een druk op de knop, en er gebeuren dingen. Jouw initiatief is het niet, en je hebt er ook geen macht over.

Er is maar één manier om je stupid button meer op scherp te zetten, en dat is met drank of drugs. Als je lam bent, is je stupid button stukken gevoeliger. Maar dan doe je tòch al stomme dingen, en dan valt het meteen ook minder op. Maar kijk maar eens rond op vrijgezellenfeestjes voor vrouwen, nadat de drank genoeg gestroomd heeft kan de stripper beter uitkijken.

Ik heb ook zelf gemerkt, en andere meiden zijn het daarmee eens, dat je bij groepsseks meer kans hebt om je stupid button geraakt te krijgen. We zijn er alleen niet over uit of dat nou komt omdat groepsseks iets bijdraagt op zich, of dat het gewoon komt omdat je bij groepsseks meestal een stuk meer partners hebt, en dus een stuk meer kans om toevallig die ene handeling te krijgen.

De domheid die uit de stupid button komt is trouwens geen afwachtende, passieve domheid. Het is het soort domheid dat meer temaken heeft bij dingen doen voordat, of eigenlijk zonderdat, je erover nadenkt, en dingen doen terwijl je normaliter allemaal twijfels en alarmbellen zou hebben. Het gaat niet om de domheid van niet begrijpen wat er gebeurt, het gaat om de domheid van je impulsen onmiddellijk opvolgen.

Als je eenmaal domgemaakt bent, dan wil je dat condoom niet meer. En je denkt er geen moment over na of je zwanger zou kunnen worden. Of je vindt dat alleenmaar een geil idee. Dat je niet eens de naam van die vent kent, geen probleem. Dat er een ander staat toe te kijken is alleenmaar een gelegenheid om hem erbij te wenken, zodat je twee gaten aan het werk kan zetten. En alles zonder een moment na te denken, alles gaat in een flow alsof het vanzelfsprekend is.

Je waardigheid mag ook een stapje terugdoen. Vuile taal uitslaan, oerkreten, hebberig beetgrijpen of oplebberen wat je maar hebben wil, je gedragen alsof je uitgehongerd bent naar pik en zaad, dat hoort er ook een beetje bij. Er is weinig subtiels aan. Dwars over je gewone grenzen heengaan, meegaan met alles wat hij wil of lijkt te willen, elke nieuwigheid uitproberen, domme wilde dingen doen.

Dom en seks werkt heel goed samen. Verstandige dingen staan in de weg van wilde seks. Waarom denk je dat al die pornosterretjes zo graag doen alsof ze dom zijn? Domme meiden zijn meiden die niet opeens iets dwars laten liggen tijdens de seks, en de mannen voelen dat aan. Mannen vinden intelligentie bij vrouwen aantrekkelijk en hebben respekt voor intelligente vrouwen, maar een kirrende slet zonder verstand is lekker neuken. Liefst hebben ze een slimme meid die in een bimbo verandert als ze zijn pik ziet.

Intelligentie ligt trouwens helemaal niet in de weg bij de stupid button, en uberhaupt niet bij seks trouwens. Maar verstandig zijn wel. Als je verstandig bezig bent met je reputatie, relaties, moraal, veiligheid en hygiëne, wordt de seks niet zo lekker ranzig als je seksdrift het graag wil hebben. En ergens weet je dat. Dus wij hoeren doen vaker alsof we vrouwen zijn die doen alsòf we intelligent zijn, dan we onze intelligentie laten zien.

Voordat er nou mensen met hun ogen gaan rollen over hoe seksistisch dat is: bij mannen is het precies hetzelfde. Mannen die verstandig zijn, zijn vooral sexy als ze bij jou hun verstand verliezen. Je wil dat hij je meesleept in onverstandige domme dingen die eindigen in een kut vol sperma. Netzoals mannen gaan voor de domme bimbo, gaan wij massaal glibberig voor de onnadenkende beestman.

Want mannen hebben ook stupid buttons. Bij mannen is het alleen véél meer een mentaal iets dan een lichamelijk iets. Mannen worden meestal dom vóór de seks, zodat ze de voortrekker kunnen zijn. Heel handig wel. Er is een hele industrie gericht op mannen op hun stupid button slaan: de porno. Mannen worden ezels als ze een wiebelend kontje zien of een lekkere knipoog, en worden een impulsieve sukkel zodra ze een man een lekker meisje zien palen.

De stupid buttons bij mannen zijn er namelijk twee. Je hebt de dingen waardoor ze manipuleerbaarder worden, en dat is vooral hem aan het aanbidden en zwijmelen en genieten krijgen. Daar worden ze vooral kneedbaar en passief van, dan is het heel makkelijk ze bij de neus rond te leiden en jou te laten bepalen wat er gebeurt terwijl hij zich voelt alsof hij met zijn neus in de boter is gevallen. Dat is in het vak de ideale soort stom.

Je hebt ook de dingen waardoor ze impulsiever worden. Dat zijn andere interakties, waar je juist zijn dominantie, zijn risicovol gedrag en zijn behoefte om zaad bij jou naar binnen te krijgen mee stimuleert. Dat soort stom heeft een kuthekel aan condooms, en die is dus minder geschikt in het vak. Maar voor vriendjes en neukertjes is hij wel erg leuk, vooral als die aktieve sukkel jouw stupid button ook raakt, en niemand meer verstandig bezig is. Dubbeldom is dubbel lekker.

De stupid buttons bij mannen zijn dingen die je ze laat zien, lichaamstaal, scenario's, uitdagingen, maar vooral werkt verbaal heel goed. De juiste dingen zeggen en hij wordt dom en wild. Dat is natuurlijk lastig als jij intussen ook alleenmaar holbewoner-geluiden uit kan slaan omdat je domgeneukt bent, maar zoals ik al zei, mannen krijg je dom vóór de beurt.

Bij mannen werkt het anders, en dat is ook meteen weer een manier waarop mannen en vrouwen elkaar niet snappen. Mannen willen graag dat je netzoals een man vanaf het begin van het voorspel al stom geil bent, en vrouwen vinden het eng als de grote sterke man waar ze net zo'n levendig gesprek mee hadden verandert in een glunderende holbewoner die geen zin meer kan bouwen als ze haar kontje zien wiebelen omdat ze niet snappen wat er gebeurt.

Dat die vent opeens niet meer goed communiceert en dus eng wordt is trouwens geen probleem als jij intussen ook dom bent geworden. Je kan zelf nòg zo verstandig zijn, maar je seksdrift wil een gevaarlijke bruut. Van je stupid button krijg je sowieso meer zin in risiko, en dan past het weer fantastisch bijelkaar. Hoe minder ingewikkeld we het maken, hoe beter het gaat tussen man en vrouw.

Ook daarvoor is trouwens weer een mannelijke tegenhanger. Mannen waarschuwen elkaar altijd met wijsheid in hun stem: "Never stick your dick in crazy!" Maar dat doen ze toch. Want vrouwen die impulsief zijn, raken zijn stupid buttons konsekwent, en maken hem geiler dan hij met verstandige meisjes zou zijn. Crazy is slecht voor je leven, maar het is wel precies waar de mannelijke seksualiteit op aanslaat. Maarja, ook dat is een eigen stukje waard.

Als je in de goede bui bent voor de stupid button werkt hij prima. En als je er niet in de goede bui voor bent, kan hij nogsteeds prima werken, maar maak je een enorme ruk in je emotionele situatie. Zoveel dat je het achteraf vaak heel opvallend vindt, en er niet van voor kan stellen wat er nou gebeurd is. Soms lijk je wel bezeten. Of alsof je onder invloed van een geilmakende drug bent.

Dat valt natuurlijk het meeste op als je prostitutie doet. Je bent bezig met een dienst verlenen, je maakt er werk van, dus je bent niet zo bezig met je eigen seksualiteit ookal doet die wel mee, maar opeens tikt hij je stupid button aan en valt je verstand uit. Dat is wel een flinke verandering, opeens ben je gewoon een ander mens, en ben je hulpeloos bezig met onverstandige en onprofessionele dingen.

Als je een hoer bent, dan snap je wel wat er gebeurt. Dan is het heel raar en heel onwelkom meestal, maar je ziet wat er gebeurt, en je kan jezelf herpakken. Of vaker, jezelf achteraf de schuld geven als je toch niet de regie terug hebt gepakt omdat het te lekker was, en je impulsiviteit zijn zin hebt gegeven. Maar als je geen hoer bent, dan is zo'n emotionele whiplash heel schokkend, en begrijp je er niets van.

Veel mensen hopen op een tipje van de sluier die ik over het werk op zou tillen, en dat ik gewoon heel veel gewone toegankelijke dingen uitleg die je met een beetje logika wel aan zou hebben zien komen, valt dan wel tegen. Maar een tipje van de sluier krijg je bij deze van me: hoeren blijven vaak een beetje plakken aan mannen die hun stupid button kunnen raken, vooral als die dat konsekwent doen.

Het is het dichtste dat we nog bij de roze bril komen. Het grote punt met seksen voor je werk is dat het je steeds minder overkòmt, en dat je steeds nuchterder met seks omgaat. Daar kan je mouwen aanpassen, daar kan je aan wennen, je krijgt er veel meer voor terug dan wat je kwijtraakt, maar het is tochwel een beetje een gemis. De stupid button is bijna het enige wat je nog terug kan gooien in je geile hulpeloosheid.

Wij zijn doorgewinterd. Wij hebben het allemaal wel een keer gezien. Wij zijn gewend de regie te hebben, en vinden het snel sneu als een vent de regie heeft omdat we het allemaal al eens beter en harder en sterker hebben gezien. En het zelf beter en harder en sterker kùnnen. Wij zijn soepele panters, sensuele en krachtige man eaters. Maar we willen afentoe ook wel weereens het naïeve hertje zijn.

Daar is de stupid button héél nuttig voor. Er is voor een hoer weinig lekkerder dan een vent die je stupid button raakt en al je regels en beheersing voor je uitschakelt, die je zelf allang niet meer kan uitschakelen. Vooràl als hij het expres doet. Een vent die grijnzend doet waarvan hij weet dat je in sidderend neukvlees verandert, dat doet het wel voor de meeste collegaatjes.

En nee, dat is niet verstandig. Als je slim bent zorg je dat de mannen niet bij je stupid button in de buurt komen, en je altijd de regie houdt. Maar het is erg makkelijk om jezelf te overtuigen dat je het déze keer wèl onder controle kan houden, en dat je déze keer niets zal doen waar je spijt van krijgt, en dat je déze keer sterker gaat zijn dan je stupid button. Terwijl je knopje diep in je lijf al knippert, klaar om weer ingedrukt te worden.

Je hebt collega's die blijven plakken aan de vent die hun stupid button konsekswent weet te raken. Het is dan meestal nieteens een vent die ze op andere manieren interessant vinden, en je weet gewoon precies wat die vent voor ze betekent. Een guilty pleasure waar ze domme dingen mee doen, en dan nog dommere dingen gaan doen. Als die vent doorheeft, is dat best gevaarlijk. Gelukkig snappen de meeste mannen er geen kut van.

Dat maakt de mannen die het wèl snappen meteen zeldzaam, interessant, waardevol, spannend, en héél gevaarlijk. Vooral versierders die er hun hobby van hebben gemaakt vrouwen te versieren hebben soms wel opgepikt hoe ze stupid buttons moeten raken kunnen je totaal doorneuken en gebruiken als een goedkope slet tot je hem háát voor hoeveel misbruik hij maakt van je zwakte. Terwijl je hem alweer zit te appen voor de volgende keer.

Je hubbie thuis heeft het juist veel moeilijker. Die heeft misschien ooit je stupid button wel geraakt, maar hoe meer je routine hebt met iemand, hoe minder makkelijk het werkt. Het is net als wat ik eerder schreef, je kan jezelf niet kietelen. En als je hubbie te gewoon is geworden, teveel de hubbie en te weinig de man, dan haalt je stupid button haar schouders op als hij haar raakt. Frustrerend, maar waar. Daar komt ook nogwel een eigen stukje over.

Het ligt trouwens niet alleenmaar aan het werk dat het iets is waar je hoeren meer over hoort dan burgervrouwen. Het ligt niet alleenmaar aan het contrast. Het ligt ook eraan dat je gewoon meer ervaring hebt, dat je meer in je seksualiteit zit, en minder verdwaald raakt in wat er in je lijf en in je hoofd gebeurt. Ervaren meiden hebben een heftigere reaktie op de stupid button.

Er zijn collega's die het wel vergelijken met verliefdheid. Verliefdheid is immers ook je lijf dat opeens besluit dat je prioriteiten ondersteboven moeten, en dat je kompleet gericht moet zijn op die jongen over je heenkrijgen. Verliefdheid is ook iets waarover ik al jaren een stukje in de maak heb, en waar ik echt een keertje wat over moet plaatsen. Maar voor nu is het even genoeg om aan te geven dat de stupid button niet verliefdheid is.

De stupid button lijkt eigenlijk minder op verliefdheid dan op puberen. Als je pubert ben je ook minder slim dan toen je nog op de basisschool zat, er is iets aan al die hormonen dat je gewoon een debiel maakt. De intelligentie zit er wel, maar je ziet pubers zichzelf echt even wakkerschudden als ze verstandig moeten zijn. En ik herken het gevoel van de stupid button wel uit mijn puberteit.

Ik was een bakvisje, en naast school was het enige wat ik echt deed waterpolo. Ons team was best goed, we kwamen een paar keer al best ver in de toernooien, en onze coach had het in haar hoofd gehaald dat we met wat meer uitdaging en wat minder gekeet en gegiechel harder zouden trainen, en best eens zouden kunnen winnen. Wij speelsters hadden beter door dan zij dat het grootste deel van het team aan twee ontzettend sterke meiden hing, maar dat doet er nu even niet toe.

De coach had bedacht dat we het te makkelijk hadden in oefenrondjes tegen andere meisjesteams en tegen elkaar, en dat we een hoop konden leren door tegen het jongensteam te oefenen. Die waren bepaald geen kampioenen, maar ze hadden wèl de goeie competitieve mentaliteit, en daar konden we wel van leren vond de coach. De twee meisjes in het team die echt konden waterpoloën en ons op hun nek namen in elke wedstrijd vonden het een top-idee.

Om een lang verhaal kort te maken, wij waren vijftienjarige meisjes en zij waren vijftienjarige jongens, en ze verpletterden ons totaal. Het was gewoon eng hoe hard het ging en hoe weinig invloed we hadden op hoe het wedstrijdverloop was. We hadden er netzogoed op de kant kunnen zitten. Die jongens waren sneller en sterker, en durfden veel meer dan wij. En we leerden er weinig van. Weinig waterpolo in elk geval.

Na de derde keer dat we samen oefenden, toen het hele team het allang een slecht idee vond en alleen de coach nog dacht dat er wat nuttigs van ging komen, stond ik naast het wedstrijdbad op te ruimen terwijl de coach met de coach van de jongens aan het bellen was, en opeens stond één van die jongens voor mijn neus. En terwijl die jongens bij het binnenkomen alleen met elkaar bezig waren, en ons tijdens de wedstrijd zo'n beetje behandelden als een losdrijvende kurkenlijn, wou deze jongen opeens met mij praten.

Ik was al wel verliefd geweest. Ik word niet schattig verliefd, dus dat verschil weet ik ècht wel. Daar komt nog een eigen stukje over. Dit was geen verliefdheid. Dit was de stupid waar ik nog nooit mee te maken heb gehad, voordat die stupid button diep in mijn lijf een keer geraakt werd. Als puber heb je weinig nodig om je stupid button te raken. Hij pakte me bij mijn schouder, en er ging een siddering van zijn hand recht naar mijn kruis.

De herinnering aan wat er gebeurde is heel warrig en vaag. Ik was opeens totaal van de kaart, en ik kon geen zinnig woord uitbrengen, het was alleen onsamenhangend gebrabbel, en dan nog weinig ook. Ik stond daar tegenover die knul, die alleenmaar probeerde een babbeltje met me te maken. Wat hij zei kreeg ik totaal niet mee. Waar hij over wou praten wist ik niet. Ik wist alleenmaar: hij is een jòngen. Een brok natte, bijna naakte mannelijkheid. Dat voelde ik in mijn hele lijf. En vooral in mijn buik.

Tegelijk voelde ik me enorm bloot èn alsof ik met mijn stomme badpak veelteveel aanhad. Tegelijk voelde ik me enorm bekeken èn alsof ik het liefst àlles aan hem zou laten zien. Tegelijk was ik doodsbang voor hem, voor het gevoel, voor wat mijn eigen lijf deed, èn wou ik dat het nooit op zou houden. En ik wou iets, ik wou méér, maar ik was nog te onervaren en te bleu om te weten wàt. Dus ik stond daar te gapen als een geschrokken gans.

Na een poosje werd het tè awkward voor hem, en vluchtte hij zo'n beetje. Mijn teamgenoten waren allemaal in giechel-modus geschoten, en wouden alles van me weten. Maar ik kon ze niets vertellen. Ik voelde me alleen zielsalleen en gefrustreerd en met een pijnlijk lege doos en katerig omdat de jongen opeens weg was. En dat werd nog veel erger toen ik me besefte dat ik die stomme waterpolo-cap nog ophad, waardoor je eruitziet als een dildo met Down-syndroom.

Ik weet nog dat ik dacht dat ik ongesteld moest worden vanwege de kramp die ik daarna in mijn onderbuik had, maar dat zou ik nu hebben herkend als een kut die niet krijgt waarop ze zich voorbereidt. Ik heb nog luchtig aan mijn teamgenoten gevraagd of die nou wisten wat die jongen gezegd of gedaan had, maar iedereen had een nèt ander verhaal. Ik hunkerde ernaar om te weten wat hij had gezegd, en ik hunkerde naar wat mijn lijf wou. Niet naar hem.

Niet dat die jongen geen invloed had daarna. Elke keer als ik hem zag, en dat was nog drie keer ofzo, veranderde ik in een stamelende debiel. Hij moet wel gedacht hebben dat ik achterlijk was, want ik kon gewoon niet met hem praten, en ik kon het niet laten om naar zijn kruis te staren. Zelfs als ik had moeten weten dat hij, en eigenlijk iedereen daar in dat zwembad, me kon zien gapen en staren. Het was supergenant. Maar niet terwijl dat gebeurde.

Ik herkende het niet als seks. Dat wàs het zeker, maar ik had behoorlijk abstrakte ideeën bij seks, omdat mijn wereldbeeld behoorlijk gedeseksualiseerd was. En ja, ook dat krijgt een eigen stukje. Ik zag dit als een soort dwangmatige fascinatie, als iets wat onbegrijpelijk en interessant en beangstigend was, en waarvan ik niet kon ophouden om eraan te denken. En alles wat ik erbij bedacht was onzin, en had niets temaken met wat er nou gebeurde.

Dat was een heel toegankelijke stupid button die die jongen geraakt had. Zonder het te weten. Zonder eigenlijk iets speciaals te doen. Want als je een puber bent heb je overal stupid buttons, en die zijn supergevoelig. Ik zou nu nieteens meer aan kunnen wijzen wat het was dat die jongen dééd om me zo hoteldebotel te maken, want ik was een chaos van hormonen en ontkenning van mijn eigen seksualiteit.

Pubers hebben trouwens de stupid button helemaal niet nódig om stomme dingen te doen, en met hun kut of ballen te denken. Pubers doen de hele tijd dingen waarvan ze zouden weten dat het een slecht idee is als ze maar eventjes na zouden denken. Kijk maar hoe diep pubers elkaar vinden, dat zouden ze ook niet vinden als ze konden nadenken als ze bij elkaar zijn. Pubers hebben impulsen waar ze hulpeloos tegen zijn, en als ze niet geleerd hebben dat dat komt en hoe ze daarmee om moeten gaan, gaan die impulsen hun leven bepalen. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Maarja, waar pubers tenminste nog bleu en onzeker over zichzelf zijn, en doodsbenauwd zich te kijk te zetten, en niet weten hoe ze moeten seksen, ben jij na de stupid button minstens net zo dom, en al die afremmende dingen heb je dus niet meer. Je kan dus nog veelmeer losgaan, in ieder geval tot je verstand weer terugkomt. En dan kan je een beetje schaapachtig zijn, zoals hoeren als ze domgeneukt zijn geweest. Of je snapt het niet.

Ik heb zóveel verhalen gehoord waarbij het gewoon superduidelijk is dat een vrouw een tik op een stupid button heeft gehad, en vervolgens lekker los is gegaan, en achteraf niet snapt wat er is gebeurd en er danmaar een dom verhaal bij verzint. Een verhaal dat past bij haar zelfbeeld en bij het denkbeeld. En die verhalen gaan er meestal over dat ze verneukt is door iemand anders.


Je hoort bestwel vaak, als waarschuwende verhalen of spektakelartikelen in damesbladen, over meiden die beweren met drugs in hun drankje, een roofie dus, opeens tot al die gekke geiligheid te zijn gedwongen. Mijn stukje over chemsex is nog steeds niet af, maar ik kan je vertellen: het drankje zelf doet meer om je seksueel beschikbaar te maken dan wat een vent erin kan gooien. De verhalen klinken steevast veel meer alsof ze een stupid button experience heeft gehad. Een supergeile beurt met slechte nazorg.

De verantwoordelijkheid niet willen voor wat je domgeneukt hebt gedaan, ligt natuurlijk voor de hand. Vooral als je "jezelf er niet in herkent." Je bent immers die slet niet. Dan is kultureel de manier om daarmee om te gaan om de man de schuld te geven, en dat werkt wel. Het is natuurlijk gewoon onzin, maar mensen geloven graag onzin als ze dan zelf niet ergens de schuld van hebben.

Natuurlijk is dat alleenmaar als je het je herinnert. En dat is bij seks sowieso al een vage toestand, mensen onthouden seks niet zo goed. Je hersenen zijn bezig met iets anders dan herinneringen maken. En als je stupid button is geraakt, hoef je helemáál niet meer te rekenen op je geheugen. Zonder de glibberplak tussen je billen waar je mee wakkerwordt zou je soms helemaal niet meer herinnerd worden aan wat je de avond ervoor hebt gedaan.

Ik merk het al met mijn gewone klantjes. Als ik gewoon op mijn geheugen af moest gaan hoeveel klanten ik me zo kan herinneren, kom ik misschien aan de honderd. Maar als ik in mijn schriftjes met klantgegevens ga kijken, heb ik daar duizenden dates in staan, die ik me alleen kan herinneren door eraan herinnerd te wòrden. Zelfs seks met vriendjes of neukertjes vergeet ik. Vooral de wildste ervaringen. Ik koester mijn dagboek daarvoor. En de thuisporno-foto's waar ik zo onelegant opsta met een pik in mijn bek. Seks laat zich slecht herinneren.

Door mijn foto's heengaan is een echte trip door mijn geheugen, en ik fris daarmee niet alleen mijn geheugen op, maar ook mijn zelfbeeld. Ik heb een veel minder saai leven gehad dan ik dacht. En ik heb veel meer wilde dingen gedaan dan ik me kan herinneren. Sinds ik dat doorheb schrijf ik mijn dagboek ook anders. Ik schrijf het aan de Zondares van de toekomst, die echt uitgelegd moet hebben wat ik meegemaakt heb, omdat de herinnering anders nooit meer terugkomt.

Op het moment zelf weet je dat niet. Dan denk je: dit is zo'n ontzèttend indrukwekkende ervaring, dit kàn ik nooit vergeten. En een week later is het weg. Hoe heftiger de ervaring, hoe makkelijker je hem vergeet, en hoe dieper hij wegzakt. Hij is meestal niet helemáál weg, vaak kan je hem nogwel oprakelen als je maar een goede bladzij hebt in je dagboek of een paar foto's, maar als je dat te lang niet doet, ben je het soms echt totaal vergeten.

Dat heb ik dus, en dat hebben vrouwen dus, en dat hebben mannen dus, en dat hebben klanten dus ook. En dat is ontzettend frustrerend als je zo'n klant meteen stevig op zijn stupid button ramt. Want juist dàn vergeet hij je, en komt wèl de hele tijd terug bij die ongeïnteresseerde temeier hiernaast die hem niet op zijn stupid button raakt. Voordat je doorhebt wat daar gebeurt ben je wel even een stukje verder trouwens.

Natuurlijk wil je je klant opwinden. En natuurlijk komen zijn stupid buttons daarbij kijken. Maar begin je daar meteen al op te tikken, dan onthoudt hij je niet. Dus geef hem eerst andere dingen om zich mee bezig te houden. Laat hem ontdekken hoe lekker je bent. Doe speels, laat hem zich welkom en geaccepteerd voelen. En dan, misschien niet eerst in de eerste date, geef je zijn stupid button eens een steels tikje.

Als een klant eenmaal vast is geworden, is het natuurlijk hartstikke goed om hem flink op zijn stupid button te trommelen, maar zelfs dan is het goed om afentoe een rustige sessie er tussendoor te doen, waar hij even wat bewuster meemaakt wat je te bieden hebt. Je moet je klantrelatie goed opbouwen, dat is belangrijk. En daarbij is het belangrijk om die stupid buttons goed te gebruiken, en dat is niet alleenmaar zo veel en zo hard mogelijk rammen.

In het vak hoor je héél vaak mannen zeggen dat ze zo opkikkeren van een date met jou. Dat het ze zoveel goed doet. Dat het ze òpvalt hoeveel goed het ze doet. Dat ze dit váker moeten doen. En dan komen ze maanden niet. Heel frustrerend, maar dat is gewoon omdat ze het zich niet herinneren. Dat hoort er helaas bij. Dat verander je niet, je moet maar hopen dat hij zelf inziet dat seks, vooral met jou, iets is waar hij tijd voor moet maken.

Met je eigen stupid buttons is het oppassen. Je wordt bepaald geen betere bedpartner als je domgeneukt bent, wanneer je aan het hoeren bent. Klanten denken allemaal dat ze gewoon een geil ongeleid projektiel vol spontaniteit en echtheid willen hebben, maar eigenlijk zoeken ze goed wèrk. En dat komt er niet meer bij kijken als jij eenmaal domgeneukt bent.

J had gelijk. Als je stupid button eenmaal ingedrukt is, ben je de rest van die avond kláár. Niet dat je er geen lol meer in zou hebben, maar je bent nog dom van eerder, en het is veel makkelijker om weer domgeneukt te worden als je al een keer domgeneukt bent die avond. Als je doorgaat ben je minder goede diensten aan het verlenen, en loop je veel kans om zelf dom gedrag te gaan vertonen. Ga gewoon naar huis.

Als het op werk aankomt wil je dus je klant op zijn stupid button raken als je hem eenmaal duidelijk hebt dat hij bij jou geweldig geholpen wordt. Je kan hem zo dom neuken als je wil als hij eenmaal maar een goed beeld van je heeft, en je niet vergeten wordt. En zelf wil je niet op je stupid button worden geraakt.

Nou ja, misschien afentoe dan.

maandag 3 november 2025

Luchtpostpapier

Als mijn opa naar zijn broer in Canada schreef, deed hij dat op dun, lichtblauw papier. Dat was papier waar ik niet op mocht tekenen als klein meisje, dat was speciaal luchtpostpapier. Opa schreef daar lange brieven op, in hele kleine lettertjes. Als een vel niet vol was, schreef hij op hetzelfde vel de volgende brief door. Als er weer een vel vol was, ging het in de lichtblauwe luchtpost-envelop, en pas als die het maximale gewicht had bereikt, ging die op de post.

Dat was een oude gewoonte, want ooit was post internationaal versturen heel erg duur. Intussen was die prijs gedaald naar iets wat Opa makkelijk zou kunnen betalen, maar Opa deed het op zijn manier, en iedereen deed daar heel eerbiedig over. Internationaal schrijven was duur, internationaal bellen was helemáál duur, en niemand die Opa ging tegenspreken. Niet dat hij daar makkelijk naar geluisterd zou hebben trouwens, Opa liet zich niet zomaar dingen vertellen.

Toen mijn pa liet zien dat opa gratis e-mail naar zijn broer kon sturen, en dat die het bericht dan onmiddellijk in zijn mailbox had, werd opa een beetje emotioneel. Hij vond het heel bijzonder. Het was voor hem moeilijk te geloven dat het bericht binnen een paar tellen op de computer van de zoon van zijn broer stond. En voor niets nogwel!

Sinds dat moment kwam hij elke paar dagen met een velletje luchtpostpapier, en vroeg of Ma dat voor hem in een e-mail kon typen. Als Pa antwoord kreeg, printte hij dat meteen uit, en ik mocht het dan naar Opa gaan brengen op de fiets. Hij noemde me dan "het meisje van de telegraaf," en daar was ik best trots op. Dan las hij me de mail voor. Het was vooral boerderijpraat. En telkens als zijn broer het over een datum had, was Opa weer even verbaasd dat die datum zo kort geleden was.

Technologie is heel snel ontwikkeld sinds ik een kleine meid was. En het is ook steeds toegankelijker geworden. De eerste keer dat ik een computer zag, kon ik er níéts mee, en vond ik het maar een saai ding. Een beige doos met een beige TV erbovenop, die alleenmaar groene letters op een zwart scherm kon laten zien. Dat ding was dan reuze science fiction, en alleen de grootste tech-nerds konden hem aan.

De toegankelijkheid van de technologie is wel echt heel erg verbeterd. En we zitten dus nu ook de hele dag aan onze telefoons, want zo'n beetje àlles is makkelijker om met de telefoon te doen, dan op de ouderwetse manier. Daar heeft de tech-industrie erg zijn best voor gedaan, zowel door het met je telefoon makkelijker te maken, als door de alternatieven buitenspel te zetten. We vinden het wel fijn, alles op je eigen telefoon.

Als je echt werk moet doen, kom je er wel achter dat je telefoon daar gewoon niet geschikt voor is. Dus dan komt de laptop wel weer tevoorschijn. De echte power users hebben een buro-computer, vaak met twee of drie schermen eraan, de kantoorwerkers hebben een klein buro-computertje waarmee ze in de cloud kunnen werken, maar als je niet honkvast werkt heb je een laptop om je werk op te doen.

Die laptops zijn ook mooier en makkelijker geworden. Ze zijn niet meer die lompe dikke dingen, je kan er tegenwoordig mee gezien worden. Ze zijn strakker en stijlvoller, vooral ook met wat er op je scherm te zien is. Alles werkt bijna vanzelf, en de software vraagt vaker aan jou of hij iets voor je moet doen, dan dat jij iets aan de software vraagt. En het gaat steeds meer lijken op wat je gewend bent van je telefoon.

Juist omdàt het zo gebruiksvriendelijk wordt gemaakt, merk je het bijna niet. Elke nieuwe verandering voelt als een klein kadootje, en als een kleine opluchting. Er wordt je telkens iets uit handen genomen, er wordt telkens iets weg-gestyled. Vooral hoef je telkens er iets minder van te snappen, ookal wordt wat er eigenlijk op je computer allemaal gebeurt juist telkens een stukje ingewikkelder. Maar dat extra ingewikkelde is juist om jouw ervaring simpeler te maken.

Voor mijn studie moest ik iets leren over computers en programmeren, want dat moest ik kunnen gebruiken voor onderzoeksopdrachten. Daar was ik eerst heel enthousiast over, maar ik bleek tijdens de cursus alleen het topje van de ijsberg te hebben gezien, en je hebt om er ècht wat mee te kunnen, veel meer handigheid met wiskunde en techniek voor nodig dan ik heb. Maar ik heb er wel wàt van geleerd over hoe computers nou eigenlijk werken.

Dat hielp me weinig toen ik een paar jaar geleden even op mijn balkonnetje was gaan zitten om weg te komen van mijn huisgenote, die Netflix zat te kijken op de TV. Ik had een hoop te doen, ik moest een paper schrijven voor mijn studie, en ik moest een blogstukje uittikken. Dat uittikken is altijd meer werk dan ik denk, want het begint wel met overtypen van wat er op mijn notitieblok staat, maar het gaat altijd met mijn stroom van gedachten mee als ik goed onderweg ben.

Ik had dus twee Word documenten open, en tegelijk natuurlijk een nieuwssite, waar ik èìgenlijk naar zat te kijken terwijl mijn documenten me beschuldigend vanaf de taakbalk aanstaarden. En op de achtergrond een Youtube filmpje. Ik had er een kop koffie bij, en ik wou net een favoriet aanklikken van een site over kunst, om nòg meer afleiding aan te zetten, toen mijn laptop niet meer reageerde. Niets bewoog meer op het scherm, wat ik ook deed. En toen schakelde hij zichzelf opeens uit.

Dat leek erop dat hij opeens zonder batterij zat, dus ik zette hem aan het snoer. Een druk op de knop, en starten maar weer. Even flitste het HP-logo op het scherm, en daarna ging hij terug op zwart. Nog een keer drukken, en weer alleen een flits van het HP-logo. En daarna helemaal niets meer, ookal drukte ik op de aan-knop. Resetten hielp niets, er wou geen lichtje meer aan, en ik moest van de helpdesk mijn computer maar opsturen.

Nou, daar zit je dan. Je weet pas hoeveel je doet met je computer, en hoe weinig je kan zònder, als hij weg is. Dat is me wel vaker overkomen, want ik heb geen huis vol computers. Als ik de nieuwe krijg, gaat de oude weg. Vaak voordat ik alles op de nieuwe kan doen wat ik op de oude kon, trouwens. Al is dat tegenwoordig met al die dingen die online gebeuren en in de cloud wel makkelijker.

Na een beetje kloten op mijn telefoon, waarmee ik niets voorelkaar kreeg, herinnerde ik me opeens dat ik een poos geleden een oeroude laptop in één van mijn verhuisdozen had zien liggen. Had ik die weggegooid? En als ik die niet had weggegooid, zou hij het nog doen? Ik ging zoeken, en ik vond hem bijna meteen. Een oude, stoffige, lelijke Fujitsu die mijn vader ooit aan me geleend had toen ik weer eens een kapotte laptop had, en nog geen nieuwe. De lader zoeken was veel lastiger, want die lag in een andere doos. USB-C laders zijn wel een vooruitgang.

Toen ik die oude Fujitsu naast mijn nieuwe kapotte HP legde, leek hij wel een schoenendoos zo dik. Ik zette hem aan het snoer, en ik drukte op de aan-knop. En hij ging. Hij klonk alsof hij ging ontploffen, met al dat geratel en gezoem wat bij laptops uit die tijd hoort, maar hij ging. Eerst door een paar schermen heen, maar toen een hele tijd op het startscherm van de Windows die eropzat. Windows XP om precies te zijn.

Die laptop bleek ouder te zijn dan mijn blogje. Die laptop mag stemmen. Die laptop ging voor het laatst uit toen het eerste onbemande tankstation net open was. Toen de Nederlandse overheid net beslist had om de Goudstikker-kollektie aan de erfgenamen van Goudstikker te geven. In het Rembrandt-jaar. Dit was een laptop met een CD-ROM laatje. Deze laptop was zo oud dat het gewoon raar was om te zien dat hij startte.

Maar hij startte. Hij deed er lang over, maar hij had dan wèl weer dat hij niet de eerste minuten na het starten langzamer was, hij was meteen op volle snelheid. Het scherm was echt heel slecht, maar dat was denk ik niet omdat hij zo oud was, maar die was altijd al zo vaal en flets en grijs geweest. Je moet er echt precies midden achter kruipen om niet een witte waas over het scherm te hebben waardoor je niets meer ziet.

Voor de computer was het net zo'n schok als voor mij, dat hij opeens in de moderne tijd opstartte. Hij vroeg me bijvoorbeeld toen ik eindelijk internet had, of de datum klopte. Hij klaagde dat Windows niet meer kon bijwerken omdat hij de informatie niet meer bij Microsoft kon halen. Dat bijwerken heeft hij trouwens uiteindelijk wel gedaan, maar dat moest via een omweggetje. Dat duurde best lang, hij had veel in te halen.

Daar maakte ik me nogwel zorgen over, want oude software gebruiken is gevaarlijk. Als je niet de hele tijd bijgewerkt bent, loop je enorme gevaren. Dus ik vroeg wel aan mijn goeroe of ik nu niet verschrikkelijk stom bezigwas. Maar dat blijkt dus veel ingewikkelder te liggen, en eigenlijk is er een hoop bangmakerij bij. Hij hielp me om wat dingen uit te zetten in Windows, en daarmee was het allemaal wel okee.

Toen bemoeide mijn statistiekmannetje zich ermee, en die was het met mijn goeroe eens, maar merkte ooknog op dat voor mijn geval het misschien zelfs wel veiliger is met Windows XP, want in de tijd van XP werd er door je besturingssysteem nog niet zoveel gespioneerd. Met waar mijn vijanden zitten, is dat een groter probleem dan hackers en virussen. Uiteindelijk zaten die twee samen truukjes te bedenken om mijn Fujitsu veilig te maken.

Ik heb nog even mee zitten lezen toen mijn statistiekmannetje en mijn goeroe tegen elkaar gingen zitten opscheppen wat voor internet facing computers ze allemaal hadden draaien, en hoe oud die waren, en hoe lang die al geen updates meer kregen, en hoeveel attacks per dag die dingen af te slaan hadden, en hoe ze dat toch voorelkaar kregen zonder problemen te krijgen. Het blijven mannetjes.

De Fujitsu werkte gewoon. Behalve dat er heel veel niet opzat dat op mijn HP wèl zat. Geen Teams bijvoorbeeld. En alle andere programma's waren ook gewoon ànders of niet aanwezig. De meeste dingen kon ik er wel mee, maar moest je gewoon anders aanpakken. Maar het grootste verschil, en dat is een héél groot verschil, was dat hij internet niet opkon. Internet Explorer werkte wel, maar hij gaf een foutmelding of gewoon een wit scherm als ik een website wou openen.

Dat was best frustrerend. Niet alleen omdat ik er bestwel lang over had gedaan om Wifi aan te sluiten, want in Windows XP is dat veel lastiger, maar vooral omdat ik er toen pas achterkwam hoeveel ik zo'n laptop eigenlijk voor internet gebruik, ook als ik andere dingen aan het doen ben. Dat was kapot irritant, en dat voelde ik zo sterk dat ik op het punt stond het ding in de kliko te dunken.

Maar dat was eigenlijk de grote ontdekking die ik met dat ding deed. Want hij krijgt niet zomaar een eigen stukje. Ik hoorde opgelucht te zijn dat ik nu mijn stukje kon optypen, en mijn paper kon schrijven. Dat kon ik dan wel met een USB-key naar een computer op de universiteit meenemen om van daar te versturen. Dus ik had alles wat ik nodighad. En toch had ik het gevoel dat het ding heel erg tekortkwam, alleenmaar omdat hij me geen afleiding gaf!

Ik ben dieper in de techniek gedoken met die computer dan ooit, alleenmaar om te kijken waarom ik geen internetpagina's kon openen. Ik heb gescholden op dat ding, ik heb elke truuk geprobeerd die internet voor me had, ik heb geprobeerd om websites te vinden die nog wèl op die ouwe computer werkten, en ik had genoegen genomen met de kleinste, zieligste succesjes. Maar niets hoor. Zelfs e-mail bleek niet te werken, dat maakte me echt wanhopig.

Het was een echte òpluchting toen ik wat spelletjes op die computer vond. Simpele spelletjes, patience enzo, maar het was wat afleiding. En toen al had ik in mijn achterhoofd het gevoel dat er iets niet klopte. Ik hoorde niet zo opgelucht te zijn dat ik iets afleidends vond op die computer, dat ik iets vond wat me liet werken op de computer met iets wat geen werk was. Ik had nogwel mijn telefoon naast dat ding op tafel liggen, afleiding genoeg.

Die opluchting was alleen van korte duur, want dat ik patience had wou nog niet zeggen dat ik ook geduld had voor patience, na een half potje was ik er wel klaar mee, en zat ik op mijn smartphone nieuws te checken. Die laptop stond toen voor niets op mijn balkontafeltje te ronken. Dat was veel konfronterender dan als ik op die laptop die nieuwssite had kunnen bekijken.

Mokkend als een schoolmeisje dat naar haar kamer wordt gestuurd met haar huiswerk heb ik toen tochmaar Word opgestart, en ben ik aan het werk gegaan. Ik had shit te doen, en dit was de enige manier om het gedaan te krijgen, dus dan moet je wel. Ik maakte me een beetje druk of Word nog wel zou werken, na al die tijd. En hoe oud en verlopen die oude XP-computer ook was, dat werkte wel gewoon. Nou ja, niet gewoon: opvallend goed zelfs.

Ik werk tegenwoordig met Word 365. Op die oude laptop stond nog Word XP. En er was geen enkele manier om dat bij te werken naar Word 365. Dus ik moest er maar aan om met die oude Word te werken. Het was wéér iets, het zoveelste waar ik niet op zat te wachten, want dit was geen avontuur terug in de oude doos, dit was gewoon proberen om met de riemen te roeien die ik heb. Ik had werk te doen, en al deze dingen waren gewoon vervelende hobbels. Ik moest danmaar.

Het was verrassend prettig. Het scherm van mijn oude laptop was blokkig, vaal en grof, en er is als het ware minder ruimte voor alles, alle ikonen nemen meer ruimte in bijvoorbeeld, maar toch had ik in Word XP meer ruimte op mijn scherm. Zo voelde het. Ik hoefde ook niet de hele tijd de ribbon van modus naar modus te klikken, alles was snel en handig bereikbaar met menuutjes.

Ik wist helemaal niet meer wat nou waar zat, en hoe je dingen aan moest pakken in Word XP. Maar ik merkte al heel snel, heel verrassend weer, dat mijn vìngers alles nog wèl wisten. Voor ik me zorgen kon maken over waar ik iets kon vinden, had ik het al helemaal vanzelf ingetikt of opengeklikt. Alsof ik gestuurd werd door een klopgeest. Een typgeest dan. Het was bijna griezelig om te zien.

Toen het tijd was om te gaan koken, was mijn stukje uitgetikt. En mijn paper was bijna af. Normaal zou ik pas hier zijn na een nacht doortrekken. Het was echt heel verbazend om te zien dat ik nu al zo ver was. En dat ik zo moe was, op een goeie manier. Het was een soort moe die ik al een hele tijd niet meer geweest was, een soort moe waarbij je voelt dat je opgebruikt hebt wat je voor je werk gebruikt, maar dan wel vrolijk opspringt van je tafeltje om wat anders te gaan doen.

Ik heb zo een paar weken gewerkt. Ook toen mijn nieuwe laptop alweer gerepareerd terugwas van HP. En natuurlijk ook toen na een paar dagen mijn HP wéér op dezelfde manier stukging. En ook toen de HP na weer een tijd terugkwam, maar nu helemaal in het nieuw en met een nieuwe Windows en zonder al mijn bestanden. Toen heen en weer werken tussen de Fujitsu en de HP niet goed bleek te werken, heb ik zelfs een poosje de Fujitsu gekozen. Die werkte lekkerder als het om werken ging. De HP was meer voor gekut.

De Fujitsu was minder gelikt. Niet alleenmaar omdat hij lawaaiig, zwaar en lelijk is, maar ook de software is minder gelikt. Ik ben een kunstenaresje, en estetisch is moderne Windows mooier dan oude Windows. Maar als het gaat om werkbaarheid, zijn die kinderachtige ikoontjes wel handiger. En de oude letters scherper. En wordt je schermruimte gewoon effektiever benut.

Maar wat ècht het verschil maakte, was wat hij níét kon. En dat was me eindeloze afleiding geven, met dingen die belangrijker en interessanter voelen dan de klus waar ik aan bezigben. Mijn moderne laptop lijkt wel gemáákt om die afleiding aan me op te dringen. Het gaat allemaal veel te makkelijk, en voor je het weet ben je weer Zalando, Youtube, Kunstvenster of nu.nl ingeglibberd.

Want nieuws is netzogoed een domme afleiding als dansfilmpjes. Het enige verschil is dat nieuws belangrijk lijkt. Dat krijg je ook op school geleerd, je moet het nieuws volgen, om een geïnformeerde burger te zijn. Het nieuws zorgt dat je een ontwikkeld typje bent. Vooral als je over de achtergronden bij het nieuws kan meelullen. Het nieuws is belangrijk, superbelangrijk dat je dat meekrijgt. En nog wel metéén.

Door mijn blogje bij te houden, en al het onderzoek wat daarbijhoort, ben ik er wel achtergekomen hoe slecht het nieuws de werkelijkheid weergeeft. En hoeveel het eigenlijk gaat om kliks scoren en boosmakerij om niets. En als ik eens ga lopen turven hoeveel van het nieuws dat ik lees nou ècht me wat bijbrengt waar ik wat mee kàn of waar ik wat aan hèb, dan heb ik na een dag nieuwslezen niet veel turfjes.

Eigenlijk heb ik alleenmaar wat aan het nieuws dat voor me wordt geselekteerd door mijn nieuwsfilterdiensten. En dat is dus een handvol artikeltjes per week. De rest, waar dus héél veel van mijn tijd en aandacht aan opgaat, doet niets voor me. Ik kan wel geschokt zijn over een ongeluk, een aanslag, domme dingen die Trump zegt, of verontrustende prijsveranderingen en inflatie, maar als ik het had gemist had ik eigenlijk niets eráán gemist.

Je kan prima geïnformeerd zijn als je niet de hele tijd het nieuws volgt. Waarschijnlijk zelfs béter. Het is veel informatiever om niet de hele tijd artikeltjes en koppen naar je kop gesmeten te krijgen, maar wanneer je de informatie nodighebt, er gestruktureerd naar te gaan zoeken. Dan krijg je een veel beter beeld, en veel minder gekleurd ook. Ik heb nog niet gehad dat ik door nieuwslezen echt goed geïnformeerd werd.

Zo voelt het alleen niet. Het voelt alsof je meedoet aan de gebeurtenissen in de wereld door jezelf op de hoogte te houden. En je houdt dus telkens je vinger aan de pols, je zit telkens te scrollen en te monitoren, je bent de toezichthouder op de wereld, want ergens is dat jouw verantwoordelijkheid. Anders ben je een ongeïnformeerde dwaas. Of je hebt een computer die niet bij de websites van de nieuwsdiensten kan.

Door op mijn Fujitsu te werken was ik telkens even van dat nieuws-infuus àf. En dat was wel even afkicken hoor, want het is eigenlijk gewoon afleiding zoeken van je klus met iets wat belangrijk en gewichtig voelt, zodat je je minder dom en lui voelt dan wanneer je een dansfilmpje opzet. Het is even een shot bevrediging halen over dat je goed bezigbent, en verstandig en ingelicht bent, en dingen in de hand houdt, terwijl je eigenlijk geen flikker doet.

Probeer maar eens een dagje zonder nieuws. Als je de volgende dag gaat inhalen, blijk je niets gemist te hebben. Ja, er is genoeg bij te spijkeren om je nieuwsinfuus up to date te krijgen, maar je hebt niets gemist waar je wat mee moest, of waar je wat mee kòn. Je hebt een hele dag je aandacht aan andere dingen besteed, en die aandacht bleek ook helemaal niet nodig te zijn voor het nieuws. Het ging gewoon door. Ook zonder jouw oppassende blik.

Nieuwsdiensten richten zich vooral op boosmaken, want dat verkoopt goed. Ik ben niet zo'n boosmaker, ik ben zelf meer een zorgenmaker. Dat kan ik ook meteen zien in mijn nieuwsfilterdiensten, die zoeken naar de dingen waar ik me zorgen over maak, niet naar de dingen waar ik me moreel superieur over voel. En dat merk ik dus ook wanneer ik even het nieuws afkap, ik maak me minder zorgen. En de zorgen die ik wèl maak, gaan over dingen in mijn eigen leven. Waar ik wat mee kàn dus.

Het is niet alleen het nieuws wat me afleidt als ik internet heb hoor. Internet is afgezakt naar een prikkelmachine. Het is veel minder de spannende bibliotheek van toen ik er net mee begon, waar je àlles kon vinden als je maar zocht, naar een soort dwingende vertoning, net als de scène in A Clockwork Orange waar de hoofdpersoon aan een stoel vastgebonden zit en zijn ogen met klemmen worden opengehouden. Jij kan iets willen zoeken, maar de machines van het internet zetten jou voor je neus wat zij willen dat je ziet.

Maar het is ook zeker iets in mij, ik moet niet alleen de media-bedrijven de schuld geven. Want ik check óók iedere paar minuten mijn e-mail, ookal is er helemaal geen probleem als ik dat een keertje in de ochtend en een keertje in de middag doe. Ik werk niet in een omgeving waar elke mail meteen beantwoord moet worden. Ja, ik moet mijn escort-adres snel kunnen beantwoorden, maar dat is niet de mail die ik het vaakste check. Want dat is kennelijk niet afleidend genoeg.

Ik spring meteen van mijn laptop over naar mijn telefoon als ik een WhatsApp-geluidje hoor, en als ik te lang geen WhatsApp-geluidje hoor ga ik tòch op mijn telefoon kijken om te zien wat er aan de hand is dat ik al zo lang geen appje meer heb gehad. Het zit gewoon in mij, mezelf afleiden met iets waarvan ik mezelf de smoes kan vertellen dat het nu moet en haast heeft. En dat afkappen hèlpt.

En zo werd die Fujitsu mijn prikkelarme werkcomputer. Hij doet eigenlijk alles wel dat ik nodigheb. Ja, het zou fijn zijn als de batterij niet letterlijk tien sekonden meegaat als ik de stekker eruit trek. En hij kan wel wat sneller opstarten. En een werkende slaapfunktie zou fijn zijn. En een scherm wat me geen tranende ogen geeft. En dat hij minder herrie maakt. En minder blikkerige luidsprekertjes.

De software-omgeving, die komt niets tekort. In een hoop opzichten was die meer op prettig werken gericht. In een hoop opzichten hebben we wel een estetische stap vooruit gemaakt, en ziet alles er ook toegankelijker uit, maar is het veel minder praktisch geworden. Alleen al zien wat een knopje is, zien of iets aan- of uitstaat, of kunnen lezen wat ergens staat, dat is er niet op vooruitgegaan.

Het is nog veel indrukwekkender als je vergelijkt hoe soepel de software draait, met hoe nederig die Fujitu technisch is. Hij heeft maar een halve gigabyte geheugen, en voelt even vlot aan als mijn HP met zestien gigabyte. Dat zal vastwel verschil maken als je spelletjes probeert te installeren ofzo, of analyse-software gaat draaien, maar dat doe ik allemaal tòch niet. Voor de dagelijkse dingetjes doet die oude software het prima.

Als ik achter mijn Fujitsu ga zitten, ga ik in werkmodus. En dan komt er even geen afleiding bij kijken. Dat is erg fijn, want het zorgt ervoor dat mijn werk àfkomt, en dat ik daarna met andere dingen doorkan. Het voelt namelijk wel alsof even afleiding starten op je computer tijdens het werk verfrissend en konstruktief is, maar dat ìs het dus nooit. Het is aandacht slurpen, en je inspanning verdelen naar iets wat er niet toe doet.

Natuurlijk ligt het uiteindelijk niet aan de computer. En dat is maar goed ook, want ook mijn Fujitsu is hard achteruit aan het gaan. Maar ik heb er wel veel van geleerd over prikkelarm werken op een computer, iets wat ik langzaamaan had afgeleerd met al die sluipende veranderingen in hoe we met onze devices omgaan. Ik ben wat kritischer geworden, en ik heb de waarde van prikkelarm gaan geleerd.

Dus als ik nu de werkuren van mijn dag inga, leg ik mijn telefoon op mijn nachtkastje, en neem ik de Fujitsu mee naar de plek waar ik werk in huis. Ooit was dat de eettafel en de bank, nu is het mijn studeerkamer en mijn balkon. Mijn studeerkamer krijgt trouwens nog een eigen stukje, want dat is ookwel een verhaal op zich. Mijn oortjes blijven uit, ik zet ook geen muziek op, ik ga stil werken met mijn oude Fujitsu. En dat werkt.

Die Fujitsu gaat niet lang meer mee. Hij heeft me al een foutmelding gegeven waardoor mijn goeroe en mijn statistiekmannetje me konden vertellen dat hij binnenkort nooit meer opstart, en ze raden me aan om een andere te kopen. En daar dan een hardcore werk-computer van te maken. Daar hebben ze dan ideeën over. Kennelijk kan je met Linux je computer tot een soort gefocuste productiviteitsmachine ombouwen, zonder al het gedoe. Ik wil het best proberen.

Nou ja, ik ben nogsteeds smartphone verslaafd, en de algoritmes kennen me beter dan ik zou willen. Maar ik kan mezelf afentoe even een paar uur per dag bedwingen. Die uren worden goed besteed, en laten me iedere keer weer zien dat al dat kutten met mijn smartphone eigenlijk maar tijdverspilling is. Het is aantrekkelijke tijdverspilling, maar eigenlijk niet zo leuk dat het al die tijd waard is. Hij is alleen heel goed in op mijn knopjes drukken.

maandag 20 oktober 2025

Gezellig

Het idee van een hondje heb ik altijd wel gezellig gevonden. Zo'n enthousiast beest, dat helemaal op jou gericht is, en zoveel warmte en liefde naar je uit kan stralen, ik vind ze leuk. Ik heb nooit een leven gehad waar ik van vond dat er een hond bijpaste, want je moet met een hond wel je verantwoordelijkheid nemen, en zo'n beest een goed leven kunnen bieden. En ik heb daarvoor gewoon de tijd niet.

Mijn opa had altijd Duitse Staanders, waar ik dan rondjes mee mocht lopen als klein kind. Die beesten hadden mij aan de lijn, terwijl ik dacht dat ik ze aan de lijn had. Ik hield van ze, en toen de laatste insliep toen opa eind zeventig was, vond ik het heel jammer dat hij geen nieuwe hond meer nam. Maar hij had wel gelijk: wat moet een hond nou met een ouwe man die niet meer de hele tijd buiten werkt?

Toen ik in mijn thuiswerk-flatje werkte, had ik in het halletje een hondebak met water. Bestwel wat mannen kwamen bij me langs met de hond, want die hond was dan de smoes die ze hadden om buitenshuis te komen. Die honden vonden het meestal wel best in mijn halletje. Een bak water was genoeg, en ze hadden ergens ookwel door dat hun baas zijn vet ging krijgen. En als ik ze dan achteraf nog even achter hun oren kriebelde, waren ze hartstikke blij.

Een hond is voor mij altijd een soort symbool van onschuld geweest. Honden zijn altijd open en doorzichtig, Ze reageren primair, ze plannen niets, en ze zijn altijd met jou bezig. Zelfs als je niet de baas bent, willen ze je een lol doen. Ze willen dat je blij met ze bent, en dan zijn ze ook blij. En daar passen ze zich graag voor aan, en doen ze liefst ook werk voor. Dat vind ik ontwapenend. Honden zijn gefokt om helemaal gelukkig te worden van jou gelukkig maken, het zit ìn ze.

Nou ben ik ookweer niet iemand die honden ophemelt hoor. Ik snap best dat die beesten de buren gek kunnen blaffen, ik snap best dat ze meestal ontzettend slecht opgevoed zijn, en ik kan het helemaal eens zijn met een klant die boswachter is, die tegen me klaagt over hoe "zijn" bos door de honden wordt volgescheten terwijl ze alle holen uitgraven, zorgen dat er niets durft te nestelen, en alles doodbijten wat ze tegenkomen. Honden hebben nadelen, snap ik best.

Ik vind wèl dat veel mensen een ongezonde relatie met hun hond hebben. Ik ben opgegroeid met honden die op veehouderijen moesten wonen, en waar je dus niet van kon hebben dat ze zich niet konden gedragen. Die honden hadden de hele dag de baas om zich heen, en ze werden opgevoed. Toen ik in de Randstad terechtkwam, was hoe mensen met dieren, en vooral met honden, omgingen wel een stuk van de culture shock omdat ik niet had verwacht hoe Randsteders over dieren dachten.

Op de boerderij leer je wel dat dieren geen mensen zijn. Als er dieren worden gehouden tenminste. Vooral van varkens leer je dat dieren nòg zo slim kunnen zijn, het worden geen mensen. Niet wat intelligentie betreft, niet wat moraliteit betreft, niet met wat ze waardevol vinden, niet met hoe ze het leven beleven, niet met wat er voor ze tèlt, en zéker niet met hoeveel meegevoel ze hebben.

Ik heb allebei de kanten gezien. Ik ben in een dorp opgegroeid als kleinkind van twee boeren, maar ik heb ook meegedaan met dierenrechten-aktivisten. Van het soort dat inbraken deed bij dierproef-laboratoriums. Die beschouwen dieren niet alleen als een soort gemankeerde versimpelde mensen, maar helemaal gelijkwáárdig aan mensen. Of zelfs béter. Die geloven ook dat het emotionele leven van beesten hetzelfde is als van mensen. Ik ging daar nooit echt helemaal in mee, maar ik sprak die mensen ook nooit tegen.

Als je nooit met dieren gewerkt hebt, snap je er minder van, en ga je ze meer zien als sprookjesdieren, fabeldieren, of dieren uit tekenfilms. Toen ik Sneeuwwitje voor het eerst zag als kind, viel me metéén op dat een eekhoorntje vlak naast een hert ging zitten kijken naar Sneeuwwitje, en dat het hert niet meteen het eekhoorntje opvrat. Want dat doen ze in het echt.

Dieren zijn geen mensen. Maar voor Randsteders zijn het gewoon mensjes in een klein pakketje, en hebben ze hetzelfde gevoelsleven. Daarom krijgen hun katten ook met nepbont gevoerde bedjes, en proberen ze beleefd tegen hun hond te praten als die iets doet wat ze niet bevalt. Terwijl ze respektvol proberen om ook het perspektief van de hond mee te nemen in de kompromis dat ze met hem willen sluiten. Dat werkt niet, zo maak je het beest ook ongelukkig, maar Randsteders kunnen het niet loslaten dat er ergens een mensje in dat beest zit. Hun kindje.

Zo kan en wil ik niet met beesten omgaan. Ik ben ontzèttend verstedelijkt in heel veel opzichten, maar ik heb nooit helemaal al het boerenleven achter me gelaten. Ik heb er nogsteeds wel kennis van overgehouden, en daar ga ik niet tegenin. Ik heb allebei de wereldjes gezien, en het bevalt me eigenlijk prima om van allebei de lessen te hebben geleerd. Dus geen zoete woordjes tegen een hond, en ook geen BBB stemmen.

Als ik ga joggen, doe ik dat liefst vroeg 's ochtends. Dan zijn er nog nietzoveel mensen op stap, en heb ik de paden voor mezelf. Ik jog naar een park, ik trek mijn rondje door dat park, en ik jog weer naar huis. Dan douche en koffie, en dan de dag te lijf gaan. Maar soms kan het niet zo vroeg, en moet ik mijn rondje op een ander moment in mijn dag lopen. En dan kom ik wel hondenmensen tegen.

Parken zijn, als ze niet volgehangen zijn met bordjes, hondentoiletten. Voor de hond maakt het niet veel uit waar hij schijt, en op de stoep is het ook makkelijker oprapen, maar hondenbezitters gaan graag het park in, omdat zij dat lekkerder vinden. En, vermoed ik, omdat als de hond schijt in het gras waar de handhavers het niet meteen zien liggen, ze het niet oprapen.

Die parken zijn voor mensen, niet voor honden, maar ze doen graag alsof die honden het gevoel hebben terug de natuur in te gaan als ze over een schelpenpad langs een gemaaide grasmat met wat gesnoeide struiken en bomen lopen. Dus joggen door het park wordt dan een slalom rond mensen en hun honden, vaak met een lijn ertussen waardoor je niet tussen hond en eigenaar doorkan. Geef mij maar de vroege ochtend.

Op deze ochtend had ik niet kunnen joggen, ik weet niet meer waarom. Misschien was het weer vroeg heel slecht en werd het later beter, misschien had ik iets af te maken, misschien was er iets anders. Ik was in ieder geval in mijn lunchpauze gaan joggen. En het park stikte natuurlijk van de honden met hun baasjes. Het was dus vooral een soort slalom om de hondeneigenaren heen.

Ik was bezig met mijn tempo houden, en met het plannen van mijn dag, toen ik opeens op mijn gezicht lag. Ik zag niets aankomen, ik was kompleet verrast. En eerlijk gezegd weet ik er nog maar heel weinig van, alleenmaar flarden. Ik weet nog dat ik probeerde overeind te komen, maar dat het niet lukte omdat er aan mijn been gerukt werd. Ik weet nog dat er iets flink pijndeed, maar niet iets wat ik herkende. Ik weet ooknog dat de mensen om me heen in paniek waren.

Het duurde best lang, al zal het wel maar een paar sekonden zijn geweest, voordat ik doorhad dat er een hond aan mijn onderbeen hing, en dat die wild met zijn kop aan het schudden was. De bazin van de hond was tegen de hond aan het krijsen dat hij los moest laten, maar meer nog tegen andere mensen aan het krijsen dat haar hond een "nanny dog" was.

Met alle chaos kon ik niet goed begrijpen wat er aan de hand was. Dat ik uit mijn wenkbrauw bloedde was ook heel verwarrend, want ik snapte toen nog niet dat dat kwam omdat ik op mijn gezicht was gevallen. Er waren meer honden om me heen, die allemaal onrustig waren. Ik weet nog vooral een Labrador die piepend rond mijn hoofd aan het springen was, en waar ik op de één of andere manier van dacht dat het dezelfde hond was die aan mijn been hing. Achteraf raar om te denken, maar ik was erg in de war.

Er werd vanalles geroepen, maar niemand dééd iets. Ik weet nog dat ik het tóén al raar vond toen iemand probeerde de hond te kommanderen los te laten, en een ander, waarschijnlijk gewoon automatisch, aankwam met dat standaardzinnetje over dat je niet de hond van een ander op moet gaan voeden. Als ik me goed herinner, zelfs met "hoe durf je" erbij. Mensen gaan dingen die ze gewend zijn doen als ze in paniek zijn. Gelukkig kwamen er meer mensen bij dan deze paniekende schreeuwers.

De hond verdween van mijn been, wat alleenmaar zorgde voor méér gekrijs van omstanders en van het baasje. Toen werd ik overeind geholpen door een korte kale vent van in de vijftig met tattoos, die me naar zijn auto hielp. Hij vroeg of ik mijn kapotte onderbeen in een plastic zak wou stoppen, een Aldi-tas, en sloot zijn eigen hond op in de achterbak. Omdat hij dacht dat ik het niet leuk zou vinden om met een hond in de auto te zitten.

Onderweg naar het ziekenhuis vertelde hij me vrolijk dat je ook pitbulls wel los krijgt "met een sigaretje in ze oor," en dat hij vond dat ze die beesten gewoon een spuitje moesten geven. Hij drukte me ook op het hart om naar de politie te stappen. Het ging allemaal een beetje langs me heen, maar hij was precies wat ik nodighad. Hij pakte het op, en nam verantwoordelijkheid. Hij was echt mijn redder, ookal realiseerde ik me dat pas uren later.

In de spoedeisende hulp mocht ik wachten totdat ik bloed door de Aldi-zak heen begon te lekken. Toen hadden ze opeens meer haast. De dokters wilden graag weten of de hond in het buitenland was geweest, maar ik wist dat natuurlijk niet. Ik kreeg prikken, hechtingen, en een afspraak om er later eens naar te laten kijken. Ik werd vooral gerustgesteld, en helaas geloofde ik daarin.

De volgende dag kwam ik mijn bed nauwelijks uit. Mijn hele onderbeen was dik en paars, en het zag eruit alsof het al jaren aan het rotten was. Het deed veel pijn als ik het bewoog. Ik deed maar wat ze me hadden verteld op de spoedeisende hulp, koelen en hoog houden. Dat hielp niet, maar ik had tenminste het gevoel dat ik het niet erger aan het maken was. Toen ik in de spoedeisende hulp was gekomen, leek de schade aan mijn been vooral een boel gaatjes in het vel, maar nu zag mijn been eruit als een horrorfilm, enorm gezwollen en verkleurd.

Mijn afspraak met de dokter kwam, en die besloot een operatie te plannen om de schade wat te beperken. Ik was opgelucht, want ik dacht dat ik er daarmee vanaf zou zijn. De operatie ging vlot, en de dokter was heel tevreden. Ik voelde me na de operatie slechter dan ervoor, maar ik dacht dat dat wel bij zou trekken. Dat was me ook verteld immers.

Toch schoot het niet op. Maanden na de operatie had ik nogsteeds dat ik niet goed kon lopen. Als ik niet rechtuit liep, klapte mijn enkel vaak om. Mijn onderbeen voelde nogsteeds stijf, en mijn knie begon meer en meer zeer te doen. Ik kon heel veel dingen niet. Joggen en squashen was natuurlijk helemaal onmogelijk, maar lopen was al moeilijk, en fietsen ging ook mis. Mijn voet schoot telkens van de trapper af. De motor van mijn auto loeide ook telkens als ik moest schakelen omdat ik niet meer kon doseren.

Ik ging er telkens mee naar de huisarts, die eerst wou dat ik het de tijd gaf, en me daarna terughoudend doorstuurde naar de dokter die de operatie had gedaan. Die was nogal kortaf, en had snel beslist dat het psychologisch was. Dus toen naar de psychiater, waar ik heel veel tijd verspild heb aan iets wat uiteindelijk niets opleverde. Maar ik sla het beter niet over in dit stukje, ookal heb ik die neiging wel.

De psychiater zocht naar de oorzaak van mijn klachten, en was de hele tijd aan het vissen aan iets wat er mis was tussen mijn oren. Ik gaf de hele tijd antwoorden die hij niet wou horen, die hem niet toeleidden naar waar hij naartoe aan het werken was. Ik merkte wel dat ik hem niet gaf wat hij zocht, maar ik wist ècht niet hoe we verder konden komen. Ik was gewoon open, en hij zag niet wat hij zocht.

Hij verwees me door naar een andere psychiater, die hetzelfde aan het doen was, en naar hetzelfde opzoek was. Ze had van de eerste psychiater een soort diagnose meegekregen die ik niet mocht weten. Daar ging ze naar zoeken, en zij kon ookal niet vinden wat ze zocht. Toen ik, met al die openheid, liet vallen dat ik ooit seks voor geld had gehad, ging ze wèl meteen overstag.

Ik had ècht beter moeten weten. Mensen kunnen niet normaal doen over sekswerk. Dat heb ik al heel vaak door schade en schande geleerd. Maar ik was zo druk bezig om openheid te geven, en ze had zich zo begrijpend en neutraal opgesteld, en ik wou zó zó graag van mijn pijnlijke been af dat een beetje onder mijn lijf zwabberde zonderdat ik het gevoel had dat ik het kon vertrouwen, dat het gewoon tè raar was om het stil te houden.

Vanaf dat moment was het dus nietmeer zoeken naar waarom mijn been niet wou genezen met een diagnose die ze al vantevoren had gekregen, vanaf dat moment was het uitzoeken hoe de prostitutie me zo had beschadigd dat mijn been kapot was. Het eerste wat ze vroeg toen ik had verteld dat ik sekswerk had gedaan, was of de hond die me gebeten had de hond van mijn pooier was geweest.

Na een paar afspraken werd het nog niet minder erg, en verloor ik het vertrouwen. Als mensen alles gaan toeschrijven aan prostitutie, ontnuchter ik wel. Ik sloeg mezelf een beetje voor mijn kop dat ik niet had geleerd van mijn ervaringen met seksuologen, maar achteraf is het makkelijk lullen. Ik zette er netjes een punt achter, en ik ging terug naar mijn huisarts om te kijken of hij meer mogelijkheden wist.

De huisarts was een invaller, en dat was een geluk. Hij was véél grondiger dan mijn gewone huisarts, en hij ging veel verder met het onderzoeken van mijn been. Hij vond het duidelijk raar me naar de psychiater te sturen, ookal zei hij dat niet. Hij stuurde me naar de fysiotherapeut. En ik ging naar de dichtstbijzijnde, waar ik leuk mee klikte. Die me lekkere ontspannings-oefeningen liet doen. En waar ik meer dan een jaar bij gelopen heb zonderdat er iets beter werd, maar die me wel het gevoel gaf dat ik iets goeds aan het doen was met haar.

Mijn been ging eigenlijk vooral langzaam achteruit. Het was niet paars meer, en niet meer gezwollen, maar ik klapte nogsteeds mijn enkel om, mijn tenen waren slap, en mijn knie werd langzaam stijver en pijnlijker. Toen ik daar ooknog een extra pijn bij kreeg, ging ik toch maar weer langs de huisarts. En ookal was dit mijn vaste huisarts, hij was intussen ook wakker geworden, en onderzocht me grondig.

Hij vermoedde dat ik een abces had, en hij wou me weer naar de specialist sturen. Maar ik had geen zin om weer bij de psychiater terecht te komen, dus ik vroeg om een verwijzing naar een andere dokter in hetzelfde specialisme. Ik ging naar een heel ander ziekenhuis uiteindelijk.

De nieuwe dokter was eerst heel vrolijk, maar hoe meer CT's en foto's ze bekeek, hoe strenger ze ging kijken. Ze had ook nogal wat vragen over de wond en de operatie, die ik niet kon beantwoorden. Ik kreeg het gevoel dat ze vond dat de eerste operatie niet goed was uitgevoerd, maar daar zei ze helemaal niets over. Ik zag het alleen wel aan haar reakties. Ze wou uiteindelijk alleen mijn abces doorprikken, en daarna zou ik nog een keertje voor een controle komen.

In mijn helpersploegje heb ik F, een hoer met een achtergrond als dokter. Die was al jaren tegen me aan het praten over dat ik naar een chirurg terugmoest met mijn been, maar F is iemand die het niet makkelijk maakt om haar advies op te volgen, hoe goed het ook is. Je moet het bijvoorbeeld eerst snàppen, en dat is al lastig, want ze vindt het moeilijk om dingen op een nivo uit te leggen dat onder dat van haar ligt.

Op dit punt begon ik wèl naar F te luisteren, en dat was maar goed ook. F snapte meteen dat de eerste chirurg de operatie op mijn been verkloot had, en dat die nieuwe chirurg dat had gezien. Ze vertelde me óók dat dokters elkaar niet afvallen, en dat ze daar niet zelf mee zou komen. Inplaats daarvan gaf F me een paar zinnetjes die ik moest zeggen tegen de nieuwe chirurg als ik op controle kwam.

Het was nog even spannend, want de controle werd niet gedaan door de dokter die me vorige keer gezien had. Ik had een veel jongere dokter. Die heb ik tochmaar de zinnetjes gezegd die F voor me had bedacht, en dat zorgde ervoor dat de jonge invalster de chirurge erbijhaalde, en aan haar vertelde ik die wonderzinnetjes nòg een keer. Erg spontaan zal het niet meer zijn overgekomen.

De zinnetjes gingen erover dat ik van de eerste chirurg had gehoord dat er iets misgegaan was bij de operatie, en dat ik daarmee vooral naar een andere dokter moest gaan. Daarná kon de nieuwe chirurg me opeens wèl vertellen dat mijn scans lieten zien dat mijn eerste operatie verprutst was, en dat ik nu problemen had doordat verkeerde dingen waren doorgesneden, en verkeerd weer aan elkaar gezet. Dat moest ze nu repareren.

We planden de operatie meteen, en in de paar weken die ik moest wachten ging ik heenenweer tussen uitgelaten zijn over dat eindelijk mijn problemen werden erkend en nu zouden worden gerepareerd, en angst dat het wéér erger zou worden, of het doffe vermoeden dat dit een hoop polonaise aan mijn lijf ging zijn voor iets wat geen verschil zou maken. En hoe dichterbij de datum kwam, hoe groter die angsten werden, en hoe minder die blije verwachtingen.

Ik ben toch onder het mes gegaan. Ik beefde als een rietje, maar de chirurge wist me goed op te kikkeren, en ze had duidelijk vertrouwen in de operatie. Dat hielp een heleboel, het was anders echt een griezelige ervaring geweest. De operatie was ook anders dan de eerste, want deze chirurge had er studenten bij die ze uitlegde wat ze deed. En dat de schade die ze nu repareerde nou was wat er gebeurt als je tijdens de operatie in de war raakt.

Deze operatie duurde een heel stuk langer dan de eerste. Bijkomen van de operatie was natuurlijk even vervelend. En mijn been was ook niet meteen weer goed. Ik moest een paar weken wachten voordat alles weer een beetje wou werken. Omdat het niet meteen weer goed was, dacht ik eigenlijk dat ik het voor niets had gedaan. Eigenlijk was ik er nu wel klaar voor om het gewoon allemaal maar te accepteren, dat ik nooit meer goed zou lopen, en altijd last zou houden.

Maar toen, na een hele tijd, werd ik midden in de nacht wakker met een jeukende voet. Mijn hele voet, alles onder de beet eigenlijk, jeukte als de ziekte. Ik maakte me zorgen, want het was wel duidelijk dat dit weer iets was wat met die beet temaken had, dus ik belde de huisartsenpost. En die meldden me heel vrolijk dat die jeuk hoort bij genezing. En dat was het moment dat er een beetje hoop opvlamde.

Vanaf toen heb ik, heel langzaam, meer gevoel in mijn voet gekregen. En ik had ook minder vaak dat mijn tenen op rare manieren verkrampten of juist als dooie worstjes heen en weer flapten. Er was verschil. Nog niet veel, maar er gebéúrde nu wat. En dan is je dagboek gewèldig, want daarmee kan je goed bijhouden waar je last van had, en wat er nu echt beter is geworden.

Mijn been werd steeds beter. Het gevoel in mijn voet kwam hélemaal terug na een paar maanden, de pijn in de littekens van de beet verdween ook best snel, mijn enkel klapte steeds minder makkelijk om, en ik kon weer met mijn tenen wiebelen. Dat mis je echtwel als je het niet meer kan! Ook mijn knie werd beter, maar dat ging maar heel langzaam. En met een jaartje oefenen werd mijn been weer bijna helemaal de oude, en kon ik steeds meer. Tenminste, wat aan mijn been lag.

Want niet alles bleek aan mijn been te liggen. Flink wat dingen die ik dacht dat aan mijn been lagen, bleken alleen indirekt aan mijn been te liggen. Heel veel van de problemen die ik had opgebouwd, vooral mijn emoties, mijn konditie, mijn slaap, mijn motivatie, mijn humeur, mijn gevoel van ongezond zijn, mijn gevoel dat ik nergens tijd voor had, mijn gevoel dat ik nergens kwàm, was gekomen omdat jaren met zo'n been zitten zorgt dat je best gezellig wordt.

Om lekker te blijven heb ik altijd op mijn gewicht gepast. En dat is ook waarom ik altijd flink ben blijven trainen, totdat ik door mijn been met zo'n beetje alles moest stoppen. En helaas had ik niet mijn dieet er genoeg aan aangepast dat ik niet meer trainde. Eigenlijk was ik alleenmaar makkelijker geworden met wat ik in mijn bek stopte. En het ene sluipende kilootje na het andere was erbij gekomen. Dus ik had wel wat af te vallen.

Pas veel later merkte ik hoeveel problemen kwamen door mijn gewicht. Toen dit begon, wou ik vooral weer er lekker uitzien. Mijn gezellige uiterlijk had me intussen veel vaste klanten gekost, en dat voelde ik heel erg omdat ik erg beperkt kan adverteren zonder grote risiko's te lopen. Er zijn wel een paar mannen die me leuker vonden als ik gezelliger ben, maar het allergrootste deel vindt het niet appetijtelijk. Ik snap dat best.

Achteraf kan ik veel beter zien dat ik veel meer last had van mijn vet dan ik toen dacht. Ik was enorm aangekomen, en dat vet was haast niet weg te krijgen. Ik probeerde mijn oude dieet en mijn oude training weer op te pakken, maar dat werkte voor geen meter. Ik had het heel zwaar, ik voelde echt dat ik mijn best deed, maar het vet bleef koppig zitten. En de redenen dat het vet er zo lastig afging, waren door wat dik zijn met je doet.

Vet doet wat met je. Het doet wat met je geest. Biologisch en medisch geschoolde meiden uit mijn helpersploeg kunnen daar hele lange uitleg bij geven, met honderdduizend stofjes in je bloed die dingen met je doen, maar het maakt niet uit hóé dat vet dat doet. Het belangrijkste is wàt dat vet met je doet, en dat je problemen door dat vèt komen, en niet door wat dat vet je laat dènken dat er aan de hand is.

Van vet zijn word je moe. Je wordt er minder ambitieus van. Je wordt er lui van. Je wordt er passief van, je houdt geen initiatief meer over. Je voelt je minder van op je gemak, je krijgt veel meer zin in comfort, je gaat de makkelijke keus nemen inplaatsvan de beste keus. Je seksdrift raakt op een laag pitje, je gevoel voor ontwikkeling gaat op een laag pitje, en vooral krijg je meer zin om te éten. Je motivatie voor alles gaat onderuit, behalve je motivatie om jezelf nog vetter te vreten.

En als je gaat afvallen, voel je dat vet alleenmaar méér. Zodra je een beetje voortgang gaat maken, is die stem die je ontmoedigt, die je ambitie wegzuigt, die lokroep van luiheid, alleenmaar stèrker. En je razende honger laait op, terwijl alle training die je doet voelt alsof je er totaal niet voor geschikt bent. Je wordt gewoon depressief van het vet dat terugvecht. Want dat doet het, door je te saboteren, en door je te straffen.

Intussen vóélt dik zijn reuze gezellig. Je lekker volvreten met spul waarvan je weet dat het smerig veel calorieën heeft voelt als een zalige zonde, en het is het meest vervullende wat je doet als je dik bent. En je voelt je ook niet meer zo kompetitief met andere vrouwen, of met andere mannen, dus die sociale druk voel je ook niet meer. Het is lekker makkelijk om gewoon je vet achterna te lopen.

Daar verzin je smoezen bij. Mensen léven op smoezen, daar is een heel eigen stukje over in de maak, maar hier is dat wel heel duidelijk aan de hand. Je kan niet afvallen, want als je afvalt slaap je slecht. Je kan niet afvallen, want je hebt geen tijd om te trainen. Je móét wel veel blijven eten, anders ben je zo ongezellig aan tafel. Je móét wel blijven dooreten, want je bent zwanger en je eet nu voor twee. Je móét wel blijven dooreten, anders word je op je werk afgeleid door de honger. En zo wel heel veel meer smoezen.

En dat zijn smoezen. Reken maar. Alle redenen om niet nú te beginnen met afvallen zijn kutsmoezen. Nee, je werk lijdt er niet onder, nee je zwangerschap komt niet in gevaar, nee je hebt er niet geen tijd voor, nee je vriendinnen haken niet af, nee je gezin lijdt er niet onder, je hebt die snack niet nodig om te kunnen funktioneren, al die smoezen zijn ònzin. Je vertelt jezelf verhaaltjes om jezelf van dat knagende gevoel af te helpen dat je verkeerd bezigbent met je gevreet. En hoe langer je wacht, hoe zachter en onrekbaarder je huid wordt. Je bent een luie zeug, en je moet gaan afvallen.

Nee, dat is niet makkelijk. Vooral niet als je hele omgeving van je accepteert dat je dik bent. Je krijgt van andere vrouwen geen echte steun om af te vallen, die vinden het wel fijn om geen concurrentie aan jou te hebben. Zelfs vrouwen die "samen met jou gaan afvallen" doen dat vooral zodat jullie tegen elkaar gaan roepen dat je zo goed bezigbent, ookal zakt de motivatie snel weg en kom je nergens. Let maar op hoe die fitness friends verdwijnen zodra jij echt zoden aan de dijk gaat zetten.

Mannen zouden hier een enorme rol kunnen spelen. Als mannen gewoon niet van je zouden pikken dat je vet bent, dan zou je in ieder geval je nog een beetje schamen voor je vetrollen, en mannen die hun manlijkheid ontwikkeld hebben kunnen je ook goed de pen op je neus zetten, of de riem over je dikke vette reet. Ik heb bij mezelf gezien, èn bij veel andere vrouwen, hoe die het beste uit zichzelf hebben gehaald als er maar een man was die ze geen keus gaf.

Toen ik aan het zoeken was in de pooierwereld, was me al opgevallen hoeveel pooiermeiden hun pooier niet alleen hadden om ze aan het werk te houden, maar vooràl ook om ze te dwingen op hun gewicht te letten. Ik heb van een pooiermeid een verhaal gehoord, dat ze vertelde met nauwelijks verborgen voldoening, hoe haar pooier haar letterlijk een chocoladebroodje uit haar mond had geslagen.

Netzoals een pooier de prostitutie, met alle machtsverhoudingen en schijn en illusie en dynamieken van dominantie door kan prikken, of hij dat nou zelf snapt of niet, kan hij ook heel goed alle smoezen onbelangrijk maken die bij afvallen komen kijken. Hij kan je worsteling tegen de honger en tegen het verlangen naar comfort en comfort food laten verbleken. Die loopband op, vette big, anders trekt hij zijn riem uit zijn broek. En dan ga je voorover totdat je het ècht niet lekker meer vindt.

Pooiers doen dat veel, heb ik gemerkt. Dat is niet zo raar, de pooier is vooral de boeman om je discipline erin te houden, en je hebt veel discipline nodig om af te vallen. Iemand anders aan discipline houden is veel makkelijker dan jezelf aan discipline houden, en ontwikkelde vrouwen en ontwikkelde mannen kunnen dat bij elkaar goed doen. Daar heb je geen pooier voor nodig, want die is meer een satire van een ontwikkelde dominante man, in een gezonde relatie met een ontwikkelde manlijkheid kan je ook door hem gedisciplineerd worden.

Maarja, vind maar eens een man met een ontwikkelde manlijkheid. Voorzover je al mannen kan vinden die daarvoor geschikt zijn, want niet elke vent kàn dat, zijn ze meestal door hun relaties met vrouwen gevormd naar iets waar ze niet met hun manlijkheid mee uitkunnen. Manlijke mannen ontwarren uit de klitten waarin ze terechtkomen is één van de dingen aan mijn prostitutie-carrière waar ik de meeste voldoening uit haal. En dat onderwerp heeft ook wel wat eigen stukjes verdiend, als ik maar een manier kan vinden om erover te schrijven die mensen snàppen.

Ik kwam mezelf lelijk tegen. Niet alleen door hoe vet ik was geworden, maar vooral door hoe slecht ik bleek te zijn in zelfdiscipline. Met heel veel dingen had ik toch wel doorgezet, maar mijn afvaltrajekt werd telkens ergens door onderbroken, en dan was er weer een periode van volvreten waarmee ik alle winst uit het vorige stukje afvallen verloor. En die terugvallen waren slecht voor mijn motivatie, die toch al niet sterk was.

Het ergste was nogwel dat mijn motivatie voor afvallen niet het enige was dat zo breekbaar als een rietje bleek te zijn. Als mijn vet terugvocht en mijn gevoel voor motivatie ondermijnde, ging dat niet alleenmaar om mijn zelfdiscipline over afvallen. Ook me aan het werk zetten voor werk of studie was meteen mee-ondermijnd. Pas als ik weer ging vreten kreeg ik dat mondjesmaat terug, want dan liet mijn vet zijn gijzelaar weer los. Voor eventjes, want dat duurde nooit lang.

Mijn zussen zijn na hun flip smoutbollen geworden. Die waren ook geen steun, want die omarmden het juist dat ik vet was. Die zagen dat als een natuurlijke volgende stap. En als dat ik toegankelijker was geworden. Ik was nu gezellig, dus iedereen deed ook gezellig tegen me. En als ik ging werken om van dat vet af te komen, werd daar nogal ijzig op gereageerd. Want het ging toch niet lukken, en het was zó moeilijk, en niets ging werken. Hou het maar gezellig.

Vrouwen doen ontspannener tegen je als je dik bent. Je krijgt veel meer openheid, en je wordt niet meer behandeld als een gemene en gevaarlijke rivale. Er wordt achter je rug niet over je gepraat. Je wordt niet gezellig van dik zijn, juist omgekeerd, je wordt er zuur en moe en sjagrijnig en hangerig van. Maar mensen zijn gezelliger tegen jóú. En vooral kan je elkaar overladen met begrip voor dat het zo lastig is om je gewicht in de hand te houden.

Dat krijg je, vooral als je al dik bènt, van alle kanten te horen. Begrip. Het helpt niet dat we als maatschappij onder de knoet zitten om vetlappen in zalvende vettezeugentaal aan te spreken, en vooral er voorzichtig omheen te draaien dat een beetje verantwoordelijkheid en zelfbeheersing het hele probleem oplost. Want zo ìs het gewoon, als je dik bent is dat omdat je niet je verantwoordelijkheid hebt genomen, en geen zelfbeheersing hebt toegepast.

En juist omdàt je kwabbige lijf zo'n duidelijk bewijs is dat je je zelfbeheersing niet kon opbrengen, is het zo'n heikel punt geworden. Mensen zien heel duidelijk aan je dat je geen discipline hebt, je loopt te koop met je plus size kinderachtige gebrek aan zelfbesef en wilskracht. En ergens wéét iedereen ook dat het zo zit. We mogen het niet denken, want we doen alsof dat gemeen is, maar het ìs zo, en iedereen wéét het. En jij weet ergens ook dat ze dat weten.

Ik had een héle goeie smoes met mijn kapotte been. Maar ik had ook wakker kunnen worden en mezelf terug kunnen fluiten toen ik merkte dat mijn broeken niet meer pasten. En ik had ècht wakker moeten worden toen mijn rokjes niet meer pasten. Maar ik keek daar niet naar, ik vond mezelf een zielig slachtoffer van de omstandigheden, en ik bleef steeds meer en steeds slechter eten in mijn bek douwen.

Als je eenmaal je gewicht stabiel op slank hebt, is die discipline normaal. En heel haalbaar. En iets waar je zelfs mee kan smokkelen, omdat je weet dat je kan compenseren door de teugels een paar dagen nog strakker aan te halen. Het voelt zelfs raar om weer terug te gaan naar eten voor de boer èn de boerin. Het voelt normaal en volwassen om volwassen en normaal te eten en je gewicht in de hand te houden.

Maar zolang je nog een dikke klodder bent, voelt het als onhaalbaar. Als niet vol te houden. Als doelloos, als iets wat nooit bij zijn doel kàn komen, als iets wat onredelijk is om van iemand te verwachten. En al helemáál om het van jóú te verwachten, want jij hebt een heleboel redenen waarom jij al helemáál niet de kans hebt om dat soort dingen aan jezelf op te leggen, en je bent nú al moe en uitgeput.

Bovendien vertelt je vet je dat het tòch niet gaat lukken. Dat alles voor niets gaat zijn. Al dat lijden, al dat gekonfronteerd worden met je eigen lijf, en alles voor nop. En er gaan genoeg tijden zijn tijdens het afvallen dat je heel hard eraan trekt, en je de weegschaal geen lagere getallen aan ziet geven. Als je helder nadenkt snap je wel dat dat water is van de stress van het afvallen, maar je vet fluistert dat het diëten tòch voor niets is, en dat je beter weer door kunt eten.

De gezelligheid is trouwens vooral met andere speklapjes. Want de vriendinnen die wèl voor zichzelf zorgen, daar raak je de verbinding een beetje mee kwijt, en die vervagen best snel. Al was het maar omdat je nooit helemáál los kan laten dat je ergens toch wel jaloers bent op hun gezonde, soepele lijf. Terwijl jij met tientallen kilo's vergif onder je huid rondloopt.

Want vet is gewoon vergif als je er zoveel van hebt. Het sloopt je langzaam. Je hart, je gewrichten, je overbelast alles en je verslijt veel sneller. Je nieren, je lever, je immuunsysteem, die lijden eronder. Je krijgt zelfs makkelijker kanker. Maar ook die hormonale verstoringen die zorgen dat je motivatie zo wegzakt en je alleenmaar luier en hongeriger wordt, slopen je. De processen die je levendig maken, die je gezond maken, het huishouden in je lijf doen, die je vruchtbaar houden, die kakken in. En je vrouwelijkheid wordt langzaamaan steeds verder uitgehold. Het kloot ook met je menstruatie en je geslachtshormonen. Dikke moeders baren ook minder gezonde en slechter ontwikkelde kinderen.

Vet zijn kloot enorm met die hormonen, met je lichaamsprocessen, met je seksdrift, met wat je wil in het leven, met je ambities, met je eetlust, met de kracht en levendigheid die je voelt, met je geslachtsorganen, met je immuunsysteem. Maar gewichtsveràndering doet dat nog méér. Dat is weer iets wat je vet doet om zichzelf te beschermen. Je gaat eerst dieper de ellende in voordat je de ellende op begint te ruimen. Dat zorgt ervoor dat je tijdens het afvallen je voelt alsof je de verkeerde kant opgaat. Terwijl er echt maar één kant is om op te gaan.

Als je meer eet dan je opgebruikt, word je dikker. Als je minder eet dan je opgebruikt, word je dunner. Daar kan je heel veel nuance bij zoeken, en heel veel ingewikkelde verhalen over maken, maar als puntje bij paaltje komt is dit de regel. De enige regel. Een regel waar je niet omheenkan. Ookal probeert iedereen om eromheen te komen, want minder eten dan je opgebruikt voelt klote.

Hoe je dat doet, hoe je je dieet aanpakt om minder te eten dan je opgebruikt, dat maakt nietzoveel uit. Elk dieet dat minder geeft dan je opgebruikt voelt alsof het niet werkt, alsof je tekortkomt. Je gaat honger hebben. En dus kan je het dieet kiezen wat voor jou het beste werkt. Maar uiteindelijk is er geen superdieet. Wonderdieten waarbij je moeiteloos en pijnloos afvalt zonder dat je het gevoel hebt dat je jezelf uithongert, die bestaan niet.

Er is een hype over Ozempic en dat soort medicijnen, die veel celebs helpen met afvallen. Dat lijkt een leuke smokkelroute om naar slankheid toe te prikken zonderdat je de moeite hoeft te doen. En het werkt wel om af te vallen. Dus ik heb er wat over rondgevraagd bij de dokter in mijn hulpploegje, en toen was ik er toch veel minder enthousiast over. Want wat het is, is alleenmaar een middel dat met je eetlust kloot.

Als je die prik neemt, heb je veel minder eetlust, omdat het middel op het nivo van je hormonen kloot met je. Dan hoef je inderdaad geen discipline te hebben, en verlies je toch gewicht. Het is valsspelen, en het is beter dan het gewicht niet verliezen. Maar het is wel kloten met je hormonen. Het hormoonsysteem dat je eetlust en je gewicht normaliter in bedwang houdt. Dus zodra de prikken stoppen, moet je opeens wel die discipline weer hebben, of het komt er allemaal weer bij.

Kijk, als je diabeet bent, of je bent een topsporter die opeens gestopt is, of je zit aan medicijnen die je eetlust onbedwingbaar maken, of er is een andere extreme toestand met je lijf aan de hand, dan heb je geen andere keus dan de boel bijsturen met iets als Ozempic. Dan is het de minste van twee kwaden. Maar als je het gewoon wil omdat je dan niet de moeite hoeft te doen, dan bouw je toch wel een flinke adder onder het gras op.

De bijwerkingen van die middelen zijn één ding. Maar het probleem ermee is vooral dat je als het ware je eetlust in narcose brengt, zolang je die prikken haalt. En als je daarmee ophoudt, wordt die sjagrijnig wakker. En heeft een hoop in te halen. En jij hebt helemaal geen discipline geleerd, je wordt hoogstens luier. Die kilootjes zitten er zo weer aan. En je kan het niet eindeloos bij blijven prikken zonderdat je je lijf verder ontregelt. Dus zo handig is het niet.

Toch wordt het gezien als een belangrijk middel om overgewicht tegen te gaan, juist door de mensen die eigenlijk alleenmaar zelfdiscipline nodighebben. En de maatschappij accepteert het als goed middel. Want anders moet je als papzak verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag, en dat verwachten we niet van dikkerds. Zéker niet van vrouwen die dik zijn, want van vrouwen discipline verwachten is taboe, dus wij worden dùbbel behandeld als mensen die je niet mag bekritiseren.

Uiteindelijk moet je gewoon je dieet aanpakken. Hoe je dat doet, dat maakt niet uit. Met vasten en cleanses, met WW-punten, of door gewoon alleen te eten wat en wanneer je moeder eet, ik heb het allemaal zien werken, en ik heb het allemaal niet zien werken door de meiden die het bij een vriendin zagen werken en dachten dat zij dè manier hadden gevonden. Je moet op een hongerdieet. Er zit niets anders op.

Met diëten alleen kom je er niet. Je móét bewegen. Anders raak je eerst alleenmaar spierweefsel kwijt voordat je lijf moeizaam begint met vet wegbranden. Maar bewegen als je dik bent is lastig. Je bent snel buiten adem, je voelt pas ècht hoe dik je bent als je beweegt en het om je heen klef en zacht meedrilt, je balans is slecht, je krijgt supermakkelijk blessures, en vooral heb je geen plezier meer van bewegen, omdat het allemaal zo moeizaam gaat.

Als je een kapot been hebt, èn je bent ooknog veel te dik, dan heb je een flinke drempel om over te gaan voordat je weer kan gaan trainen. Vooral omdat de beweging die ik eerst vooral had, squashen, joggen en dansen, allemaal niet kunnen met een kapot been, en allemaal niet leuk zijn als je moddervet bent. Zelfs joggen is nog wel leuk als je fit bent, maar sporten als je log en dik bent heeft echt niets leuks.

Dansen doe ik al heel lang, ik volg er ook cursussen in. Vooral stijldansen vind ik leuk. Nou ja, dat vond ik dus niet leuk meer toen ik zo vet was geworden. Ik heb dansen altijd leuk gevonden, en het is voor mij een soort barometer om te zien of ik lekker in mijn vel zit. Als ik niet dans, dan is er iets mis. Soms omdat ik te druk ben, soms omdat ik niet genoeg neuk, soms omdat ik stilsta in mijn leven, of dus omdat ik te dik ben. Dat wekte wel al argwaan.

Het waren eigenlijk mijn klantjes die me toch over de drempel hielpen om wat aan mijn gewicht te gaan doen. Ik merkte gewoon dat ik niet meer zo lekker voor ze was. En dat ik mijn werk minder goed deed. En ik kon mezelf echt niet voorliegen dat het kwam door mijn leeftijd, want daar heb ik intussen teveel voor geleerd. Dus tegen heug en meug ben ik toch maarweer gaan afvallen. En ik had heel, héél veel werk te doen.

Ik heb een paar valse starts gemaakt. Bijvoorbeeld door in ene over te gaan van een volprop-dieet naar een dieet dat ik gebruikte toen ik slank was, om snel wat kilootjes kwijt te raken om in een bepaald jurkje te kunnen. Dat was natuurlijk totaal onhaalbaar, en ik viel er nog weinig van af ook. Alles in mijn lijf ging meteen in hongersnood-modus, en ik was er alleenmaar zo hongerig van dat ik er duizelig van werd.

Dan word je natuurlijk ook meteen ziek. Want als je in hongersnood-modus gaat, gaat je immuunsysteem op een laag pitje. Je bent al niet heel goed beschermd tegen ziekte met je overgewicht, maar dat wordt nog veel erger als je gewicht gaat verliezen. Dus dan heb je al helemaal niet meer het gevoel dat je goed en gezond bezigbent, en dat is een makkelijke smoes om danmaar weer te stoppen met je dieet.

Vanuit mijn hulpploegje kreeg ik goed advies. Bijvoorbeeld dat je éérst je conditie op moet bouwen voordat je gaat diëten. Als je gaat afvallen terwijl je je spieren niet oefent, verdwijnen die als eerste. Bovendien helpt beweging enòrm met je motivatie, met je mentaliteit, en met je geestelijke gezondheid sowieso. Ik had het niet opgemerkt, maar door mijn gebrek aan beweging was ik gewoon zo'n beetje depressief geworden.

Het is een misverstand dat sporten zorgt voor ontzettend veel afvallen op zich. Ja, elk rondje joggen verbrandt meer energie, maar van jezelf heb je al heel veel energie nodig om gewoon op temperatuur te blijven, om je organen hun ding te laten doen, en om je dagelijkse taken te doen. Bewegen kost wel extra energie, maar het bewegen is vooral om te zorgen dat je basis-metabolisme niet in de spaarstand kan gaan. Die gaat het meeste verbruiken doen.

Netzoals zo'n beetje alles met afvallen, als je net begint om het goed te doen krijg je eerst een tegenbeweging. Van bewegen word je frisser en minder depressief, maar als je dus net begint heb je eerst een periode dat je neerslachtig en duf wordt. Daar moet je eerst doorheen, daarna pas moet je met diëten beginnen, want als de doffe ellende van het diëten overlapt met de misère van het net beginnen met trainen, heb je het zwaar met doorzetten. Nòg zwaarder, bedoel ik.

Je lijf bewegen doet zó veel voor je gezondheid, je mentaliteit, en je levensgeluk. Je weet het wel, maar ergens vergeet je het ook makkelijk. Het gebeurt ook niet tijdens het bewegen, het komt geleidelijk in de dagen erna. Je lijf werkt beter, je hoofd wordt frisser, het is gewoon goed voor je. Of eigenlijk, niet-bewegen is slecht voor je. Want bewegen moet gewoon eigenlijk de norm zijn.

Als je beweging tekortkomt, ga je dat matte energieloze gevoel opvullen met eten. Dat is dus een vicieuze cirkel waar je dikker uitkomt dan je eringing. En er is geen enkele verandering die je méér naar afvallen toeduwt, en die je méér wilskracht en motivatie geeft. Hoe langer je het laat gebeuren, hoe moeilijker het wordt om terug te komen. Het is echt een hellend vlak. Beter om te gaan bewegen, en dat kan je het best meteen gaan doen.

Beginnen is moeilijk. Achteraf vergelijk ik het met kotsen nadat je iets verkeerds hebt gegeten. Je bent doodziek, je moet kotsen wat je een soort gevoel van wanhoop geeft, het is smerig en klote en pijnlijk en je hele lijf komt in opstand, maar als het er eenmaal uit is, is er vrede. En kan je weer door. Maar je moet er wel doorheen. En kotsen gaat gelukkig vanzelf, maar bewegen en diëten kan je opgeven, en dat zorgt dat het heel makkelijk voor niets is geweest.

Met bewegen was het netzoals met diëten. Ik ging meteen proberen de oefeningen te doen die ik vroeger ook deed om op peil te blijven toen ik slank en sterk was. Het is héél demotiverend om dan al tijdens je opwarmrondje in te storten onder het gewicht en de hitte van je berg vet op je lijf. Want dat vet houdt dus ooknogeens al die warmte vast die je lijf kwijt moet bij het bewegen.

Het pijnloze oefenprogramma is net als het wonderdieet. Het bestaat niet. Oefenen is je lijf duidelijk maken dat het sterker moet worden, en je lijf wìl dat helemaal niet. Dus als je je lijf strak wil houden, moet je de hele tijd genoeg oefenen om het te laten voelen dat het een pijnlijke toestand wordt als het zichzelf laat verslappen. En als je al verslapt bent, is oefenen de hele tijd je lijf straf geven voor te slap zijn. Tot het toegeeft. Dat is niet lekker.

Maarja, je bent een vette zeug, en je moet toch een stel oefeningen zien te vinden die je ook kàn. Want je moet èrgens mee beginnen wat je kan doen ookal ben je te zwaar om goed te bewegen. Mijn favorieten als ik slank ben, zoals joggen, squash, lunges, barbell squats, pelvic thrusts, hanging leg raises, push ups, en rekoefeningen, die werken allemaal niet als je veel te dik bent. Je knieën en handen kunnen het niet aan.

Mijn hulpploeg was weereens goud waard, want die raadden me oefeningen aan waar ik echt veel aan gehad heb. W zette me aan het zwemmen, en dat bleek een gouden greep. Je moet het wel doen als een training, want een beetje poedelen helpt natuurlijk niets. Maar baantjes vlinderslag op topsnelheid, réken maar dat je daar goed mee traint. Ik was vergeten hoe goed dat werkt, terwijl ik toch járen waterpolo heb gedaan als tiener.

Een ander advies wat lekker werkte was de roeimachine. Een hele soepele maar zware belasting voor je hele torso, je benen en je armen, en het is geweldig goed in je laten voelen welk deel van je lijf achterblijft bij de rest. De weerstand instellen is wel een dingetje, want dat maakt alle verschil of je oefening uberhaupt nuttig is, maar als je die hebt gevonden, vliegt het zweet in het rond, wordt je hele lijf getraind. Hele goeie cardio, maar dan eentje waar je hele lijf aan meedoet.

Die twee hebben me uit het niet-bewegen gekregen. Nee, ze zijn niet de twee oefeningen waarmee je alles oplost, maar het was wel een hele goeie kern. Net als bij elke oefening, is het belangrijk om het váák te doen. Niet een hele dag in de week, maar telkens een half uurtje per dag. Dat brandt het vet weg. Krachtoefeningen moet je wel minder vaak doen, want daar heb je hersteltijd bij nodig.

Voor strakke jonge hoeren is Grieks-Romeins worstelen een geweldige sport, maar dat is best heftig, en je moet het maar leuk vinden. Ik heb het nooit gedaan, maar toen ik jonger was, had ik wel interesse. Daar is niets van gekomen omdat onze dominee een keer uithaalde tijdens de lezing naar meisjes die aan judo deden, en dat is tochwel veel milder nog dan Grieks-Romeins.

Natuurlijk is ballet voor hoeren dè sport. Het past gewoon heel goed bij de mentaliteit en de lenigheid die een hoer moet hebben. Ik heb al eerder geschreven over hoe opvallend veel van de beste hoeren ballerina zijn geweest. Helaas is ballet geen sport waarmee je jezelf goed doet als je een vetklep bent, dan sloop je jezelf. Als je eenmaal een beetje normaal bent, kan je met ballet wel vèrder.

Samen met mijn dieet zette ik zo de goede koers uit. Eerst leek het eerst geen resultaat te hebben. Ik werd eerder zwaarder, en ik voelde me ellendig door al die inspanning. Maar de weegschaal ging na een maand toch dalen. En dat ging steeds sneller. Mijn baantjestijden werden korter. De weerstandsknop op de roeimachine ging steeds verder open. Intussen werd met een gezonder lijf het ook steeds makkelijker om mijn dieet-discipline te houden.

Er waren onderweg tegenslagen natuurlijk. Ik kreeg een keer griep, want dat gebeurt als je afvalt, je immuniteit houdt het niet bij. En ik haalde mijn knie een keer open aan de ketting van de roeimachine, dus toen was het best even voordat ik weer voluit durfde te gaan. En er waren weken dat ik ècht geen tijd had om te trainen, en daarna moest ik dan weer opstarten. Maar ik pakte het telkens weer op, en dàt is het belangrijke.

Langzaamaan verdwenen de vleesvervangers ook uit mijn dieet. Ik vrat aan het eind alleen nog maar vlees. Naast best veel kaas. Ik dronk koeienmelk, geen havermelk of sojamelk meer. Dat was nooit een bewuste keus, maar het voelde als krachtvoer. Ik deed twee weken met een zak aardappels, en ik heb nu een kastje dat uitpuilt van de rijst omdat ik daar steeds minder van ben gaan eten, maar het niet bij de boodschappen op tijd doorhad.

Heel stiekem was eringeslopen dat ik heel veel suiker was gaan gebruiken. Iedereen gebruikt veelteveel suiker, zo is onze eetkultuur geworden, maar ik dronk en at heel veel met suiker erin. Suiker maakt je stofwisseling lui, en het is een makkelijke manier om even wat energie op te wekken als je je mat voelt. En je voelt je mat doordat je suiker gewend bent. Suiker naar het minimum brengen was flink wennen, maar het geeft mijn lijf weer veel besturing terug.

Iets anders wat goed hielp, was terugbrengen hoeveel zout ik at. Er zit in héél veel dingen veel zout. En dat is nergens voor nodig. Als je veel zout eet, is dat vaak omdat je je vocht niet in orde hebt. Als je bij je maaltijden genoeg eet, en niet tijdens je maaltijden drinkt, eet je minder en drink je ooknog beter. Daar doe je je nieren een groot plezier mee, en je bloedvaten ook. Maar vooral ga je er minder van vreten. Zoutloos hoeft niet, maar zuinig met zout is al genoeg.

Ik had een tip gekregen die me heel veel mentale steun gaf. Ik had dinsdagavond dieetvrij. Dan mocht ik van negen tot twaalf zoveel schranzen als ik maar wou. En als ik de rest van de week ergens trek in had, maar dat niet in mijn dieet paste, zette ik dat in de agenda voor dinsdagavond. Dan had ik een TV-avond met alle snacks die ik maar wou. De eerste paar keer heb ik me echt misselijk gepropt aan alles wat ik niet mocht.

Maar toen ik een beetje wende, nam ik telkens minder van de stapel snacks die ik naar dinsdagavond had geschoven, en schoof ik de aangevreten taartjes en patatjes door naar mijn vriend. Ik kreeg er steeds minder behoefte aan om me vol te douwen, maar het gaf me nogsteeds heel veel mentale steun dat het op dinsdag kòn.

In het begin maakte ik me zorgen over dat al dat trainen me teveel tijd ging kosten. En in het begin was het ook echt moeilijk om het in mijn agenda te passen. Maar ik wist ergens wel dat dat niet kon kloppen. Ik heb altijd getraind, en het was vroeger nooit een probleem. Nu ik dik was alleen wèl. En het duurde eventjes voordat ik doorhad wat hier nou weer aan de hand was.

Trainen kost me geen extra tijd, in elk geval niet op de langere termijn. Want je wordt handig met je trainingen inpassen, die trainingen kosten uiteindelijk netzoveel tijd als je vroeger bezigwas met snacken en snacks regelen, wat je nu niet meer doet, en je wordt gewoon effektiever van minder vet en moe zijn. Dus de tijd die je hebt, gebruik je beter. Bovendien is trainen een prima rustmomentje voor je hoofd, waarin je je gedachtes even kan laten gaan. Dat is ook heel nuttig.

Ik squash graag, en ik heb bestwel een paar valse starts gemaakt door te vroeg te veel te willen squashen. Dan nam ik me voor voorzichtig en rustig aan te beginnen, en halverwege de eerste game ben ik dat allemaal vergeten, ben ik alleen nog maar fanatiek balletje aan het jagen, en ging ik weer door mijn zwakke enkel. Die moest dan weer maanden extra genezen. Gelukkig stopte dat niet al mijn training, anders zou het nooit gelukt zijn met afvallen.

Afvallen kostte me veel werk. En heel veel tijd. En het lastigste was dat je het de hele tijd moet blijven doen, en dat het je aandacht opeist. Niet al je aandacht. Niet elk moment. Maar veel vervelende momenten, en irritant veel aandacht. Maar als ik dat teveel moeite en teveel tijd vind, had ik me maar niet moeten laten vervetten, en had ik maar niet naar mijn eigen smoesjes moeten luisteren.

Het is heel lang te langzaam voor me gegaan. Mijn weegschaal ging steeds een stukje lager, maar dat stukje lager was nogsteeds veel te hoog. Ja, mijn collega F zei heel terecht you get rid of the ugliest pounds first, every ounce counts. Maar ik wou bij de eindstreep zijn, en tot die tijd kon ik geen tevredenheid voelen. Niet terecht, maar zo voelde ik het. En ik ben dus heel lang bezig geweest met iets waar ik nog geen plezier van had.

En daar is je dagboek weer heel nuttig. Want je merkt het niet omdat het zo sluipend gaat, maar steeds meer dikkerd-problemen vervagen, en steeds meer goede dingen komen terug. Je wordt fitter, je gaat meer dóén, je kan beter met jezelf omgaan, en mannen gaan je weer meer zien staan. Maar voor mezelf had ik nog niet mijn zelfbeeld hersteld, en ergens moet ik toch op mezelf kunnen geilen.

Dat werd pas anders toen ik bijna alles kwijt was. Normaliter heb ik een navel die als een soort hoge O of zelfs een soort regendruppel eruitziet. Maar toen ik dik werd, kreeg ik zo'n lelijke platte streep als navel. En op een dag, toen ik al een heel stuk afgevallen was, zag ik in de spiegel dat mijn navel een rondje was. Nog niet zo hoog als hij hoort, maar rond. En toen kon ik opeens zien dat ik echt veel was afgevallen. En er veel beter uitzag.

Ik was de laatste die dat zag. Mijn neukertjes hadden het natuurlijk al gezegd, mijn vriend ook, en mijn klantjes waren ook reuze enthousiast, maar ik voelde me nogsteeds dik. Als je bezig bent met je lijf, zoals je wel móét als je aan het trainen bent, voel je dat vet zitten. Dus ik werd er telkens mee geconfronteerd, en ik zag niet dat het zoveel beter was geworden.

Nog wat later merkte ik dat ik weer dingen ging doen die horen bij mijn gewone gewicht. Ik danste weer beter. Ik had weer meer aan seks, want die gloed die je krijgt van seks is zowat wèg als je zwaar bent. Ik vond het gewèldig dat mannen me weer op konden pakken, want dat had ik dus al jaren niet meer. De meeste mannen konden mijn gewicht niet meer dragen, en als zij er sterk genoeg voor waren, deed het bij mij zeer. En nu kon het weer. Ik wist niet dat ik dat zó miste.

Toen ik gezellig werd, raakte ik klanten kwijt. Vooral klanten die zeggen dat ze het niet erg vinden dat je wat zwaarder bent, trouwens. Lekker mollig kan lekker zijn, maar dik is gewoon smerig, en als de man niet komt voor iets ranzigs, moet hij je niet meer. Alleen klanten voor wie ik andere meerwaarde had kon ik houden. Dat zette mijn inkomen enorm onder druk. Ook mannen die wisten waardoor het kwam, en ècht medelijden met me hadden, bleven weg.

Ik kan maar heel beperkt adverteren, dus ook nu ik weer een normaal gewicht heb, is het sappelen. Ik heb wel gemerkt dat ik oude afgehaakte vaste klanten weer kan benaderen, en dat die enthousiast terugkomen als ik ze vertel dat ik niet meer dik ben. Van de achttien waarmee ik het geprobeerd heb, zijn er vijftien teruggekomen. En ze worden weer vaste klant alsof er niets gebeurd is.

Als ik niet had moeten hoeren, en daarom een goede motivatie had om het aan te pakken, was het misschien wel veel later gebeurd. Of helemaal nooit. Want smoesjes zijn comfortabel. En er zijn ook voordelen aan gezellig zijn, vooral als je binnen wil komen bij een bedrijf met dikke HR-kutten die lekkere dieren liever buiten de deur houden. En je hoeft je minder bezig te houden met sociale verwachtingen en seksuele aantrekking, want niemand verwacht meer wat van je.

Maar de voordelen van slank zijn, zijn groter. Je bent niet alleen zelf soepeler en effektiever met zo'n beetje àlles wat je doet, maar als je slank en sexy bent word je meer gerespecteerd. Jij, je mening, je werk, het heeft allemaal meerwaarde als je sexy bent. Dat geldt niet alleen voor vrouwen trouwens, mannen hebben dat ook. Maar als je in een afhankelijke positie bent, werkt het wel tegen je. Vrouwen willen geen seksuele concurrentie van ondergeschikten.

Wat dat betreft had ik het goed gemikt met solliciteren. Ik was toen behoorlijk dik nog, en ik kon mijn HR-kontakten gebruiken terwijl ik nog niet met scheve ogen werd bekeken. En in mijn baan ben ik afgeslankt, zodat ik met respekt werd bekeken, en de seksuele kant van de werkrelatie soepel ging. Echt het beste wat je kan hebben, en het kwam toevallig zo uit.

Het is een lange rondreis geweest. En eentje waarmee ik veel tijd, moeite, klanten, en kansen heb verloren. Maar ik ben nu tenminste weer terug. En wat ik ervan heb geleerd is dat ik het nóóit meer zo ver ga laten komen! Ik ben ook geen twintig meer, het is nu veel zwaarder dan vroeger. Al kan ik me herinneren dat ik het toen ook al niet makkelijk vond om af te slanken.

Van alle problemen die van die hondenbeet zijn gekomen, is dat vet echt het ernstigste geweest. Dat heeft mijn levensgeluk tenminste het meeste aangetast. Voor de rest heb ik er nog een rijtje littekens aan overgehouden, maar die kan je ook zien als een spiritueel geluksteken ofzo. En daar heb ik nog nooit iemand opmerkingen over horen maken. Erg opvallend zijn ze niet meer. En ik kan veterlaarsjes aan, dan ziet helemaal niemand ze.

Ik ben weer elke ochtend aan het joggen. En nog steeds langs alle mooie plekjes, en nog steeds heb je daar honden. Er zijn bestwelwat mensen die verwachten dat ik afgeknapt ben op honden, en dat ik ze wel zal haten. Maar ik haat honden niet. Zelfs pitbulls niet. Ik loop wel met een boogje om pitbulls heen tegenwoordig, maar ik weet dat niet elke hond zo'n gevaarlijk beest is. Ze zijn bijna allemaal ongevaarlijk. En best gezellig.