maandag 22 november 2021

Snap de overheid

De overheid is de grootste macht in de samenleving. Zelfs de grote bedrijven, hoeveel teveel macht die ook hebben, kunnen niet op tegen de overheid. De overheid maakt de regels, de overheid heeft de politie en het leger. De overheid bepaalt uiteindelijk. En als de overheid zich tegen je keert, of zich tegen je laat gebruiken, heb je een groot probleem. Dat hebben we al heel lang mee moeten maken.

Het ligt voor de hand om dan bij de overheid te gaan klagen, lobbyen of je positie uitleggen. Vooral als de overheid zijn schadelijke akties doet omdat ze geloven in fabeltjes. Er zijn dus al generaties hoeren geweest die hebben geprobeerd om de overheid op alle manieren te laten zien dat ze verkeerd bezigzijn. En al jaren is het resultaat hetzelfde, namelijk mooie woorden en meer repressie.

Ik draai in dat circus nou al een poos mee, en ik heb veel met schade en schande geleerd. Ik heb nog meer geleerd door mensen in mijn hulpploeg, die bij overheden en in de politiek werken, en dus van binnenuit kunnen vertellen over hoe het toegaat in dat enorme apparaat. Het is heel ontransparant namelijk, en ookal staat het nieuws elke dag vol over de overheid en de politiek, je ziet heel veel belangrijks níét.

Mijn blogje staat vol met uitleg over hoe het is onder de zool van de overheid die je probeert te vertrappen, maar over hoe die overheid vanbinnen werkt heb ik nog niet zoveel geschreven. En dat is wel belangrijk. Niet alleen om beter te begrijpen wat de overheid doet en wat je dus kan verwachten, maar ook omdat er een heleboel naïeve ideeën door het putje kunnen over wat je voorelkaar kan krijgen.

Dit stukje is dus vooral voor collegaatjes die voor onze rechten op willen komen. Die wil ik niet ontmoedigen, zeker niet, maar ik wil ze wel wat realiteit laten zien zonderdat ze die moeten ontdekken nadat ze heel veel werk voor niets hebben gedaan. We zijn eigenwijze krengen, dus ze zullen het alsnog wel op hun manier blijven proberen, maar ik hoop dat ze dan hun koers kunnen verleggen voordat ze verbitterd zijn.

We leren op school dat we in een demokratie wonen, waar we de politiek elke vier jaar kiezen, die dan de overheden gaan besturen. Wie we kiezen voor de Tweede Kamer besturen het land, wie we kiezen voor de Gemeenteraad besturen de gemeente, en bij mij op school hàdden we het nieteens over de Provinciale Staten, behalve dat die de Eerste Kamer kiezen. En over die Eerste Kamer was weinig nuttigs te zeggen.

De Tweede Kamer levert een Kabinet, de ministers die de ministeries besturen. Die worden door de Tweede Kamer gecontroleerd. In het parlement wordt gedebatteerd over allemaal moties en wetsvoorstellen die de Kamer kan doorvoeren. De meeste stemmen gelden, en als je dus de meeste parlementariërs aan je kant krijgt, krijg je je zin. Als je een minister inlicht, stuurt die zijn ministerie de goede kant op.

Als je dat idee voor ogen hebt, ga je helemaal de mist in.

Ten eerste is dat hele systeem van een parlement dat de macht controleert een wassen neus. De politieke traditie is al sinds mensenheugenis dat een kabinet in achterkamertjes een akkoord sluit waar ze zich aan gaan houden. De kabinetspartijen hebben een meerderheid in de Kamer, die automatisch met hun kabinet meestemt. De oppositie kan tegenstemmen wat ze willen, maar ze hebben altijd een minderheid. Een dissidente kabinets-parlementariër is een schandaal wat afgestraft wordt. Het parlement zit er na het kabinetsakkoord dus eigenlijk voor niets.

Als je daar kritiek op hebt, krijg je vaak te horen dat er in een demokratie nou eenmaal compromissen moeten worden gesloten. Maar een compromis zou zijn, als de ene partij de hoeren wil vernietigen en de ander niet, dat er dan maar een beetje halverwege geschopt wordt tegen hoeren. Wat we nu hebben is gesjacher, dus eerder: jij mag de hoeren vernietigen als ik mijn monstersubsidie op elektrische auto's erdoor krijg. De stokpaardjes worden geruild, terwijl die nou juist weggestemd zouden worden in een werkend parlement.

Dat is ook waarom er zo paniekerig werd gereageerd toen deze zomer er een realistische kans kwam dat er een minderheidskabinet zou komen. Dat zou betekenen dat dingen ècht in het parlement beslist zouden worden, en het niet allang in de achterkamertjes was geritseld tussen de kabinetspartijen. Dat is de dood voor de stokpaardjes, en alleen wat bij alle gezindten in de samenleving welkom zou zijn, zou erdoor komen. Daar gaan die politici niet voor.

Ookal wil D'66 niet opnieuw met de CU in een kabinet, ze zijn tochmaar geknikt omdat het alternatief misschien de demokratie van een minderheidskabinet zou zijn. En de andere partijen ook, maar minder pijnlijk in het spotlight, en minder duidelijk hypocriet vanwege hun partijnaam. Als er eenmaal een kabinetsakkoord ligt, is de rust weer teruggekeerd, en kunnen ze weer regeren vanaf hun stokpaardjes. Het enige moment dat jij dus via Kamerleden wat kan veranderen, is terwijl het kabinetsakkoord wordt gevormd. Daarna zit alles muurvast.

En ondanks al dat goedkope opportunisme en al dat gekonkel zijn politici wèl uit idealisme begonnen met hun job. Dat kan je het best zien aan politici die net zijn aangetreden, die hebben dat idealisme nog niet weggetrapt in een hoekje omdat het in de machtsstrijd in de weg zat. Later worden ze gewoon politieke sjacheraar. Kijk maar naar professor Plasterk, die hard heeft meegewerkt om het onderwijs af te takelen, en de Nederlandse bevolking massaal liet afluisteren. Of privacy-voorvechter Kees Verhoeven, die in de Kamer de Sleepwet stond te verdedigen. De macht wint het altijd van de idealen.

Ze zeggen weleens: follow the money. En dat is wel waar, geld en gewin zijn belangrijk voor politici. Als die lief zijn voor grote bedrijven, kunnen ze na hun politieke carrière rekenen op dikbetaalde lobbybaantjes, of zelfs dikbetaalde nepbaantjes als "commissaris" in een Raad van Commissarissen. We behandelen dat niet als corruptie, omdat de betaling pas na de bestuurstermijn komt. Maar dat is het gewoon wel.

Toch is dat niet het belangrijkste. Je ziet dat de politici in hun overwegingen eerst kijken naar het landsbelang, want daar zitten ze voor. Maar als hun ideologie of geloofsartikelen daarmee botsen, krijgen die voorrang. Als er genoeg poen inzit, willen politici makkelijk landsbelang èn hun ideologie opzijzetten. Maar alles, àl die dingen, wijken voor macht. Als een politicus meer macht kan krijgen, wijkt daar alles voor, inclusief hun eigen geldgewin.

Er is iets verslavends aan macht. Mensen met macht gaan onredelijk ver om die macht veilig te stellen. En macht stel je alleen veilig met meer macht. Je moet immers die macht beschermen tegen andere mensen die hem af willen brokkelen, en daarvoor moet je macht hebben over die andere mensen. Mensen kunnen er niet tegen macht te verliezen. En politici, die een carrière hebben gemaakt van meedingen naar macht, zijn daar nog gevoeliger voor dan wie ook.

Al heel snel wordt het gewoon macht om de macht. Als je niet machtswellustig bent als politicus, word je wel opzijgeschoven door een partijgenoot die dat wèl is. En die kan dat, met de macht die jij net hebt laten liggen. Politici willen hun klauwen diep in het pluche slaan, en wat ze met dat pluche gaan doen is ondergeschikt. Onder politici wordt machtswellust gerespecteerd. Ze noemen dat alleen "ambitieus" en "bereid om verantwoordelijkheid te nemen."

Politicus zijn is een job waarbij integriteit in de weg zit, en macht àlles is. Ze graven zich in als een teek in de pels van de overheid, en net als een teek steken ze alleen hun kont naar buiten om poepjes te doen, om zich te laten gelden. Dat is gedeeltelijk om hun idealen op te leggen, maar uiteindelijk vooral om in een goed blaadje te komen bij hun kiezers, en belangrijker, hun partijgenoten. Die poepjes stinken nog wel naar hun gedachtengoed, al zit er nog maar weinig echt gedachtengoed over het bouwen van een betere wereld in.

Maar het zit er nog wel. Bij elke politicus kan je het nog vinden, hoe bedorven ze ook zijn door de politieke kultuur. Er zit idealisme, en als je dat kan aanwakkeren met een ideaal dat hun macht niet in de weg zit, krijg je wel wat voorelkaar. Natuurlijk niet genoeg om ze stand te laten houden als ze worden bedreigd vanuit de partijdiscipline, of worden gekocht met een dikbetaald baantje of een vleugje meer macht, maar genoeg om wat van het geluid te laten horen. Reken alleen niet op een ruggengraat.

Een ruggengraat is namelijk vooral een hindernis om op te klimmen in de politiek. Meewaaien met wat de mensen die de nieuwe klimmer uit de emmer moeten kiezen op dat moment zoeken, dat is de weg vooruit. Geen principes hebben, maar wel overtuigend kunnen doen of je het met iemand eens bent. Bij veel tegenstrijdige groepen tegelijk populair zijn, omdat je kan doen alsof je al die tegenstrijdige ideeën tegelijk in je hartje hebt, dàt is de grote kwaliteit die voor opklimmen zorgt.

Politici hoeven in ieder geval zich geen zorgen te maken dat kennis over hun portefeuille belangrijk is. De ene na de andere minister krijgt de teugels in handen over ministeries waarvan ze nieteens goed begrijpen wat het doet, en als je de debatten in de Tweede Kamer volgt schrik je echt van hoe ongeïnformeerd en onwetend de politici zijn. En dan nieteens eentje, die dan wordt gekorrigeerd of uitgelachen door de rest, maar allemáál. Het is de norm. Ze maken wetten over dingen die ze in de verste verte niet begrijpen. Echt, lees maar eens wat debatten of commissievergaderingen na.

Het probleem is niet alleen dat politici onwetende en onbetrouwbare sjoemelende sjacheraars zijn, al is dat opzich al een groot probleem, maar ook dat de opbouw van de hele overheid veel ingewikkelder is dan je op school leert, en hoe ze graag doen alsof in de pers. Het grootste stuk van de overheid zit net als bij een ijsberg onder de oppervlakte, in het ambtenarenapparaat.

Nederland heeft meer dan negenhonderdduizend ambtenaren. Het is een enorm stuk van de samenleving, een enorm stuk van de economie, en een monsterlijk groot apparaat dat vanaf de kop zogenaamd bestuurd wordt door een handvol ongeïnformeerde kiftende schijnheilen die minder interesse hebben voor hun ambtenarenapparaat dan voor hoeveel macht voor de volgende sprong ze uit hun positie kunnen persen.

Die politici zitten er kort, en als er iets rot blijkt te zijn in hun organisatie, zijn ze zelf het haasje, of het nou door een serie voorgangers komt of niet. Ze hebben dus helemaal geen motivatie om in hun organisatie op zoek te gaan naar verbeterpunten. Als ze dat al konden, want ze hebben de kwalifikaties niet. En als ze dat al zouden wìllen, want als zij een boekje opendoen over een ander, doet die ander dat ook over hèn. Bovendien is het not done, en de mores zijn in de politiek netzo belangrijk als in een studentenvereniging.

Politieke bazen van ministeries of andere overheidsinstanties hebben maar beperkte invloed op hoe zo'n ambtenarenapparaat werkt en zich ontwikkelt. Ookal hebben ze op papier de macht om heel veel aan te sturen, in de praktijk valt dat heel hard tegen. Die minister hoort wat er in het ministerie gaande is van zijn topambtenaren, hoort wat de mogelijkheden zijn van zijn topambtenaren, en moet erop vertrouwen dat zijn topambtenaren zijn opdrachten uitvoeren. En als het "niet lukt" is dat zijn schuld.

Als je de serie gezien hebt, denk je nu meteen aan de BBC-serie "Yes Minister." Die is grappig, en je ziet veel echte problemen terug, maar in die serie wordt de minister de hele tijd gefopt en subtiel door zijn ambtenaren gemanipuleerd. In de Nederlandse politiek is het minder subtiel. De enige bron van informatie die de Nederlandse politicus heeft is zijn ambtenarenapparaat, wat hij moet zeggen in de Kamer of de Raad is voorgekauwd door zijn ambtenaren, hij is gewoon hun sokpop.

Je ziet dat heel duidelijk door bijvoorbeeld naar burgemeesters te kijken. Aleid Wolfsen, die het Zandpad vernietigde, kon in de Raad en in openbare debatten nooit een samenhangend verhaal ophangen over waarom hij deed wat hij deed, en waarmee hij was overtuigd door zijn ambtenaren was meteen doorgeprikt. Dan stond hij er hulpeloos bij, terwijl hij vasthield aan wat hij voor "signalen" van zijn ambtenaren had gehoord.

Wolfsen werd opgevolgd door van Zanen, een man van een radikaal andere partij, met een radikaal andere achtergrond, met een radikaal ander karakter. Toen hij net aantrad, was hij het eens met iedereen dat het Zandpad-beleid niet te volgen was, en deed hij toezeggingen er kritisch naar te kijken. En binnen de kortste keren was wat hij zei, en waar hij zijn handtekening onder zette, precíés hetzelfde als Wolfsen. Want het kwam van dezelfde ambtenaren, die aan zijn touwtjes trokken. Sharon Dijksma is nu burgemeester, en die is een vormeloze massa die nieteens een moment van eigenheid had voordat ze het mondstuk werd van haar ambtenaren.

En toch hebben politici wel degelijk macht over het ambtenarenapparaat waar ze de baas over spelen. Ze kunnen veranderingen aanbrengen in vanalles, al kan dat worden omgekat en gefrustreerd door de ambtenaren die het uit moeten voeren, maar er kan worden veranderd. Dan gaat het vooral om administratieve dingen. Neem nou het omzetten van de regionale politiekorpsen naar één landelijk korps. Het kost fortuinen, het gooit alle organisatie ondersteboven, het werkt niet en het doet níéts aan de misstanden die er al waren. En zolang er aan die laatste voorwaarde is voldaan, kan er best wat veranderen. Vooral kosmetisch.

Waar politici bestuurlijk èchte veranderingen mee kunnen maken, is doordat ze bepalen wie er welke funktie krijgt: benoemingen. De instanties zijn een soort apenrotsen, met de meeste aapjes tam en kalm onderaan, en een handjevol die willen klimmen. Een politicus kan ervoor zorgen dat mensen met de politieke kleur die hem bevalt opklimmen, en van binnenuit de instantie besturen. De junta die ze zo organiseren drukt wèl een diep stempel.

Die aapjes kunnen ze kiezen uit een beperkt aantal kandidaten. Het zijn altijd dezelfde koppies die rondgaan in de topambtenarij, het is bij een omwenteling ook niet dat je veel nieuwe gezichten ziet, maar meer alsof je in een wasmachine kijkt. Het is hetzelfde spul dat rondgaat, en dan van zonden schoongewassen is. Mensen van buiten kunnen niet ingetrokken worden, want die hebben niet de "bestuurservaring." Dat woord betekent "ze zijn niet één van ons."

Een doortastende politicus wil dan graag schoon schip maken, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een ambtenaar eruitschoppen is al heel lastig op de werkvloer, maar ongeveer onmogelijk op topambtenarennivo. Bovendien maken zelfs de types die elkaar doodvechten één front als er met hun kaste wordt gefuckt, en wordt er uiteindelijk aan hun oordeel over hun instantie meer gewicht gegeven dan die van de politicus die hun baas zou moeten zijn. Die vlieger gaat dus niet op. Ze moeten maar hopen op een gaatje wat ze in mogen vullen.

Op die manier ben je na een tijd van macht van één partij vastgezet in één soort beleid. Bijvoorbeeld Amsterdam, daar is de PvdA zoveel jaren aan de macht geweest dat het hele ambtenarenapparaat doortrokken is van Asscher-achtige denkbeelden. Nieuwe poltici hebben geen nieuw bloed om op te trekken door de rangen, want het hele apparaat is één pot nat, en nieuw bloed moet vanaf de onderste verdieping naar boven vechten voordat er wat kan veranderen. Dat duurt nog vele jaren. En of die nieuwe lichting echt béter gaat zijn?

Met al die beperkingen wat je met politici kan, en met hoeveel macht de ambtenaren hebben, lijkt het logisch om met ambtenaren te gaan praten over je problemen, en te proberen die aan je kant te krijgen. Maar dat is zo makkelijk niet, en dat komt weer vooral door de ambtenarenkultuur, en daar ga ik nu heel in het kort wat over uitleggen.

Politici vechten om de spotlight, en willen allemaal groot en belangrijk worden. Bij ambtenaren is dat meestal niet zo. De meeste ambtenaren willen juist een rustig baantje met afentoe een promotie die vooral betekent dat ze van baas wisselen en ze het gevoel geeft dat ze niet helemaal stilstaan, en dan op hun gemakje door naar hun pensioen. De ambtenarij is een superveilige baan, en dat trekt een bepaald soort mensen aan.

Ze zijn er wel, ambitieuze ambtenaren. Die klimmen danook makkelijk, en die worden de baas en zetten de toon. Het verschil met de werkvloer is heel voelbaar, maar er is wel duidelijk overloop. Of meer "neerdruip," waarbij je de mentaliteit van de ambitieuze ambtenaren ziet doorwerken naar de werkvloer toe. De overheid wordt het meeste van zijn vorm gegeven door die sturende topambtenaren. Dus hun cultuurtje is belangrijk om te leren kennen.

Topambtenaren zijn allemaal geïnteresseerd in carrière maken, maar je moet niet de vergissing maken dat je ze ziet als de carrièretijgers uit de private sektor. Topambtenaren zijn allemaal ambtenaar omdat ze de roeping hebben om iets met de overheid te dóén, om de overheid te máken. Ze zien de overheid als iets heiligs, als iets wat de ruggengraat van de samenleving is, en iets wat ze als gereedschap kunnen gebruiken om de samenleving te máken.

Ze hebben de neiging om dezelfde kant op te denken. Er zitten opvallend veel gelovige mensen tussen, en er zitten heel veel mensen tussen die autoriteit fijn vinden, en zich niet voor kunnen stellen dat je een goed mens kan zijn zonder autoriteit fijn te vinden. Het zijn van die mensen die zich in hun bubbel van netheid opsluiten, en die naar andersdenkenden vooral kijken met de vraag hoe die te bekeren zijn. Of te verwijderen.

Daarvoor is macht nodig natuurlijk. Niet alleen macht binnen je instituut, maar ook macht van dat instituut over de samenleving. Vanuit de instanties komt danook al sinds mensenheugenis een roep om meer grip op de samenleving, om meer bevoegdheden, en daarbij ooknog om minder verantwoordelijkheid. Ze willen meer mogen, en met meer wat ze niet mogen kunnen wegkomen. Stapje voor stapje krijgen ze al decennia hun zin, en het is nooit genoeg.

In de ambtenarij is er niet een gevoel dat ze door iemand verantwoordelijk mogen worden gehouden. Officiëel is er een minister de baas, maar die moet niet echt gaan ingrijpen, want anders wordt er gemauwd en gewoon dwarsgelegen. En als de ambtenaren boos hun armen over elkaar doen, kan die minister niets meer. Ze zien uiteindelijk het ambtenarenapparaat als de ultieme norm voor alles. Een ambtenaar zei het zo:
De enige wegen zijn de ambtelijke wegen. Enig ander pad is ondenkbaar. De enige werkelijkheid is de ambtelijke werkelijkheid. Procedures gaan boven de resultaten van die procedures. Notulen gaan boven de realiteit van waar de vergaderingen over gaan.
De sociale cultuur binnen de ambtenarenwereld is er één van jasje-dasje, van formaliteit en van kouwe kak. De werkcultuur is alleen waar het om gaat, en die is een totaal respekt voor burokratie. Ik heb het door ambtenaren horen omschrijven als "notulencultuur," dat àlles wat ertoe doet via procedures, notulen en memo's moet worden gedaan, omdat iets proberen te regelen op een praktische manier wordt geweigerd. De procedure gaat voor alles, buiten de dwangbuis van de procedure breken is ondenkbaar.

Tussen de ambtenaren is het weer anders, daar heb je een angst- en loyaliteitscultuur. Als je je een keer verstapt met de protocollen en procedures kom je erachter hoe wraakzuchtig het ambtenarenwereldje kan zijn. Als je een bedreiging lijkt voor hun vaste, voorspelbare wereldje van mores, ben je een bedreiging, en die wordt uitgekotst. Voor een aantal mensen die ik ken is dat de reden geweest om over te stappen naar het bedrijfsleven. Het is een raar kontrast van een bezadigde old boys club en een bedrijf-achtige struktuur.

Het belangrijkste waar iedereen mee bezig is, is je kont dekken. Het belangrijkste is telkens je dingen voorelkaarkrijgen terwijl je kan volhouden dat je handen gebonden zijn, en alle procedures en protocollen zijn gevolgd, en jij niets hebt gedaan wat niet in een procedure zit, en dat het vooral niet jouw schuld is. Want dat dingen niet jouw schuld zijn, dat is het allerbelangrijkste. En als jij je aan een procedure of een protocol hebt gehouden, is jou niets te verwijten.

Dat hebben de ambtenaren sowieso goed voorelkaar. Er is heel duidelijk omschreven wanneer je een ambtenaar mag ontslaan of een sanctie op mag leggen, en dat is héél beperkt. Vooral bij hogere ambtenaren. Eigenlijk is het alleen als de ambtenaar zondigt tegen de regels van zijn instituut, de normen van de samenleving hebben er verder weinig over te zeggen.

Als een instituut buiten zijn boekje gaat, is dat geen schandaal dat leidt tot een opschonen van het instituut. Kijk maar naar die walgelijke toestand met de toeslagen. De politicus bovenaan vangt alle klappen, er zijn geen echte consequenties voor de ambtenaren. Die vinden het al erg genoeg dat ze er zo lelijk opstaan bij het publiek, en niet door mogen gaan met hun wanpraktijken. Als ze daar al echt mee stoppen. Ze beloven er wel extra vergaderingen over te beleggen, en zichzelf beter in de gaten te houden.

Het is ook mooi geïllustreerd door de vellen met weggelakte tekst die je krijgt als antwoord op een WOB-verzoek. Volgens de Wet Openbaarheid Bestuur mag je opvragen wat de overheid heeft bedisseld over dingen die je aangaan, maar er mag worden weggelakt wat kan worden terugherleid naar de standpunten van een individuele ambtenaar. Anders zou dat een soortvan verantwoordelijkhouden zijn van die ambtenaren voor wat ze doen, en dat mag niet.

Je krijgt dus vel na vel met alleenmaar lak terug. Want die ambtenarenstandpunten zijn uiteindelijk waar ambtelijke besluiten om gáán, hoeveel gelul er ook is over procedure en protocol. En daar heeft de nieuwsgierige burger of journalist niets mee te maken. Dus komt er helemaal geen openheid, alleenmaar pagina na pagina afgelakt met lak aan die burger. En daar komen al vele jaren geen gevolgen van.

Soms komt er iets per ongeluk in de openbaarheid terecht, zoals met Afghanistan. Opeens piepte er tevoorschijn dat de ambtenaren het tijdens een crisis waar levens op het spel stonden, de boel hadden lopen vertragen en ingewikkelder hadden lopen maken. En dat allemaal maar om niet degene te zijn die tegen procedure inging, en om maar niet degene te zijn die de schuld zou krijgen van de blunder. Aan mij lag het niet, ik volgde de regeltjes. Als dat erkend wordt, en iemand anders de schuld toegewezen krijgt, dan gaan we nogeens kijken of we iemand uit de handen van de Taliban kunnen redden.

Het is een verleidelijk idee om ambtenaren tegen elkaar uit te spelen. Dat is iets wat bij nieuwe politici nogweleens een plan is, als ze ontdekken hoe weinig invloed ze hebben op zo'n instituut. Dat werkt alleen niet, want het belangrijkste stuk van de machtsspelletjes in zo'n overheidsinstituut is je omringen met mensen die loyaal aan je zijn, en een gesloten kliek te maken. Kompleet met een erfopvolging voor als je met pensioen gaat, of omhoogklimt op jouw beurt.

Wat dat betekent uiteindelijk, is dat de ambtenarenwereld bepaalt wat de overheid bestuurlijk is en doet. De politiek heeft daar qua bestuur heel weinig grip op, ookal doen die alsof er vanalles van henzelf afkomt. De overheidsinstituten hebben hun eigen blik op de wereld, waarbij ze helemaal in hun werk wonen, en nauwelijks wat meekrijgen van hoe de rest van de samenleving daarnaar kijkt of mee omgaat. Ze hebben de wijsheid en de macht in pacht.

Zolang Warner ten Kate in het instituut zit, krijgen de politici die hem officiëel regeren hun informatie, en dus hun wereldbeeld, van hem. Vanuit het instituut komt niets dat dat tegenspreekt, want hij staat geen ambtenaren in zijn instituut toe die hem tegenspreken. Warner is voor elke politicus "zijn man," en geeft aan elke politicus die hem zijn gang laat gaan prachtige rapporten en goede publiciteit. Er is geen wrikken aan. Wat Warner wil, dat gebeurt. Als je dat wil veranderen, moet het hele ministerie op de schop. En dat wìl niemand die het kàn, en kàn niemand die het wìl.

En was hij maar de enige. Het is niet alsof wanneer Warner onder een tram komt, het ministerie opeens overstag gaat. In de coulissen staan hele rijen Warners warm te lopen om precies hetzelfde te doen, op precies dezelfde manier. Daar is ruimte voor, en dat wordt gestimuleerd. Niet alleen vanuit de eigen kliek, niet alleen vanuit de politiek, maar vooral vanuit de samenleving. Want geile verhalen verkopen goed.

Voor ambtenaren is de ambtelijke wereld de èchte wereld. De enige wegen zijn ambtelijke wegen. Dat de wereld iets op een andere manier zou regelen of voor elkaar zou krijgen dan via het ambtelijke pad is ondenkbaar. Procedures zijn belangrijk, en belangrijker dan wat ze echt inhouden of echt doen in de wereld buiten de muren van het kantoor. Als het botst, is de wereld de procedure tekortgeschoten, niet andersom.

Als er een procedure is gevolgd, is wat er wordt gedaan automatisch goed, boven twijfel verheven, neutraal, objektief en demokratisch. Hoeveel interpretatie en gedraai er aan die procedure is gedaan door de ambtenaren die het ding vormgeven. Of aanhalen als een schild. Er wordt glashard ontkend dat heel veel van wat er uiteindelijk gebeurt gekozen wordt door de willekeur van de ambtenaren, die heel veel vrijheid hebben om procedures uit te leggen of uit te kiezen.

Er is ook een rotsvast geloof dat de bestuurlijke overheid een enorme invloed heeft op de werkelijkheid. Zoals politici ook verantwoordelijkheid triomfantelijk opeisen als de beurs omhooggaat, en het aan het lot toeschrijven als hij instort, denken ambtenaren ook dat alles wat goedgaat in de samenleving komt door wat zij aan regelneukerij en bemoeizucht doen. En zuchten ze bij alles wat er misgaat dat ze ook maar aan handen en voeten gebonden zijn.

Waar ze nòg rotsvaster in geloven, is dat zònder ambtelijk toezicht het een boeltje wordt. Dat is sowieso een heel Nederlands idee, dat alles geregeld moet zijn omdat het anders helemaal misgaat. Maar de ambtenaren hebben dat nog veel meer. Zones zonder parkeerbeleid? Wild west. Niets geregeld over waar jongeren wel of niet mogen hangen? Clockwork Orange. Geen ambtelijke regulering over een nieuwe bedrijfstak? Lord of the Flies. Dat in de praktijk ambtelijke bemoeienis makkelijker tot meer misstanden leidt dan iets verbetert, accepteren ze niet.

Regeltjesneukers breken niet graag regeltjes, en dat is hier zeker zo. Ja, soms dóén ze het wel, maar dat is alleen als ze zichzelf kunnen overtuigen dat het èìgenlijk geen regel breken is. Liever ontwijken ze regels. Bij de hoeren is dat bijvoorbeeld via "ketenpartners," waarbij instituten die om goede redenen beperkt zijn met wat ze mogen, samenwerken omdat ze via elkaar om die beperkingen heenkunnen.

Als het met een ander ambtelijk instituut niet gaat, is er altijd nog de ZBO. Zo'n Zelfstandig Bestuurs Orgaan is een club die net buiten de overheid staat, maar er wel tegenaan schuurt. De regels voor zo'n club zijn troebel en vaag, en meestal worden ze behandeld alsof ze bevoegdheden hebben die ze eigenlijk niet hebben. De ambtelijke club die toezicht daarop houdt, weet wat de deal is en kijkt niet te streng. En zo is er weer een omweggetje bij.

Als je ruzie met de overheid krijgt over hun bestuurlijke beleid, moet je het van de politiek dus niet hebben, en van de ambtenaren ook niet. Maar dan is er altijd nog de rechter, want in Nederland hebben we een rechtsstaat, waar de overheid door de rechter kan worden teruggefloten. Als je kijkt waar wij hoeren in de afgelopen dertig jaar het meeste succes mee hebben gehad, is dat met rechtszaken.

Daarmee wil ik niet zeggen dat de rechters onze redders zijn. Want in de rechterswereld is er ook heel veel mis. Hoe dichter de rechtszaken bij de overheid komen, hoe fouter de rechtsgang gaat.

Je hebt "civiel recht," waarbij er een knoop wordt doorgehakt in een geschil tussen twee private partijen. Vaak bedrijven onderling, want die hebben het geld om de advokaten te kunnen betalen. Maar ook gekift over een heg die teveel schaduw op iemands gazon maakt, of een ruzie over een gebrek aan een pas verkocht huis is civiel recht. Daar doen Nederlandse rechters het uitstekend, daar is zo'n beetje iedereen het over eens. In veel andere landen kunnen ze daar een puntje aan zuigen.

Wat de Nederlandse rechter in zo'n zaak namelijk doet, is de wet toepassen op een manier die recht doet aan wat de feiten van de zaak er voor verhaal van maken, niet alleen welke vakjes in wetten en regelingen zijn aangevinkt, en waarbij de oplossing die de rechter oplegt redelijk en billijk moet zijn. Dat voorkomt een hoop exploitatie van het rechtssysteem door mensen die manieren hebben gevonden om het te manipuleren, en voorkomt bizarre vonnissen waar geen zinnig mens de logica van ziet.

Die rechters kunnen dat doen omdat ze best veel vrijheid hebben in zo'n zaak. Ze vormen zelf een beeld van wat de zaak inhoudt, ze kunnen zelf vragen stellen en het "onderzoek ter zitting" leiden zonderdat ze daar al te strak in een keurslijf zitten, en ze zijn ook best flexibel met hoe ze de wet interpreteren, en elk stuk van het bewijs wel of niet veel gewicht geven. De rechter is heel machtig in de Nederlanse rechtsgang.

En dat werkt. Er wordt in het buitenland altijd gevreesd dat als je een rechter zoveel macht geeft, dat hij dan willekeur kan toepassen, en zijn eigen voorkeuren en overtuigingen voorrang geeft boven de feiten van de zaak, en dat je hem dus wel móét inperken met procedurele regels waar hij in gevangenzit, ookal kunnen die regels ook weer zorgen voor onrecht omdat ze nooit op alles voorbereid kunnen zijn. Een logische vrees, maar het wèrkt in Nederland gewoon.

Bij civielrechtelijke zaken dan.

Diezelfde vrijheid hebben rechters namelijk ook in de twee andere soorten recht, strafrecht en bestuursrecht. En daar gaat het hartstikke fout. Als je mijn blog al langer leest, heb je genoeg kunnen zien waarom het strafrecht in Nederland zo bizar uit te buiten is voor moralistische stromingen, en hoe de rechters zich mee laten slepen in de hypes, omdat ze wereldvreemd worden van hun baan. Dat ga ik niet nogeens herhalen, begin hier anders maar met lezen.

Het gaat nòg harder fout in het bestuursrecht. Bestuursrecht is als de rechter kijkt naar een geschil over bestuurlijk handelen van een overheid. Dat wordt niet afgehandeld zoals een civiele zaak, waarbij de rechter tot een nuchter en redelijke uitkomst wil komen, en daar de wet meer als stoepranden heeft om tussen te blijven. Bij bestuursrecht gaat het erom of de overheid ècht helemaal buiten de perken is gegaan.

Als de overheid zich aan zijn eigen regeltjes heeft gehouden, krijgt de overheid gelijk. Hoe raar het ook uitpakt om zo te kijken. En hoe vèr dat ook afstaat van het idee van de wetgever. En wàt de gevolgen ook zijn. Want de overheid is een demokratisch instituut, en dus is alles wat ze doen demokratisch, en dus is alles wat ze doen boven de rechter verheven. Pas als ze duidelijk tegen een hogere regel van zichzelf ingaan, grijpt de rechter in. Als de overheid ook maar een beetje kan doen alsof ze hun eigen regels niet breken, krijgen ze gelijk.

Daar komen dus van die zaken van als mensen die tachtig Euro te weinig betalen aan de overheid, en dan vijfentwintigduizend Euro boete moeten betalen. Terwijl de rechter weet dat ze dat niet kùnnen betalen, en ze in een spiraal van boete op boete terecht gaan komen waar ze niet meer uitkunnen. Daar wordt pas als er een kabinet over is gevallen een beetje schaapachtig over op de rechterkop gekrabbeld. Maar de cultuur veranderen? Vergeet het maar.

Trouwens, zelfs als de overheid wèl over zijn eigen regels heenstampt gaat het mis. Toen de wappies van Viruswaarheid helemaal terecht aangaven dat die knettergekke avondklok niet op een goede juridische grond was gebaseerd, kregen ze gelijk van de rechter. Want de overheid gìng daar ook zijn boekje flink te buiten. De rechter zag dat de overheid een wet gebruikte waar ze de vereisten niet van vervuld hadden, en gaf de overheid ongelijk.

Sneller dan welk bedrijf of welke burger ook een hoger beroep zou kunnen krijgen, kwam er een hoger beroep. Toevallig voorgezeten door drie rechters die allemaal voor de legal department van de staat hadden gewerkt, en vriendjes waren van de mensen die namens de staat procedeerden. Het hoger beroep bepaalde dat het hier om politiek ging, en de rechter dus niet over de inhoud van de maatregel mocht oordelen, dat Viruswaarheid geen beter alternatief had aangedragen, wat bewees dat de overheid geen alternatief had, en dat er sowieso altijd genoeg noodsituatie is tijdens een pandemie om alles te mogen doen wat alleen bij nood mag. Inplaatsvan dat de wet de overheid beperkt, legde dit hof het uit alsof de wet de mensen die tegen de overheid procederen beperkt.

De rechter zette dus gewoon de rechter buitenspel, en dat had zo'n beetje iedereen ook zien aankomen. Want hoge rechters zijn ontzèttend gezagstrouw. Als ze het zo kunnen draaien dat de overheid mag doen wat hij wil, draaien ze het zo. Uiteindelijk zijn ze ambtenaren, en vooral in het topsegment is dat heel goed voelbaar. Hoge rechters zijn half rechter, half topambtenaar, en zijn bezig met de rechterij, en daarmee de samenleving, máken. En dat houdt vooral in dat we de overheid bij zijn grote daden niet in de weg mogen lopen.

Meestal komt dat alleen naar voren in de rechterblaadjes, die niemand leest. Daar neuzelen ze dan over hoe de rechtsgang de samenleving vormt, en hoe ze enorme invloed hebben als ze maareens die toe gingen passen, om de overheid meer goede dingen te kunnen laten doen, en die arme ambtenaren die zoveel werk te doen hebben hun leven wat makkelijker te maken. Door ze minder streng over hun fouten te laten struikelen, natuurlijk.

De overheid is voor de rechter het grote goed. Dat is voor een stukkie natuurlijk omdat die rechter een déél van die overheid is. Dat voelen ze echt wel. Ze zijn in zekere zin een soort bescherming voor de overheid tegen de burger die zijn recht komt halen. Want als de rechter zegt dat iets zo is, dan ìs het zo. En de overheid heeft zich vroom onder de rechter geschikt. Voor die rechters is dat echt een ding. Die hebben het idee dat als ze de overheid niet afschermen, die lekgeschoten raakt, en de wereld in verval raakt. Netzoals andere ambtenaren.

Waar ze wèl hard op happen, is op het bewaren van de tucht binnen de overheid. Ze kunnen heel streng zijn voor ambtenaren die buiten hun boekje gaan en regels overtreden, als dat niet gedaan wordt in het kader van het overheidsbeleid. Hosselende ambtenaren, database-doorverkopers of ambtenaren die tè openbaar racistisch zijn krijgen wèl een streep door de rekening. De kleintjes worden vervolgd en ontslagen, de groten krijgen een funktie elders.

Als rechters keihard falen, zoals bij de toeslagenaffaire bijvoorbeeld, zijn er geen gevolgen. Nou is het goed dat de rechters onafhankelijk zijn, en niet door een minister achter hun vodden kunnen worden gezeten, maar het wrijft wel. Want het is pijnlijk om te zien dat die mensen die hun carrière ervan maken andere mensen in naam van rechtvaardigheid en met de macht van de overheid sancties en verplichtingen op te leggen, daar bij elkaar voor terugschrikken. Tucht onder rechters bestaat praktisch niet. Mummelen over dat het niet zo bedoeld was, en vage beterschap beloven is al heel wat. Erkennen dat het een cultuurprobleem is, zit er niet in.

Tenslotte wil ik nog even wat aandacht geven aan wat losse instanties die wèl wat doen waar je wat mee kan. Dat zijn onafhankelijke instanties, die vaak meer aan verdragsrecht te danken hebben dat ze bestaan dan aan onze eigen overheid. De Ombudsman heeft nogweleens wat goeds gedaan, ookal schiet hij vaak mis. Daar kunnen we winst halen, als we die goed voorlichten. En de Autoriteit Persoonsgegevens heeft over de hoerenhaat heengekeken toen ze Den Haag op zijn vingers tikten over hun hoerenregister. Er bestaat wel wat. En misschien ookwel instanties waar ik nooit van gehoord heb. Licht me daarover in als je ze kent!

Maar wat betekent dat nou voor als je wat van de overheid gedaan wil krijgen? Zit ik "weer" te "zeiken" over dat het allemaal zo nutteloos is, en dat je tòch niets kan? Want dat blijken er dus mensen over me te denken. Daar schrijf je dus al die brieven voor naar de Eerste Kamer, daar hou je dan een blog voor bij, denk ik dan. Nee, ik schrijf hier om je te laten zien waar je moeite verdwijnt alsof het nooit bestaan heeft, zodat je daar niet zèlf met schade en schande over hoeft te leren. En ook om je te vertellen waar je wèl ergens mee komt.

Het belangrijkste wat de overheid aan banden legt, is de wet. Ze mogen alles wat de wet zegt dat ze mogen, en reken maar dat ze op gegeven moment alles dóén wat ze van de wet mogen. Die wetten worden gemaakt door de politiek, in de Tweede Kamer. De ambtenaren hebben daar veel invloed op, doordat ze teksten herschrijven en voorzeggen aan ministers, maar uiteindelijk zijn het de Kamerleden die zo'n wetsvoorstel opstellen.

Daar kan je wat mee. Als je heel handig bent, mij is dat niet gelukt nog, kan je een Kamerlid zover krijgen dat hij een wetsvoorstel indient dat je hem hebt helpen opstellen. Als je denkt dat dat te hoog gegrepen is, moet je maareens kijken met welke rotzooi de Kamer aan durft te komen, en dan denk je wel anders. Een voorstel is zo gepiept, een Kamerlid zover krijgen dat hij meewerkt is veel moeilijker.

Als je een motie de Kamer in wil hebben, maak hem dan zo dat hij een wet of regeling in het leven roept. Heel veel moties gaan erover dat de minister wordt opgeroepen bestuurlijk iets te doen, en dat is altijd gebakken lucht die nergens heengaat. Beperk de overheid met wat hij kan doen, ga hem niet vragen iets anders te doen. Zorg dat er iets dwingends in je motie zit, want anders kom je nergens.

Wetten kan je aan twee kanten beïnvloeden. Als ze al door de Tweede Kamer zijn, kan je de Eerste Kamer schrijven. De leden van de Eerste Kamer zijn veel minder bezig met het nieuws en de hypes, en zijn meestal ook intelligenter. Daar kan je de zwakheden van een wetsvoorstel wat ze moeten beoordelen aan uitleggen, en als je er een paar meekrijgt, wordt de rest ook sceptischer. Daar hebben we al resultaten van gehad. De Eerste Kamer heeft een belangrijk nut om de gezondheid van de rechtsstaat goed te houden, en dat is ook waarom het Kabinet er eigenlijk vanafwil.

Maar je kan ze ook beïnvloeden als ze nog in de kiem zijn. Als ministeries er al overheen geweest zijn willen politici er meestal niet veel meer aan veranderen, maar als het nogmaar een motie van een kantje is, kan je Kamerleden kritische noten toestoppen. Die kunnen dat gebruiken om in het publieke debat slim uit de hoek te komen. Jij krijgt je kritiek gehoord, en zij krijgen publiciteit, een sterkere onderhandelingspositie omdat ze iemands stokpaardje dreigen te kunnen ontsporen, en daarmee macht.

Ertussenin heb je weinig tot niets in de melk te brokkelen. Als het eenmaal een wetsvoorstel is met alle toeters en bellen, en door een ministerie serieus wordt genomen, komt er weinig inhoudelijke kritiek meer uit. Helaas lijkt het soms alsof je op dit punt nog wat voorelkaarkrijgt als je met de verantwoordelijke staatssecretaris of minister gaat praten, maar de toezeggingen die je krijgt zijn zoveel waard als de slechte adem waarmee ze gezegd worden. En dan zet je niet door bij de Eerste Kamer, waar meer te halen valt.

Bestuurlijke toezeggingen zijn meestal niet gemeend. En als ze al gemeend zijn, gaan ze één minister mee. Daarna ligt die wet nog steeds klaar om mee te slaan. Zet je zinnen op de wetgeving, want dat is het enige waar je de overheid mee inperkt. De rest is alleenmaar druk zetten en informatie geven, en ookal zijn die heel belangrijk, ze beperken de macht van de overheid nooit.

Ga niet in debat met hoerenhaters. Probeer ze niet te bekeren, probeer hun argumenten niet te weerleggen. Wat er gebeurt is namelijk dat zij jouw argumenten van jou hebben gehoord, en dus al een panklaar lulverhaal hebben als een goedwillende parlementariër ze jouw argumenten voorlegt. Die kan dat lulverhaal niet op waarde schatten, en dan lijkt het net of de hoerenhater een punt heeft.

Praat juist met mensen die jouw kant weleens kunnen gaan kiezen. Denk niet dat ze het snappen, ook niet als ze één of twee goede opmerkingen hebben gemaakt. Ze moeten voorgelicht worden, en je zal schrikken als je ontdekt hoeveel van het denkbeeld er muurvast inzit ook bij mensen die vinden dat we rechten moeten hebben. Licht je medestanders voor. En doe dat bij véél politici, want je weet nooit wanneer ze je in de steek laten.

Bij het praten met politici moet je niet proberen hun taal te spreken. Die is bedoeld om leuk te klinken zonder veel over te dragen, en je klinkt altijd als een kinkel voor die mensen. Spreek eerbiedig, maar hou het altijd héél simpel. Denk eerbiedwaardige slomerd. Je moet alles uitleggen, ze snappen zelf verbanden niet, maar ze hebben geen tijd voor je, dus zorg dat je verhaal ingestudeerd is en soepel loopt. Daar hebben ze respekt voor.

Je kan druk zetten via rechtszaken. Dat is in het verleden al aardig gelukt, maar dat gaat telkens over één zaak van één meid, die dan wat genoegdoening krijgt in ruil voor heel veel werk, tijd, geld en stress. De pers vindt die zaken waaruit telkens blijkt dat de overheid buiten zijn boekje gaat met bestuurlijke straffen niet interessant, dus helaas helpen ze op die manier weinig. En dat zouden ze wel moeten doen. Veel van die rechtszaken gingen via Proud, en ik weet niet of dat nog wel doorgaat nu die ingezakt zijn.

Maar misschienwel het belangrijkste: de moralisten zijn de PR-oorlog keihard aan het winnen. Met al hun geile verhaaltjes in de krant over de zaken die voor de mensenhandelrechter komen, met alle nep-docu's en fictie, met alle gedram, komen ze bij iedereen binnen. En wij niet. Onze verhalen worden niet gehoord, en omdat ze zo zeldzaam zijn worden ze niet geloofd. Kijk maar op girlsreview.nl, de Hookers-mannen hebben van het wurgen van hun eigen forum helemaal niets geleerd, en geloven nog steeds massaal waarvan ze met hun eigen ogen kunnen zien dat het niet klopt.

Ik probeer wat bij te dragen met mijn blog. Yvette Luhrs heeft met haar TV-programma een heleboel goeds gedaan, al had ik daar best kritiek op. En daarmee heeft ze veel meer bereikt dan ik. Xaviera Hollander heeft met haar gefictionaliseerde boek ook een hoop goeds gedaan, en mensen kennen haar nog steeds. Als we niet als onmensen willen worden behandeld door de overheid, moet de overheid beseffen dat de kiezers dat niet zullen pikken.

De overheid staat of valt met hoe hard mensen erin geloven. De kiezer heeft maar beperkte macht, maar de politiek en de ambtenaren weten héél goed wat er gebeurt als op een dag mensen niet meer geloven dat wat ze stemmen verschil maakt. De geschiedenis laat zien dat er makkelijk bloed vloeit dan. Ambtenarenbloed. Daar komt vandaan dat de demokratie niet helemáál gekastreerd is.

Legitimiteit is voor elke overheid belangrijk. En legitimiteit is een subjektief iets in de ogen van de mensen in de samenleving. De overheid is daarom huiverig om niet-legitiem over te komen. Zolang ze weg kunnen komen als alwetend en oordeelvaardig, zullen ze dat doen. Als ze door de mand vallen, laten ze hun stokpaardjes in de goot liggen om maar niet hun legitimiteit te beschadigen, en trekken ze zich terug.

Daar ligt onze kans. We moeten de legitimiteit van het overheidsbeleid over hoeren te kakken zetten. We moeten laten zien hoe fout en hoe oneerlijk het is. We moeten laten zien hoe krankzinnig en onwaar het is. We moeten laten zien dat wat de overheid nu doet, moralistische masturbatie is, met ons als glijmiddel. En dat kunnen we alleen doen door het kontrast te laten zien met de werkelijkheid. Dus zorg dat mensen onze verhalen leren kennen.

Als er één stukje is waardoor ik als samenzweringsgekkie ga worden bestempeld is het dit wel. En ik vind hem niet eens leuk om te schrijven. Dit stukje schrijven ging met hangen en wurgen, want ik ben het allemaal zo beu, en ik word al boos als ik eraan denk. Dus maak het de moeite waard, leer van mijn schade en schande.

maandag 8 november 2021

Bedtijd

Toen ik nog in mijn werkflatje werkte, was ik gewoon full time hoer. Ik had wel mijn sociale leven, en ik had mijn hobbies, en ik had alle dingen die ik deed om mijn leven te leven, maar ik had geen andere dingen die ik zo serieus voorrang moest geven als het hoeren. Iedereen met een eigen bedrijfje zal dat wel herkennen. Je zit ìn je bedrijfje, zelfs als je een wijntje doet met vriendinnen of nieuwe kussens uitzoekt op de meubelboulevard.

Ik had ermee leren omgaan dat de klanten op de gekste momenten komen, en ik had er een klus aan om mijn dagprogramma een beetje geordend te houden. Maar met oefening kwam dat heel best voorelkaar, en ik had een ritme in mijn dagen. Ik sliep goed, ik ging elke ochtend joggen, elke week twee keer squashen, ik had altijd genoeg tijd om de dingen te doen die gedaan moesten worden. Eigenlijk had ik het gewoon voorelkaar.

Het was fijn. Ik ben een gewoontediertje, en een ritme dat goed voor me werkt kan me gewoon blij maken. Als ik gelukkig moet zijn, moet ik een vast schema hebben waar ik afentoe eens uitgehaald word, zodat ik niet verstof, en zodat ik heel blij kan zijn als ik weer terug mag in dat ritme. En dat was eigenlijk precies wat er gebeurde in mijn werkflatje. Als het aan mij had gelegen, was dat nooit veranderd.

Maar het veranderde wèl, en ik heb nooit meer zo'n ritme gevonden. De escort is chaotischer dan de thuisontvangst, en je bent veel meer tijd kwijt aan je overhead. Lakens verschonen is sneller gebeurd dan naar een andere stad reizen. Je opdoffen moet je tòch, en in de thuisontvangst hoef je niet twee pakjes over elkaar heen, een lekker setje om de klant mee op te hitsen, en daaroverheen iets representatiefs om mee door zijn straat te lopen of langs de hotelbalie te komen.

In mijn werkflatje had ik ook alles op een vast plekje klaarliggen, en ik had nooit problemen dat ik iets niet bij de hand had. Nu heb ik de beruchte escorttas, waar ooknogwel een eigen stukje over komt trouwens, en als je niet wilt dat dat een enorme koffer wordt, moet je met veel minder toekunnen. Dus je moet goed plannen waar je heengaat, en zorgen dat je ingepakt hebt wat je misschíén nodig gaat hebben.

Nu studeer ik, en studeren kost heel veel tijd als je een serieuze studie doet. Héél veel tijd, en je zit op vaste tijden vast aan verplichtingen. Vaste tijden die je pas kort vantevoren zeker weet, en vaste tijden die telkens veranderen. En vaste tijden die kunnen botsen tussen verschillende vakken en opdrachten. En waar heel weinig aan te veranderen is. Want dat zien ze als "voorbereiden op de echte wereld."

Mijn medestudenten geloven dat heilig, dat de universiteit nog wel plooibaar is, maar dat als ze eenmaal in het bedrijfsleven werken, deadlines veel harder en veel korter zijn, en je met veelmeer druk en onoplosbare problemen temaken krijgt als je niet op tijd inlevert. Ik heb in het bedrijfsleven gewerkt, ik weet intussen dat dat komplete onzin is, want een bedrijf zou in een blijvende paniek zitten als alles echt omviel als een deadline werd gemist. Want die worden gemist hoor.

In het bedrijfsleven zijn sowieso de meeste deadlines verzonnen door een manager, die graag plant wat er voor hem gedaan wordt, zodat hij een beetje vooruit kan kijken. Managers houden niet van afwachten op wat er met hun opdrachten gebeurt, dus komen er deadlines. Ze zijn meestal nergens op gebaseerd, behalve het domme idee dat als je een deadline stelt, je in elk geval zeker weet dat je werknemers gaan wèrken, en het niet eindeloos uitstellen.

De praktijk is natuurlijk dat een deadline die ver weg is, zorgt dat de werknemers eerst andere dingen uit de weg gaan werken, en dan vlak voor de deadline je opdracht afraffelen. Eigenlijk zorgt een deadline vooral ervoor dat je zeker weet dat het pas afkomt op de deadline, en dat je niet zeker weet of de oplevering iets wordt waarmee je naar de klant kan stappen. Dat heb ik op de pijnlijke manier geleerd. Ja, ik was zo'n manager.

In de praktijk zijn deadlines meestal overbodig, en heb je alleen ècht deadlines bij projekten waarbij er een boel mensen met hun duimen zitten te draaien als jouw produkt niet op tijd afkomt. Dat zijn er niet veel. En dat soort deadlines zijn ook niet het soort dat je makkelijk je werknemers boven hun hoofd kan hangen. Als je manager bent, zijn die deadlines er vooral voor jou, niet om je werknemers mee op te jagen.

Ervaren werknemers weten hoe de hazen lopen, en nemen deadlines met een korreltje zout. Die begrijpen wat je wil, maar die begrijpen ook dat het allemaal zo'n vaart niet loopt. Die maken hun projekt af, en laten het rustig liggen tot de deadline er is, zodat jij niet nog een nieuwe deadline op hun kop legt voor die tijd. En die weten ook dat als je deadline een probleem wordt, ze even bij je binnen moeten stappen om je uit te leggen dat het niet gehaald gaat worden. Waar jij dan domweg op reageert door een nieuwe deadline twee weken later te leggen. Alsof jou dat geen clown maakt.

Maar de mensen die lesgeven op de universiteit zijn geen ervaren werknemers in het bedrijfsleven, en al helemaal geen ervaren managers, dus die hebben een heilig ontzag voor het lean and mean bedrijfsleven, waar alles efficiëntie is, en de zwakken door de sterken vermalen worden. En waar ze hun studenten op aan het voorbereiden zijn, zonderdat ze weten wat die wereld eigenlijk ìs, waar ze hun studenten op voorbereiden.

Het zal ook vast niet een probleem zijn dat je studenten alles volgens keiharde deadlines laten doen jouw leven makkelijker plannen maakt. Door een hele stapel papers tegelijk gaan, vooral als je dat aan een PhD-student kan overlaten, gaat sneller dan als ze stuk voor stuk binnenkomen. En je gebrek aan flexibiliteit zal ze voorbereiden op die onpraktische en onhoudbare praktijk van het bedrijfsleven, toch?

Dus ik zat al een heel weekend aan een opdracht. De opdracht was op maandag gegeven, en ik was er meteen naar gaan kijken. Ik snapte er een groot stuk wèl van, maar een belangrijk stukje níét. En zolang je de opdracht niet goed snapt, kom je niet verder. Ik heb het dus aan de docent gevraagd, maar die zei alleen chaggerijnig dat ik het maar op moest zoeken in de stof. Dus de weekdagen had ik mijn studietijd besteed aan daar nog een keer doorheengaan.

Het weekend was danmaar een poging om het voorelkaar te krijgen door keihard te werken, en hopen dat het daardoor opeens op zijn plek zou vallen. Ik denk dat dat voor sommige mensen weleens werkt, maar voor mij heeft het nog nooit gewerkt. Je krijgt er wèl enorme grote papers van, die laten zien dat je hard hebt gewerkt, en ookal kom je er dan niet met je opdracht, je krijgt dan wèl een voldoende als aai over je bol. Als je sip kijkt en je decolleté laag genoeg is. Alsof dat een goede voorbereiding is voor dat beroemde bedrijfsleven.

En wie weet, misschien werkt het deze keer wèl. Misschien is de opdracht juist wel bedoeld om je te laten worstelen met iets wat niet opgelost kàn worden, zulke docenten heb je immers ook. Het leek ook te gaan lukken, ik liep alleen telkens ergens mee vast, en dan kon ik weer een heel eind terug om opnieuw te beginnen. Mijn statisticus, die me geholpen heeft, noemt dat "de wet van behoud van ellende."

Hij kon me waarschuwen voor wat doodlopende eindjes, maar vooral kreeg ik de rot-irritante adviezen om vooral genoeg te slapen. Ik had tijdnood, en hij wou de hele tijd dat ik een dutje deed of die avond vroeg naar bed ging. Ik snapte niet hoe hij niet kon snappen dat ik daar nu geen tijd voor had. Maar hij hielp me, en ik hield mijn fatsoen. Al ging ik niet naar bed, want ik moest die doorbraak nog maken.

Dat weekend had ik eigenlijk een klant, maar die heb ik dus af moeten zeggen. Dat heb ik netjes op tijd gedaan, en ik heb hem gelukkig ook opnieuw ingepland, en zelfs korting gegeven voor de overlast. Klanten zijn belangrijk, ze betalen mijn gas, water en licht, en dat is duur nu mijn groene leverancier opeens over de kop is, maar ik wou niet een vak verprutsen waar ik veel werk in had zitten, en dat ik dan volgend jaar over zou moeten doen. Daar heb ik al helemáál geen tijd voor.

Zondagavond zat ik achter mijn computertje, in te loggen op de universiteit, om daar gebruik te maken van de programma's die je kan gebruiken om je oplossing van je opdracht om te zetten in een geile high-tech presentatie van wat je voorelkaar hebt gekregen. En dat stomme ding wou niet werken met wat ik intikte, wàt ik ook deed. Ik heb hetzelfde programma ook op mijn thuiscomputer, maar dat heeft nooit iets anders gedaan dan me vertellen dat ik ervanlangs zal krijgen als ik mijn student licence misbruik, en daarna te crashen.

Intussen had ik allang niet meer de hoop dat ik een echte goede oplossing zou krijgen van mijn opdracht, maar was ik nog wèl hard bezig om aan te tonen dat ik er hard aan had gewerkt. En als je nieteens kan laten zien wat het computerprogramma ervan gemaakt heeft, heb je geen diagrammen en plaatjes, en heb je alleenmaar gelul. En dat ziet er snel uit als een smoes, en dan lig je uit het vak. Dus ik moest wel.

Het zal wel zijn geweest dat iedereen in de cursus tegelijk probeerde om dat programma te draaien ofzo, want na een avond vol met "Verbindingsfout: Connection reset by peer" lukte het opeens middenin de nacht. Ik kreeg er iets lelijks en duidelijk fouts uit, maar ik had mijn figuren, en ik verzon er nog snel een lulverhaal bij. Toen ik mijn laptopje sloot was het vier uur.

De volgende ochtend moest ik uit de veren voor het college, en leverde ik het paper in. Ik heb weinig aan het college gehad, want ik zat alleenmaar te knikkebollen. Toen ik thuiskwam, gooide ik mijn nieuwe opdracht op mijn buro, en viel ik zowat in slaap. Ik plofte op de bank, naast mijn huisgenote, en samen keken we reality shows tot ik het avondeten ging maken. Ik had geen energie voor wat anders. En na het eten had ik een klant.

Ik heb mezelf wel bij elkaar geraapt voor die klant. Even mijn eigen pooier zijn, even doorpakken. Veel koffie, zelfs voor mij. En daarna tic-tacs wegkauwen tot ik er misselijk van werd. De rit, met het dak naar beneden ookal was het koud, was verfrissend, en dat had ik nodig ook om niet weer suf te worden. Het rondje lopen rond zijn huis om hem in te schatten was ook goed voor mijn concentratie, toen kwam ik er weer een beetje "in."

Gelukkig dat ik er weer "in" kwam, want anders wordt een date een ramp, maar juist omdat dat gebeurde voelde ik weer hoe moe ik was. Ik begon al aan de date terwijl ik me afvroeg hoe ik het eind ging halen. Seks is al hard werk, maar fris en opgewekt zijn is nog vermoeiender. En als je bezig bent met fris en opgewekt lijken, ben je nietmeer bezig met de seks. Het drukte op me.

De omstandigheden waren niet best, maar ik heb mijn werk gewoon gedaan. Ik heb intussen ookal meer dan twintig jaar ervaring, voor een kleintje ben ik niet te vangen. De klant wou bovendien niets bijzonders, dus ik had genoeg aan mijn routine, en zelfs dat vinden mannen al spontaan, vernieuwend en uitdagend. De date was geen zwaar werk. Mijn ogen openhouden wèl.

Toen we hondjes deden, deed ik eventjes mijn ogen dicht. Echt, éventjes maar. Ik schrok op van een lach van de klant, en die bleek te denken dat ik mijn controle aan het verliezen was en dierlijke geluiden aan het maken was. Want die had een klein snurkje horen ontsnappen. Ik kneep even flink in mijn tepels om mezelf goed wakker te maken. Dat die er mooi puntig van gaan staan kan ook helemaal geen kwaad. Ik doe het alleen nooit als de klant het kan zien, want die denken dan snel dat ik dat lekker vind.

Ik was mezelf een beetje aan het tegenvallen. Maar dat heb ik de laatste tijd wel vaker, en daar heb ik me stilletjes een beetje bij neergelegd. Dat hoort bij studeren, dat hoort bij een chaotisch leven, dat is nou eenmaal zo met alles wat er nu in de wereld gebeurt, daar moet ik nou eenmaal doorheen. Het is niet anders. En die gedachte is wel geruststellend, en het voelt heel filosofisch, maar het zorgt ook dat je niets aan jezelf verandert.

Terwijl ik daarover aan het nadenken was, voelde ik het. Een klein steekje, met een persje, een krampje. En dat was terwijl de klant in me zat, dus zo'n beetje op het slechtste moment. Natuurlijk was het zo opgelost, ik zei tegen de klant dat we even condoom moesten wisselen, en bij het pakken van een condoom pakte ik ook meteen even mijn nood-beppy, die ik in kon doen terwijl ik het condoom met mijn mond omdeed. En we konden door.

Maar ik schaamde me rot. Niet omdat ik me schaam voor wat mijn lijf doet, maar omdat ik dus nieteens meer in het oog had wanneer ik weer aan de beurt was. Je basisbehoeftes als slaap uit het oog verliezen is al best sneu, maar zo ver van je kut afstaan, dat was me al sinds mijn kraaktijd niet meer overkomen. Ik heb nou de afgelopen twee jaar al meerdere keren gehad dat ik dat soort momenten had, en elke keer dacht ik dat ik er nu wel van ging leren. Maar ik blijf maar afglijden.

Toen mijn auto stil kwam te staan langs de weg, was dat een wake-up call. Ik dacht dat ik er wel van geleerd had. net zoals van de warme schoenen, of van mijn dagboek eens analyseren. Maar ik ben zo hardleers, het is om gek van te worden. Als ik gestresst word, en als ik mijn houvast kwijtben, laat ik alle nieuwe lessen weer varen, en zelfs de oude die ik al heel lang geleden geleerd heb.

Ik wil nu heel graag zeggen dat ik de manier heb gevonden om het niet meer verkeerd te laten gaan, en ik wil heel graag zeggen dat ik deze keer wèl mijn leven weer op de rit ga krijgen. Maar met alle dingen die op me afkomen moet ik misschien niet denken dat ik het in de hand kàn krijgen. Misschien moet ik gewoon er het beste van maken, en moet ik niet verder kijken dan mijn leven leven zonder er een te groot boeltje van te maken.

Er zijn makkelijkere tijden geweest. Er was vroeger meer stabiliteit, toen ik mijn konijnenholletje had. En studeren is iets wat je de hele tijd belast, en wat je de hele tijd laat voelen alsof je er nog niet bent, en nog verder moet. Ik kan nu niet werken zoals ik wil werken, ik kan niet leven zoals ik wil leven. Ik zit in een periode waar ik doorheen moet. Ik moet dat accepteren, en het gewoon overleven.

Dat betekent dat ik één ding tegelijk moet aanpakken, en niet moet proberen om alles meteen perfekt te doen. Ik moet niet proberen mezelf meteen te dwingen om de dingen goed te doen, ik moet de tijd nemen om nieuwe en betere gewoontes aan te wennen. En ik moet mezelf voorhouden dat de moeilijkheden voorbijgaan. De coronacrisis gaat over, mijn studie komt af, het wordt weer makkelijker om te werken. Even volhouden.

Maar ja, die studie blijft zwaar werk. En mijn klanten moet ik draaien. En mijn huishouden moet aan de gang blijven. En ik moet ondanks al die technische problemen mijn blogje blijven schrijven. En er zijn hele vervelende dingen aan het ontwikkelen in de politiek, en tegelijk zijn er kansen dat ze minder harde repressie gaan voeren. Dat zijn allemaal dingen die nu al moeten, en die ik niet kan laten liggen. En dan heb ik geen tijd om dingen beter te leren doen. Dus ik moet maar zien hoe ik die goede voornemens waarmaak.

Ik moet ook niet telkens denken dat ik nu ik mijn neus weer heb gestoten mijn leven ga verbeteren. Misschien is het wel iets wat ik uit mijn jeugd in de Kerk heb meegenomen, de zondaar die tot inkeer komt als de schellen hem van de ogen vallen, waarna hij op het juiste pad gaat. Dat is misschien gewoon niet realistisch. Misschien is het niet proberen de trein op de rails te zetten, maar proberen je auto op de baan te houden. Geen verschil van dag en nacht, maar iets wat je dag en nacht een beetje aan het doen moet zijn.

En heel eerlijk, een beetje verbeteren aan mijn leven maakt al een boel uit. Ik heb de regels over slaaphygiëne die ik van mijn statistiekmannetje heb gekregen maar toegepast, en dat geeft me al veel meer lucht. Ik probeer niet meer alles een beetje kut te doen, maar het belangrijkste in ieder geval goed genoeg te doen, ookal gaat de rest dan alleenmaar kutter. Dat ene ding dat dan tenminste lukt, geeft je tenminste het gevoel dat er íéts goedgaat. En nu ik meer slaap, gaat àlles een beetje beter.

En nou hopen dat het deze week lukt om te plaatsen. Dat is nu een poosje weer mislukt, en ik dacht nou juist dat ik een altijd werkende manier had. Maarja, het blijft toch in het donker tasten.

maandag 18 oktober 2021

Sekslijn

Er zijn van die dingen die bij het werk horen, maar waarvan ik altijd ben blijven vinden dat het niet bij mijn werk zouden móéten horen. En dat is mannen die proberen het klantenwervingsproces te gebruiken voor een lolletje. Praten met een hoer vinden mannen spannend, en je probéért het ook spannend te maken. Dan hebben ze meer voorpret, en kiezen ze makkelijker voor een date, of een duurdere date, met jou.

Maar het probleem met iets gratis weggeven zonder verplichting om ook je dienst af te nemen, is dat niets mannen tegenhoudt om alleen je gratis praatje af te nemen en vervolgens niets te boeken. Of erger, om wel wat te boeken maar je dan voor niets te laten komen naar een fake afspraak. Dan ben ik dus voor ze aan het werk voor niets, en dat bevalt me niet. Ik heb ook meer te doen, en ze kosten me tijd en inspanning.

Het hoort nou eenmaal bij het vak. Ik probeer me er niet druk over te maken, maar het is wel weer iets aan het vak dat me niet bevalt. Vroeger zei ik dan nog: "Bij een telefoongeiler weet je dan tenminste nog dat het geen politieman is die je in de val probeert te lokken," maar dat blijkt dus ook helemaal onwaar te zijn. Zedengompen geilen maar wat graag terwijl ze je proberen te boeken.

Ik kan er niets aan doen, het irriteert me. Als een man aan de telefoon een halve talk job krijgt terwijl hij een echte boeking maakt, gun ik het hem helemaal. Als een man een talk job probeert uit te lokken terwijl hij doet alsòf hij een date gaat maken, maar ik heel goed doorheb dat hij dat niet gaat doen, dan zit ik met kromme tenen zo saai mogelijk te zijn en kap ik het zo snel mogelijk af.

Als het duidelijk is geworden dat een man aan de telefoon gewoon rukmateriaal probeert uit te lokken, door hijgerig te vragen wat ik allemaal met hem zou gaan doen als hij me zou boeken, dan zeg ik meestal hetzelfde zinnetje: "Bel maar een sekslijn." En dan hang ik op. Dat nummer gaat meestal op blokkeren, al bellen mannen haast nooit nog een keer als je ze dat hebt gezegd.

Er was ook een vaste klant die telkens als hij weer wou boeken een beetje zat te telefoongeilen. Dat gunde ik hem wel, maar toen hij een keer bij zijn maandelijkse belletje eerst tien minuten met me zat te seksbellen en toen bleek dat hij alleen belde om te zeggen dat hij deze maand ging overslaan, zat me dat toch niet lekker. Dat blijft dan broeien achterin mijn hoofd, want ik wil niet dat dat een gewoonte wordt.

De volgende keer dat ik hem aan de lijn had, was het natuurlijk weer telefoongeilen wat de klok sloeg. Ik had de vorige keer nog in mijn hoofd, dus ik was een beetje chaggerijnig. Het ging wel beter toen hij deze keer wel een afspraak maakte, maar het bleef een beetje knagen. Ik wou het dus even met hem bespreken. Je moet dat soort dingen niet maar laten doorbroeien als je er last van hebt. Je moet beslissen om het voor altijd te vergeten, of je moet er wat mee doen.

Na afloop van de date, bij het praatje tijdens het aankleden, bracht ik het gesprek dus maareens erop dat ik het naar vond als hij belde als hij geen date aan het plannen was. Bel dan een sekslijn, zei ik zoals altijd. Hij glimlachte een beetje schaapachtig, en hij zei: "Weet je hoe slecht die zijn?" En ik moest toegevan dat ik dat niet wist. Toen hebben we een heel leerzaam halfuurtje gehad.

We hebben samen sekslijnen zitten bellen. Ik belde niet, ik luisterde alleenmaar. Ik mocht de nummers kiezen, ik mocht zelfs de vrouw kiezen waarmee hij zou gaan praten. We hebben een halfuur gebeld, en we hebben daarmee bijna vijfentwintig Euro op zijn telefoonrekening gezet. En ik leerde daar heel wat van, wat ik eigenlijk niet verwacht had.

Ik zat als tienermeisje een poos op waterpolo. Dat was een goede manier om beter te leren zwemmen, en het was gewoon leuk om te doen, ookal was het best gemeen soms, maar wat ik er vooral aan had was dat ik met meisjes van buiten het dorp kon omgaan. Dat was om een aantal redenen, bijvoorbeeld dat ze allemaal van ver buiten het dorp waren, en ik dus niet me zorgen hoefde te maken over dat er verhalen over me zouden gaan ronddwalen. Maar ook omdat ze werelds waren.

Wereldse meisjes hebben een veel interessantere jeugd dan gelovige meisjes. Ik was een gelovig meisje, en ooknog teveel een schijtlijster om een stout gelovig meisje te zijn, dus ik had een hele saaie jeugd. Daar moet ik misschien ook nog maar een stukje over schrijven trouwens, want dat is best een interessant onderwerp voor de mensen die toch een beetje simpel kijken naar bijbelvaste dorpen.

Ik luisterde in de kleedkamers, of gewoon als we met zijn allen zaten te beppen, met rode oortjes naar wat die meiden allemaal uitvoerden op feestjes en met jongens. Dat zou ik nu schattig en tam vinden, maar toen was het voor mij zo wild dat ik het van mezelf echt niet voor zou kunnen stellen. En één van de wildste dingen die ik hoorde was dat twee van die zestienjarige meiden voor de lol telefoonseks hadden met wildvreemde mannen.

Je had toen gratis telefoonlijnen waar je als vrouw telefoonseks kon hebben. Je belde in, en meteen kreeg je een vent aan de lijn die met je wilde seksbellen. Hij betaalde dan vijftig guldencent per minuut, jij niets. Maar je kreeg er ook niets voor. Die meiden vonden het ontzettend grappig. Alleenmaar grappig, als je geloofde wat ze zeiden. Maar ze wisten wel erg veel over hoe een talk job werkt voor iemand die er niet zelf gruizig in gaat zitten.

Dat was eigenlijk alles wat ik van sekslijnen wist. Ja, ik wist ook dat er sekslijnen zijn die geen live vrouwen aan de lijn zetten, maar een cassettebandje met een actrice, maar daar denk ik niet aan als ik denk aan een sekslijn. Dat heeft niet de meerwaarde van met een persoon connecten. Een sekslijn is geile praat met een persoon uitwisselen. En zoals altijd, de man betaalt.

Als tiener heb ik gespeeld met het idee om ook te bellen, omdat ik ontzettend "nieuwsgierig" was. Ik durfde het alleen niet, en ik schaamde me al helemaal kapot voor de gedachte. Ik ben nooit in de buurt gekomen van echt bellen. Ik wenste heel vurig dat ik eens uitgenodigd zou worden door die meiden die dat deden om mee te luisteren. Dat hadden ze al toegestaan aan een meisje die erom vroeg. Ik hoopte vooral dat ze mij spontaan ook uit zouden nodigen, ookal was ik te schijterig om te vragen.

Dus ik zat met mijn klant voor de eerste keer te luisteren naar een sekslijn. Ik had ergens het idee dat de kans groot zou zijn dat we meteen een minderjarige aan de lijn zouden krijgen, maar dat was duidelijk niet aan de orde. Ik wist niet goed wat ik verwachtte, maar ik kreeg in elk geval iets wat ik niet verwachtte. Ik zou een sekslijn niet zo gemaakt hebben als wat ik hoorde, in ieder geval.

Toen de klant het nummer had gedraaid, hoorde ik meteen mijn eerste verrassing. De sekslijn kostte namelijk tachtig Eurocent per minuut! Toen ik een meisje was, was het maar vijftig guldencent per minuut, en met alle nieuwe techniek en met hoeveel telefonie goedkoper is geworden, zou je toch verwachten dat het intussen voor mìnder kan, en niet drie en een half keer méér. Ik vroeg me af wie dat nog zou betalen.

Dat wordt nog erger door de intro, die eindeloos doorgaat met langzaam uitleggen dat je zoveel genot staat te wachten, en wat je keuzetoetsen zijn. Dat kan je niet overslaan, en dat kost je dus gewoon tijd en geld. Heel flauw, op die manier geldkloppen. Als klant zou ik al afgegeild zijn voordat ik goed en wel doorverbonden was. Maar ja, geile mannen kunnen heel hardnekkig zijn.

Toen we eindelijk mochten kiezen, bleken er twee vrouwen beschikbaar te zijn. Allebei hadden ze een nogal ongeïnspireerd adevertentietekstje ingesproken, dat erg amateuristisch klonk. Toevallig waren ze allebei Surinaamse vrouwen. De klant koos er eentje, en kreeg haar meteen aan de lijn. Hij probeerde een babbeltje met haar te maken, en hij was zo makkelijk als ik me maar kon voorstellen.

Voorzover de vrouw aan de andere kant van de lijn antwoord gaf, want dat deed ze afentoe helemáál nieteens, was het verveeld, ongeïnteresseerd, en met een zeurende ondertoon. Er kwamen wat korte clichézinnetjes uit, over dat ze lingerie aanhad en zo geil was, maar ze nam helemaal geen initiatief om het gesprek te voeren. Ze wachtte op de klant om iets te zeggen waar ze een standaard-antwoord op kon geven. Ik kreeg sterk de indruk dat ze met wat anders bezigwas. En dat ze high was.

De andere vrouw was precies van hetzelfde laken een pak. Op het onbeleefde af ongeïnteresseerd. Waar doe je het dan nog voor? Er is toch geen hond die dat pikt? Maar kennelijk zijn er genoeg gekken om zoiets nèt lonend te maken. Mannen, jullie laten je uitmelken, dat is wel weer duidelijk. In ieder geval op deze lijn. Ik maakte daar een opmerking over, en de klant liet me een andere lijn horen.

Op de eerste lijn zouden het geile tieners zijn, ookal klonken de vrouwen stukken ouder. De nieuwe keus zou MILFs zijn. En wat bleek? Het waren dezelfde twee vrouwen die beschikbaar stonden. We legden snel neer, en belden met de Domina-lijn. En weer waren het dezelfde twee vrouwen. Ik begon me af te vragen of er voor heel Nederland alleenmaar die twee vrouwen klaarstonden.

Bij een andere lijn vonden we wel andere vrouwen. Die koos mijn klant expres, omdat hij wist dat heel veel van die lijnen naar dezelfde meiden toegaan. Die andere lijn had wèl weer het nadeel, dat je mocht kiezen uit twintig ofzo advertenties, maar dat die telkens, voor tachtig cent per minuut, eindeloos overgingen zonderdat iemand opnam. Pas bij de vijfde poging hadden we succes.

Dat succes was nogal relatief, want we hadden alwéér een vrouw tepakken die geen interesse had in wat ze deed. Ze liet het liefst lange stiltes vallen, en als ze geen antwoord had omdat ze niet zat op te letten, liet ze alleen een kreuntje horen. Ik heb de telefoon van de klant overgepakt, want ik wou haar vragen waarom ze het werk deed als ze er duidelijk geen zin in had. En of dit nou loonde, als je je klanten zo behandelde. Op allebei de vragen gaf ze geen antwoord, en ze hing op.

Een half uur zijn we beziggeweest, en met alle rek- en strekoefeningen die in die lijnen gebouwd zitten kom je dan zover als dit. Ik was echtwel een beetje geschokt dat het dit soort afzetterij was. En dat die bedrijven nog bestaan uberhaupt als dit is hoe ze hun klanten behandelen. Voor de prijzen die ze vragen, zitten ze al op een derde van wat een escort vraagt, op uurbasis. En je krijgt ècht niet een derde van de lol!

Zo doe je geen goede zaken! Dit is voor sekslijnen wat het is voor hoeren om kauwgom kauwend met een opgetrokken neus een vent al het werk te laten doen terwijl je afentoe eens zegt dat de tijd bijna op is. Hier maak je je klanten niet tevreden mee, hier hebben de meeste mannen helemaal geen interesse in, hiermee bouw je geen vaste klanten op, hiermee kom je niet verder als bedrijf. Dit is uitpezen en hopen dat er genoeg mannen zijn die een keertje afknappen voor teveel geld.

In een sekslijn kan je het proberen te hebben van ècht geile vrouwen die inbellen voor nop, maar dat is kennelijk niet meer een ding. Bovendien moeten die het maar net leuk vinden wat de klant doet, dus je frustreert alsnog veel klanten die er zelf niets van kunnen. Wat je veel beter kan hebben, is vaste krachten die het leuk vinden om talk jobs te geven. Dat is niet inspannend, je kan het tijdens de afwas doen, en je klanten vinden het veel mooier.

Mannen houden van talk jobs. Als een man zegt dat hij dirty talk wil, wil hij meestal een talk job. Je spint met hem een verhaal. Liefst samen, maar er zijn helaas veel mannen die niet meer bijdragen dan gehijg. Als je iets uit hem kan krijgen, kan je in ieder geval gaan spiegelen, en dat is voor veel mannen al meer dan genoeg. Als je een man een beetje leert kennen, kan je hem zelfs nog wat nieuws voorschotelen.

Daarvoor moet je ze natuurlijk wel eerlijk betalen. Als ik het goed heb begrepen, verdien je minder dan een kwart van wat de klant betaalt. De telefoonprovider doet namelijk sam-sam met de exploitant, en de exploitant doet minder dan sam-sam met de stemtalenten. Het is vooral de KPN en dergelijke bedrijven die veel verdienen aan de sekslijnen, de mensen die het werk doen mogen sappelen. Maar dat is geen uitbuiting en dus mensenhandel, want er wordt geen vlees aangeraakt, en het zijn respektabele grote internationals die het doen. Dus dan is het okee.

Je kan dus alleen hobbyisten krijgen, en die moeten het ook maar leuk vinden hoe je ze behandelt. Ik heb maar één meid gesproken die het wel heeft gedaan, en dat was omdat ze met haar been in het gips lag en zich verveelde. Ze vertelde dat het werk best leuk is, maar niet leuk genoeg om er echt wat van te maken. En dat de knieperigheid van de bedrijven die erachter zitten de meeste lol er wel uit haalt. Je voelt je geflest.

Ik zeg danwel "bedrijven," maar eigenlijk is er één heel groot bedrijf dat achter de meeste lijnen zit, en een paar kleintjes die moeilijk te vinden zijn, die eigenlijk niet meetellen. Dat hebben we dus ook gemerkt bij het rondbellen. Hoe het komt dat die lijnen nog niet kapotgeconcurreerd zijn kan ik alleenmaar verklaren door te denken dat ze zoveel lijnen uit hebben staan, dat je wel erg veel geluk moet hebben om een concurrent te vinden.

Er is zo'n gedachte die op geknik kan rekenen van andere hoeren, dat als je te oud bent om je klanten te neuken, je nogweleens in de sekslijnen wil gaan werken. Doen alsof je een jonge frisse meid bent, terwijl je eigenlijk een zestiger bent die nog wat vergane glorie wil herbeleven. En dan kijk je naar oude pro's die tot ver na de menopauze de mannen aan hun voeten hebben liggen, en je beseft dat je dat soort pensioenplannen helemaal niet nodighebt.

Dat is dus maar goed ook, want er is geen infrastruktuur voor telefoonseks zoals we die wel nog een beetje voor hoeren hebben. Een paar ramenstraatjes, een paar websites, wat clubs en bordelen, maar het is meer dan niets. Als je zelf een sekslijn wil opzetten, is dat nogal veel gedoe als je het vergelijkt. Je kan veel minder makkelijk aan de slag, en dat dan ooknog voor iets veel minder lucratiefs.

Je hebt dan tegenwoordig ooknog Onlyfans en dergelijke internetbedrijven, waar je kan camgirlen. Dat heeft het meeste van de sekslijnbusiness wel de wind uit de zeilen genomen, want het is ongeveer hetzelfde maar dan met beeld. Dat beperkt het natuurlijk voor de meiden die het niet meer van hun looks moeten hebben, maar ik begrijp van veel zuchtende klanten dat het op Onlyfans niet veel beter is met de talk jobs.

En ja, je krijgt met een hoer die jou probeert in te palmen een betere talk job, zelfs tijdens het boeken. Vooral bij mijn soort hoeren, waarbij het toch iets meer dan gemiddeld gaat om persoonlijk kontakt leggen met je klant. Dus als je een klant bent die behoefte heeft aan een sekslijn, ben je gek als je een sekslijn gaat bellen als je ook kunt praten met een hoer die je lekker probeert te maken. Ik snap het wel.

Maar ik blijf het irritant vinden. En ik ben nog steeds geen sekslijn.

maandag 4 oktober 2021

Jongens willen stoeien, meisjes willen vadertje en moedertje spelen

Op de basisschool zag ik het al. Meisjes waren leuk bezig, met hinkelen, touwtje springen, stieken, rijmpjes klappen, bloemenkettingen maken, en knutselen. Jongens wouden alleen voetballen, elkaar inelkaarslaan, dingen in de fik steken, en tekeningen maken van de meester die werd opgegeten door een tijger die op zijn beurt door een dino werd opgegeten. De paar dingen die we allebei deden, zoals knikkeren, daar haakte je als meisje na een poosje bij af omdat de jongens competitief werden en niet meer leuk speelden.

Niet dat er niet afentoe over die scheidingslijn heen werd gestapt. Sommige jongens deden weleens mee met meisjesspelletjes, sommige meiden gingen afentoe meedoen met het voetbal, maar je kon echt een hele duidelijke scheiding zien, vanaf het begin al. We waren twee verschillende volkjes op school, en we kwamen niet dichterbij elkaar. Jongens waren stom, en eigenlijk kon je nieteens een goed gesprek met ze voeren.

Maar ja, je gaat puberen en dan worden die jongens toch onverwacht interessant. Je vindt ze nog steeds agressieve sukkels waar je geen gesprek mee kan voeren, je zit nogsteeds in verschillende stammen met verschillende talen, maar ze zijn wel lèkkere agressieve sukkels waar je niet mee kan praten geworden. En als je probeert om wat dichterbij zo'n jongen te komen, kom je erachter dat je opeens gedeelde interesses hebt.

Die verschillen zijn een hindernis. Vooral omdat je gewoon in een wereld zit waar je toch met mannen om zal moeten gaan, in de dagelijkse dingen. En ook omdat je erachterkomt dat zo'n jongen andere ideeën heeft over hoe seksuele interaktie met jou werkt. Jij hebt seksuele gevoelens, je ziet het helemaal zitten om dichterbij te komen en het te verkennen, maar jouw idee van wat goed is, is anders dan dat van hem.

Jij denkt liever niet te ver door over waar dit heengaat. Jij bent natuurlijk ook nieuwsgierig naar de heftigere seksuele ervaringen, maar je kijkt liever alleen naar het dichtstbijzijnde stapje. Je denkt liever niet door over hoe dat verder gaat, daar schrik je van terug. Jij wil dat jullie vooral lief en teder voor elkaar zijn, dat je vooral gerustgesteld en bevestigd wordt, zodat je telkens vanzelf, bijna ongemerkt, wat verder gaat. Je wil in een warm bad van liefde en vertrouwen losgeweekt worden, zodat alles vanzelf gebeurt.

Hij wil neuken. En dan liefst zo gauw mogelijk alle standjes uitproberen. En er tegen zijn vrienden over opscheppen dat hij heeft gescoord.

Die botsing zal heel veel mensen heel bekend voorkomen. Als je een beetje rond gaat kijken kom je tegen dat het een spanning is die in het seksleven van onwijs veel mensen nogal centraal staat. Je ziet het telkens terug in de vrouwenbladen, op vrouwenfora, en in gesprekken met vrouwen. Die mannen willen het ene, wij willen het andere. Gelukkig zijn er bestwel vrouwen die daar overheen leren kijken, maar het blijft zo'n idee wat maar niet op wil lossen.

Het is erger bij de mannen. Je ziet wel vrouwen die verder leren kijken dan het maagdjesprobleem dat je het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke seksualiteit als negatief ziet, maar mannen blijven meestal hardnekkig bij hun pornografische knaapjes-ideeën over seks, òf ze draaien zichzelf in een feministisch geïnspireerde krul waarbij alles teveel druk op de vrouw is, en alles wat niet lafjes haar initiatief volgen verkrachting is.

Naarmate mensen ouder worden, leren ze dat er meer is dan ze als maagd dachten. Mannen leren dat voorspel en lang liefhebben lekker kan zijn. Vrouwen leren dat ruig naaien een hoop bevrediging geeft. Maar helaas komt daar niet vaak bij dat ze ook bedenken dat ze dan hun seksuele patronen wat breder moeten zien, dat ze minder angstig moeten zijn om buiten hun maagdelijke ideaalbeelden benaderd te worden, en dat experimenteren en meegaan met de partner belangrijk is. Mensen blijven steken bij wat ze tot hun twintigste leren.

Ja, ik generaliseer natuurlijk weer, maar je kan niet brede patronen in de wereld gaan beschrijven zonder te generaliseren. En zoveel generaliseer ik ookweer niet. Je gaat niet veel gevallen vinden waarbij ik er echt helemaal naastzit met dit stukje. Tegelijk moet je die mensen óók erkennen. Maar met generaliseren zet ik wel in dikke lijnen een beeld neer, en de nuance en de uitzonderingen moeten jullie er zelf bij zien. Jullie zijn ook geen kinderen meer.

Mannen en vrouwen duwen in verschillende richtingen. En dat zien ze als een probleem. Terwijl het dat helemaal niet is. Die spanning tussen je natuurlijke driften maakt het alleenmaar interessanter. En als je je zin zou krijgen, dan kom je bedrogen uit. Want je hebt de spanning met de driften van het andere geslacht nódig. Netzoals onze geslachtsorganen radikaal verschillen maar wel goed in elkaar passen, is dat net zo met onze driften en aanleg.

Seks is zo'n beetje het enige waarbij het goed en terecht is om seksistisch te kijken. Mannen en vrouwen zijn verschillend, en daar draait seks zo'n beetje om. Je moet je nooit door je geslacht laten beperken, maar het is onzin om te doen alsof het niet een eigenschap van je is. Je seksualiteit kan je een heel eigen draai geven, maar de wortels zitten gewoon in je geslachtsklieren, en die duwen een bepaalde kant op.

Toen ik nog groen was in de hoererij, dacht ik dat mannen bij me zouden komen voor seks op hùn manier. Op de mannelijke manier. Even porno-pompen met een geile slet die helemaal hetzelfde wou als zij. En ik werkte toen in de ramen, waar dat ooknog de verwachting is, en waar je bij uitstek de mannen krijgt voor wie dat het beste zou werken. En het werkte wel, maar niet zo goed als ik had verwacht. Ik zou het nu niet meer goed genoeg vinden.

Het wil nogwel welkom zijn bij de mannen die even stoom komen afblazen, en die gewoon erg tekortkomen dat er vrouwen zijn bij wie hij even zo mannelijk kan zijn. Zolang de wip kort is, werkt dat prima. Maar dat is niet de hoofdmoot van je werk, en je bouwt er ook nauwelijks vaste klanten mee op. Want veel van de dingen waar zo'n man eigenlijk op zit te wachten komen dan niet aan bod.

Mannen horen het snelst naar neuken te hollen, vrouwen horen mee te worden genomen. We remmen ze een beetje af, we zorgen dat ze niet zichzelf overhaasten. Zij zorgen dat wij worden meegesleept inplaatsvan voorspel te doen tot we het zelf saai zijn gaan vinden. Zij zijn de motor, wij zijn de rem. Mannen denken dat ze ook wel eens het omgekeerde willen, maar dat valt ze als puntje bij paaltje komt toch tegen. Zelf kunnen ze namelijk niet zo goed remmen, en ze overhaasten zich. Vaak eindigt dat met een vent die denkt dat hij nú zou moeten willen neuken, terwijl zijn lijf, en dus ook zijn pik, er nog totaal niet klaar voor is. En dat vinden ze genant.

Seks is een ontlading van spanning, en als je niet de spanning opbouwt, dan valt er niks te ontladen. Dan is het alleen pompen, en dat is eigenlijk onbevredigend en saai. Ook als je gewoon vol seksuele frustratie zit, en je gewoon elke beurt wel goed genoeg vindt. Je hebt de spanning nodig, je hebt de interaktie nodig. Zelfs als je alle aantrekking en alle flirts en alle intimiteit en alle uitdaging hebt, kom je tekort als je die tegenstelling mist.

En dan heb ik het nog nieteens over de dingen die mannen dènken dat ze verschillend willen van vrouwen. We zijn allemaal zo doodgegooid met het idee dat vrouwen teder willen en mannen ruig, dat we het zijn gaan geloven. Ookal is het maagdjesgedoe waar een vrouw met een beetje ervaring tochwel beter over zou moeten weten. Maar eerlijk gezegd heeft het voor mij ook even geduurd voor ik het snapte.

Ik hou best van een beetje akrobatiek in bed. Even stevig aan het werk, even een workout, kom maar op! Daar adverteerde ik vroeger mee, en ik was er al niet bang voor voordat ik voor mezelf begon. Achter de ramen weigerde ik wel als mannen "ruige seks" vroegen, maar dat was omdat je niet de tijd hebt achter de ramen om even goed door te nemen wat je van elkaar moet verwachten, terwijl je toch de illusie overeind houdt.

Je moet tegenwoordig trouwens oppassen met adverteren dat je aan ruige seks doet. Dat is immers een signaal van mensenhandel, volgens de zedensmerissen die de advertenties elke dag afstropen op zoek naar meiden wiens leven ze onmogelijk kunnen maken. Ruige seks is namelijk "extreem" en "grensoverschrijdend" en "zelfbeschadigend" gedrag, moet je weten. En het is snel ruig volgens de zedensmeris. En de invulling die ze geven aan een woord als "ruig" is ook bizar.

Daar adverteer ik dus niet meer mee, en dat is wel jammer. Nieteens zozeer omdat ik ruige seks misloop, maar meer omdat het gewoon heel veel klandizie opleverde. Heel veel heel gewone klandizie, want ondanks wat ik vroeger dacht, krijg je vooral mannen met gewone wensen en gewone intensiteit als je met ruige seks adverteert. En je krijgt daarnáást het handjevol dat ècht ruige seks wil, en die zijn leuke uitzonderingen om het werk interessant te houden.

Heel veel mannen denken namelijk dat ze houden van ruige seks. Ook mannen die nieteens houden van ruige seks, vinden een vrouw die wel in is voor ruige seks aantrekkelijk. Als je dan denkt dat je wel je borst mag natmaken wanneer die op je werkplekje komen, kom je bedrogen uit. Want het worden gewone nummertjes, en als je het wat ruiger probeert te maken merk je al snel dat die mannen helemaal niet zo ruig willen.

Voor heel veel mannen blijkt "ruige seks" vooral te betekenen "met een beetje tempo neuken" of "stevig om elkaar heen kronkelen" of "er echt voor gaan zitten om goed te kunnen stoten" of "elkaar stevig beetpakken." Dat noem ik gewoon "seks." Als ik het over ruige seks heb, verwacht ik wel een beetje stoeien, en misschien wat bijten, petsen, grijpen, haren trekken, krabben of neerdrukken. Een beetje kracht gebruiken, een beetje forceren. Maar dat is helemaal niet zo vaak aan de hand.

De verwachting bij heel veel mannen is dat seks met een vrouw betekent dat ze het met iemand doen die vrijt als een maagdje. Alles moet teder en voorzichtig, want anders schrikt het vrouwtje, en na de eerste au-au is het liefdesspel voorbij. Die mannen lopen op eierschalen tijdens de seks, en ze zijn ernaar op zoek dat ze dat eens niet hoeven te doen. Dat zien ze alleen als ruige seks, dus dat gebruiken ze als zoekterm.

Andere mannen zijn wel wat gewone seks gewend, maar hebben toch erg veel plezier in het kijken naar ruige porno, en het fantaseren over wilde stoeipartijen. Daar hebben ze meestal alleen geen echte ervaring mee, want àls ze er aleens over durven te beginnen, krijgen ze meestal hun partner niet mee. Er bestaat toch een beetje een idee dat een man die ruige seks met je wil, je niet respekteert.

Veel van die mannen komen er toch achter, als ze het eens proberen, dat een beetje losgaan met gewone seks eigenlijk alles is wat ze nodighebben, en dat ruiger eigenlijk niet hoeft. Die ontdekken dan als ze eens een keertje echt ruig seks hebben, dat dat ze wel wat teveel is. En dat is voor een mannen-ego niet lekker. Ik heb er vaak met een verwarde knak in hun fantasiebeeld naar huis zien gaan. En dan komen er natuurlijk ook meteen al die onnodige twijfels over hun mannelijkheid bij.

Mannen dènken dat ze van ruige seks houden. Mensen dènken ook dat mannen van ruigere seks houden dan vrouwen. Dat gaat recht in tegen mijn ervaring, en dat is intussen best véél ervaring. Vrouwen houden namelijk ook best van ruige seks, maar daar worden we eerder op aangekeken dat we een beetje raar zijn. En de verbinding is al snel dat je wel een seksueel geknakt gevalletje zal zijn als je het lekker vindt dat een man je polsen stevig in het matras drukt terwijl hij je uptempo neukt. Want dàt heet dus al ruige seks.

We willen vanalles. En smaken verschillen. Toch kom je heel veel op hetzelfde uit als je de natuur zijn gang laat gaan, en past er op ieder potje wel een dekseltje. En dat wordt helemaal niet tegengesproken door onze tegengestelde driften en neigingen. Want als jij duwt tegen je partner, en je partner duwt tegen jou, dan kom je op een betere plek terecht dan wat je krijgt als je helemaal je zin zou krijgen.

Jongens willen stoeien. Meisjes willen vadertje en moedertje spelen. Maar jongens hebben iemand nodig die vadertje en moedertje met ze speelt. En meiden hunkeren naar een jongen die met ze stoeit. We hebben allemaal nodig waarvoor we op de ander moeten vertrouwen dat hij of zij het voor ons wil. Ook als we dat nog niet herkennen. En als de regel echt wordt dat "consent" vantevoren moet zijn uitgesproken, wordt die interaktie, die al zo onder druk staat, helemáál vermoord.

Kijk maar naar hoevaak vriendinnen die uitgesproken afkeer hebben van dominante mannen tòch hun beste seks hebben met die dominante mannen die ze een keertje niet konden weerstaan. En hoeveel onderhuidse irritatie ze hebben omdat ze iets missen bij die passieve kerel die ze thuis hebben. Kijk maar naar hoe gelukkig die onbetrouwbare bruut kan zijn als hij opeens, onverklaarbaar, aan een lief huismusje vastzit en kindjes met haar maakt.

En dat is nieteens alleen op het relatie-vlak. Ook gewoon in bed merk je het. Ookal denken we met zijn allen dat mannen alleen op hun pik gericht zijn en vrouwen seks liever ervaren met hun hele lichaam en hun hele persoon, tòch verkopen sekspoppen alleen aan mannen, en kopen vrouwen massaal vibrators die alleen een pik nabootsen, meestal zelfs zonder ballen erbij. Denk daar maareens over na.

Je ziet het in veel opzichten van relaties tussen mannen en vrouwen. Als we geen man hebben om ons op sleeptouw naar risico's toe te nemen, roesten we vast in een sleur en kakken we in met zes katten in huis. Als mannen geen vrouw om zich heen hebben is het de vraag of ze zich eerst doodvreten, doodzuipen of doodstunten. Je ziet ook patronen die daarop lijken in werkomgevingen, maar laat ik me in één wespennest tegelijk steken.

Het gaat om de stereotypes, net als in de grappen. En ookal maken we nogzoveel grappen over stereotypes over mannen en vrouwen en hoe ze seksueel met elkaar omgaan, het is wel hoe het werkt, en waar het eigenlijk allemaal uiteindelijk om gaat. Stereotypes hebben een kern van waarheid. Je kan nòg zo afgeven op afgekauwde clichées, ze wèrken gewoon wel. De flemende blik, de pompende spierbal, je kan met je ogen rollen, maar het werkt gewoon. Ook bij jou. Wat je er ook van denkt.

Ik heb netzogoed als iedereen bloedserieus genomen hoe op feestjes en bij het koffieleuten er gelachen werd om hoe doorzichtig een meisje was als ze wat knoopjes van haar bloes openliet, of hoe we allemaal wel zagen dat die macho vent eigenlijk een klein mannetje was onder dat macho-gedrag. We schudden allemaal meewarig ons hoofd als we het erover hadden, en ik schudde mee. Maar intussen heeft dat macho-mannetje wel twee van de vrouwen uit die koffiekring uiteindelijk geneukt, en dat meisje wat we doorzichtig vonden wond de mannen om haar vinger.

Het hoeft helemaal nieteens je smaak te zijn. Zolang het maar het spel speelt. Je kan nòg zo vinden dat die pooierbak met de velgen waar het chroom vanafspat echt tè is, hij is wèl aan het patsen. En patsen, dat werkt ergens. Dat fascineert. Je kan nòg zo vinden dat een meisje te rode lippenstift opdoet en totaal niet meer naturel lijkt, maar ze is wèl onbeschaamd aan het lonken. En zelfs de grootste make-up-hater en naturel-hippie krijgt daar warme worst van. Wàt hij ook zegt.

Soms lijkt het wel zelfs alsof die afkeer die mensen hebben van het seksuele proces van een ander alleenmaar de spanning verhoogt. Ik heb bestwelvaak gezien hoe mannen en vrouwen die de avances van de ander afkeurden, afkamden en afkatten, toch iedereen verbaasden door met elkaar in de koffer terecht te komen. Vooral als die afstoting van één kant komt, en de andere kant het wel een amusante uitdaging vindt. Die spanning kan hoog oplopen. Tot en met hatefucks toe.

Zoals het oude rijmpje zegt: meisjes plagen, zoentjes vragen. De toenadering hoeft helemaal niet positief te zijn. Je bent het sympatiekst als je een seksobjekt vriendelijk en persoonlijk benadert, maar het is lang niet altijd de benadering die werkt, of de benadering die "vanzelf gebeurt" tussen jullie. Mannen uitdagen en een beetje vernederen werkt vaak veel beter dan vriendjes met ze proberen te worden, en gemeen-plagerige jongens worden vurig gehaat en vurig bemind.

Nou is dat allemaal een stuk minder onverwacht geworden sinds ik me wat dieper in het hoeren heb verdiept, maar nog steeds kan ik het een vreemd toneeltje vinden. Vooral omdat ik soms zie hoe zelfs de deelnemers er geen erg in hebben wat er gebeurt en waarom, wat er ze aandrijft en wat ervoor zorgt dat ze zelf ook gaan meedoen aan wat ze lijkt te overkomen.

Een voorbeeldje dan, van een echte klassieke hatefuck. Zij was een kennis van een studievriendin, hij was de ex van een vriendin van me. Hij is een arrogante lul die altijd iedereen moet laten voelen dat hij hipper is dan jij, zij is een ontzettend compromisloos principiëel iemand die vooral dingen heel erg naar het morele en het feministische trekt. Op een feestje zou hij degene zijn die elk gesprek over hèm maakt, en zij degene die grapjes aanstootgevend vindt en uitlegt hoe je alleen grappen moet maken over geprivilegieerde mensen.

Allebei zijn ze seksueel onontwikkeld, er zit geen seksuele handigheid in. Veel mensen hebben tenminste nog wel één of twee truukjes waardoor ze wat zelfvertrouwen hebben, maar hij had alleen zijn overdreven zelfvertrouwen en zij had helemaal niets. Ze hadden geen idee waar ze mee bezig waren, en allebei hebben ze nogsteeds geen idee wat er nou gebeurd is. En je kan het ze niet uitleggen omdat ze niet genoeg ontwikkeling hebben om het een plekje te geven.

Hij was op een kleine vernissage over zichzelf aan het praten tegen een meisje van vijftien jaar jonger, en schepte tenenkrommend onhandig op tegen haar over zijn seksuele kwaliteit. Zij hoorde hem over zichzelf praten, en zij nam er aanstoot aan. Ze ging tegen hem in, cockblockte hem met dat meisje, en streek hem nogal tegen de haren in. Hij raakte geïrriteerd en negeerde haar compleet. Als hij met haar in discussie was gegaan, was dat het eind geweest.

Wat weken later zou zij naar een bezichtiging komen, maar toen ze hoorde dat hij er zou spreken wou ze niet langskomen, want ze vond hem een kwal. Dat vertelde iemand op die bezichtiging aan hem, en hij lachte er een beetje om. Zij kreeg te horen dat hij had gezegd dat zij bang voor hem was. Ik weet nogsteeds niet of dat nou waar was of niet. In onze vriendenkring was intussen wel duidelijk dat je die twee niet naar hetzelfde feestje moest uitnodigen.

Zij vermeed hem daarna niet meer, en hij haar ook niet, en ze waren een paar keer daarna op dezelfde gelegenheden te vinden, terwijl ze elkaar duidelijk niet konden luchten of zien. Tegelijk waren ze wel èrg bezig met watvoor indruk ze op de ander maakten, en wie de bovenhand had. En allebei vonden ze dat ze aan het winnen waren, en irriteerden ze zich ròt dat de ander dat ontkende.

Toen kwam er een house warming feestje, met nèt teveel drank. Ze hadden al opmerkingen gemaakt over dat ze niet eerder dan de ander naar huis zouden gaan, en het werd laat en dronken. Hij maakte opmerkingen over dat zij frigide was en er niet tegenkon dat hij wèl seks had, en dat ze naar zichzelf moest kijken voor ze kritiek had op een ander. Zij vond dat hij onsmakelijk met zijn seksualiteit te koop liep, en legde dat aan iedereen uit. En niet met aardige woordkeus.

Dat werd een dronken wedstrijdje tussen haar, met de boodschap "je kan mij nooit krijgen", en hem, met de boodschap "je kan me nooit geïnteresseerd in jou krijgen." Compleet met zij die hem met een valse glimlach vernederende opmerkingen toesmaalde, compleet met dat hij haar bij haar schouders pakte en tegen haar rug aan kwam staan met zijn kruis tegen haar billen, dat hij abrupt afbrak met "oh sorry, ik dacht dat je iemand anders was."

We waren allemaal goed teut, maar ze begonnen wel een beetje de sfeer te bepalen met hun gefrustreerde boze spelletje, en we waren allemaal opgelucht toen zij vertrok. En een beetje bezorgd toen we even later ons realiseerden dat hij ook vertrokken was. Want we maakten ons wel een beetje zorgen of ze niet gewoon tot vechten zouden komen, want dronken mensen gaan makkelijk tever.

Gelukkig was het geen vechten geworden, maar alleen een dronken neukpartij in de bosjes achter de geparkeerde auto's. Die ze nogeens herhaalden in een hotelkamertje wat ze met hun dronken koppen boekten, terwijl we bezorgd de partners van hem en haar opbelden om te vragen of ze goed thuisgekomen waren. Achteraf, weer nuchter, voelen ze zich allebei er heel raar over, en snappen ze niet wat ze nou overkomen was. En ze haten elkaar nogsteeds. En ze heeft aangifte tegen hem gedaan voor verkrachting, maar dat is nergens heengegaan.

Ja, dit is een extreem voorbeeld. Extreme voorbeelden laten noueenmaal het duidelijkste zien wat er gebeurt. Als je subtielere voorbeelden gaat gebruiken missen nogveelmeer mensen mijn punt, en dat gaat met dit voorbeeld al genoeg gebeuren. Tegen elkaar ingaan maakt alles spannender en geiler dan als je dezelfde kant op wil. Denk maareens aan al die dates waarbij je vooral perfekt wil overkomen op de ander, en er geen spanning in de lucht hangt.

Seks is een kettingreaktie. De ene reaktie lokt de andere uit. Zij laat zien waar ze door benaderd wil worden door hoe ze zich laat zien. Hij ziet haar, en als hij haar interessant vindt bekijkt hij haar. Als zij dat opmerkt en dat niet afkapt, laat ze een gelegenheid gebeuren dat hij haar kan benaderen. Hij benadert haar, en maakt wat vrijblijvend, oppervlakkig contact, en doet wat imponeergedrag.

Nou moet je bij imponeergedrag niet meteen aan flexen als een bodybuilder denken. Maar ook weer niet helemaal níét. Hij moet er niet helemaal a-seksueel bij gaan staan. Hij moet niet opdringerig worden, maar zijn schouders breed zetten, breed gaan staan, zijn buik wat intrekken, dat hoort er wel een beetje bij. En een beetje opscheppen ookwel, al moet hij daar natuurlijk wel voorzichtig mee zijn. Het moet niet komisch worden. Dat kan nogwel lastig zijn voor sommige mannen.

Als deze fase is gelukt, dan is het seksueel tussen die twee. Het is nog niet gezegd dat er neuken van komt, want er zijn veel dingen die daar een streep door kunnen zetten. Eigenlijk hebben de partners elkaar al beoordeeld als je op dit punt komt. Als zij zijn imponeergedrag accepteert, dan hebben ze een seksuele band. Daarna is het natuurlijk nogsteeds mogelijk om het totaal te verprutsen, maar het ligt er nietmeer aan dat er nog meer motivatie moet worden gemaakt. Die twee zien elkaar wel zitten.

Dan heb je nog geen relatie ofzo, maar het gaat alleen om de seksuele verhouding met elkaar. Mannen en vrouwen gaan elke dag om met tientallen, misschienwel honderden mensen van het andere geslacht, maar daar gaan ze niet seksueel mee om. Die seksuele band wordt niet gemaakt. In je hoofd heb je toch verschil tussen al die grijze-massa-mensen, de mensen waar je a-seksueel mee omgaat, en je seksobjekten.

Het insteken om een seksuele band te krijgen, en seksobjekten voor elkaar te worden, dat is meestal maar in één ontmoeting. Als allebei teases zijn, kan het nogweleens langer duren, maar seksueel naar elkaar worden is meestal met een paar blikken, wat aftasten van lichaamstaal, en een gesprekje bekeken. Dat noemen we meestal dat de vonk is overgesprongen. En beide partners hebben daar achteraf vaak een heel verschillend verhaal over.

Want zoals wel vaker, mannen en vrouwen zien hetzelfde ding als totaal iets anders. Hij zag hoe ze koket naar hem lonkte, en hij verzamelde de moed om haar aan te spreken. Zij flirtte listig en lustig met hem, en betoverde hem ter plekke. Maar zij was een beetje opgelaten en rusteloos, toen hij opeens haar benaderde en met zijn charmante grapjes en mannelijke zelfvertrouwen haar helemaal veilig en op haar gemak liet voelen. Ze probeerden allebei niet wat ze deden, maar wat ze deden was goed.

Als ze eenmaal allebei in elkaars seksobjekten-bestand zitten, moeten ze het verprutsen om het niet goed te laten gaan verder. Gewoon interesse tonen is echt voldoende vanaf hier, en daarom krijg je soms van vriendinnen met hartjes in hun ogen Whatsapp-gesprekken te lezen die klinken als twee zwakzinnige geilneven die aftandse schuine grapjes naar elkaar zitten te maken, terwijl zij je wil laten zien hoe charmant en scherp haar nieuwe aspirant lover is.

De roze bril zit dan al snel stevig op hun neuzen, en alles wat hij doet is lief of mooi of geil of spannend of in het ergste geval een teken dat jijzèlf niet goed met hèm bezig bent. En voor hem is dat net zo. En als de tijd dan goed is, en de gelegenheid komt, dan kunnen ze hun aantrekking wat lichamelijker gaan bevredigen. En dat loopt niet altijd zo natuurlijk goed af.

Je hebt bestwel vaak dat zo'n eerste echte date na zo'n aanloopje meteen in bed eindigt. Dat kan het eind van een intens romantische avond zijn, gebaad in champagne en sterrenlicht, of dat hij je kwam ophalen voor je date en jij hem even naar binnen uitnodigde zodat je je andere oorbel nog kon zoeken, en jullie tien minuten later geen draad meer op je lijf hadden. Het maakt niet uit, het schiet dan snel door.

Vaak gaat dat goed. Vaak ook niet. Die seks is vaak niet bevredigend, want het is te makkelijk. Je hebt allebei je neus dezelfde kant op, je bent opzoek naar het bevredigen van die spanning die je hebt opgebouwd zonder elkaar aan te raken. Dat werkt de spanning voor je lijf niet erg op. Je krijgt niet de kans om elkaar op te vrijen. Voor je elkaar ookmaar hebt aangeraakt ben je al drijfnat, en met je hoofd zit je al aan de afmaker terwijl je nognieteens echt voorspel bent begonnen.

Begrijp me niet verkeerd hoor, een vluggertje omdat je op springen staat is zéker niet verkeerd. Maar het is tegelijk alleenmaar een vluggertje omdat je op springen staat. Het is nooit een seksueel hoogstandje. En met een roze bril op en een lange tease via je smartphone lijkt het dan nog heel wat, maar je moet je dan ook maar voorstellen hoe een goed stukje seks eruitziet als je opgehitst bent van je geflirt en het ziet door je roze bril.

Zolang je het allebei maar leuk hebt gevonden is er natuurlijk niets aan de hand. Maar als de spanning van de eerste keer wippen eraf is, moet er iets anders die spanning maken. Daar gaat het dan vaak mis. En dan is het allemaal een one night stand geworden, ondanks de echte vonk die zo mooi overgesprongen was. En dan teruggaan naar spanning opbouwen, naar verleiden en nemen, dat kan lastig zijn. Want eerder was dat toch ook niet nodig?

Het is allemaal heel mooi als het vanzelf gaat. Als je gewoon doet wat je natuurlijk aan komt waaien, en je houdt er een spetterende seksaffaire aan over, dat is prachtig. Maar het is niet iets waar je op kan rekenen. Bovendien zie ik de mensen die het toevallig overkomt heel vaak het voor zichzelf verprutsen door hun seksuele angsten voorrang te geven, en dan prik je de zeepbel door die je toevallig hebt geblazen.

Eerst elkaar opgeilen na de eerste flirt en dan pas wat doen als je allebei klaar bent om te neuken is lekker simpel, maar eigenlijk sla je een flink stuk over. Er is een flink stuk van de kettingreaktie waar mensen ongemakkelijk mee zijn, maar die wel ìn mensen zit. En dat is het stuk waarbij de man al lichamelijk wil worden, en de vrouw hem nog tegenhoudt.

Je kan het vergelijken met hoe je met een hond kan spelen. Je kan hem een speeltje laten zien tot hij gek van opwinding is, en het dan aan hem geven. Je kan ook hem het speeltje voor zijn neus houden, en dan het wegtrekken zodat hij erop moet jagen, en het grommend uit je handen moet trekken voordat hij erop kan gaan liggen kauwen. Honden vinden het tweede veel prettiger. Mannen ook.

Een man teasen is niet alleenmaar leuk als plagerijtje, de seks wordt er ook gewoon heter van. Hij gaat er harder voor werken, jij gaat er harder voor werken, en dan wordt het meer dan gewoon een nummertje. Als hij je telkens over een drempeltje moet trekken, windt hij zichzelf op en windt hij jou op. Dat is immers hoe hij je over die drempeltjes trekt.

Daar hoort natuurlijk wel bij dat je het een beetje goed doet. Als je een man teast, dan moet je ook niet schrikken of moeilijkdoen over hoe hij erop reageert. Je maakt hem allicht een beetje agressiever, daar gaat het meestal juist om. Hij is geen automatiek waar je een uitdagingsmuntje indoet en dat er dan uitrolt wat je verwacht. Als je handigheid krijgt kan je steeds beter sturen, maar ook als je een man teast en verleidt moet je gewoon ervoor gaan met wat er gebeurt. De situatie stuurt zichzelf.

Je kan niet je partner precies besturen. Je krijgt juist een onvoorspelbare situatie, ookal komen echte grote verrassingen niet veel voor. Maar je moet niet door passief te zijn gaan proberen hem uit te lokken aktief initiatief te gaan tonen, dat werkt nooit. Micromanagen werkt niet. Een algemene zet in de goede richting, die hij dan zelf kan invullen, dat wèl. En als je daar een specifiek idee bij hebt? Zèg dat dan vantevoren!

Er is ruimte om te blunderen. Als je net de verkeerde toon aanslaat, valt je aktie dood. Als je te snel gaat of te langzaam, zit je soms opeens op een andere bladzijde. Maar dat kan je gewoon rechtstrijken, dat is niet zo'n punt. Daar moet je je niet dik over maken, en al helemáál niet de beurt voor afkappen als het een keertje mislukt. Helaas is dat wel wat we leren, maar het hoeft niet.

Natuurlijk zijn er wel manieren om het helemaal te verprutsen. De meest gemaakte fout is om "hard to get" te spelen. Dat is leuk als spelletje, maar dan moet je duidelijk laten zien dat het een spelletje is en dat je van hem wil dat hij blijft aandringen, of heftiger, ondanks dat je hem afwijst. Toch zijn er veel vrouwen die dit niet snappen, en die verbaasd en teleurgesteld zijn als een man afhaakt omdat ze hem afwijzen en zijn avances negeren of vervelend beantwoorden. Laat staan als hij ontdekt dat je moeilijk aan het doen bent om het moeilijkdoen.

Mannen verprutsen meestal de kettingreaktie door een stapje verder komen meteen maar te zien als de kans om meteen naar de eindstreep te sprinten. Als een vrouw wat moest worden versierd voordat ze wou kussen, en daarna nog wat weerstand gaf om op schoot getrokken te worden, is die tweede weerstand doorbreken niet meteen een vrijkaartje om overal te grijpen of te proberen je lul in haar te proppen. Winnen geeft je geen recht om danmaar te bepalen wat ze moet accepteren. Juist niet. Je bent ingebroken op háár terrein nu, dus gedraag je.

Als je elkaar blijft uitlokken en pushen, blijft het een avontuur. De spanning blijft spelen, want je hebt twee zielen die allebei hun eigen ding aan het doen zijn. En dat komt zalig samen. Vooral als duidelijk blijft dat het feit dat je één keer veroverd bent, helemaal niet betekent dat je veroverd blijft. Je partner heeft geen recht verdiend op dat jij wat doet, en jij hebt dat ook niet bij hem. Je moet het altijd uit blijven lokken.

Ik heb op deze plek een heel essay geschrapt, achttien kantjes, dat eigenlijk twee eigen stukjes moet worden, want ik ga veeltever met dingen uitleggen waardoor ik het punt kwijtraak dat ik eigenlijk wil bespreken in dit stukje. Ik zou eigenlijk het eerdere stuk ook moeten herschrijven, want dat is een te grote omweg, maar dat kan ik weer niet slikken.

De man en de vrouw zijn niet elkaars spiegelbeeld. Sommige dingen werken gewoon maar één kant op. Je kan het wel andersom doen, maar dat is meestal bestwel awkward. De openingszetten moeten van de man afkomen, het uitlokken van de openingszetten moet van de vrouw afkomen. Andersom zie ik mensen wel proberen, en meestal eindigt het in frustratie. Andere mensen zien het ook snel als trashy of wanhopig, ookal is dat eigenlijk niet eerlijk.

Je ziet zoveel frustratie bij mannen die op zoek zijn naar liefde, naar een vaste relatie, en die gemeden worden als de pest door vrouwen. Zelfs door vrouwen die zelf óók openlijk opzoek zijn naar die dingen. Ze snappen niet dat dat onaantrekkelijk is. Als man moet je niet verlegen zitten om liefde en vastigheid, dat moet je partner bij je opwekken. Als je dat vanzelf al hebt, is er iets mis met je, en ben je een zielig geval.

Precies zo met vrouwen die gefrustreerd raken omdat ze er geen geheim van maken dat ze geil zijn, en wel in zijn voor een lolletje. Mannen vinden dat raar en intimiderend, want ergens voelen ze dat ze dat bij je op moeten wekken, en het er niet al moet zijn voordat ze dat gedaan hebben. Dat soort vrouwen zijn sletten en sloeries, en daar knappen heel veel mannen op af. In elk geval als ze er geen voordeel uit kunnen trekken.

Als je de reaktie die je hoort te hebben op de wisselwerking al klaar hebt, is de beginfase van de wisselwerking eigenlijk al overgeslagen. En dat werkt gewoon niet. Niet alleen omdat de wisselwerking niet aftrapt, maar dus ook omdat je meteen wordt gezien als iemand met een mankement. Als je die uitlokfase overslaat, en meteen accepterend bent voor een partner, terwijl je nog nieteens weet wie dat gaat worden, dan ben je zo wanhopig dat er wel iets mis met je móét zijn.

Dat is natuurlijk niet waar. Er kunnen héél veel redenen zijn om je zo te gedragen. Dat kan heel gezond zijn, en meestal is het ook heel eerlijk. Maar mensen zijn dieren die als het om seks gaat op hun instinkt afgaan, of in ieder geval wat ze dènken dat hun instinkt is. Daar moet je nou eenmaal mee dealen. Ook hier geldt, fake it till you make it. Als je maar doet alsof je geen slet of sneue man bent, gaat alles opeens prima. En als je eenmaal voorbij die eerste fases bent, kan je wat je eigenlijk wil langzaam laten zien. Dat lukt best.

Sommige dingen lukken gewoon niet. Mannen kunnen veroveren, mannen kunnen je nemen. Als jij probeert een man te veroveren, dan wordt het toch heel wat anders. Ja, je kan een man verleiden en betoveren "veroveren" noemen, maar het is niet hetzelfde als een man die een vrouw verovert. De soort overweldigen is heel anders. Een man kan een vrouw "nemen," een vrouw nooit een man. Dat werkt zelfs in de striktste femdom-relaties niet.

Het zit in je vrouwelijkheid dat je liefst meegesleept wordt in de seks. Het zit in de man ook, maar dan op een héle andere manier. Een vrouw wil dat ze vooral lichamelijk wordt overweldigd, een man geestelijk. Dat zijn twee hele verschillende dingen. En het werkt het mooist als je die overweldiging kan uitlokken, een richting kan geven, en kan versnellen door hem minder af te remmen.

Je gaat er niet voor liggen om overweldigd te worden. Hij gaat niet zoeken naar verleidingen die hij op je kan projekteren. Je teast hem, hij grijpt jou waar je hem maar laat. Of niet laat, als je het zo ver wil laten komen. Een man zo ver opfokken dat hij zich niet meer kan beheersen is een enorm lekker iets. Netzoals een vrouw die zo gruizig is dat ze geen geméénd nee meer kan zeggen dat is voor mannen.

De man is een woeste stier, die je steeds meer uitdaagt tot hij met rode ogen en schuim op de bek op je afstormt. Jij bent de stierenvechter, die hem telkens meer uitlokt, en telkens hem mis laat grijpen zodat hij steeds verbetener de volgende aanval begint. Maar bij echt stierenvechten maakt de stierenvechter de stier dood, en bij dit stierengevecht is het hoogtepunt nou juist dat de stier je goed hard op de horens neemt.

Hoe je dat vormgeeft kan op heel veel manieren. Je hebt meiden die letterlijk de man zover weten te krijgen dat hij ze bruut verkracht terwijl ze hartstochtelijk "nee!" roepen, maar je hebt het spel netzogoed gespeeld als je een schuw maagdje bent geweest die haar minnaar op het randje hield terwijl ze haar maagdelijkheid urenlang buiten zijn bereik hield. Jij lokt, hij duwt, jij houdt hem tegen tot het zwichten je bevalt.

Dat kan een spel van jaren zijn. Of van een avond. Of een half minuutje, als je elkaar goed aanvoelt. En het is het echte voorspel. Je komt in de goede bui, in de verhoogde staat van seks, als je geest met die van de ander speelt. Als je geest in de goede bui komt. Al die dingen die mensen als voorspel zien, van pijpen tot strelen, die zijn wel lekker en wel prikkelend, maar als tease komen ze veel beter tot hun recht.

Remmen moet dan natuurlijk een beetje goed gedaan worden. Mopperend of zeurend je anker uitgooien maakt het niet heter in bed, en kan er gewoon voor zorgen dat de man afknapt. Het liefst geef je hem gewoon meer te doen, zodat hij met spannende dingen bezigblijft, en je hem bezighoudt terwijl je het eindspel een stukje verder opschuift. En hoe meer een man te doen heeft, hoe meer hij zichzelf in het moment werkt. Je moet het tempo bepalen, niet gaan stoppen.

Dat remmen is niet om hem tegen te houden, niet om hem weg te houden, en al helemáál niet om zijn avances te laten mislukken. Het is om het tempo te bepalen. Het is om hem harder te laten duwen, niet om hem in te laten binden. Het is om de verboden vrucht sappiger te maken, door hem meer verboden te maken. Het moet natuurlijk wel samen zijn met hem blijven lokken en teasen, want als het alleen afweren wordt, moet je niet raar opkijken als de man dat respekteert.

Je kan hem telkens een beetje toegeven, maar als de vent sterk genoeg in zijn schoenen staat, kan je ook hem weerstand geven die zwak genoeg is dat hij er doorheen kan breken. Of, en dat is wel gevaarlijker, hem zo ver oppompen dat je gewoon geen weerstand kàn geven die hem nog tegenhoudt. Dan ben je wel de controle kwijt, en die krijg je niet zomaar terug. Erg veel risiko dus, maar ook wel heel erg lekker.

Dat remmen, dat tempo bepalen, dat is een evenwicht zoeken. Maar evenwicht is ook niet alles. Als alles gekontroleerd gebeurt, als je eigenlijk alles in de hand houdt, dan mis je ook wat. En zoals altijd, als je de regels van je rol overschrijdt, is dat heel krachtig en spannend. Als een vrouw die heel lang haar deugd heeft beschermd opeens tijdens een vrijpartij de rollen omdraait en haar been over hem heenslaat, is dat een ervaring die ze allebei nog lang herinneren. Zelfs al is dat iets wat niet zou werken als het altijd zo ging.

Het is zó jammer dat mensen dat zovaak niet snappen! En het is raar, want we zien wel in de ene na de andere film hoe koppels enorme spanning opbouwen met aantrekken en afstoten. Meestal is het prutserig vertoond omdat de filmmakers ook niet veel van seks weten, maar mensen wéten dat er zoiets bestaat! En dan gaan ze passief zitten wachten tot het ze overkomt. En passief zijn is nou nèt iets wat nooit werkt.

Ik zie dat de hele tijd om me heen. Mannen die verleid willen worden gaan een beetje onderdanig en verkikkerd zitten doen tegen vrouwen van wie ze verleiding hopen te krijgen, die dan natuurlijk niets hebben om mee te werken, als ze al zouden willen. Vrouwen die overweldigd willen worden gaan als slappe bakvisjes met koeienogen tegen hun grote geweldenaar aansletten, die daar geen uitdaging van voelt. Passiviteit is afgeilend, vooràl voor de mensen met passie, van wie we die passie en dat initiatief willen hebben.

Moet je dan gewoon de botte beer uit gaan hangen? Natuurlijk niet. Dat is ook afgeilend. Als je een man ziet zitten als iemand om iets spannends mee op te bouwen, dan moet je niet slap en passief zijn. Maar hem gewoon bot afwijzen werkt ook niet. Dan haalt hij zijn schouders op en gaat weg. Een beetje subtiliteit is belangrijk, en dat is iets wat je alleenmaar door ervaring leert. Of op een cursus van W.

Gemengde signalen geven, daar gaat het om. Tegelijk hem uitdagen, hem laten zien dat er wel wat ìs, maar dat hij nog niet genoeg grip op je heeft, dat hij je nog niet kan bereiken, dat je hem nog niet voor vol aanziet, maar dat je wel een warm plekje voor hem hebt, dat je wel aandacht voor hem hebt, dat je wel iemand in hem ziet die wat zou kunnen worden, die dingen zijn belangrijk. En moeilijk om goed te doen. Oefen maar.

Helaas heb je kultureel wel de wind tegen als je ermee gaat spelen. Ja, dat is vooral vanwege feminisme, maar dat kan je ècht niet overal de schuld van geven. Het gaat vooral om een moreel conservatisme wat als een spook rondwaart, en zich vastklampt aan allemaal boegbeelden. Mensen kiezen voor de consensus, mensen kiezen voor veiligheid, en spanning en dubbelzinnigheid zijn niet veilig, vooral niet met iets engs als seks.

Dus vrouwen denken dat ze tederheid zoeken, en vragen zich af waarom ze zich wel veilig en gewaardeerd voelen, maar hun seksleven niet bevredigend is als ze dat krijgen. Mannen denken dat ze opzoek zijn naar meiden die ook opzoek zijn naar een casual wip zonder intimiteit en met een bot soort ordinair als sfeer. En komen daar wel met een glimlach door een lege zak, maar zonder diepe bevrediging vandaan.

Allebei de geslachten denken dat ze voor seksuele bevrediging bij het andere geslacht moeten zoeken naar dingen die juist bij hun eigen geslacht horen. Mannen denken dat vrouwelijkheid wel aantrekkelijk is, maar dat ze voor seks beter een manwijf kunnen hebben. Vrouwen kunnen een grove bruut wel lekker vinden, maar zuchten dat ze eigenlijk opzoek zijn naar een tedere, gevoelige jongen die ze begrijpt en aanvoelt. En allebei zijn ze stomverbaasd als ze een keertje toch over dat vooroordeel heenstappen.

Er bestaat een hardnekkige mythe dat je seksueel kan krijgen wat je wil door maar te doen alsof je wil wat de ander ook wil. Dat die dan spontaan ook gaat doen wat jij wil. Het probleem is dat als je faket dat je wil wat de ander wil, de ander alleenmaar helemaal zwelgt in wat hij wil, en zich nieteens realiseert dat er nog iets anders ìs wat hij daarvoor in ruil zou moeten doen.

Daar komt al dat gezeur van mannen vandaan die voor de seks doen alsof ze een relatie met een vrouw willen, en heel verliefd en tortelig doen, en dan telkens in een relatie worden gevangen met de meest saaie seks die je kan bedenken. En de vrouwen die doen alsof ze op een one night stand uitzijn omdat ze denken dat ze daarmee een man strikken voor een huisje-boompje-beestje relatie, die klagen over dat ze telkens "gebruikt" worden voor de seks. Ze krijgen allebei wat ze vragen.

Eigenlijk is het proberen vals te spelen in de competitieve wereld van de seks. Inplaatsvan de concurrentie met je seksegenoten aan te gaan, probeer je je aantrekkelijk te maken door jezelf makkelijker te scoren te laten lijken. En daar wordt door de andere kant eerlijk op gereageerd. "Fijn dat je wil geven wat ik zoek, dan hoef ik het niet te verdienen." En daar sta je dan. En je partner ook dus.

Maar zo fijn is dat niet als puntje bij paaltje komt. Want ook als je een partner vindt die zich al bij voorbaat overgeeft, mis je wat. Die interaktie, die tegenstrijdigheden, die mìs je, zelfs als je niet weet wàt je mist. Je slaat sowieso een stuk hofmakerij over, en daarmee bouw je een scheve basis voor je relatie. Dat werkt door in alles. Nieteens alleen de seks.

Vrouwen willen zich speciaal voelen als ze worden gejaagd, mannen willen voelen dat ze je gescoord en gewonnen hebben. Voor allebei de seksen is het onbevredigend als jij netzogoed een ander had kunnen zijn. En dat knagende gevoel krijg je altijd bij een partner die zo duidelijk geen seksuele eisen stelt. Een man die niet voor je vecht omdat hij niet hoeft te vechten, heeft snel het gevoel dat je dat vechten dus ookwel niet waard zal zijn geweest.

Precies zo ook voor vrouwen trouwens. Een vrouw die het gevoel niet heeft dat ze jou heeft verbouwd van een rolling stone naar een man van wie de ogen zijn geopend voor een relatie, voelt in haar botten dat die relatie ook met een ander wijf had gekund. Zij is niet speciaal, ze heeft niets gedaan voor hem wat speciaal is. Hij hoefde niet uitgelokt te worden, hij maakte zich alleenmaar aantrekkelijk door makkelijk te zijn.

We hebben in de samenleving een sterk idee dat de seksuele cultuur is vermannelijkt. Dat hoor je overal, dat lees je overal, en dat wordt in meer of mindere mate gezien als een probleem. Het positiefste wat je erover hoort is dat "vrouwen nu ook mannelijk naar seks durven te kijken." Terwijl wat ze proberen aan te wijzen, namelijk sletten zonder schaamte of spijt, juist méér voorkomt in culturen waar vrouwen vrouwelijker zijn.

Ik maakte een poos geleden een reisje met een vriendin door zuid-Amerika, en vooral in landen als Colombia en Argentinië zie je dat de seksuele cultuur vrouwen stimuleert om de vrouwelijke rol veelmeer op zich te nemen. Ze worden cultureel meer gezien als de hertjes waar de wolven op jagen. Nou zijn die "wolven" daar helaas te vaak schoothondjes, maar het is voor die meiden, ondanks alle katholieke opvoeding en ondanks alle moraliteit over hoe je vrouw "hoort" te zijn, schaamtelozer om te doen wat hun driften zijn dan bij ons.

Het eerste wat me daaraan opviel was hoeveel beter vrouwen daar zijn in "nee" zeggen. zonder geschrokken te zijn, aanstoot te nemen of zich erdoor te laten intimideren. Als een vrouw nageroepen werd, negeerden ze dat meestal ontspannen, maar er werd ookwel koket gedaan voordat er nee werd gezegd. Het was een spelletje, het was iets onschuldigs, en alleen als de vent er iets vervelends van maakte werd het afgekeurd.

Nafluiten of proberen kontakt te leggen op straat wordt behandeld als iets wat leuk is, een kompliment. Wel een kompliment wat je af moet wimpelen als je niet verder wil gaan met zo'n man, en dat is natuurlijk haast àltijd zo, maar niet iets èrgs, zoals we het hier toch wel behandelen. Een vrouw wordt verwacht het leuk te vinden, en haar partner niet. Als iemand wordt nagefloten die een partner blijkt te hebben, wordt aan die partner snel excuses aangeboden. Dat kan zo'n Latijns macho-heethoofd zijn immers.

Een Nederlandse zal makkelijker toegeven dat ze een knul heeft geneukt dan een Colombiaanse. Maar de Colombiaanse zal makkelijker toegeven dat ze zich heeft laten strikken, heeft laten pakken, heeft laten nemen. De Nederlandse is meestal minder op haar gemak met zo'n rol in het spel. Mensen van alle landen seksen, of het nou mag of niet. Daar is volgens mij niet zo'n verschil aan. Maar hoe de sekscultuur is kan heel erg verschillen.

Dat koketteren van de vrouwen, en dat haantjesgedrag van de mannen, dat zie je overal terug. Die Latijnen hebben er alleen meer vrede mee, en maken er meer plezier mee. Hier is het nòg zo verschillend, tòch gaat het in de diepte hetzelfde. De vrouw straalt haar vrouwelijkheid uit, lokt mannen, zet het wat extra aan als ze een lekkertje ziet lopen, en de man komt op haar af. Alleen is het hier niet speels, maar schuchter of awkward. Of gewoon verknipt.

Als je je gaat verdiepen in de mensen die protesteren tegen "seksualisering" van de maatschappij, alsof seks iets nieuws is wat "groeit," vind je veel mensen die het moeilijk hebben met die openingszetten van het spel. Het koketteren, het imponeren, het aandacht trekken, de stap waarbij je je kontakt seksueel maakt. Die voelen zich erdoor bedreigd dat iemand anders het kontakt met hen opeens seksueel maakt, omdat ze seks zien als iets engs. Die voelen zich geïntimideerd.

Tegelijk zijn dat ook héél vaak mensen die juist heel veel met seks bezigzijn, met naar andere mensen kijken als seksuele dieren, als seksuele serpenten die opgekruld liggen om toe te slaan. Tegelijk zijn dat vaak mensen die hun mannelijkheid of vrouwelijkheid hoog in het vaandel hebben staan, en het belangrijk vinden om vanuit die identiteit hun persoonlijkheid te definiëren.

En ook bij die mensen werkt het hoor. Bij de mannen die het maar niets vinden dat vrouwen hen seksuele signalen sturen, is dat niet zoals ze zeggen omdat ze zich zorgen maken over die vrouwen. Dat is omdat ze zelf supergefrustreerd raken omdat die signalen iets met ze dóén, en ze te verknipt of bekrompen zijn om daar gezond mee om te kunnen gaan. Bijvoorbeeld door eropin te gaan.

Voor de vrouwen die woedend worden over een seksueel komplimentje is het precies hetzelfde laken een pak. Als ze er niets bij voelden, als ze zich niet zo diep in hun seksualiteit aangesproken voelden, zouden ze het makkelijk kunnen negeren. Er wordt zoveel geroepen op straat, je komt vaker een gek tegen die ruzie staat te maken met een andere gek of naar iedereen staat te vloeken en te tieren, dan iemand die je naroept. Maar dàt kunnen ze wèl negeren, terwijl dat èrger zou moeten zijn.

Als je met een netpanty en een superkort rokje gaat lopen, zend je seksuele signalen uit. En zolang mensen niet opdringerig worden, mogen ze daar best op reageren. Zo'n outfit is in onze kultuur een signaal dat je benaderd wil worden. Dan doen alsof je rechten worden geschonden doordat mannen daarop reageren, is even dom als zo'n fundamentalist die doet alsof vrouwen zich aan hem opdringen door met los haar langs hem te lopen op de stoep.

En reken maar dat ze het opzoeken. De fundamentalist loopt een blokje om zodat hij geschoffeerd kan worden door die losse vrouwen, en die antiseks-feministe koketteert onhandig als ze langs een groepje mannen komt. Allebei doen ze ook hun best om gemengde signalen te sturen, om in ieder geval op te vallen, en liefst een reaktie uit te lokken. Want daar halen ze gewoon seksuele stimulatie uit. En ze worden héél boos als je dat opvalt.

Ik ben ook nog niet tegengekomen dat de mensen die vokaal zijn tegen "seksualisering" zich er niet als een mot rond een kaarsje naartoe laten trekken. Ze gaan op zoek naar de blote billboards, ze spellen de krant uit op zoek naar die schokkende opmerking. Ze kiezen zogenaamd partij voor de kant van de seksuele wisselwerking die aan het kortste eind trekt, dus de vrouw, en noemen dan seks als interaktie zien inplaatsvan tedere vrouwenimpulsen, de male gaze, en klagen over hoe vermannelijkt de samenleving is.

Ik heb het idee dat onze sekscultuur juist vervrouwelijkt is. We zien in alle media seks door een vrouwelijke lens. Tederheid is de norm, ruig grof of bruut is de afwijking. Teder is geen kink, maar ruig wel. Seks als verstrengeld met relatie-toestanden en intimiteit is de norm. Seks zonder die dingen wordt toch stiekem wel als loos en verloren, en zelfs als schadelijk gezien. Als de mannelijke drift zijn zin krijgt is dat iets zorgelijks, als de vrouwelijke drift zijn zin krijgt is dat gezond. Ga maar na.

Mensen zeggen weleens tegen me dat ze me zo mannelijk met seks vinden omgaan. Vooral als ik ze vertel over wat ik allemaal voor leuks met seks heb meegemaakt. Ik ben dat hélemaal met ze oneens. Ik vind juist dat ik ultravrouwelijk ben geworden, netzoals ik de meeste hoeren die in het vak duiken ultravrouwelijk zie worden. Op ons gemak met onze vrouwelijke driften, en dus heel verwelkomend naar de mannelijke driften. En blij met waar die twee samen terechtkomen. Niet in een compromis, maar in een synergie waarmee je beter terechtkomt dan je zelf had kunnen bedenken.

Tegelijk is zo ultravrouwelijk zijn heel leuk, want je kan er wat van je diepste zelf mee kwijt, èn ontzettend frustrerend. Want veel mannen, héél veel mannen, kunnen er niet tegenop. Je kan heel zelden de kraan openzetten en eens goed ervoor gaan. Ze vinden het geweldig wat je met ze doet, zolang je je een beetje inhoudt, maar ze kunnen je niet stoppen als je verder gaat dan ze mee om kunnen gaan. Dus je bent de hele tijd namens hen aan het oppassen.

Als het dan gewoon niet zou werken als je tever gaat, dan was er nog nietzoveel aan de hand. Maar helaas is er een groter probleem. Mensen die niet om kunnen gaan met de seksuele driften van de andere sekse, of heel vaak óók niet met die van henzelf, reageren daar negatief op. Dat is gedeeltelijk gewoon de angst voor seks, en gedeeltelijk omdat mensen heel raar kunnen reageren op seksuele spanning.

Je komt heel veel tegen dat seksueel gedrag, en vooral seksueel gedrag in de eerste twee fases van de kettingreaktie, wordt gezien als oneerlijk, fout, bedreigend of zelfs als geweld. Kijk maar naar toestanden over de male gaze, kijk maar naar gedoe over sexy getekende cartoonmeisjes, maar niet over de even geseksualiseerde mannelijke figuurtjes, kijk maar naar hoofddoekjes en chadors en boerka's, kijk maar eens naar al die vrouwen die het eng vinden om nagekeken te worden op straat. De prikkelingen waarmee seksueel gedrag begint zijn eng en een probleem.

Heel opvallend wordt er altijd geklaagd over ànderen die opgewonden raken. Ze hebben het nooit erover dat ze zelf zich seksueel aangesproken worden, en zèlf opgewonden raken en daarom opgelaten zijn. Maar heel vaak is dat wel eigenlijk het probleem. Die mensen voelen zich dan aangerand als iemand interesse laat zien. Tegelijk, en door dezelfde mensen in dezelfde ademtocht, wordt er geprotesteerd omdat ze mensen van hun eigen geslacht niet op die manier seksueel hun ding willen laten doen. De concurrentie moet niet mogen.

Hoe meer mensen vasthouden aan wat we maatschappelijk "goede" seks noemen, hoe dieper de spanning tussen de mannelijke en vrouwelijke driften als probleem wordt gezien. Je ziet dat bij seksuologen heel erg bijvoorbeeld. Je hoeft maar naar programma's als Sex Academy te kijken om te zien hoe mensen die hun driften niet goed op elkaar in laten werken stranden in hun seksleven, en seksuologen dat op proberen te lossen door die driften te sussen en te zorgen dat de spanning afneemt zodat de wensen dezelfde kant op komen te liggen. En blindstaren op de clitoris natuurlijk. Met lang voorspel.

De spanning lamleggen inplaatsvan de mensen te leren hoe ze er juist een fijn seksleven op kunnen bouwen is natuurlijk doodzonde. En het werkt nooit lang. Want diepe driften, die laten zich niet negeren. Een jaar misschien, en dan komt het ergens anders als een klimop tussen de stenen door. Wat het intussen dan voor voorkeur of fetisj is geworden mag Joost weten. Maar dat is dan weer iets nieuws om te behandelen.

Op die manier omgaan met de spanning tussen de seksen, vooral als mensen toch al geen idee hebben waar ze mee bezig zijn, maakt mensen alleenmaar afkerig van hun eigen driften, en bangiger voor seks dan mensen toch al zijn. Ik moet dealen met hopen mannen die geleerd hebben dat hun agressieve driften fout zijn, en als ik dat wakkermaak in ze dan raken ze helemaal in de war. En hoe durft hij een open decolleté met een push-up eronder te zien als een seksueel signaal.

Als je er niet tegen vecht, werkt het wel. Okee, misschien niet zo goed als wanneer je er aktief aan bouwt, maar het werkt. Laat je driften hun werk doen, sublimeer het niet naar één of andere fetisj, onderdruk het niet, en het doet het gewoon. En dan ontdek je dat al die spanning en die tegengestelde wensen en belangen gewoon op hun plek vallen. Zolang je maar evenveel kracht kan zetten als je tegenspeler.

En je hoeft ook niet vast te zitten in je stereotype. Er eens uitstappen afentoe, ermee spelen, wat ironisch ermee omgaan, experimenteren, dat is allemaal helemaal goed. Zolang je die drift maar niet blijvend probeert te frustreren. Het is de kruiderij om het pikant te maken, het wordt nooit de hoofdmaaltijd. En als je er een beetje mee om kan gaan, zijn er ook bestwel kantjes aan die stereotypes die je zelf bij kan sturen, omdat er sommige dingen zijn die niet helemaal vanzelf op hun plekje vallen.

Stoute lieve meisjes zijn een geiler beeld dan lieve meisjes of stoute meisjes. Brute mannen zijn sexy, zorgzame mannen minder, maar bij een zorgzame brute man heb je heel wat slipjes uit te wringen. Je seksuele rol doorspekken met tegenstrijdigheden werkt supergoed. En het komt ook reuze natuurlijk, want wie wil er nou altijd dezelfde rol spelen, op altijd dezelfde manier?

Dat je buiten je natuurlijke rol kan gaan is heel goed, maar het maakt het ook mogelijk dat mensen zich gaan aanpassen aan de sociale verwachtingen dat ze voor "goede" seks zich moeten aanpassen aan de ander, en mee moeten gaan bewegen met wat hij of zij geacht wordt te willen. Dat zorgt voor steedsmaar tedere mannen, en steedsmaar het initiatief nemende vrouwen. Die dus de kruiding die het pikant maakt als enige ingrediënt van hun seksualiteit maken. En dus wat tekortkomen.

Maar weinig van jullie zullen nog niet meegekregen hebben bijvoorbeeld dat mannen pas echt intiem met je connecten ná de seks. En dat vrouwen in bed pas lekker loskomen met iemand met wie ze connecten. Daar zijn manieren omheen, en die gaan van dat connecten niet nodighebt omdat je een partner thuis hebt en dit vreemdgaan is, maar ook jezelf even faken door te fantaseren, tot je lover te neppen. Hoeveel mannen komen niet met een ongemeend "ik hou van je" omdat ze weten dat daar de benen van wijd gaan? Hoeveel vrouwen neuken niet zonderdat ze zin hebben zodat de man aan ze hecht?

Jezelf laten gaan helpt niet alleen je seksleven de goede kant op, maar je leert jezelf ook kennen. Dat kan soms even slikken zijn, maar je kan beter jezelf kennen dan in een slecht zittend keurslijf leven. Je leert er ook het andere geslacht door kennen, als je die ook loskrijgt. En dan snàp je het gewoon als de man die jou drie minuten geleden toebrulde dat hij je ging splijten tot je bloedt, nu een zachte streling en lieve woordjes nodigheeft. En begrip.

Natuurlijk heb ik er een hoop over geleerd door mijn werk. Maar niet genoeg. In mijn soort hoeren heb ik namelijk heel lang niet genoeg motivatie en niet genoeg gelegenheid gehad om daar echt over in de diepte te gaan. Ik ben het pas gaan leren toen ik van ervarener vrouwen wat instruktie en wat hints had gehad, en ermee ging experimenteren. Toen was mijn werk natuurlijk wel een goed "laboratorium."

Okee, niet echt góéd. Eigenlijk is de hoererij hier nou net niet goed voor geschikt. Er is geen wederzijdsheid in de aantrekking in het begin. Er is geen speelsheid met "gaat ze me nou wel of niet laten..." Er is geen tijd om met elkaar te spelen, en dubbelzinnige gesprekken te voeren waarvan je kan doen alsof ze niet om seks gaan. De deal is immers duidelijk bij hoererij, dat is nou juist zo mooi eraan.

Je hebt ook helemaal geen tijd voor de kettingreaktie. De klant verwacht dat alle tijd die hij betaalt met seks wordt gevuld, en daar hoort flirten niet bij. Zelfs in de clubs, waar je nogwel wat hoorde te flirten terwijl je hem piccolootjes liet kopen, hadden we niet echt de kans om zo te leren omgaan met je driften. En al helemaal niet met tegengestelde driften.

De mannen zouden het niet willen, zelfs als het kon. Ze overhaasten zich bijna altijd, en dat is als alles al voorbereid is, en jij geen opwarming of aandacht nodighebt. Hij valt in een gespreid bedje, en zelfs dàn heeft hij onrust en jaagt hij maar vooruit. Die haast is nergens voor nodig, maar het hoort een beetje bij seksen binnen een vaste tijd. Nou ja, behalve als het kwartje is gevallen. En dat valt niet vaak.

Maar je kan wel wat doen. Dat wordt dan alleen spelen met arcs, die meerdere boekingen overspannen. De tijd tussen de dates is dan de pauzes die in de kettingreaktie thuishoren. Ja, de onderdelen zijn wel uit volgorde, maar een man die je al geneukt heeft ervaart het na je teasen en het scheppen van intimiteit heel anders, en dat is genoeg om er toch die bevrediging uit te halen. Maar nee, een gewoon nummertje kan niet meer de bekroning zijn.

In mijn branche is het niet praktisch om met dit soort dingen te werken. Je moet weten dat het er is, je moet weten dat er tegengestelde dingen zijn, je moet weten dat hij je vrouwelijkheid wil, ookal wil hij jongensspelletjes spelen, maar er iets groots van maken is meer voor de sugar of voor de high class. Ik hou het bij wat uitlokken, wat spanning maken op het juiste moment, en achteraf over hem heen kroelen.

Nog maar een keer, dit geldt niet voor iedereen. Dit is voor heel veel mensen waar, maar daar hoef jij niet bij te horen. Denk er vooral over na, en ermee experimenteren kan geen kwaad, maar het zou er juist om moeten gaan dat je ruimte gaat geven aan je driften en je lusten, niet dat je ze in een keurslijfje propt wat ik je aanraad. Het enige wat ècht iedereen mee moet nemen is dat het niet erg is als je driften niet met je partner overeenkomen. En zelfs als dit hele stukje niet op jou van toepassing is, snap je alsnog meer van hoe het voor anderen werkt.

Of je nou een man of een vrouw bent, en of je nou mannelijk of vrouwelijk naar seks kijkt, en of je nou enorm het stereotype van je sekse invult of juist helemaal niet, je bent niet beter of slechter dan een ander. Op elk potje past een dekseltje. En dat dekseltje vind je veel makkelijker als je gewoon erkent wat je bent, en ziet hoe dat werkt met je mogelijke partners. Ook met partners bij wie je niet bij voorbaat je neus dezelfde kant op hebt.

Dus probeer niet "je rol" in te vullen. Probeer niet te seksen "zoals het hoort." Probeer al helemáál niet te spiegelen wat je partner lijkt te willen, want wat hij wil is helemaal niet waar hij het beste mee sekst. Dat geldt voor mannen èn vrouwen precies hetzelfde. Je moet helemaal geen probleem zien in het spanningsveld tussen wat jij en je partner willen. Dat is alleenmaar goed. Die spanning is wat zorgt dat je goed terechtkomt.

Geloof me of niet, dit stukje begon met een heel helder idee, maar met alles wat ik vond dat ik erbij moest uitleggen en met alles wat er gewoon uit mijn pen kwam rollen is het toch nogal een boeltje geworden. Ik vond het een leuk stukje om te schrijven, en ik hoop dat jullie het niet te vaag vinden. Ik hoop al helemaal dat jullie gewoon uberhaupt snàppen wat ik bedoel. Ik ga het gewoon zo op mijn blog zetten, leesbaar of niet.