Ik werk op afspraak. Dat doe ik al heel lang, en het bevalt me veel beter dan werken in de aanloop. In de aanloop werken is echt niet slecht, het verdient zelfs beter, en als het mijn enige keus was zou ik het prima vinden, maar als ik mag kiezen werk ik op afspraak. Sowieso is dat voor escort, wat tegenwoordig eigenlijk mijn enige mogelijkheid is sinds mijn vergunning kapot is, je enige realistische manier van werken.
Vroeger, toen ik nog kon thuisontvangen, hield dat vooral in dat ik klanten om elkaar heen moest plannen. Vaste klanten hadden vaste plekjes in de agenda. Voor klanten waarbij ik het patroon al had gezien, vaak voordat die klant het zelf doorhad, hield ik ruimte over zodat ik ze "ja" kon verkopen als ze belden. Ik probeerde iedereen terwille te zijn, al maakt het je bepaald niet minder gewild als zo'n klant te voelen krijgt dat je niet zomaar elke dag op hem zit te wachten.
Dat was iets waar ik even achter moest komen. Dat zo'n klant er niet op afknapt als hij ontdekt dat jij niet vierentwintig uur per dag wijdbeens en stomend op hem alleen ligt te wachten. Ik had zo'n plaatje in mijn hoofd van wat mannen willen, en dat had weinig temaken met wat mannen echt zoeken. Ja, mannen willen een geil ding. Ja, ze willen dat je laagdrempelig bent. Ja, ze willen heel graag dat je wìl. Maar vooral willen mannen persoonlijk klikken met dat geile ding, en daar hoort bij dat ze driedimensionaal is.
Wàt de Renates en Goedeles van de wereld namelijk ook over ons gifspuien, we zijn voor onze klanten bepaald niet alleenmaar een gat om een lul in te stoppen. Daar zijn ze niet naar op zoek, en daar zouden ze ook niet voor betalen. Zeker niet zolang ze nog een werkende hand hebben. Ze komen naar ons voor onze diensten, ze komen naar ons omdat we er wèrk van maken.
Maar dat betekent niet dat het fabriekswerk is. Ja, er zijn stijlen in de prostitutie die tegen fabriekswerk aanliggen, maar dat is niet de hoofdmoot. Zelfs bij de soorten prostitutie die enorm inspelen op de kink van seks als fabriekswerk ìs het nooit ècht fabriekswerk. Want prostitutie is altijd seks, en seks is altijd persoonlijk. Zelfs bij de dronken one night stand, zelfs bij de impulsieve beurt van een kwartiertje achter de ramen.
Zelfs bij seks waarbij de kick is dat het zo onpersoonlijk is, zelfs bij een dronken wip met een vent die je pas tien minuten geleden op het concert ontmoette en waarvan je zijn naam niet kent, zelfs bij een lekkere gang bang, zelfs bij anonieme nummertjes in een dark room, zelfs bij gloryholes, dan nòg is het persoonlijk. Dan is de kick alleen dat die persoonlijkheid een gok is, en je juist alleen je seksualiteit aan elkaar blootstelt, door al het andere af te schermen.
Het grootste stuk van de branche zit helemaal aan de andere kant. We zijn ontzettend persoonlijk met onze dienstverlening. Het is niet gewoon een belangrijke bijzaak of je persoonlijk met de klant klikt, het is zo'n beetje de hoofdzaak. Of een klant met je klikt is zelfs belangrijker dan of je je werk goed doet. Een klant komt nog wel afentoe voor een matige beurt van een meid waar hij gek op is, maar een perfekte beurt van een meid waar hij niets mee heeft, gaat hij niet herhalen.
Voor sommige beginnende meiden komt dat wel heel dichtbij. Die hebben juist het idee van afstandelijke seks met klanten, en die hebben dan opeens een klant die ontzettend intiem met ze is, en zijn hart opent. Die verwacht dat dan ook van jou. Daar verzin je als ervaren hoer dan een verhaal voor, je laat een personage zien, je bouwt de illusie, en langzaamaan wen je aan dat personage en laat je het dichter en dichter bij jezelf komen. Daar heb ik al vaak over geschreven.
Het is even wennen. Ik heb geen enkele andere baan gehad waarbij het zo persoonlijk was wat je deed. Waarbij het zo belangrijk was dat jijzèlf degene was die het werk deed. Het is soms vreemd om je te realiseren dat zelfs als je een identieke tweeling had, die alles netzogoed kon als jijzelf, de man nogsteeds jóú wil, en niet háár. Maar vastwel jullie tegelijk, dat krijgt ooknog een eigen stukje.
Er zijn genoeg mensen die dat niet snappen. Dan heb ik het niet alleen over mensen die vooral uit de krant en van TV leren over prostitutie, maar zelfs over mensen van binnen de branche. De onsuccesvolle hoeren die de mannnen teveel op een afstandje houden, maar bijvoorbeeld ook de bordeelbaas die denkt dat de klanten trouw zijn aan het huis, en het wel makkelijk vindt om de meiden zoveel mogelijk te laten rouleren. En dan denkt dat het door de concurrentie van de thuiswerkers komt dat zijn toko leegloopt.
Klanten willen de intensiteit van de intimiteit, ze willen die klik die de begeerte opwekt, ze willen seks met een persoon. Met een mèns. Die mens mag dan voor meer dan de helft uit illusie bestaan, dat geeft niet. Zolang ze maar voelen dat ze een klik met jou als mens hebben. Daarom willen ze je naam weten, daarom willen ze weten of je broers en zussen hebt, daarom willen ze weten wat je hobbies zijn. Ze willen intimiteit. Het gaat om jou als persoon.
Sommige meiden vinden dat kut. Die houden liever meer afstand, die vinden het rompslomp, of vinden het intimiderend, of krijgen er een gevoel van kwetsbaarheid van. Ik niet. Ik ben close met mijn klantjes, en dat vind ik fijn. En hoe closer zij zijn met mij, hoe beter ik met ze werk. Van heel veel klanten hoor ik de diepste geheimen, met heel veel klanten heb ik een hele sterke band. Dat is hoe ik werk, ik vind dat heerlijk.
Ik ga het ook blijven doen. Dat heb ik me enorm sterk voorgenomen. Ik begrijp dat ik er geen energie en geen tijd en geen gelegenheid voor ga hebben, maar ik heb veelteveel medehoeren gezien die er spijt van hebben gekregen dat ze helemáál gekapt zijn. Een paar vaste klantjes aanhouden is heel veel waard. Maar ik begrijp de meiden heel goed die daar een punt achter zetten omdat het onpraktisch is als je een nieuw leven begint.
En als ik begin aan het concept voor dit stukje voel ik me alsof ik op het randje van mijn oude leven zit, mijn benen over de rand bungelend, neerkijkend in een diep gapend gat. Want ik moet er weer aan om een gewone baan naast het gehoer te gaan doen, en ik oriënteer me erop. Ik oriënteer me een breuk. Want als je zo lang als ik een carrière en een bedrijf hebt gemaakt in zoiets persoonlijks als de prostitutie, is het best even slikken om in te moeten stappen in je rol als een nummer.
Voor mijn medestudentes is het makkelijker. Die komen recht van school, hebben misschien wat gewerkt als barista, als schoonmaakster, als stagiaire, als laborante, als vakkenvuller, maar ze weten eigenlijk nog niets van het bedrijfsleven. Vooral niet van het nivo waarop ze uiteindelijk toch carrière moeten gaan maken. Die zien nog niet aankomen wat hun carrière in gaat houden. Waar ze voor tekenen.
Hoeveel de universiteiten ook blaten over dat ze het zo belangrijk vinden dat jij je als persoon ontwikkelt, en hoeveel ze het ook hebben over brede ontplooiing en wetenschap en kennis en groei, uiteindelijk is wat ze afleveren een student die aan wat dingen heeft kunnen snuffelen met keuzevakken, maar vooral de arbeidsmarkt ingegooid wordt met genoeg ingestampte kennis om industriële certificatie te kunnen passeren, en een beginnetje van handigheid met de software die in de branche populair is. De software is erg vaak de bepalende factor in de workflow, die software beheersen betekent dat je wel zal passen.
Jij betaalt voor de universiteit, en jij doet het werk, maar de universiteit is niet bezig om jou voor jóú te ontwikkelen. Het is niet jouw nieuwsgierigheid die de leiding heeft, het is niet jou als breed ontwikkeld persoon in de wereld te zetten, het is niet om jou een weerbaar en veelzijdig persoon te maken in je gekozen richting, waarna je bedrijf je maar je vakopleiding moet geven.
In plaats daarvan is de universiteit trots bezig om jou zo aantrekkelijk mogelijk te maken als plug-in medewerker. Dat gaat zelfs zover dat als je te veel buiten de gebaande paden kijkt tijdens je opleiding, of in discussie gaat over het zwaartepunt van je opleiding, je tehoren krijgt dat je die houding maar snel moet afleren, want dat pìkken ze niet van je in de echte wereld.
Het is nieteens alleen de beroepsopleidigen die zo werken, ook onderwijs dat vormend zou moeten zijn kijkt vooral naar wat het bedrijfsleven voor kanonnenvoer nodigheeft. En als er een tekort is in het bedrijfsleven krijgen studenten massaal advies om dat tekort op te gaan vullen, want daar is werk. Zonder erbij te vertellen dat door al die stimulansen dat werk méér dan opgevuld zal worden, dus dat je "veilige" keus geen baangarantie geeft, en de lonen ook gedrukt zullen zijn.
De studente die daar haar bek over opentrekt krijgt dan een standje dat de overheid zo gul is om voor jou een hele opleiding te draaien, en dat je het geld wat je erinstopt en het werk dat je moet doen om opgeleid te raken wel terugverdient met het hogere loon wat je als hoogopgeleide gaat verdienen. Je doet het voor jezelf, je laten opleiden tot tandwieltje in een industrie die dingen doet die jij interessant vindt.
Als die studente dan opmerkt dat de overheid dik verdient aan onderwijs uitdelen door hoeveel extra belasting je op gaat brengen als persoon en als samenleving met hoogopgeleiden erin, wordt er afkeurend gedaan zonderdat er nog argumenten komen. Vooral als duidelijk wordt dat de bedrijven gewoon alles gratis krijgen op kosten van de studenten, zowel van hun werk nu als wanneer ze straks de volgende generatie tandwieltjes opleiden met hun belastingcenten.
Er is een ideaal van de plug-in werknemer. Als je als bedrijf kan zorgen voor een struktuur waarin je van de werknemers een standaard-set vaardigheden vraagt, dan hoef je niet opzoek naar die ene werknemer die nou net in dat plekje past dat jij open hebt. Dan weet je dat je gewoon een handvol afgestudeerden van een bepaalde opleiding kan pakken, en daar kies je degene met het nederigste stemmetje en de laagste verwachtingen uit. En grote bedrijven doen erg hun best om hun work force uit zulke standaardwerknemers te laten bestaan, daar hebben ze veel inefficiëntie voor over.
Dat heeft niet alleen voordelen doordat je makkelijk en snel aan nieuwe werknemers komt, en de struktuur van je bedrijf lekker overzichtelijk wordt. Nieteens alleenmaar dat je bedrijf makkelijk "schaalbaar" wordt doordat je gewoon meer van hetzelfde aan het werk kan zetten. Het belangrijkste voordeel is dat je werknemers vervangbaar zijn. Als werknemer besef je niet hoe druk bedrijven zich erover kunnen maken als ze werknemers hebben die sleutelposities bezetten, en waarbij het bedrijf in zwaar weer zou komen als die ene werknemer wegvalt.
Als je kijkt naar waar opleidingen heen gepusht worden door het bedrijfsleven, ligt de nadruk vooral op het vervangbaar maken van mensen die nu onvervangbaar zijn. Gecompliceerd werk van experts kan vaak vervangen worden door een handvol makkelijker te vinden daarvoor opgeleide mensen die je met software aan elkaar klit, en er wordt zoveel mogelijk met teamwork gedaan om maar minder van personen af te hangen.
Zoals altijd gaat dat vooral om de grote bedrijven. Die hebben een stem in dat soort dingen, naar kleine bedrijven luistert niemand. Die kleine bedrijven vinden duizendpoten met eigen ideeën erg handig, vooral als ze voor tien rollen maar vier mensen kunnen betalen. Grote bedrijven doen het andersom, die hebben veel liever tien betrouwbare maar talentloze one trick ponies voor twee rollen, zolang die tien werknemers maar willekeurig uitwisselbaar zijn met jonge nieuwe hires.
In grote bedrijven kom je nogweleens op een plek terecht omdat er een vakje van de org chart moest worden ingevuld, omdat anders de liability niet gedekt is. Dan gaat het vooral om de stapels mensen in die grote bedrijven die vooral andere mensen in de gaten moeten houden, of juist de verantwoording moeten dragen voor die andere mensen. Vinkjes moeten worden gezet, mensen die nee kunnen zeggen zodat management dat niet hoeft te doen, en daar niet verantwoordelijk voor hoeft te zijn.
Of je komt in een positie terecht waar het vinkje belangrijker is dan je functie, als je al een functie hèbt. Jij bent de zij-instromer, de onder-25, de vrouw, de interne promotie, de gehandicapte, de herinstromer, de niet-academisch opgeleide of juist de enige die alle opleidingen heeft die nodig zijn voor de certificatie, en moet je verder vooral niet te veel teringzooi maken en niet in de weg lopen.
De uitzonderingen zijn er natuurlijk ook, de consultants, de salesmen, de advocaten, waarbij de persoonlijkheid en gewoon de persoon die die post invult belangrijk is. Waar netwerk bijvoorbeeld belangrijk is, of persoonlijke loyaliteit, of karakter en werkstijl. Maar die moeten wel kunnen interfacen met de werkkultuur, anders is er natuurlijk een probleem. Dus die mensen moeten die spagaat aankunnen. Wat ze wéér onmisbaarder maakt.
Het idee achter de plugin-werknemer is natuurlijk dat je makkelijker en flexibeler met de samenstelling van je bedrijf om kan gaan, en dat je niet opeens op je gat valt als een belangrijke werknemer uitbrandt, of overstapt naar je concurrent. Je neemt er een kwetsbaarheid mee weg, en daarmee maak je het bedrijf voorspelbaarder en beheersbaarder. Dat is iets wat management heel belangrijk vindt. Het is de veilige optie.
Als je praat met mensen die de zwaarste lasten dragen in zo'n bedrijf dat echt wat voortbrengt, is het snel duidelijk dat die manier van denken dom is. Ja, je loopt meer risiko als je een onvervangbare werknemer hebt. Maar als jij die loyaal maakt, door hem goed te behandelen en gul te betalen, gáát hij ook niet weg, en hóéf je hem ook niet te vervangen voordat hij zelf al een opvolger wil gaan trainen. Maar dat betekent wel dat je zakendoet met je werknemer, en hem niet als een robot of slaaf als eigendom kan behandelen...
Veel managers zouden het liefst een afdeling of een heel bedrijf vol robots hebben. AI op elke kantoorbaan, een robot bij elke plek op je werkvloer. Dat is nieteens omdat ze denken dat het goedkoper zal zijn, al is dat natuurlijk ookwel een voordeel. Het belangrijkste is dat je éígenaar bent van robots. Ze zijn van jou, ze zijn je slaven. Met personeel moet je zaken doen, robots en AI zijn van jou. Zelfs als je ze leaset of huurt.
Zo ver is het nog nooit gekomen. En de pogingen om je getalenteerde en kundige werknemers weg te robotiseren lopen allemaal mis. Kijk maar naar die Tesla-fabrieken, wat voor flop dat werd. Je zit aan mensen vast, niet alleenmaar omdat de robots het werk gewoon niet kùnnen, maar ook omdat een vakkundige werknemer stilletjes ook de fouten van management kompenseert en zijn werk zelf organiseert.
Veel meer dan bedrijven willen erkennen wordt het bedrijf opgebouwd, gevormd en gedraaid door mensen die helemaal niet kijken naar geld verdienen voor de eigenaars, of naar wat het management van ze wil. De meeste bedrijven in de wereld werken vanwege de werknemers die hun werk zien als méér dan een nummertje in een spreadsheet, en onderkennen hoe belangrijk hun werk is, hoe trots ze kunnen zijn op wat ze hebben bereikt, en hoeveel wat zij uit hun handen laat komen betekent voor de maatschappij. Vanwege wat jij maakt zijn er taartjes, vallen gebouwen niet om, of blijft het water schoon. Die werknemer is lastig, maar hij is onvervangbaar om een reden.
De groep vervangbare plug-in-werknemers waar je hem mee moet vervangen is metzijnallen minder goed, èn metzijnallen veel duurder dan die ene onvervangbare werknemer, zelfs als die een enorm salaris heeft afgedwongen. Het is eigenlijk gewoon niet logisch, als je het bekijkt vanuit een oogpunt van iemand die het bedrijf zo efficiënt als maar kan wil laten draaien. En toch is het een bijna onvermijdelijke beweging, die je in bedrijf na bedrijf ziet.
Dat komt vooral doordat bedrijven eigenlijk vooral door hun interne kultuurtje worden geschapen en gedreven. We zien bedrijven als totaal rationele strukturen, die alleen kijken naar de winst onder de streep. Maar dat is net zo'n fiktie als de economische fiktie van de rationele geïnformeerde consument. Het bestáát eigenlijk niet. Bedrijfskultuur wordt niet gemaakt door als een teamsport naar de grootste getallen onder de streep te streven, maar door mannetjes met macht en ambitie, die die macht en ambitie proberen te vergroten. Daarvoor is nodig dat de winst niet te hard achteruitgaat, maar dat is alles.
Een vaste klant van me is een oude IT'er. Die vertelt me dat het nieteens alleen de nieuwe lichting werknemers is die plug-in en vervangbaar moet zijn. Toen hij begon in de IT was de uitdaging, het wèrk, om de amechtige computers uit die tijd hun zware taken te laten uitvoeren. Daar ging al je werk inzitten, in dat slim en handig doen. Tegenwoordig ligt de nadruk van zijn werk in zijn software vooral makkelijk te onderhouden te maken voor zijn opvolger. Daar gaat meer werk inzitten dan in het maken zelf. Hij is verbijsterd door de jonge programmeurs die dat als nobel en verstandig zien.
Veel mensen hebben nog steeds het idee dat ze zich onmisbaar moeten maken in het bedrijf waar ze werken om te voorkomen dat ze geloosd kunnen worden. Als je onmisbaar bent, is het idee, kan het bedrijf niet om je heen, en heb jij alle kaarten in handen. Dan kan je een hoog loon afdwingen, je eigen werkstijl bepalen, want het bedrijf heeft je nódig. En ik heb bestwel wat klanten gehad die me vertelden dat ze zo werkten.
Opvallend veel van die klanten werden toch geloosd. Want iemand die zich zo onmisbaar heeft gemaakt, gaat op zijn eigen manier werken. Die eigen manier is immers wat hem onmisbaar heeft gemaakt. En op je eigen manier werken, dat tornt aan de bedrijfskultuur. En die bedrijfskultuur is belangrijker dan wat dan ook. Dus je bent dan een luis in de pels, die moet worden gedumpt. En dat mag heel veel kosten.
Ik heb ze wel gehad die woest tegen me vertelden dat het bedrijf zelfmoord had gepleegd door hem te ontslaan. Vaak zelfs samen met zijn hele ploeg, of zijn hele afdeling. Dan was de man die de chemische tanks schoon kon houden ontslagen om "kosten te besparen," maar werd het nu door een extern bedrijf gedaan voor vier keer de prijs. Het bedrijf was tevreden, want het externe bedrijf tornt niet aan de bedrijfskultuur. De opstandige tankreiniger wèl.
Aan bedrijfskultuur tornen gaat meestal niet om weigeren je stropdas te dragen, al is dat in sommige bedrijven al genoeg om je niet meer te willen. Soms wel om dingen als nieuwe mensen aannemen die bij een andere studenten-sociëteit hebben gezeten dan de rest van je afdeling. Vaker om dingen als je niet drukmaken om drukmiddelen die in het bedrijf worden gebruikt om de werknemers te managen. Maar het gaat vooral om ethiek, en dan is het eigenlijk nooit dat je te ònethisch bent.
Klokkenluiders zijn een extreme vorm van mensen die om ethische redenen aan een bedrijf tornen, maar er zijn veel meer vormen die subtieler zijn. Een klant niet een produkt in lullen waar de klant niets aan heeft is bijvoorbeeld al een doodzonde in veel bedrijven. Netjes bijhouden in de boeken wat er allemaal voor twijfelachtigs gebeurt is einde carrière. Maar zelfs het hoger management waarschuwen dat jouw eigen manager fraudeert, regels breekt, of gewoon zijn werk niet goed doet is vaak al genoeg om je te willen wegwerken. Zelfs als ze blij zijn met de melding.
En weer, als je een sleutelpersoon bent, als zonder jou het bedrijf een aderlating zou lijden of bepaalde dingen niet meer kàn, dan denk je snel dat je voor je morele positie kan gaan staan. Maar een groot bedrijf doet die aderlating, ze snijden graag in hun eigen vlees, om maar die lastpost af te serveren. Je ziet dat bedrijven daar verrassend grote offers voor willen brengen.
Ik heb een tijdje gewerkt als HR-kutje in een groot bedrijf. Ik heb daarvóór als uitzendintercedente gewerkt. Ik ben daarná ook manager geweest van een afdeling binnen een middelgroot technisch bedrijf. Toen ik die banen in de HR en als manager deed had ik het idee dat ik niet wist waar ik mee bezig was, dat ik slecht was in mijn werk, dat ik de big picture niet begreep. Daarom deed ik kursussen, en dat maakte het alleenmaar verwarrender voor me. Het heeft me veel jaren en levenservaring gekost voor ik het ging snappen. En toen was ik daar allang weg.
Als HR-kutje ben je altijd aan het blaten over dat de werknemers zo belangrijk voor je zijn, dat je deur altijd open is, dat je graag hoort van persoonlijke problemen, en dat je klaarstaat om te helpen. Ik geloofde dat ooknog, en ik probeerde het zelfs. Niet dat het me lukte, want je bent totaal niet in de positie om het te láten lukken. Het was voor mij en de werknemers altijd frustrerend.
Het is namelijk helemaal niet de bedoeling dat jij als een soort juf die werknemers gaat helpen leuk samen te werken. Ze worden geacht dat helemaal zelf te doen. Het bedrijf heeft geen zin om daar een poot naar uit te steken, en er daarmee verantwóórdelijk voor te worden. Wat het bedrijf wèl wil, is dat de werknemers jou braaf komen vertellen dat ze problemen hebben, dus eigenlijk aan het máken zijn, binnen het bedrijf. En jij dossier aan kan leggen om ze te kunnen dumpen.
De meeste bedrijven blazen hoog van de toren over hoe gek ze zijn op hun werknemers, en hoe ze die als familie zien, maar eigenlijk zien ze werknemers als een geldverslindend, onbetrouwbaar, log en risicovol noodzakelijk kwaad. Ze vinden het heel fijn aan de werknemers dat ze werk doen dat geld oplevert, maar ze zijn haast netzoveel een bron van zorgen en onvrede bij de direktie.
Het is anders bij kleine bedrijven. Maar zodra een bedrijf groot genoeg is dat de direkteur bepaalde werknemers niet meer dagelijks ziet, dan is de menselijkheid en de persoonlijke waarde van zo'n werknemer al heel snel niet meer belangrijk. Dan gaat het erover of de cel op de spreadsheet rood is of niet. De HR-muts is dan de buffer tussen het bedrijf en die werknemer, en die mag het gezeur in ontvangst nemen en dossier maken.
Ik pas daar niet bij. Niet alleen omdat het gewoon niet bij mijn persoonlijkheid past, maar ook omdat ik het vak leerde van mijn voorganger, een stokoude en nogal ouderwetse personeelschef. Die kwam uit een tijd dat de personeelschef nog vooral bezig was de werknemers te kènnen, en al die unieke bouwblokjes op de goede plekken te zetten om een stevig bedrijf te bouwen. Maar hij was toen ik verscheen al ouderwets en achterhaald, en gedesillusioneerd.
Hij vertelde me weemoedig over hoe hij vroeger de managers bij mocht sturen als er conflicten waren. Hoe hij de afdelingen samenstelde, en zorgde dat de persoonlijkheden van de mensen bijelkaar pasten. En dat hij bijvoorbeeld als er een promotie hogerop kwam, de kandidaten die hun opvolger al hadden opgeleid en hun erfgenamen hadden geregeld die promotie kregen. Dat was allemaal weg, en hij vroeg zich af wat hij nog deed.
Die personeelschef was uit een andere tijd. Ik was de nieuwe lichting die hem moest vervangen, niet alleen omdat hij opgebruikt was, maar ook omdat het bedrijf over wou van "personeel" naar "Human Resources." Alleen al die ontmenselijkende titel laat al heel veel zien hoe de blik op mensen die voor je werken veranderd is. Persoon ben je niet meer, je bent een resource. Die helaas, lastig maar het kan niet anders, human is.
Er is zo'n hardnekkig idee dat er bij mensen leeft, dat je blij mag zijn als je bedrijf een HR-trutje heeft waarbij je "terecht kan." Alsof HR een soort ombudsman is waarbij je terechtkan met je klachten, om je rechten te laten gelden. Om een menselijk mens aan jouw kant te hebben in je konflikt tegen je bedrijf, alsof de HR-muts een soort piketadvokaat voor je is. Terwijl we dat echt, ècht niet zijn. We zijn de lief grijnzende Delila die wil weten van je haar.
Ik kan die mensen eigenlijk daar echt niet dom over noemen. Ja, het idee is dom, maar zelfs W, de koningin van de kantoorpolitiek, trapte erin. Die had nog het idee van de personeelschef, en dacht dat je als werknemer nog iets nuttigs kan doen met HR. Ze heeft het inzicht van een doorgewinterde consultant als het aankomt op hoe bedrijven werken en dysfunktioneren, maar hier was ze echt naïef over, en ik kon haar bittere lessen leren.
Hoe groter het bedrijf is, hoe minder menselijk het beleid wordt. En hoe minder ethiek iets vanzelfsprekends is, en vooral op het bordje valt van de werknemers die dat niet op een ander bordje kunnen afschuiven. En die ethische types, die vinden dat de klant niet bedonderd moet worden, de certificaten niet vervalst moeten worden en de illegale lozingen moeten stoppen, die worden dan een risico-post, een hindernis, of gewoon een probleem.
Dat zit diep in de struktuur van bedrijven. Bedrijven zijn geen mensen, ze zijn onmenselijk. Een bedrijf is niet een verlengstuk van de baas, een bedrijf leidt een eigen leven en heeft een eigen persoonlijkheid. En die persoonlijkheid is meestal een psychopaat. Als HR-kutje zou je daar wat menselijkheid in kunnen brengen, als je ècht heel goed bent, en accepteert dat je je eigen carrière opoffert, maar de meeste HR-kutjes gaan juist glibberig op deel uitmaken van de onmenselijkheid van het bedrijf.
Niet dat mensen die bij een groot bedrijf werken onmenselijker zijn. De mensen die er werken zijn zo hartelijk, warm, moreel en menselijk als je van je vrienden verwacht. Maar die hebben binnen het bedrijf een beperkte taak, en die taak is meestal om bepaalde nummertjes omhoog of omlaag te krijgen met hun beslissingen. Die beslissingen zetten weer andere beslissingen in gang, en door een rij kleine radertjes eindigt dat wel met onmenselijke dingen die uiteindelijk gebeuren.
Vanzelf krijg je al dat mensen hun verantwoordelijkheid steeds meer terug zien krimpen naar hun eigen buroblad, en er maar "filosofisch" over zijn wat hun doen en laten voor onmenselijke gevolgen heeft voor anderen, omdat het uiteindelijk het bedrijf is dat het heeft gedaan, niet jij. Maar dat wordt nog een tandje erger als de burokratie toe gaat slaan, en daar komt elk bedrijf vanaf een bepaalde grootte bij aan de beurt.
Burokratie is dat je regeltjes krijgt die je kan volgen om zo de verantwoordelijkheid voor je beslissingen bij de regels neer te leggen. Ja, wat je doet is helemaal fout, maar de regels hè? Daar kan jij ook niets aan doen. Zo is het nou eenmaal. Door die regels krijgen mensen niet alleen de kàns om onmenselijk te zijn, vaak voelen ze zich ook door de regels verantwóórdelijk gehouden om die onmenselijke regels toe te passen.
En die regels, die lijken vaak alsof ze in steen gebeiteld van de Sinaï afkomen, maar dat is dus niet zo. Vaak zijn ze begonnen als een template, waar dan over de jaren meer en meer regels bijkomen. En die regels zijn meestal voor één van twee redenen: om in de regels te hebben staan dat iets niet de schuld is van iemand, of om iets dwars te zitten waar de regelgever een hekel aan heeft.
Ik heb wel in mijn squash-club meegedaan als bestuurslid zonder portefeuille in de bestuurszittingen. Doodsaai was dat, maar tegelijk gaf het me een ongemakkelijk gevoel. Een bestuurslid was net bestuurslid geworden, stelde meteen een regel voor dat niemand mocht doorsquashen tussen geboekte vakken, en dat je alleeen baantijd in vakken mocht reserveren. Dat was om zijn persoonlijke vete uit te vechten met een ander lid, die daardoor in de problemen zou komen met zijn lunchtijd-squashrondje, dat natuurlijk nèt over twee vakken zou vallen.
Zo ontstaan veel regels. Het is vaak kantoorpolitiek die vastgebakken raakt in een burokratie die verder over het bedrijf uitgaat dan voor die ene kantoorpolitieke toestand, en lang na het verdwijnen van die ruzie blijft bestaan. Want regels schrappen is veel werk, en mensen die bóven de regels staan zien het meestal niet als erg belangrijk dat de regels verzwaard worden. Maar de menselijke maat verdwijnt wel steeds verder in het oerwoud van regeltjes.
In een squashvereniging is dat soort gekift met regels al vergif, maar je kan je voorstellen dat het in bedrijven, waar er hiërarchie heerst, en waar mensen voor hun dagelijkse brood afhankelijk zijn van mee kunnen draaien, veel meer gevolgen heeft. Netzoals bij overheden zorgt elke nieuwe regel voor meer macht bij de hogere rangen, en minder klim-gelegenheid voor de mensen onderaan de ladder. Regels zijn om de orde niet te verstoren, en de orde is dat macht zit waar het nu zit.
Het is geen geheimzinnig inzicht. De meeste mensen zien het heel goed dat het zo is. Maar we accepteren het. Zo zijn bedrijven nou eenmaal, je moet professioneel zijn, de markt is hard, je kan niet economische noodzaak negeren, allemaal van die smoezen om de zin van het bedrijf voorrang te geven op de menselijkheid en de ethiek. Al hebben bedrijven er best werk van gemaakt om ethiek opnieuw vorm te geven als het om bedrijven gaat.
We accepteren veel van bedrijven, als het gaat om wat we ethisch vinden. Van kleine dingen zoals dat het normaal is dat jij meer uren dan afgesproken aan je bedrijf geeft, om een promotiekans te "verdienen," terwijl een bedrijf nooit meer dan afgesproken aan jou geeft, tot smerige dingen als bedrijven die met lobbies de politiek gaan beïnvloeden om regelgeving te krijgen die goed is voor het bedrijf, en slecht voor het land. We vinden het allemaal normaal. Zo is het nou eenmaal.
Ik had graag gedaan alsof ik de tradities van mijn voorganger de personeelschef had voortgezet, maar ik nam gewoon over wat ik van de andere HR-kutjes leerde. Ik durfde niet, en ook al knaagde het wel aan me dat er iets niet klopte, ik dacht er hardnekkig niet over na. Toen ik HR-werk ging doen, had ik geen idee van wat mijn werk eigenlijk wàs. Ik geloofde wat er over mijn werk gezegd werd, en dat is niet wat er echt van je verwacht wordt.
Dat ik slecht in mijn HR-werk was, voelde ik heel duidelijk. Niet dat ik echt bijsturing kreeg, maar ik merkte wel dat er geen tevredenheid vanaf mijn bazen kwam. Ze waren ook reuze makkelijk toen ik cursussen wou gaan volgen, ik mocht zó in de opleidingpot graaien. Dat was bovendien een pot waar ik over ging, en dat maakte het nòg makkelijker. Van de cursussen werd ik niet vrolijker, want daar kreeg ik vooral bevestiging voor mijn lelijkste gedachtes over het vak.
Tijdens sommige van die cursussen zat ik opeens weer tussen het feministische gedachtengoed. Het was een soort rondetafelgesprek over hoe wij er allemaal voor aan het zorgen waren dat er meer vrouwen op belangrijke posities kwamen. Want er werd gedaan alsof dat je verantwoordelijkheid was, wat de ideeën van je bedrijf er ook over waren. Iedereen klaagde over dat hun bedrijf zo'n boys club was op belangrijke posities.
Ik kwam zelf met dat ik in mijn tijd daar negen mensen had aangenomen voor een bepaalde positie, acht vrouwen en één man. Vrouwen werven had de voorkeur van de direktie. Maar intussen waren van die afdeling negen vrouwen opgestapt. Eentje omdat ze er gewoon geen zin meer in had, eentje omdat ze met vijfenvijftig met pensioen wou, vier omdat ze na zwangerschap niet meer terugkwamen, twee omdat ze geheadhunt waren. De laatste weet ik niet meer. Geen van de mannen stapte op. Die gingen er met vijfenzestig uit, daar kon je de klok op gelijkzetten.
Dat was niet wat het verhaal moest zijn. Wij waren de mensen die er als Robin Hoods voor gingen zorgen dat de achtergestelde groepen een plekje kregen in het land van melk en honing dat de top van het bedrijfsleven heet. Het was kloten met de broodwinning van mensen om je eigen politieke idealen uit te leven, wat je werkgever er ook van vond, en hoe het ook uitpakte. Omdat je het beter wist, want jij bent het dappere HR-kutje. Ik voelde me mìnder slagvaardig na die cursus, niet méér.
Het HR-cultuurtje is heel fijn voor mensen die graag oordelen over anderen, vooral over anderen die dingen kunnen en kwaliteiten hebben die jij niet hebt. Er was een ondertoon dat je zo'n bedrijf jouw kliekje kon maken, en mensen die je niet mocht eruit kon werken, terwijl je mensen die wel jouw type waren omhoog kon helpen. Dat begon al meteen te wrijven. Iedereen op die cursussen had die houding, en ik voelde me ontzettend ongemakkelijk. Ik wou er gewoon zo snel mogelijk weer weg.
Toen de personeelschef die ik moest vervangen vertrok, en ik opeens alles zelf moest doen, en echt ging vóélen hoe ik een radertje in de psychopatische kant van het bedrijf was, was ik klaar en ging ik om me heen kijken. Ik had als HR-trutje kontakten bij andere HR-kutjes, en één daarvan was aan het vissen naar iemand voor een junior manager positie in een technologiebedrijf. Ik was niet gekwalificeerd, ik wist niet wat ik ging moeten doen, maar ik ben meteen overgesprongen. En ik werd het, want ik werd door mijn HR-zuster naar voren geschoven.
Mijn managementstijl in die nieuwe managementbaan is wel goed samengevat door iemand die het "management door klagen tegen je werknemers over dat je wil dat het beter gaat" noemde. Ik was totaal ongeschikt in die baan, en dat wist iedereen die onder me stond ook, maar ik voelde me in ieder geval niet meer alsof ik met iets smerigs bezigwas. Je voelen alsof je een zootje maakt van je baan en iedereen voor je moet oppakken wat jij laat liggen voelde véél beter.
Niet dat het nou erg lang goedging, want ik was gewoon slecht in mijn werk, en ik mocht in mijn handjes knijpen dat hoger management helemaal niets van me verwachtte, en mijn afdeling zichzelf managede. Ik deed weinig nuttigs, het werd duidelijk dat ik geen carrièrekansen moest verwachten, en het prostitueren voelde heel veel nuttiger en gaf me veel meer voldoening. Dus het hield op.
Nee, ik heb niet zelf ontslag genomen. Ik heb het niet volwassen afgemaakt, ik heb niet gezorgd dat de mensen waar ik verantwoordelijk voor was goed opgevangen werden. Ik heb als een domme puber ruzie gemaakt over iets wat ik gewoon had moeten afhandelen, en het expres op de spits gedreven, zodat ik ontslagen werd. Heel dom, een heleboel gedoe om niets, en iets wat me ook een goeie referentie heeft gekost. Maar ik was dom, en het is gebeurd. En weg moest ik toch, want ik trok het niet meer.
Ik ging weg met het idee dat ik gewoon ongeschikt ben voor het bedrijfsleven. Dat ik de enige was die voelde hoe rot en oneerlijk het is, en hoe weinig waardering het bedrijfsleven heeft voor de mensen die juist de meeste waardering verdienen. Maar na duizenden klantjes, die allemaal praten over hun werkzorgen, kan ik niet meer ontkennen dat het niet aan mij lag. Het bedrijfsleven is rot. Voor iedereen.
Maarja, Zondares moest zo nodig weer gaan studeren, en deze keer niet iets freubeligs, maar een echte serieuze opleiding tot iets respektabels. Een echte studie, zo eentje waar je een Wiskunde B deelcertificaat voor moet halen. En daarmee moet je dan aan het werk. Een stage is onderdeel van die opleiding, en daarmee kreeg ik weer een proefje van het bedrijfsleven. Nou ja, een bek vol. Stages, daar komt ooknogwel een stukje over.
Toen ik na de stage met mijn scriptieprof praatte, flapte ik eruit dat ik ertegen opkeek weer het bedrijfsleven in te gaan. Hij begreep me prima. Hij was in de industrie geweest, maar hij was prof geworden omdat hij zichzelf aan wou kunnen kijken. Hij moest met lede ogen aankijken hoe inventiviteit en intelligentie meer en meer werden ingeperkt met procedures, hoe meer en meer aan computers en in werkteams en taskgroepen werd gedaan en minder door inventieve mensen.
Hij mijmerde over hoe je in bedrijven van nu veel meer ziet wat je ook bij eusociale soorten ziet in de natuur: er verrijst een bepaald soort karakter en intelligentie van het bedrijf uit, terwijl het karakter en de intelligentie van de deelnemers steeds meer wordt verdrukt om ze maar beter in te laten passen. Het is een zelfversterkend effekt, want hoemeer die eusocialiteit sterker werkt, hoemeer die ook sterker werken op de beslissing wie er mee mag doen.
Die eusocialiteit doet het veel beter met inklik-werknemers dan met uitbijters, ook als dat goedbedoelende intelligente kartrekkers zijn. En dat effect wordt sterker en sterker met schaal. Bedrijven zijn een mierenhoop, en de leiding van die bedrijven denken dat ze een mierenhoop kunnen sturen. Dat werkt net als bij een echt mierennest proberen te beheersen, vooral door uit te roeien wat je niet bevalt.
Een eusociale kolonie kan veel meer bereiken dan de individuen bij elkaar opgeteld. Het kan ook veel meer intelligentie vertonen dan een individu in die kolonie. Vooral als de intelligentie van die individuen ondergeschikt is aan die kolonie. Er is best wat bewonderenswaardigs aan eusocialiteit. Behalve als je kijkt naar hoe het individu daarin gewaardeerd of behandeld wordt. Voor het individu is een eusociale omgeving vaak een nachtmerrie.
Mijn scriptieprof bedankte daarvoor, en nam een veel minder betalend baantje bij de universiteit, en werd daar docent. Hij vindt het fijner, ookal is het een baan met zijn eigen forse nadelen. Maar hij was niet gestopt omdat hij niet doorkòn in het bedrijfsleven, en hij kon me best veel uitleggen over wat voor baan er bij mij zou passen. En hij kon ook wel kijken of hij een goed woordje voor me kon doen.
Dat werkte voor mij veel minder goed dan voor andere studenten. En ik snap prima waarom, ik ben immers HR-muts geweest. Ik ben te oud. Een geboortedatum die net een jaar te ver in het verleden ligt betekent dat je CV meteen in de prullenbak gaat. Hoe goed je ook bent, hoeveel je ook meebrengt. Er wordt nieteens naar gekeken. Je kan aankomen met een Nobelprijs en een referentie met tranen erop over je vertrek van je vorige werkgever, het ligt in de prullenbak voordat de tweede regel gelezen is.
Ik weet precies hoe HR naar oudere werknemers kijkt: niet inhuren. Jong is alles. Jong is gehoorzaam en werkt voor kruimels, ziet het als een stage, dat krijg je bij ouder niet. Ouder is danwel gratis ervaring, maar het is niet de gekweekte ervaring die ingepompt is vanuit de bedrijfskultuur. Not invented here. Ouder betekent eigenwijs, ouder kijkt door je bullshit heen.
Er wordt wel gezegd dat je als oudere te duur bent, maar dat is buiten banen in een ouderwetse CAO onzin. Oud ben je niet te dúúr, maar te éígen. Je bent geen plooibare plug-in werknemer, je ziet andere manieren om je werk te doen dan het bedrijf wìl dat je ziet, je bent een dwarsligger als er gesjoemeld moet worden, en misschien zelfs wel iemand die zich onmisbaar gaat maken door iedereens steun te zijn. Allemaal reuze onwelkom.
Toch was een baan krijgen heel makkelijk voor me. Niet omdat ik super-geschikt ben, of omdat ik zo goed ben in mijn werk, of omdat ik de geheimen van het solliciteren ken. Gewoon omdat ik netwerk heb, nog steeds, bij de HR-kutjes. En dan kom je bovenop de stapel te liggen. De ervaring als intercedente, als junior manager, als zelfstandig ondernemer, die telde allemaal niet, maar dat ik als HR-weekdier had gewerkt gooide alle deuren open. Terwijl ik het voel alsof me dat mìnder geschikt maakt.
Voor mezelf werken is zoveel fijner. Je hebt veelmeer te doen, en het is veel onzekerder, en niemand kan wat voor je opvangen, maar ik kon op mijn manier werken in werk dat voor mij veel meer betekenis had. En ookal ben je niet helemáál van de kantoorpolitiek af, zelfs als je in je eentje werkt, toch is het wel een heleboel minder. Werken terwijl je een stuk van het bedrijf bènt en hèbt, is heel anders dan als werknemer.
Toch zal ik er wel weer aan moeten geloven. De opleiding die ik nu heb is voor een heel interessant soort banen, die je niet als éénpitter kan doen. Je hebt er teveel voor nodig. Je kan alleen in een omgeving werken waar een grote machine achter je staat. Die van jouw projekten produkten kan maken. Je hebt mensen nodig die alle andere aspekten van je bedrijfstak in kunnen vullen. En je hebt laboratoriums nodig. En geld.
Dus ik zit met lange tanden naar banen te kijken om mijn nieuwe carrière af te trappen. En ik heb gelukkig W die me met heksentoeren door de kantoorpolitiek heenhelpt, en veel ervaring over hoe bedrijven werken, en gewoon veel levenservaring, dus ik sta er goed voor. Ik heb eigenlijk niets te klagen. Maar van iets moois, menselijks en persoonlijks als de hoererij weer het ongezonde gekkenhuis in, ik heb er gewoon niet zo'n trek in. En ik vind het intimiderend.
Sorry dat dit zo'n donker stukje is. Zo ben ik eigenlijk niet, en zo wil ik eigenlijk ook niet schrijven. Maar wat ik schrijf is wel wáár, en het is wel wat van mijn hartje moet. De wereld beter zien door meer te leren zorgt soms voor heel fijne en mooie inzichten, maar er zijn ook gewoon ongezonde kanten aan onze samenleving. En hoe het bedrijfsleven is, is ongezond. En daar kàn ik geen vrolijk stukje over schrijven. Dit stukje is al veeltelang in de maak, en het moet eens geplaatst. Ik schrijf volgende keer wel over wat leukers.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
12 opmerkingen:
Komt het doordat je stukken zo lang zijn dat je niet meer zo vaak schrijft? Jezus wat lang.
Spannend, een nieuwe carriere. Denk je dat het je gaat lukken, als je zo duidelijk tegenzin hebt?
Ik ben wel benieuwd naar hoe je de vergelijking maakt tussen prostitutie en weer gewoon werk.
ik vind dit niet gijl schrijf es wat gijls
Waarom moet je eigenlijk een nieuwe carrière hebben? Dat is me niet helemaal duidelijk.
Saai.
Zolang mijn baas doet alsof ik veel verdien, doe ik alsof ik hard werk.
Bedrijfsleven is een grote bullshit bende. Helaas kun je er niet echt omheen, of je moet inderdaad iets voor jezelf kunnen gaan doen. Sterkte Zon, ik hoop dat je toch nog iets vindt in het werk dat het bevredigend maakt.
Even een tip: we lezen mee omdat je wat vertelt over betaalde seks, niet omdat jij wat schrijft over wat we allemaal al weten.
Ik ben van mening dat je blogs over brede onderwerpen, ondanks hoeveel werk je er duidelijk in steekt, de plank misslaan. Ik heb helemaal geen verbinding met dit verhaal, en eerlijk gezegd kan ik er geen touw aan vastknopen wat je nou wil zeggen.
Ik moet mijzelf verschonen.
HR-muts?
Een reactie posten